Posts tonen met het label idealisme. Alle posts tonen
Posts tonen met het label idealisme. Alle posts tonen

01 maart 2014

communiceren

Schelden doet geen pijn, riepen we vroeger weleens. Maar eigenlijk had ik toen al moeite met die uitspraak. Woorden kunnen wel degelijk pijn doen. Vaak gebeurt het niet eens bewust, maar desalniettemin kan een scherpe opmerking bijna letterlijk door de ziel snijden en geneest een schram of blauwe plek sneller dan de schade van woorden. Die voel je soms jaren later nog.

De andere kant van die medaille is dat compassionele woorden magisch kunnen werken in moeilijke situaties. Het geheim zit hem niet alleen in de zorgvuldigheid waarmee de woorden worden gekozen, maar vooral ook in de intentie waarmee het wordt uitgesproken. Iconen als Mahatma Gandhi, Martin Luther King en Nelson Mandela waren meesters in deze manier van communiceren. Het was voor hen geen handig communicatie trucje; hun manier van spreken was een reflectie van hun diepste overtuigingen, van hun persoonlijkheid. Die echtheid heeft de wereld veranderd. Niet zonder slag of stoot, maar alle drie hebben ze de wereld een beter achter gelaten dan dat ze hem aantroffen.

De afgelopen tijd kwam ik opeens regelmatig uitgeput en 'leeg' thuis van mijn werk, ongeacht of ik het druk had gehad of niet. En dat terwijl ik normaal juist veel energie en inspiratie uit mijn werk haal. Een vergelijkbaar leeg gevoel heb ik ook weleens buiten de context van werk, maar ik had er eigenlijk nog nooit bij stilgestaan waar de oorzaak zou kunnen liggen. Nu er zo duidelijk sprake was van een trendbreuk vond ik het de moeite waard om eens te onderzoeken waar dat gevoel vandaan zou kunnen komen. Ik probeer nog steeds dagelijks te mediteren en dat is een prima moment om eens in te zoomen. Wat is het precies? Waar voel ik het in mijn lijf? Welke vorm heeft het? Waar zit de oorsprong van die leegte?

Al reflecterend begon zich een steeds helderder beeld af te tekenen: het project waar ik mee bezig ben zit in een fase waarin ik steeds op mijn hoede moet zijn en 'strategisch' moet handelen. Dat betekent in de praktijk dat ik - bewust of onbewust - rekening houd met hoe mijn woorden kunnen worden uitgelegd en dat ik bij alles wat gezegd wordt moet zoeken naar de lading die er achter zit. Ik snap dat spel en speel het mee, maar dat wil nog niet zeggen dat het me goed ligt. Het is alsof ik me een onnatuurlijke rol aan moet meten in een toneelstuk dat me niet echt aanspreekt. Dat betekent niet dat ik mijn handdoek in de ring gooi. Er tussenuit stappen is de gemakkelijkste oplossing maar daar is het proces niet bij gebaat en daar leer ik zelf ook niks van.

Ik begon te lezen over geweldloze communicatie. Ik had een boek over dat onderwerp al een paar jaar geleden een keer op de kop getikt, maar had nog niet een directe aanleiding om het te lezen. Maar nu, tijdens mijn onderzoek naar hoe ik deze situatie kan keren, valt de inhoud in vruchtbare aarde. Het model van geweldloze communicatie is niet in een paar pennenstreken uit te leggen, maar het is een heel krachtige manier van je op een verbindende, empathische manier met anderen verhouden, hetzij thuis, hetzij op je werk. En het mooiste is: je hoeft er niks nieuws voor te leren; het is vooral een kwestie van bewustwording.

De taal die wij gebruiken binnen relaties en op het werk is vaak geënt op ideeën over goed of kwaad, wie heeft er gelijk en wie heeft er ongelijk? Het bevat oordelen, geboden of verboden, morele opvattingen of ideeën over wat jou door anderen is aangedaan. Wat alle mensen gemeenschappelijk hebben is een aantal basisbehoeften die bijvoorbeeld gaan over veiligheid en geborgenheid, autonomie, begrip, affectie en rust. Als die behoeften niet vervuld worden kan zich een scala aan gevoelens voordoen, zoals boosheid, verdriet, verwarring, schaamte of teleurstelling. De kern van geweldloze communicatie zit voor mij in het gegeven dat opmerkingen, beschuldigingen of opvattingen iets weggeven over een behoefte. Een opmerking als: "Je komt ook altijd te laat voor het eten" is een uiting van een onvervulde behoefte aan respect of verbinding. Alleen veroorzaakt de manier waarop dit geuit wordt bij de ontvanger waarschijnlijk geen empathische reactie, maar eerder iets als: "Maar jij maakt ook altijd zulke onhandige afspraken" of "Ben je soms vergeten hoe vaak je mij hebt laten zitten?".

Vanuit het model van geweldloze communicatie schets je eerst je ongenoegen in neutrale woorden: "Wij hadden om zes uur afgesproken en je bent er niet." Vervolgens benoem je je gevoelens: "Ik heb mijn best gedaan om lekker voor je te koken zodat we met zijn tweetjes een gezellige avond konden hebben en nu voel ik me niet serieus genomen en teleurgesteld." Daarna uit je de behoefte die daar achter ligt: "Ik heb behoefte aan respect voor de afspraken die we met elkaar maken en aan verbinding in de vorm van een gezellige avond met jou samen." Tenslotte doe je een voorstel voor een manier waarop deze behoeftes alsnog kunnen worden vervuld. "Kun je me de volgende keer ruim van tevoren bellen als het je niet lukt op tijd te komen en zullen we dan nu het eten opwarmen en samen een film gaan kijken?". Enfin, dit zijn misschien een beetje kinderachtige en gezochte voorbeelden, maar het gaat om de stappen in de communicatie.

Ik heb deze methodiek nu een paar keer losgelaten op mijn puberzoon en na zijn aanvankelijke verwarring (ik: "Je bedoelt dat je je gefrustreerd voelt omdat je om tien uur thuis moet zijn, terwijl je eigenlijk behoefte hebt aan respect voor het feit dat je al dertien bent?") merk ik dat hij zich wel wat meer begrepen voelt. Ook al is de uitkomst vaak nog hetzelfde. Sinds afgelopen week probeer ik dit ook in mijn werksetting toe te passen en de oprechte behoefte achter boodschappen te zoeken. Dat is een stuk taaier dan de dialoog met een dertienjarige, maar ook hier lijkt het vruchten af te werpen. Niet dat alles nu opeens als een zonnetje loopt maar vooral omdat ik als ontvanger meer begrip krijg voor de behoefte achter de boodschap van de zender. En omdat ik zelf bewuster mijn gevoelens en behoeftes communiceer, waardoor meer een echt contact ontstaat in plaats van een rollenspel waarin je steeds voor rugdekking moet zorgen. De grootste eyeopener is dat ik tot mijn eigen verbazing toch een stuk 'gewelddadiger' blijk te communiceren dan ik altijd gedacht had. Het is nog te vroeg om te kunnen zeggen of mijn batterij nu ook iets minder snel leegloopt, maar het ziet er veelbelovend uit.

Als je meer wilt weten over geweldloze communicatie, kijk dan eens naar dit filmpje van een gesprek met de grondlegger ervan.

uitzicht vanaf mijn werkplek; niet verkeerd toch?

24 december 2013

nieuw idealisme

De tijd rond kerst is voor mij altijd een periode van bezinning. Vaak zijn de laatste dagen tot mijn persoonlijke 'kerstreces' bijzonder hectisch (zo ook dit jaar), maar als ik eenmaal vrij heb dan begint automatisch het opmaken van de balans van het afgelopen jaar. Het is niet eens dat ik er bewust voor ga zitten; het komt bovendrijven tijdens overpeinzingen, jaaroverzichten, terwijl ik een boek lees of in meditatie. Kennelijk moet een jaar netjes afgesloten en voorzien worden van het juiste label in mijn onderbewuste systeem. Dit jaar is voorbij gevlogen en er zijn veel mooie dingen gebeurd: we zijn getrouwd, we hebben een prachtige reis gemaakt en een heerlijk feest gehad met vrienden en familie. De kinderen zijn gezond en zitten lekker in hun vel, mijn werk gaat goed, dus al met al krijgt het jaar voor mij persoonlijk een krulletje.

