Posts tonen met het label overpeinzing. Alle posts tonen
Posts tonen met het label overpeinzing. Alle posts tonen

21 juni 2015

floreren

Vandaag las ik een blog waarin de schrijfster een top 5 maakte van dingen die zij nodig had om lekker in haar vel te zitten. Zoals Amerikanen dat altijd goed kunnen: lijstjes maken. Basic needs for thriving klinkt ook nog eens een stuk gewichtiger dan de Nederlandse vertaling, maar inspireerde me hoe dan ook om voor mezelf na te denken wat ik nodig heb om te floreren (en hee, eigenlijk is het Nederlandse floreren best een mooi woord).

Mijn lijstje, in willekeurige volgorde:

1. Inspiratie
Een goede documentaire, een mooi verhaal of een expositie; van inspirerende dingen kan ik helemaal mijn batterij opladen. Vooral als het me tot nieuwe inzichten brengt of van (soms onbewuste) vooroordelen af helpt kan ik daar nog dagen van nagenieten. Sinds een paar maanden heb ik een museum jaarkaart en ligt er een eindeloze wereld aan inspiratie voor me open. Ik snap niet dat ik dat daar niet jaren eerder aan ben begonnen!

2. Tijd voor mezelf
Ik geniet van mijn gezin, vrienden en van mijn werk. Maar toch heb ik iedere dag even nodig om in stilte alleen met mezelf te zijn. Dat is soms lastig te organiseren, maar sinds ik mijn eigen werkruimte heb grijp ik regelmatig de kans om even te schrijven, wat yoga te doen of te mediteren. En iedere dag een half uurtje eerder naar bed gaan dan de rest van het gezin is ook een goed alternatief op de dagen dat het andere niet lukt.

3. Schrijven
Op de één of andere manier kan ik al schrijvend beter bij mijn gevoel komen. Wat ik niet kan uitspreken kan ik wel opschrijven. Soms gaat mijn pen als vanzelf en begrijp ik daarna pas hoe ik ergens over denk, hoe ik in elkaar zit, welke dingen ik te verwerken of te "processen" heb. Ik lees zelden mijn schrijfsels terug; dat is niet nodig en daar is het ook niet voor bedoeld. Het is voor mij echt denken en voelen op papier.

4. Buiten zijn
Mooi of slecht weer, als ik een dag niet buiten ben geweest voel ik me altijd een beetje narrig. Als is het maar even rommelen in de tuin, ik moet frisse lucht hebben gevoeld en geroken. Het fijnst vind ik een wandeling op een onverharde pad tussen oude bomen. Het gefilterde licht, het zachte gevoel onder mijn voeten, de stilte...ik laad daar echt van op. Sinds ik een bijenvolkje mag verzorgen heb ik nog een mooie reden om naar buiten te gaan. Het bekijken hoe bijen samenwerken en in en uit vliegen is een meditatie op zichzelf.

5. Gezond en lekker eten
Een maaltijd met mooie, kleurrijke groenten en met liefde en aandacht klaargemaakt, daar kan ik ongelofelijk van opknappen. Of ik het nu zelf bereid of door een ander voorgeschoteld krijg. Het kost vaak wat planning, voorbereiding en discipline om na een drukke dag de keuken in te gaan, maar de energie uit zo'n maaltijd is de investering meer dan waard.

Nu is het jullie beurt! Ik ben erg benieuwd wat jullie nodig hebben om lekker in je vel te zitten.

Lekker buiten bijtjes kijken

13 juni 2015

na de stilte

Waar te beginnen als je heel lang zo stil bent geweest? Ik heb sporadisch iets laten zien van waar de energie het afgelopen jaar (!) in is gaan zitten en ik zou graag vertellen dat het nu helemaal klaar is, maar dan zou ik niet eerlijk zijn.

Eind april 2014 kwam het huis te koop waar het allemaal mee begon en dat ik inmiddels (niet zonder trots!) Ons Huis mag noemen. Na een zenuwslopend proces van bieden, een principe-akkoord, toch geen principe-akkoord en uiteindelijk - na lang praten - een definitieve deal, was het van ons. Ik zal de details over asbest, olietank, wespennest boven het plafond en allerhande verbouwingsperikelen besparen, maar geloof me: het waren enerverende maanden en die zijn ons niet in de koude kleren gaan zitten. Van september 2014 tot eind april 2015 is alle vrije tijd, energie en aandacht naar de verbouwing én de verkoop van het oude huis gegaan. Voor ontspanning, laat staan reflectie, was geen ruimte. Ook onze relatief eenvoudige manier van leven heeft in die tijd behoorlijk onder spanning gestaan. Zelf koken zonder pakjes en zakjes? Weinig geld uitgeven? Leven met aandacht voor elkaar en voor de kleine dingen die het leven de moeite waard maken? Ik zou graag zeggen dat we tijdens het hele proces onze bewuste manier van leven hebben volgehouden, maar in werkelijkheid hebben we vooral doorgebuffeld en hadden we er onze handen vol aan het tot een goed einde brengen van de klus.