Maar bekijk ik dingen meer op macroniveau dan is er nog steeds weinig ruimte voor optimisme: het klimaat verandert merkbaar en snel (wist u trouwens dat ik zo'n beetje in het putje van Nederland woon?), de financiële sector is nog steeds too big to fail maar, zo is gebleken, ook too big to change. Homohaat en intolerantie tussen religies laait dicht bij huis op, overheden en grote bedrijven beginnen inbreuk op privacy vanzelfsprekend te vinden. En in plaats van grote verontwaardiging in de samenleving over deze ontwikkelingen merk ik steeds vaker een soort gelatenheid of onverschilligheid die me ernstig zorgen baart.

Hoe gaan we de wereld weer vooruit helpen in plaats van met zijn allen afwachten wat ons overkomt? Wat is mijn aandeel daar in? Het voelt zo machteloos; als een soort Don Quichot vechten tegen windmolens. Want: wat begin je als individu tegen zulke grote problemen als failliete landen, klimaatproblematiek, mensenrechtenschendingen?

Er zit natuurlijk een rare tegenstrijdigheid in mijn verhaal: ik begin mijn stukje met hoe goed dit jaar voor mij en mijn familie is geweest, terwijl om me heen zaken aan het afbrokkelen zijn. Ik schat in dat dat één van de grootste problemen is bij het aanpakken van misstanden: om ons heen gaat het goed. Ja, er zijn mensen werkeloos, er zijn schulden, maar op de schaal der dingen heeft Nederland het redelijk voor elkaar en ontbreekt een directe prikkel om collectief de handen ineen te slaan. Dat voelt hypocriet en daar wil ik ook zeker mijn ogen niet voor sluiten. Sterker nog, daar wil ik mijn verantwoordelijkheid voor nemen. De vraag is alleen: hoe?

Kijk ik naar mezelf dan is één van de grootste drempels om me in te zetten voor een betere wereld een chronisch gebrek aan tijd. En direct nu ik dit opschrijf overvalt me een gevoel van schaamte, want: ik zie wat er gebeurt, maar ik heb het te druk met mijn 'eigen hachje' om me in te zetten voor het collectief? Vind ik echt het werken voor een vakantie of een paar nieuwe schoenen belangrijker dan me inzetten voor het grotere geheel? Een idealist van likmevestje. Of is het omdat in de directe omgeving de zichtbare noodzaak ontbreekt en ik, totdat het zover is, door kan struisvogelen? Allebei conclusies die me bepaald niet vrolijk maken.

Toch weiger ik te geloven dat de mens van nature egoïstisch is en dat er dus niets te veranderen valt aan grote misstanden. Miljoenen jaren is de mens al in staat tot grootse dingen door samenwerking. Democratie, revoluties, ontwikkelingshulp, stakingen, de bouw van pyramides, er zijn talloze voorbeelden te vinden waarin groepen mensen in staat zijn gebleken het verloop van de geschiedenis te beïnvloeden. Zoals ik eerder al schreef heb ik een tijd geleden mijn meditatie weer consequent opgepakt en zie ik steeds helderder dat er op macroniveau eigenlijk geen onderscheid is tussen 'ik' en 'de rest'.

We zijn allemaal onderdeel van één systeem en iedere handeling die ik doe beïnvloedt, bewust of onbewust, het collectief. Ik kocht gisteren fairtrade rijst, waardoor een boer in Azië een eerlijke prijs krijgt voor zijn oogst, waardoor hij zijn kinderen naar school kan sturen, waardoor zij een betere toekomst hebben en daarmee weer anderen vooruit kunnen helpen. Mijn buurvrouw is lerares op een VMBO en zij leert meisjes van 14 en 15 jaar uit sociaal zwakke gezinnen voor zichzelf op te komen, een vak te leren en op eigen benen te staan, waardoor zij meer zelfvertrouwen krijgen en leren onafhankelijk te worden van instanties. Mijn dochter heeft in groep 8 van de basisschool haar eindmusical mogen zingen in een verzorgingshuis en dat heeft er toe geleid dat zij gisteren (inmiddels 15 jaar en in 4 VWO) een paar open sollicitaties voor vrijwilligerswerk heeft rondgebracht naar verzorgingshuizen in de buurt om iets bij te kunnen dragen voor de mensen daar.

Iedere daad van ons heeft impact op het collectief. Dat geldt zowel voor het toebrengen van schade (door onverschilligheid, egoïsme, kortzichtigheid, intolerantie) als voor het zijn van de oplossing. Met schuldgevoel over misstanden los je als individu niets op. Door bewust constructief gedrag te hanteren veroorzaak je misschien grotere impact dan waar je je tot nu toe van bewust was. En iedereen kan daar op zijn eigen micro-niveau iets aan doen: vrijwilligerswerk, een lief kaartje aan een eenzame oudere, soep brengen aan een zieke, vegetarisch eten, de auto laten staan, glimlachen naar onbekenden. We zullen daarmee niet in één klap de revolutie ontketenen, maar wel binnen onze eigen invloedssfeer een keten aan positiviteit in gang zetten die stukje bij beetje de wereld verandert.

Ik wens iedereen warme, gelukkige en fijne dagen en ik hoop jullie allemaal weer te 'zien' in 2014.


06 juni 2013

samenwerking

Een paar weken geleden schreef ik hier al een keer over hoe ik probeer om te gaan met goed en kwaad. Ik zou graag melden dat de discussie die toen speelde helemaal achter de rug is, maar ik zit er nog steeds midden in. Maar geen zorgen: dit wordt geen zurig of tobberig stukje. Ik realiseer me namelijk steeds vaker en steeds concreter dat deze situatie me een paar waardevolle inzichten oplevert waar ik op allerlei manieren mijn voordeel mee doe. Eén van die inzichten is dat samenwerken veel effectiever is dan concurrentie of competitie.

Ik ben opgegroeid met het idee dat competitie gezond is. Niet zo zeer vanuit mijn opvoeding, maar om me heen was er wel degelijk sprake van onderlinge vergelijking: op school wisten we feilloos wie het slimst, het mooist, het populairst, het sportiefst was. Nu zat het al nooit in mijn aard om deze gelukkigen naar de troon te steken, maar ik had wel een sluimerend gevoel dat ik die ambitie eigenlijk wel zou moeten hebben wilde ik "iets bereiken". Wat dat "iets" was had ik niet nader gedefinieerd, maar het belang van "iets bereiken" in je leven werd wel duidelijk gemaakt door boeken, televisie, ouders en leeftijdsgenoten. Tijdens mijn studie werd duidelijk dat "iets" snel dichterbij kwam als je je aansloot bij bepaalde studentenverenigingen, maar de competitieve sfeer weerhield me daarvan. De ontgroeningsrituelen kwamen afschrikwekkend over en ik concludeerde dat ik gewoon niet competitief genoeg was om "iets" te bereiken.

Dat gevoel werd nog eens aangewakkerd toen ik eenmaal begon met werken. De high potentials lieten geen kans onbenut om te laten zien wat ze in huis hadden. Sommigen gingen zo ver dat zij en passant mogelijke concurrenten meteen een hak zetten om zo van twee kanten de eigen positie te verbeteren. Not my cup of tea; ik ben meer van het harmoniemodel en wil niet constant op mijn hoede hoeven zijn of er niemand op mijn positie loert.

Mijn gebrek aan vechtlust heb ik een tijd aangezien voor een gebrek aan ambitie. Wonder boven wonder belandde ik toch in interessante banen, alleen was ik nooit degene die gevraagd werd, in tegenstelling tot collega's die zich meer in de kijker wisten te spelen. En toen begon ik voor mezelf en was het opeens helemaal aan mij om te laten zien wie ik ben en wat ik kan. Dat voelt voor mij al snel als arrogantie en ik heb dus ook best wat moeten overwinnen om hier stappen in te zetten. Na een tijd ZZP'en (zoals dat tegenwoordig zo hip heet) ontdekte ik een paar dingen: een opdrachtgever is niet hetzelfde als een collega. En: ik mis collega's. Niet voldoende om weer een vaste dienstbetrekking aan te gaan, maar wel het delen van ervaringen, het samen continu blijven sleutelen aan verbetering en het meedenken over ingewikkelde problemen. Daar val je een opdrachtgever niet mee lastig; die betaalt om door jou te worden ontzorgd.