Eind maart zijn we verhuisd, eind april hebben we ons oude huis overgedragen aan de nieuwe eigenaren; een jong stel dat binnenkort hun eerste kindje verwacht. En dat voelt goed. Nu we eindelijk weer wat rust terugkrijgen is er weer enige ruimte om ons "normale" leven op te pakken en te bespiegelen op wat deze periode me nu geleerd heeft. Een paar conclusies:

Ik werd maandenlang heen en weer geslingerd tussen het mooie vooruitzicht van een fijn nieuw huis en het afscheid van dierbare buren en het achterlaten van de plek waar mijn kinderen zijn opgegroeid (en wij zelf eigenlijk ook). En over dat laatste voelde ik me schuldig, want: wat een voorrecht is het niet om uiteindelijk zo'n huis te kunnen betrekken? Nu de rust weer terugkeert besef ik: verandering brengt stress met zich mee, in welke vorm dan ook. Moeilijke gevoelens wegdrukken brengt je nergens. Er bewust bij stil staan en accepteren dat deze gevoelens er zijn helpt bij de transitie. Het is gewoon niet alleen maar leuk. Het is regelmatig net zo leuk als dat het niet leuk is. En het mag er allebei zijn.

In tijden dat alle aandacht opgaat aan de combinatie van werk en een verbouwing en verhuizing is het eerste wat er bij inschiet het zorgen voor jezelf. Boodschappen doen en koken kost teveel tijd, yoga of meditatie is een niet noodzakelijk tijdverdrijf en tijd doorbrengen met vrienden komt wel weer zodra de verbouwing achter de rug is. Helemaal fout. Ik heb geleerd dat ik juist als het druk en hectisch is mezelf in letterlijke en figuurlijke zin moet voeden, omdat anders de batterij helemaal leeg loopt.

Een verbouwing kost geld. Slopen en breken geeft afval. Maar ook binnen dat gegeven kun je zoveel mogelijk vasthouden aan je principes: het loont de moeite van alles wat uit je huis gebroken of gesloopt wordt te bekijken of je het op een andere manier kunt aanwenden. Of er iemand anders blij mee kunt maken. De oorspronkelijke keuken uit de jaren '60 heeft een nieuwe eigenaar gevonden, evenals twee oude wastafeltjes en diverse lampen. Waar mogelijk zijn materialen hergebruikt en wat er echt weg moest is zo milieuvriendelijk mogelijk afgevoerd.

Een nieuw huis voelt niet meteen als thuis. Ook al zijn we er maandenlang intensief mee bezig geweest, hebben we over alle details nagedacht en heb ik bij het schoonmaken nagenoeg elke vierkante millimeter gezien, de eerste nacht voelde het als slapen in een vreemd huis. De geluiden zijn anders (al die natuur is voor ons ex-stadsmensen echt even wennen!), een oud huis heeft andere gebruiksaanwijzingen en de route naar de dichtstbijzijnde brievenbus, naar het werk of naar school moet uitgezocht worden. De eerste weken voelde het steeds alsof we binnenkort weer zouden moeten "uitchecken". Dat veranderde eigenlijk pas toen op de prachtige eerste Pinksterdag spontaan een flink aantal vrienden en bekenden langs kwam om ons huis te bekijken en te ontgroenen. Een ouderwets rommelige middag in de tuin vol met volwassenen, kinderen, eten en drinken en ouderwets goede gesprekken. Uiteindelijk is het kunnen vieren van het leven met je gezin en je vrienden wat een huis tot een thuis maakt.