Zo ontstond ons bedrijfje: een netwerk voor ZZP'ers die actief zijn op ons werkterrein, die daar hetzelfde over denken en ook geloven dat één plus één drie is. Feitelijk zijn we elkaars concurrenten, maar we draaien het om en leren met en van elkaar en ontwikkelen samen mooie nieuwe dingen. Geld verdienen is niet de drijfveer, maar inspiratie, collegialiteit en plezier. Een concept dat lastig uit te leggen is aan partijen die winst als primaire doelstelling hebben.

De discussie waar we tegen wil en dank in verwikkeld zijn gaat over competitie en heeft een tijdje alle energie uit ons idealistische idee getrokken. Maar nu er wat tijd overheen gaat en we ondanks het lopende conflict met veel plezier blijven samen werken en dingen ontwikkelen, gebeurt er iets bijzonders. We krijgen van bedrijven, die ons als concurrentie zouden kunnen zien, gratis vergaderruimte aangeboden omdat ze ons initiatief charmant vinden. Andere bedrijven melden zich spontaan om te vragen hoe we met hen zouden kunnen samenwerken. En ik spreek regelmatig met "concullega's" die vragen of ons netwerk niet een keer iets wil komen vertellen. Samenwerken vanuit een gezamenlijke interesse, zonder achterliggende commerciële doelstelling, wordt niet als bedreigend gezien.

Samenwerking, als tegenhanger van concurrentie of competitie, is waardevol. Het wakkert inspiratie en creativiteit aan waardoor je samen mooie dingen kan maken. En ja, het maakt je kwetsbaarder, maar dat levert tegelijkertijd mooie en oprechte verbinding op met de mensen die gepassioneerd bezig zijn met hetzelfde thema. In die zin kan het bedrijfsleven een voorbeeld nemen aan de blogcommunity, waar we dit al jaren weten.



21 april 2013

transitiedenken

Ik weet niet hoe dat met jullie zit, maar ik ben het woord "crisis" na bijna vijf jaar behoorlijk zat. Je kan geen nieuws of actualiteiten kijken, luisteren of lezen of het gaat daarover. We bevestigen elkaar keer op keer in hoe ernstig de situatie is en welke effecten het heeft op ons leven, ons werk, ons inkomen. Natuurlijk ben ik niet blind voor de gevolgen van aanhoudende financiële spanningen, maar ik zie tegelijkertijd dat er veel hoopvolle bewegingen zijn die zorgen dat we de samenleving op een andere manier gaan organiseren. Creatiever, duurzamer, meer solidair.

Het lijkt de afgelopen weken een rode draad: ik ben bezig in het boek How Much is Enough (daar vertel ik binnenkort nog wel een keer over). Ik zag een interessante reportage van Tegenlicht, waarin transitiedenkers aan het woord werden gelaten. En last but not least: ik ben nog steeds hard bezig met mijn bedrijfje, dat eigenlijk ook een transitie is van de solistische manier waarop ZZP'ers normaal gesproken werken naar een soort gilde van vakbroeders. Zou dat allemaal toeval zijn? Of staan we aan het begin van een beweging die de samenleving op allerlei punten anders gaat organiseren?

De huidige crisis is niet alleen financieel. Er is sprake van een systeemcrisis, waarin verschillende spanningen tegelijk spelen: we zijn verslaafd aan fossiele brandstoffen, die toch echt eindig blijken te zijn. We hebben een voedselcrisis, waarbij het voedsel niet alleen erg ongelijk verdeeld is over de mensheid maar waar we bovendien 10 calorieën energie nodig hebben om 1 calorie voedsel te produceren. Er staat spanning op de solidariteit van de verzorgingsstaat, waarbij er steeds minder bereidheid lijkt om met elkaar via afdrachten voor kwetsbaren in de samenleving te betalen. De Belastingdienst te slim af zijn is bijna een nationale sport, terwijl we daarmee welbeschouwd alleen onszelf en het collectief bedotten. 

Tegelijkertijd zie ik dat de industriële kijk op de wereld het eind van zijn levensduur bereikt. Niet overal staan productiemiddelen als grondstoffen, kapitaal en arbeid centraal. Steeds vaker gaat het over duurzaamheid, ontplooiing, solidariteit, gemeenschapszin. In mijn omgeving hoor ik mensen vertellen dat zij zelf wat groenten gaan verbouwen op hun balkon, beginnen vrienden voorzichtig aan met "ontspullen" of minder vlees eten. Vrijwilligerswerk, inzamelen voor goede doelen, participeren in broodfondsen, collectieve acties om de wijk leefbaarder te maken; er is iets gaande waarbij een kleine maar duidelijke groep zelf het heft in handen neemt en niet wacht totdat knelpunten "van hogerhand" worden opgelost. Wij zijn de samenleving, dus waarom zouden we wachten?

Onze minister-president roept Nederlanders op tot stoppen met somberen en tot meer consumeren om de economie uit het slop te helpen. Het eerste juich ik toe. Over het tweede denk ik: als we hetzelfde blijven doen als we altijd deden, hoe kunnen we dan verandering verwachten? Is de huidige instabiliteit niet juist een signaal dat het allemaal wel wat soberder zou kunnen en zelfs zou moeten? Ik ben hoopvol over de creatieve energie die ik om me heen zie ontstaan. En ik wil daar deel van zijn, ik wil op mijn eigen bescheiden schaal zelf het verschil helpen maken. Door me te organiseren met anderen die ook klaar zijn om in beweging te komen, niet individueel maar als collectief. Niet vanuit een centrale institutie, maar in kleine, lokale verbanden waarin we elkaar (her)kennen. Door te ruilen (ik heb weer komboecha en kefirkorrels! Op te halen bij mij thuis, in ruil voor biologisch plantgoed!), mensen uit mijn netwerk actief aan elkaar te koppelen, jongeren op sleeptouw te nemen die een slechte startpositie hebben, door mijn kennis ter beschikking te stellen aan anderen en door niet meer bronnen te gebruiken dan ik redelijkerwijs nodig heb. Hoogdravend? Misschien. Maar volgens mij ook realistisch en haalbaar.

Als iedereen op microniveau zijn of haar steentje bijdraagt kunnen we een enorme veranderkracht in gang zetten en hoeven we niet te wachten tot "De Overheid" met de oplossing komt en De Economie weer aantrekt. De oplossing, dat zijn wij namelijk zelf.

eitjes uit eigen kip!

11 november 2012

vitamine i

Met alle nieuwsberichten over oorlog, onderdrukking, crisis en allerhande tragedies zou je bijna gaan denken dat er alleen maar slechte mensen bestaan.Vooral in de tijd dat de blaadjes van de bomen vallen kan dat soort berichtgeving erg bij me binnen komen en me soms zelfs een beetje uit het lood slaan. Ik wil mijn ogen niet sluiten voor slechte dingen die in de wereld gebeuren, maar het kan toch niet de bedoeling zijn dat de wereld zo eenzijdig belicht wordt? Je zou bijna het idee kunnen krijgen dat negativiteit en het kwaad de boventoon voeren, terwijl er ook zoveel mooie en hoopgevende dingen gebeuren. Het is soms alleen even zoeken.

Om weerstand op te bouwen tegen die negativiteit organiseer ik stevige tegenkracht; ik noem dat voor mezelf vitamine i, waarbij de i staat voor inspiratie. Het leek me aardig om er hier een keer iets over te schrijven.

Mijn top 5 van vitamine i in willekeurige volgorde:

1. foto's bekijken die onderstrepen dat er wel degelijk positieve dingen gebeuren in de wereld
2. luisteren naar sprekers die een inspirerend verhaal vertellen. Mijn meest favoriete op dit moment zijn Brené Brown  en Neil Pasricha
3. mezelf nuttig maken voor een ander zonder er iets voor terug te willen of te verwachten. En zien hoeveel anderen dat ook met veel overgave doen.
4. metta beoefenen of regelmatig een actie kiezen uit de Random Acts of Kindness beweging
5. mijn maandelijkse verse Ode (vanaf 2013: The Optimist), die mij inspireert met alle hoopgevende initiatieven en bewegingen die er wereldwijd bestaan

Ik wil me wel degelijk bewust blijven van de minder mooie dingen die er gebeuren op deze wereld. Er is echter niemand mee geholpen als ik daardoor bij de pakken neer ga zitten. Ik wil met compassie leven, niet met medelijden. En dat lukt me vooral als ik dagelijks een stevige portie vitamine i tot me neem.

Doen jullie ook aan vitamine i? En zo ja, hoe ziet dat er voor jou uit?

14 oktober 2012

revolutie van onderop

Via Uitzending Gemist bekeek ik een aflevering van Tegenlicht. Het ging dit keer over kleinschalige initiatieven van burgers waarmee ze minder afhankelijk worden van de overheid of van grote maatschappijen; voor degenen die hier wel vaker meelezen is het geen verrassing dat ik op het puntje van mijn stoel heb gezeten.

Schaalvergroting is een rode draad van de afgelopen, pak 'm beet, twee decennia. Kleine bedrijfjes worden, als ze niet rap groeien, verstoten door de grote jongens; groei is bijna een synoniem voor succes geworden. We leven in een economie van meer, groter, duurder. Om al die groei behapbaar te houden wordt dienstverlening vergaand gestandaardiseerd en worden callcentra ingehuurd om klanten te woord te staan. De wereld juridiseert in een rap tempo: eindeloze algemene voorwaarden of omvangrijke koopovereenkomsten zorgen ervoor dat bedrijven sterk staan in hun "strijd" tegen de consument. En als consument doen we zelden meer zaken met een mens, maar vaker met een anonieme vertegenwoordiger van een logge, onpersoonlijke organisatie. Dat we steeds individualistischer worden, dat we dankzij al die ongecontroleerde groei gestaag grondstoffen uitputten en dat we ons als consument steeds meer moeten wapenen tegen het juridische overwicht van de grote marktpartijen is een bijna onafwendbare bijwerking.

In de documentaire van Tegenlicht worden voorbeelden gegeven van zelforganisaties die met elkaar in zee gaan om onafhankelijk te worden van multinationals en andere machtige instanties. Het laat kleine groepen mensen zien die ervoor kiezen te transformeren van consument naar producent, die zich verenigen om samen duurzame energie op te wekken, of die zich aansluiten bij een zogenaamd broodfonds, gebaseerd op solidariteit en vertrouwen. Dat soort initiatieven zijn voedsel voor mijn ziel en bieden tegenwicht aan winst en wantrouwen wat op dit moment vaak het uitgangspunt lijkt. 

Vanuit de gedachte "verbeter de wereld, begin bij jezelf" ben ik een warm voorstander van zelforganisatie. Kleinschalige initiatieven die gebaseerd zijn op gemeenschapszin, duurzaamheid en vertrouwen zijn in mijn optiek veel kansrijker én duurzamer dan systemen gebouwd op wantrouwen, contracten en boetesystemen. Bovendien draagt gezamenlijkheid volgens mij in sterke mate bij aan het gevoel van welvaart. De huidige maatstaf van welvaart, het BNP, lijkt eenzijdig en achterhaald.

En ja, dan loop je als welwillend groepje mensen het risico dat er een keer een rotte appel tussen zit. Zou je om die reden maar helemaal niet moeten beginnen? Dan geef je de rotte appels van deze wereld volgens mij onevenredig veel macht. Ik geloof in menselijk contact, in onze directe omgeving als perfecte schaal om kleine maar zichtbare veranderingen teweeg te brengen. En wat hebben we nou helemaal te verliezen? Couchsurfing, participeren in lokale ruilkringen, het delen van gereedschappen of vervoersmiddelen; ik denk dat de revolutie voor een meer duurzame en minder onpersoonlijke samenleving echt van onderop moet komen door stoïcijns uit te blijven gaan van solidariteit en vertrouwen.

Zo. Dat wilde ik even kwijt.

24 september 2012

dilemma's

Ik ben inmiddels alweer een tijdje zelfstandig ondernemer. De vrijheid en de eigen verantwoordelijkheid bevallen me prima. Ik ben wel een "veilige" ondernemer: ik heb geen grote investeringen hoeven doen waardoor ik mijn risico's redelijk beperk, ik ben keurig verzekerd tegen arbeidsongeschiktheid (duur!) en ik spaar keurig voor mijn pensioen en voor periodes van financiële tegenslag. Naast wat elektronica, representatie, vakliteratuur en kantoorartikelen geef ik maar weinig uit aan mijn bedrijfje en bij wat ik wel uitgeef let ik erg op de kleintjes.

Maar nu doet zich een dilemma voor. Voor mijn werk ben ik afhankelijk van mijn auto. Ik rijd al jaren in hetzelfde autootje, maar de jaren beginnen te tellen en mijn afstanden nemen toe. Omdat de auto op LPG rijdt die ik vervolgens weer compenseer, is het weliswaar geen supergroene oplossing, maar het is minder schadelijk dan diesel of benzine. Maar, eerlijk is eerlijk, over de snelweg is met mijn auto niet de meest comfortabele ervaring en de veiligheid is in nieuwere auto's een stuk beter gewaarborgd.

Door een samenloop van fiscale voordelen en milieupremies is het op dit moment voor ondernemers erg aantrekkelijk om een fonkelnieuwe elektrische auto te kopen. Sterker nog; door zakelijk in zo'n auto te gaan rijden ben ik in mijn situatie in een aantal opzichten voordeliger uit. Maar ergens knaagt het. Ja, het is een groene auto, maar weegt groen rijden op tegen de milieu-aanslag die het produceren van zo'n atuo betekent? Is het al met al niet gewoon "groener" om mijn huidige auto op te rijden tot hij echt niet meer te repareren is? Zou ik ooit bereid zijn geweest om zo'n decadente investering te doen als er geen positieve prikkels vanuit de overheid waren geweest? Eén ding staat voor mij vast: de aanschaf van een nieuwe auto was dan überhaupt niet in me opgekomen.

Ik ben dus er niet uit. Ik vind het een goede zaak dat de overheid stimuleert dat er milieubewuste keuzes worden gemaakt. Maar als deze stimuleringsmaatregel betekent dat een prima auto vervroegd wordt afgedankt om plaats te maken voor een state-of-the art nieuw exemplaar, dan schiet het zijn doel ergens toch voorbij? Of zie ik iets over het hoofd?

Een soortgelijk dilemma heb ik als het gaat om de fiscale regels die huizenbezit voor een brede groep toegankelijk maken. Een prima uitgangspunt wat mij betreft, maar wel een die me voor een morele keuze stelt. Op dit moment heb ik mijn hypotheek voor een groot deel afgelost, als onderdeel van mijn wens om financieel zo onafhankelijk mogelijk te zijn. Het punt is daarmee bereikt dat ik, als ik verder aflos, mezelf fiscaal in de vingers snijd. Kort en goed: meer aflossen kost me geld.

Af en toe heb ik het gevoel dat goedbedoelde prikkels lang niet altijd uitpakken zoals ze bedoeld zijn. De keuze of ik mijn hypotheek helemaal zal aflossen en mijn verlies zal nemen heb ik nog een tijdje voor me uit geschoven in afwachting van de politieke ontwikkelingen. En ik moet er nog flink wat nachtjes over slapen voor ik de knoop doorhak of er een nieuwe, groene auto voor mijn deur gaat komen. Wat zouden jullie adviseren?


10 mei 2012

ondertussen in mijn eetbare tuin....

Het weer is nog niet om over naar huis te schrijven maar de tuin begint langzaam maar zeker echt groen te worden. De eerste sla is geoogst, de mosterd staat in bloei en over een paar weken vieren we de eerste aardappelen. Een rondleiding in foto's door mijn piepkleine stadsboerderij in de maand mei.


de pluksla staat er na een buitje prima bij

het Rosevalhoekje

ook dit is lente!


aardbei en Vergeetmeniet. Gewoon omdat het kan.

nieuwsgierig kipje

venkel in de couveuse

mosterdzaad en rabarber

uien, pastinaak, mini-kompostemmer en zwammenstam


rabarber, venkel, palmkool, ananaskers, mais, tomaat, braam, framboos, aardappel, bonen, erwten, mosterdzaad, oesterzwam, ui, knoflook, raapsteel en kruiden op een krappe 20m2

"Kijk nou! Een slak!"
 