Uitzicht vanaf mijn nieuwe werk- annex yogaplek in mijn eigen kantoortje

nieuwe favoriete leesplek in de tuin, tussen de seringen en de Lelietjes van Dalen

27 februari 2015

kwaad

Ik besef dat het na zo´n lange stilte aan mijn kant een wat luchtiger retour op zijn plaats was geweest. Maar het is een actueel thema dat me erg bezig houdt: hoe kan ik omgaan met kwaad? Extremisme, oorlog, integriteitskwesties binnen de politiek, het zijn een paar voorbeelden van onderwerpen die het nieuws bepalen, maar het kwaad krijgt op dit moment zonder twijfel grotere media aandacht dan het goede.

Mijn eerste reflex is om me terug te trekken: door geen nieuws meer te volgen word ik er niet meer continu mee geconfronteerd en kan ik blijven geloven in een mooie wereld waarin mensen het beste met elkaar en met de aarde voor hebben. Maar ik leef niet in een zeepbel met alleen maar mooie regenboogkleuren; de rauwe werkelijkheid speelt zich regelmatig voor mijn ogen af in de vorm van agressie in het verkeer, gedumpt afval of overvallen op oude mensen in mijn wijk. En het gaat niet weg door simpelweg mijn ogen ervoor te sluiten.

Maar hoe er dan mee om te gaan, zonder mijn optimisme en geloof in de goedheid van de mens te verliezen? Dat is best een worsteling. Het begint al met de vraag wat 'Het Kwaad' eigenlijk is. Want de perceptie van kwaad is sterk persoonlijk. Je kunt hier een religieuze, levensbeschouwelijke of filosofische zienswijze op na houden. Bovendien heb je moreel kwaad, waarmee ik vooral slechte daden door individuele personen bedoel, maar je hebt ook vormen van kosmisch kwaad of onheil, zoals natuurrampen. Dat laatste is deels te verklaren door de manier waarop wij de laatste decennia met de aarde omgaan, waarmee we toch weer terug zijn bij het eigen moreel.

Zelf ben ik er nog niet goed uit hoe ik balans vind tussen wel met beide benen in de wereld blijven staan en mezelf tegelijk te beschermen tegen de overdaad aan berichten over geweld, oorlog, onrecht en terreur. Ik merk dat ik er iets beter mee om kan gaan als ik kwaad zie als de vanzelfsprekende tegenhanger van goed: goed en kwaad is net als andere duale verschijnselen (eb/vloed, man/vrouw, dag/nacht, zon/maan) waarbij het één niet zonder het ander bestaat. Het is wat kort door de bocht om te beweren dat goed alleen bestaat bij de gratie van het kwaad, maar feit is wel dat iedereen beide kanten in zich heeft. En daarmee ook de keuze heeft welke kant hij het meest tot uitdrukking laat komen. Wat anderen kiezen is lastig te beïnvloeden, maar zelf heb je altijd de mogelijkheid om aan de goede kant van het spectrum te blijven. En dat geldt voor iedereen. Ook voor iedere individuele pro-Russische rebel en iedere Oekraïner. En voor de beul van IS. En voor de schutters die een bloedbad aanrichtten op de redactie van Charlie Hebdo. En voor elke hooligan die met zijn dronken kop in Rome tekeer ging.

Sociale dieren als we zijn kopiëren we wat we in onze omgeving ervaren. Als agressie en gewetenloosheid de overhand hebben in je directe omgeving is de reflex om je daar tegen te wapenen met boosheid, cynisme of afstandelijkheid niet verwonderlijk. Maar wat gebeurt er als je stoïcijns vriendelijk en hulpvaardig blijft? Als je in al je handelen het goede de boventoon laat voeren om zo te proberen een subtiele maar belangrijke tegenbeweging in gang te zetten? Wat nou als je gewoonweg weigert te accepteren dat het kwaad een krachtiger PR-apparaat heeft dan het goede?

Met de heftigheid van de nieuwsberichten die we voorgeschoteld krijgen valt het niet mee de menselijkheid in de ander te blijven zien. Maar door de eeuwen heen zijn er zoveel helden geweest die er wel onder extreme omstandigheden in geslaagd zijn in hun eentje de wereld een betere plek te maken. Mahatma Gandhi, de dalai lama, Moeder Teresa, Nelson Mandela; aan hun verhalen kun je je vastklampen, zij zijn het bewijs dat geweldloos (!) strijden voor het goede wel degelijk verandering teweeg kan brengen. Misschien is dat wel het meest krachtige tegengif in deze tijden: zoek bij een overdosis kwade krachten actief naar inspiratie, schoonheid en empathie en probeer iedere dag binnen je eigen mogelijkheden de wereld een stukje mooier te maken.