07 april 2012

duurzaam eten

Ons dagelijks menu is doordrenkt van olie. Niet zozeer de calorierijke olie waar we in bakken en braden (alhoewel ook dat soms best wat minder kan...) maar in de fossiele brandstoffen die nodig zijn om eten van het land op ons bord te krijgen. En olie, zo is inmiddels de algemene opvatting, is steeds moeilijker in te winnen. Het is niet zo dat olie snel op zal raken, maar het wordt steeds lastiger om het boven de grond te krijgen en daarmee steeds duurder. Het verschijnsel dat alle gemakkelijk bereikbare bronnen zo'n beetje leeg zijn wordt peakoil genoemd. Wanneer dat precies is bereikt is eigenlijk pas achteraf vast te stellen, maar schattingen lopen uiteen tussen 2008 en 2020. Overigens wordt er al sinds de jaren '80 meer olie opgepompt dan er nieuwe oliebronnen worden gevonden.

Maar dit stukje is niet bedoeld om een deprimerend verhaal over schaarste en tekort te houden. Ik wil het juist hebben over manieren om meer duurzaam te eten. De aanleiding is deze documentaire uit 2009 waarin, naar mijn idee, een heel indrukwekkend beeld wordt geschetst van het belang van duurzaam "boeren". Maar boeren doen eigenlijk niets anders dan het voorzien in de behoefte van ons consumenten: we verorberen met z'n allen enorme hoeveelheden vlees, zuivel, eieren en graan. En aangezien we met steeds meer zijn, stelt dat hoge eisen aan de productie. Om aan die nog altijd groeiende behoefte tegemoet te komen worden allerlei trucs uitgehaald: kunstmest, intensieve veeteelt, genetisch manipuleren, platbranden van stukken bos om meer te kunnen verbouwen. Deze manier van produceren leidt onder andere tot uitputting van vruchtbare grond, mestoverschotten en verschraling van de voedingswaarde. Om de grond te bewerken en het voedsel ook naar andere gebieden te distribueren is veel olie nodig: voor landbouwmachines, voor bewerking, voor transport. Op termijn is deze vorm van voedselproductie niet houdbaar. We proberen eigenlijk gras sneller te laten groeien door er heel hard aan te trekken.

Andere voedselkeuzes helpen bij het "afkicken" van onze olieverslaving. Je ontkomt er daarbij niet aan om maar weer eens een aantal open deuren te noemen, zoals: verminder je vlees- en zuivelconsumptie. Eet lokaal en kies voor groenten uit het seizoen. Maar wat ik een interessante eye-opener vond in de documentaire was de notie dat we erg verslaafd zijn geraakt aan granen. Graan is een gewas dat veel ruimte nodig heeft om te groeien. Bovendien is er veel olie nodig voor oogst, bewerking en transport van granen. Weliswaar vormen graanproducten een belangrijk onderdeel van een gezonde voeding, maar we eten nog altijd meer (en meer bewerkt!) dan we voor een evenwichtig dieet nodig hebben.

Ook de manier waarop we met de aarde omgaan is een relevante factor in onze afhankelijkheid van olie. Als boeren een diversiteit aan grassoorten zaaien is er het hele jaar door voldoende te grazen, waardoor koeien buiten kunnen blijven staan en er bovendien niet gehooid hoeft te worden. Door landbouwgrond niet te ploegen kunnen micro-organismen beter hun werk doen en dat komt de vruchtbaarheid en kwaliteit van de grond ten goede. Het niet al te netjes houden van de natuurlijke omgeving, maar organisch materiaal de tijd geven om te rotten, draagt bij aan het bodemleven en daarmee aan de voedingswaarde van ons eten.

Het lijkt alsof ruimte een belangrijke randvoorwaarde is om hier als individu een bijdrage aan te leveren. Met voldoende grondoppervlak is het verbouwen van eigen groenten, het aanleggen van een composthoop of het houden van (klein)vee gemakkelijker te realiseren dan in de beperkte ruimte van een stad. Maar, zoals ik op mijn blog al vaker heb bepleit, kun je ook als stedeling bescheiden stappen zetten naar een meer zelfvoorzienend leven. En als je een netwerkje opzet met gelijk gezinden, waarbij de één tomaten en sla opkweekt op het balkon, een ander een fruitboompje plant en een derde een paar courgetteplanten in potten heeft staan, heb je al een leuke stap gezet. Alles wat we zelf produceren, hoe bescheiden ook, doet weer minder beroep op fossiele brandstoffen en is daarmee en stap op weg naar onafhankelijkheid. En bovendien is het nog hartstikke leuk ook.


04 augustus 2011

voedselverspilling

Mijn ouders zijn van net na de Tweede wereldoorlog. Ze hebben geen echte honger meegemaakt, maar wel relatieve armoede. Mijn grootouders waren tot het eind van hun leven sterren in het optimaal gebruiken van restjes. Geen aardappel verdween in de prullenbak, geen stukje vlees bleef over. Altijd kon er wel iets in de soep of bij de jus, een aardappeltje werd opgebakken, de pan werd uitgedept met een stukje brood. Het is grappig om te merken hoe mijn moeder die gewoonte naadloos overnam en ook ik nu moeite heb om restjes voedsel weg te gooien. Niet alleen omdat dat me met de paplepel is ingegoten, maar ook omdat de verkwisting verder gaat dan alleen het voedsel dat je weggooit.

Wij Nederlanders gooien per jaar ongeveer voor 125 Euro aan eten weg waar niets mis mee is. Iedere kilo die je weggooit betekent gemiddeld ook een liter brandstof voor het produceren, verpakken en vervoeren van het voedsel. En daarnaast ook nog de enorme hoeveelheden water die er nodig zijn geweest voor het verbouwen van de gewassen of het fokken van het vee. Voor het produceren van een kilo biefstuk is ongeveer 10 á 15.000 liter water nodig geweest, dus reken maar uit.

Ik ben zeker geen heilig boontje op dit punt, maar ik probeer wel bewust verspilling tegen te gaan. Ondanks mijn pogingen verdwijnt er vrijwel wekelijks wel iets uit de koelkast of van de fruitschaal dat eenvoudigweg niet op tijd verwerkt is in een maaltijd. Toch zijn er wat uitgangspunten die ik bij mijn boodschappenplanning hanteer die moeten voorkomen dat er teveel in de gft- of vuilnisbak verdwijnt met alle verspilling die daar mee samenhangt:

- Ik eet zoveel mogelijk Nederlandse seizoensgroenten, liefst uit eigen tuin
- Ik probeer realistisch te zijn bij het inkopen: geen artisjokken of grote blokken tofu als ik niet zeker weet dat ik daar mijn gezin  of mezelf een plezier mee doe
- Ik koop zoveel mogelijk plantaardig voedsel (groenten en fruit) en beperk de aankoop van dierlijke eiwitten (zuivel, vlees, vis)
- Ik kook kleinere porties. De verleiding is altijd groot om genoeg te koken zodat iedereen nog een keer kan opscheppen. In de praktijk komt het er dan op neer dat je ofwel teveel eet (slecht voor de lijn), ofwel dat je het weggooit (zonde)
- Ik kies producten met zo min mogelijk vliegkilometers. Boontjes uit Frankrijk zijn naar mijn idee een betere optie dan boontjes uit Ethiopië
- Plan je maaltijden vooruit. Een weekmenu helpt je precies genoeg in te kopen en scheelt stress als je na een drukke dag werken nog moet bedenken wat je wilt koken en vervolgens naar de winkel moet
- Denk in je planning vooruit over de kliekjes. Wat extra pasta of broccoli vormen al snel een mooie basis voor een lunch voor de volgende dag.
- Soms houden we een kliekjesavond. Vaak is er van één maaltijd niet genoeg over om nog een hele avond met het gezin van te eten. Maar een aantal kliekjes bij elkaar maken een interessante maaltijd, dat we hier thuis blijmoedig "hutsieflutsie" noemen (en waar vooral de kinderen heel blij van worden)

- Vries alleen voedsel in dat je echt gaat eten en eet dat dan ook. Ik heb een lijst met de inhoud van mijn vriezer op de deur hangen, zodat ik niet vergeet wat er achterin weggestopt staat.
- Lees over het thema. Op Wasted food maakt Jonathan Bloom duidelijk op welke manieren we voedsel verspillen en wat je er tegen kunt doen. The Frugal Girl heeft de vaste gewoonte om iedere vrijdag meedogenloos vast te leggen welke dingen zij die week heeft weggegooid (en een groot aantal collega-bloggers volgt haar voorbeeld). Op Love food, hate waste staan allerlei handige tools om je te helpen verspilling terug te dringen.

Wat doe jij om voedselverspilling tegen te gaan?

25 juni 2011

veganish

Sinds het lezen van boeken als The China Study, In defence of food en geweldige documentaires zoals deze van de VPRO, kies ik steeds vaker bewust voor plantaardige opties in mijn menu. Melk is al een tijdje uit mijn dieet verbannen sinds ik een duidelijk verband kon leggen tussen het drinken van melk en mijn allergieklachten (al twee jaar volledig hooikoortsvrij!), maar tegenwoordig ben ik ook vrij consequent in het gebruiken van alternatieven voor yoghurt, kaas, room en eieren. Niet zozeer uit overwegingen van dierenrechten (alhoewel ik dat zeker belangrijk vind), maar vooral omdat ik op die manier een bijdrage lever aan het milieu en aan mijn eigen gezondheid.

Toch aarzel ik om mezelf veganist te noemen. Ik omschrijf het liever als: ik ben hoofdzakelijk vegetariër, maar ik vermijd zuivel. Zo heb ik bijvoorbeeld niet zoveel moeite met het gebruik van honing of wol. Ik zal niet snel kaas voor mezelf kopen, maar als mij een blokje oude brokkelkaas wordt aangeboden zal ik die niet per definitie af slaan. Ook ben ik niet consequent in het lezen van etiketten of ergens echt geen dierlijke additieven in zitten. En als ik zelf kippen zou hebben, dan zou ik zeker de eieren eten.

Het probleem met etiketten als "vegetariër", "veganist" of "raw-foodie" is dat ze zo rigide zijn. Op het moment dat ik mezelf veganist noem en "betrapt" word op het eten van een stukje kwarktaart of het dragen van een leren riem, dan beïnvloed ik daarmee ongewild het beeld over echte veganisten. Noem ik mezelf echter vegetariër dan is de kans groot dat ik bij een etentje alternatieven voor vlees krijg voorgeschoteld die hoofdzakelijk bestaan uit kaas. Daarnaast wordt het etiket vaak geassocieerd met restricties en verboden: je "mag" zoveel niet. Het fijne van mijn persoonlijke variant is, dat ik alles kan eten. Mijn menu is opgebouwd uit de talloze mogelijkheden die er zijn om dierlijke producten te vervangen door plantaardige. Maar zou ik opeens enorme trek krijgen in een uitsmijter, dan is er niemand die me tegenhoudt.

De term flextariër is inmiddels aardig in zwang voor part-time vegetariërs en dat vind ik een prima ontwikkeling. Ik gun iedereen om optimaal te kunnen genieten van eten, maar door alleen al te minderen met vlees bewijs je het milieu een grote dienst. Er is echter nog geen goed Nederlands woord voor flexibele veganisten. Ik hoorde Oprah vorige week de term "veganish" gebruiken voor haar dieet. Een prima woord wat mij betreft, maar ik zoek nog naar een adequate Nederlandse variant die mij helpt uit te leggen dat ik zoveel mogelijk plantaardig eet, maar daar vooral pragmatisch mee omga. Iemand een suggestie?

10 november 2010

ahimsa

Ik heb hier weleens laten vallen dat ik een opleiding tot yogadocent volg. Niet omdat ik een carrièreswitch overweeg, maar omdat ik meer intensief met yoga bezig wilde zijn dan af en toe een uurtje. Het blijkt een gelukkige beslissing te zijn; de opleiding heeft me meer gebracht dan alleen diepere kennis van de achtergronden van yoga. Het heeft me na mijn ongeluk van vorig jaar geholpen om te gaan met mijn beperkingen. Het heeft me geleerd hoe ik weer in mijn lijf kan landen als ik te lang in mijn hoofd heb gewoond. En het geeft me stof tot nadenken als het gaat om de achterliggende filosofie.

Eén van de begrippen vanuit de yogaleer die ongemerkt veel invloed is gaan uitoefenen op mijn leven is ahimsa. Er is niet echt een goede vertaling voor deze Sanskriet-term. Vaak wordt het omschreven als geweldloosheid, maar dat dekt de lading niet helemaal en geeft het een wat passieve connotatie. In een Amerikaans artikel noemden ze het "love in action" wat ik persoonlijk een veel mooiere omschrijving vind.

Gandhi is waarschijnlijk de bekendste belichaming van ahimsa. In al zijn denken, voelen en handelen stond totale onthouding van geweld of negatieve gedachten over anderen centraal. Hij had de overtuiging dat als je deze doctrine consequent doorvoert in alle aspecten van je leven, je geen vijanden kunt hebben; de ander heeft uiteindelijk simpelweg geen andere keuze dan jouw liefde te beantwoorden.

Voor er verkeerde ideeën ontstaan door dit voorbeeld: ik heb niet de illusie dat ik ooit ahimsa op dat niveau kan beoefenen. Maar een nuchtere, Hollandse uitleg van het principe kan de wereld naar mijn idee wel een stukje mooier maken. Ik heb eens nagedacht hoe ik ahimsa vertaal naar mijn leven en ik kom tot het volgende lijstje.

  • Voorkom het (bewust) veroorzaken van leed waar mogelijk
  • Benader mensen open en onbevooroordeeld; probeer als je stuit op negativiteit zelf vriendelijk te blijven
  • Verbruik niet meer dan je nodig hebt (of het nu gaat over voedsel, energie of toiletpapier)
  • Voorkom dat anderen moeten lijden voor jouw consumptiegedrag (koop waar mogelijk biologisch en fair trade, vermijd producten die het resultaat zijn van dierenleed)
  • Deel in andermans vreugde
  • Leer je kinderen begrip te hebben voor anderen en niet te oordelen
  • Wees behulpzaam, doe regelmatig spontaan iets belangeloos voor een ander
  • Schenk aan goede doelen
  • Behandel anderen in alle situaties zoals jij behandeld zou willen worden
  • Probeer anderen niet te veranderen maar kijk hoe jij zelf beter met de situatie om kan gaan
  • Bedenk voor je iets wegdoet of je er een ander blij mee kunt maken
  • Kies bij twijfel altijd voor de meest integere oplossing
  • Deel, en schep daar genoegen in
  • Wees dankbaar voor wat je hebt in plaats van gefrustreerd over wat je niet hebt
  • Maak oprechte en gemeende complimenten, wanneer de kans zich maar voordoet
  • Luister met aandacht
  • En last but not least: breng jezelf geen schade toe
In alle eerlijkheid: het is work in progress, maar je bewust zijn van je persoonlijke ahimsa-pad is volgens mij best een mooie eerste stap.

01 april 2010

foodwatch

Eerder deze week schreef ik al iets over voedsel en de - ontbrekende - objectiviteit van gezondheidsclaims. Vanochtend lees ik in Genoeg (over een bron van inspiratie gesproken!) dat er zoiets bestaat als foodwatch. Soms worden je wensen wel héél snel verhoord!

Foodwatch is een nog jonge stichting die zich inzet voor eerlijk eten en eerlijke informatie over eten. Ze worden gefinancierd door donateurs en dat zijn wij: consumenten. Er zitten dus geen belangen van de overheid of enige belanghebbende industrie achter. Ze doen kritisch onderzoek naar etiketten en gezondheidsclaims en ze bestoken Brussel voor betere voedselwetgeving. Het roept bij mij het beeld op van een soort Keuringsdienst van Waarde maar dan met een extra toefje lobby. Via de website kan de consument zelf misleidende producten aanmelden voor nadere inspectie en een georganiseerde reactie naar de fabrikant.

Het uitpluizen van etiketten en claims heeft sinds hun start in januari al een paar aardige bevindingen opgeleverd. Zo bevat Appelsientje Multivitamientje Hollandsfruit geen Hollands fruit maar gezoet water en wat buitenlands vruchtenconcentraat. Per dag moet je zo'n 107 droge Cracottes van Lu wegwerken (2782 calorieën!) om aan je dagelijkse hoeveelheid vezels te komen. De ingrediënten van Hero Fruitontbijt aardbei-sinaasappel en Hero sinaasappel-banaan zijn nagenoeg identiek en guess what? De smaakjes komen niet uit fruit maar gewoon uit de fabriek.

In Duitsland bestaat foodwatch al 8 jaar en hebben ze inmiddels de nodige successen op hun naam staan. Mooi dat het initiatief nu ook in Nederland start! Wat mij betreft zeker een beweging om in de gaten te houden.

12 maart 2010

levensboek

Wat blijft er over van je leven als je er steeds stukjes van verliest? Als je herinneringen je langzaam ontglippen? Verdwijnt daarmee ook je levenswijsheid? Heeft je leven zin gehad als je je er weinig van herinnert? Is er een manier om wat laatjes open te trekken en de versnipperde ervaringen, wijsheid en herinneringen toch nog over te dragen aan de volgende generaties?

Binnenkort ga ik aan de slag om met een dementerende oudere een levensboek te schrijven. Omdat de organisatie waar ik dat voor ga doen me niet zomaar in het diepe wil gooien, heb ik vandaag een cursusmiddag gehad. En dat was behoorlijk intensief. Hoe praat je met een oudere die zichzelf als jongere ziet? Hoe stel je vragen zonder steeds een beroep te doen op kennis en de verteller confronteren met het verdwijnen daarvan? Hoe ga je om met vervormde waarheden, paranoia en waanideeën? Een fascinerende opdracht, maar ook een zware. En ik ben in dit proces niet meer dan de hand die het verhaal van een ander schrijft.

Levensboeken zijn een prachtig instrument om wijsheid en levenservaring vast te leggen. Juist voor mensen die hun herinneringen en wijsheid langzaam kwijt aan het raken zijn. En juist voor dementerende mensen is het een manier om te bevestigen dat ze er mogen zijn, dat ze verschil maken, dat hun leven iets heeft betekend. De kunst voor de schrijver is om met zoveel aandacht en respect vragen te stellen en te luisteren, dat vervolgens uit de vele stukjes verhalen en emoties een prachtige kleurrijke, lappen deken wordt gecreëerd.

01 maart 2010

solidariteit

Woensdag gaan we naar de stembus en hier, in Den Haag, brengen de voorspellingen al weken heel wat onrust teweeg. Ik heb geen politieke weblog, dus een pleidooi om al dan niet op een bepaalde partij te stemmen zal ik dan ook voor me houden. Wat me echter sterk verontrust zijn de geluiden dat de PVV sterk zal inzetten op een verbod van hoofddoekjes bij alle gemeentelijke en gesubsidieerde instellingen in Den Haag als zij de voorspelde overwinning zal halen.

In mijn directe woon- en werkomgeving ken ik veel vrouwen die een hoofddoek dragen. Moderne, werkende geëmancipeerde vrouwen die er bewust (en zelf!) voor kiezen om hun identiteit op deze wijze uit te dragen. Gelukkig ben ik niet de enige die zich zorgen maakt om dit gebrek aan tolerantie, nota bene uit naam van de vrijheid van meningsuiting.

Dit weekend bereikte mij een oproep om als daad van solidariteit woensdagmiddag om 12 uur in het centrum van Den Haag met een hoofddoek om te gaan stemmen. Een particulier initiatief dat ik van harte steun.

Mochten er meer Haagse vrouwen meelezen die zich aan willen sluiten: we verzamelen om 12 uur voor het Gouden Hooft en gaan stemmen bij HOF op de Dagelijkse Groenmarkt.

logboek

Ik ben nogal eens geneigd te tobben over wat ik allemaal verkeerd doe op milieu- en consumindergebied. Zo pak ik bij slecht weer vaak de auto naar mijn werk, gaat er wekelijks nog steeds veel plastic de deur uit en neem ik niet vaak de tijd om uit te puzzelen waar mijn boodschappen het goedkoopst zijn. Dus besloot ik een tijdje bij te houden wat ik allemaal wél goed doe. Een soort milieu- of consuminderlogboek om de moed er in te houden, zeg maar.

- ik sta op en was mijn gezicht met koud water. Voorheen deed ik dat met cleanser, tonic en weet ik wat allemaal voor spul, maar dat heb ik afgezworen. Als dagcrème smeer ik Weleda. Die is 100% natuurlijk, wordt niet op dieren getest en met aandacht voor fairtrade en duurzaamheid.

- ik maak een portie havermout met zelfgemaakte sojamelk. Ik zet meteen een verse portie sojabonen te weken voor een volgende voorraad. Door zelf sojamelk te maken spaar ik verpakking, transport én kosten. De bonen koop ik bij de biologische supermarkt.

- ik maak mijn lunch en die voor de kinderen klaar. We nemen ieder zelf een broodtrommel en (herbruikbaar) flesje drinken mee om afval te beperken (en kosten te sparen!). Ik gebruik regelmatig mijn bento en vul die met kliekjes van de vorige avond. Zo voorkom ik dat er eten wordt weggegooid.

- op het werk let ik er op dat ik geen plastic bekertjes gebruik, maar altijd mijn eigen mok. Als ik een keer toch een plastic bekertje krijg aangeboden omdat het niet anders kan, dan zorg ik dat ik hem kan hergebruiken.

- áls ik print dan doe ik dat altijd dubbelzijdig én met twee bladzijden per pagina. Zo print je op een A4tje in totaal vier pagina's. In elke e-mail die ik verstuur staat een disclaimer met de indringende vraag of het écht nodig is de mail uit te printen (desondanks zie ik tot mijn frustratie nog dagelijks mensen die wel alles afdrukken).

- ik zet de verwarming in mijn kantoor uit als ik er niet ben (de lichten hebben een bewegingssensor, dus daar hoef ik me sowieso geen zorgen om te maken). Thuis gaat de verwarming pas aan als we er 's avonds allemaal zijn. We zetten hem op 19 graden; daar ben ik inmiddels zo aan gewend, dat ik het bij andere mensen vaak erg warm vind. We zetten de verwarming al ver voor bedtijd lager.

- we scheiden al het afval: GFT, papier, plastic, glas. Voor het restafval hebben we nog maar een heel klein prullenbakje nodig, waarvoor we oude plastic zakjes (bijvoorbeeld waar het fruit uit de supermarkt in gewogen wordt) als vuilniszak gebruiken.

- 's avonds thuis koken we volgens ons woensdagse weekmenu, zodat we (meestal) precies afgepast de goede proviand in huis hebben en geen overbodige kilometers hoeven te maken voor extra inkopen. We nemen altijd onze eigen tassen mee om de boodschappen in te vervoeren. Ik kook vrijwel volledig vegetarisch (ook met zo min mogelijk zuivelproducten) om het milieu te sparen. In de loop der jaren heb ik menu's zodanig leren samenstellen dat niemand in huis het vlees echt mist. Alhoewel de mannen in mijn gezin af en toe wel een stukje worst bij de stamppot lusten. En dat maak ik dan ook gewoon voor ze klaar.

- de zeep die we gebruiken maak ik zelf; omdat er gegarandeerd geen chemische troep in zit, was ik er zonder problemen mijn gezicht mee.

- de was doe ik in de goedkope uren en met zelfgemaakt wasmiddel, wasnoten of een Ecoball.

- we zijn vrijwel volledig overgestapt op spaar- en ledlampen. We zetten ze pas aan, wanneer dat echt nodig is.

- we gooien vrijwel niets zomaar weg; alles wordt eerst bezien op Marktplaats-waarde en gaat anders naar de weggeefwinkel, Kringloop of Dress for Succes. Ook kopen we hoogstzelden iets nieuw: als we iets willen aanschaffen stellen we onszelf eerst indringend de vraag of we het écht nodig hebben en gaan dan bij Marktplaats en rommelmarkten kijken of we het tweedehands kunnen vinden. Door een dergelijke vertraging in te bouwen valt regelmatig de initiële behoefte al weg, dus dat is dubbel verdienen!

Het lijstje kan uiteraard nog véél langer en ik ben nog steeds aan het leren hoe het nog beter kan. Maar het overzicht geeft me desondanks het lekkere gevoel dat ik met de opeenstapeling van al die kleine beetjes toch al verschil kan maken.

22 februari 2010

bedelaars

In vrijwel elke grote stad vormen ze een bekend verschijnsel in het straatbeeld: zwervers en bedelaars. Toen mijn dochter en ik dit weekend 's ochtends vroeg door Londen slenterden, lagen her en der in portieken, op parkbanken en in metrostellen daklozen te slapen. Niemand leek er van op te kijken. 's Middags vormden de portieken en parkbanken niet langer hun habitat, maar verschenen zij als bedelaar in de drukke, dure winkelstraten. Sommigen ineengekrompen naast een toelichtend bord waarop te lezen was dat ze arm en hongerig waren. Anderen hielden alleen de hand op of spraken het winkelend publiek aan om kleingeld. Naast de recht-toe-recht-aan bedelaars waren er ook meer ondernemende types die met wisselend talent al zingend of musicerend geld bij elkaar probeerden te verdienen.

Liefdadigheid in de vorm van het geven van geld aan zwervers en bedelaars zit niet in onze cultuur ingebakken. De overheid regelt het wel en anders zijn er allerlei maatschappelijke instanties als de soepbus en de nachtopvang die deze doelgroep helpen. Bovendien kunnen zwervers toch hun eigen geld verdienen met de verkoop van de daklozenkrant? Vinden we.

Ooit, toen ik nog vlees at, gaf ik een zwerver die zei dat hij honger had een net aangeschafte hamburger, nog helemaal in de verpakking. De man weigerde het en verzocht me om geld. In Parijs werd ik ooit aangesproken door een prachtig klein meisje dat om geld vroeg. Ik gaf haar een paar losse francs en een liga. Ze rende naar haar moeder die haar een stukje verderop onopvallend opwachtte en die haar, bij het zien van het geringe bedrag, de liga afpakte, een klap gaf en terug stuurde.

Bedelaars stellen mij voor een dilemma. Het voelt niet goed om er (letterlijk en figuurlijk) aan voorbij te gaan. Toch vraag ik me af: doe ik er goed aan als ik geld geef? Draag ik op die wijze niet bij aan het in stand houden van een verslaving of aan ander gedrag dat hen in deze situatie heeft gebracht? Maar wie ben ik om daar over te oordelen, doet het er überhaupt toe wat ze met het geld doen? Bovendien heb ik toch genoeg geld om te kunnen delen met anderen? Is het dan niet een kwestie van beschaving om de behoeftige medemens te helpen, waar die behoefte dan ook mag liggen?

De volstrekt arbitraire grens trek ik meestal bij mensen die iets doen voor hun geld; hoe klein ook. Zo kan een zwerver met een trommeltje of éénsnarige ukelele op een bijdrage rekenen. Maar toch blijft het bij confrontaties aan me knagen: heb ik niet de morele plicht om andere mensen te helpen? En is het eerlijk om daar een volstrekt arbitraire grens in te trekken? Wat zegt dat over hoe ik naar liefdadigheid en naar geld verdienen kijk?

11 februari 2010

oproep warme truiendag 2010

Morgen is het zover: Warme Truiendag (of in België: Dikke-truiendag)! Gelukkig valt het samen met casual friday, zodat we niet al te lang hoeven na te denken over de dresscode.

Het idee achter Warme Truiendag is geniaal door zijn simpelheid: trek een warme trui aan en zet de verwarming laag. Per graad bespaar je 7% energie en daardoor 7% CO2-uitstoot. Ik las dat ruim 40% van de energie die in Nederland wordt gebruikt, in warmte wordt omgezet. Daar kan dus een enorme besparing geboekt worden!

Eén dag per jaar de verwarming laag is slechts een druppel op de gloeiende plaat, maar kan wel het besef doen toenemen dat we allemaal best met een graadje minder toe kunnen. Leuke acties van bedrijven en scholen die zich aansluiten bij het initiatief zijn hier te vinden. En misschien brengt een klein initiatief ook in jouw bedrijf een grote beweging op gang!

21 januari 2010

goed doel

Onze kinderen krijgen elke week zakgeld. Een deel in de hand, een deel gaat in een potje voor een goed doel. Eén of twee keer per jaar wordt het totaalbedrag uit het potje overgemaakt. Op die manier hopen we ze te leren dat ze met hun geld ook andere dingen kunnen doen dan spullen kopen. En dat ze met hun geld verschil kunnen maken, hoe klein dat verschil soms ook is. We hebben afgesproken dat wij ons niet bemoeien met het gekozen doel: ze mogen ieder zelf bepalen waar ze aan willen doneren. Zo is onze negenjarige zoon altijd erg van de natuur- en dierenbescherming, terwijl onze dochter het meer zoekt in de richting van arme of zieke kinderen.

Maar nu hebben ze na rijp beraad besloten dat ze met het gespaarde bedrag Haïti willen steunen. Een gebaar wat we alleen maar toe kunnen juichen en daarom verdubbelen wij het bedrag. En vanmiddag hoorde ik toevallig dat de ING tot 20.00 uur vanavond geldbedragen van 15 Euro per girorekening verdubbelt als je online overboekt. De Nederlandse overheid verdubbelt het voor Haïti ingezamelde eindbedrag, dus elke euro die onze kinderen hebben gestort, rendeert 800%!

09 december 2009

microkrediet

Naarmate ik ouder word vind ik overconsumptie steeds lastiger te verteren. Vandaar dat we de Sinterklaas dit jaar sober hebben gehouden en dat was wat mij betreft het begin van een nieuwe traditie. Maar het geld dat we op deze manier "uitgespaard" hebben staat daar maar op die bankrekening en het gevoel bekroop me dat ik dat nuttiger zou kunnen gebruiken.

Het vergelijken van goede doelen stemt me vaak niet vrolijker. Regelmatig lees je berichten over hoe slechts een klein percentage van het gedoneerde bedrag terecht komt bij de uiteindelijke doelgroep. Veel gaat op aan het bestuur, aan fondsen werven of aan logistieke toestanden. Bovendien maken sommige vormen van liefdadigheid mensen afhankelijk, in plaats van ze te emanciperen. Ik geloof daarom sterk in microkredieten. Het stimuleert mensen zich te ontwikkelen, maar laat de verantwoordelijkheid daar waar hij hoort: bij de persoon in kwestie.

Een microkrediet is een kleine lening, die wordt toegekend aan (vaak vrouwelijke) ondernemers in ontwikkelingslanden, die naar de maatstaven van traditionele banken geen lening zouden kunnen krijgen. Microkredieten gaan meestal om kleine bedragen die door de ondernemer in kwestie gebruikt kunnen worden om een koe, grondstoffen of een naaimachine te kopen.

Het geld dat wij dit jaar niet hebben uitgegeven aan Sinterklaas, hebben we daarom verdeeld over een aantal projecten op Kiva die ons erg aanspraken. Zo betalen we nu mee aan een voorraad maismeel voor Vilma's tortilla-bakkerij in Honduras, aan een varken voor Cecilia's boerderij op de Filipijnen en aan winkelruimte voor Sandra in Paraguay waar ze haar zelfgemaakte meubels kan verkopen. Het geld dat door hen wordt afgelost, kunnen we vervolgens weer inzetten voor andere microkredieten. Zo geef je met jouw "speelgeld" steeds een groep kleine ondernemers de kans om een beter bestaan op te bouwen. En dat voelt een stuk nuttiger dan het omzetten van datzelfde geld in overbodige spullen.
Toch?


In de rechterbalk heb ik tijdelijk de advertentie van Rosally uit de Filipijnen geplaatst die een microkrediet heeft aangevraagd om haar marktkraam uit te breiden.