Hoe zorgen jullie dat de negativiteit uit de wereld je niet teveel overspoelt?



09 augustus 2014

controle en loslaten

Vanuit mijn werk ben ik gewend touwtjes in handen te houden en te bewaken of iedereen doet wat hij zou moeten doen. Aan het begin van een project breng ik in kaart waar onzekerheden of risico's liggen en bedenk ik maatregelen om te voorkomen dat deze zich voor gaan doen. Loopt een proces niet zoals het zou moeten, dan weet ik meestal aan welke touwtjes ik moet trekken om de boel los te rammelen zodat het weer door kan gaan. Dat is de belangrijkste opdracht van een projectmanager en stiekem ben ik blij dat ik dit ietwat obstinate trekje heb kunnen omzetten in iets waar ik mijn boterham mee verdien.

Ik vind mezelf niet echt een controlfreak (alhoewel sommigen in mijn omgeving daar redelijkerwijs anders over zullen denken), maar loslaten in mijn privéleven blijkt, voorzichtig uitgedrukt, niet mijn sterkste kant. En laat nou het zoeken naar de balans tussen controle en loslaten de rode draad zijn in deze periode, waarin (onder andere) onze oudste zonder ons op vakantie gaat en we gaan verhuizen.

Heeft het in mijn werk nog enig nut om controle te houden en vooraf risico's te reduceren, in het echte leven werkt dat toch anders. Proberen controle te houden in het echte leven betekent dat je steeds rekening houdt met wat er allemaal mis kan gaan. En dat vervolgens probeert voor te zijn. Zo mis je spontane momenten, nieuwe ervaringen en contacten. In de praktijk betekent het eigenlijk: leven vanuit angst in plaats van vanuit vertrouwen en jezelf daarmee dingen ontzeggen in de - ijdele - hoop dat er nooit iets mis zal gaan. Geen to-do lijstje, plan of planning die alle verrassingen die het leven biedt kan beïnvloeden. Controle geeft dus een gevoel van schijnzekerheid.

Het bewustwordingsproces waar ik nu midden in zit is verhelderend en op momenten licht pijnlijk. Ik mag mezelf graag zien als redelijk onthecht, maar eigenlijk is controle ook een vorm van hechten: het hechten aan een bepaalde uitkomst. Maar wie besluit welke uitkomst de beste is? Wie ben ik om dat te bepalen?

Het leven is geen project. Ik probeer er dus niet langer als een projectmanager mee om te gaan, maar in plaats daarvan meer mee te deinen met het leven. Er op te vertrouwen dat dingen gebeuren, in plaats van een bepaalde weg af te dwingen. En dat is best even oefenen. Drie dingen die mij daarbij helpen:

- Bewust zijn van het feit dat dat er geen echte controle bestaat; ik ben als individu niet in staat alle omstandigheden buiten mijzelf te beïnvloeden
- Handelen vanuit vertrouwen in plaats van angst. Het universum is van nature vriendelijk en de kans dat dingen ook zonder mijn interventie goed aflopen is aanzienlijk :-)
- Uit de denk-modus stappen en in de voel-modus. Piekeren, over-analyseren en scenario's uitwerken kosten veel energie en werken verkrampend. In plaats daarvan voelen, loslaten en toestaan dat dingen zich ontvouwen geven meteen zuurstof, ruimte en vrijheid

Herkennen jullie die innerlijke projectmanager? En hoe gaan jullie daarmee om?
Monet's Etang aux nymphéas in Giverny, ofwel: waar je terecht kunt komen als je de planning durft los te laten


06 april 2014

generatieleren

Als je je begint te verdiepen in eenvoudiger en meer zelfvoorzienend leven dan is een voor de hand liggende bron van inspiratie je ouders of opa's en oma's. Ik verwonderde me er vandaag nog met mijn moeder over hoe snel en ingewikkeld het leven in slechts twee generaties is geworden. Mijn opa en oma leefden eenvoudig - want in armoede - en hadden lange tijd geen 'luxe' als stromend water, centrale verwarming, een tv of een auto. We spreken over de naoorlogse periode in hartje randstad en met twaalf kinderen was enige creativiteit en heel hard werken geboden. Ja, het leven was eenvoudiger, maar ook een stuk harder. Ze verbouwden zelf groenten, ze hielden wat kleinvee (ik herinner me een varken en konijnen) en daarnaast werkte mijn opa in verschillende banen bij boeren en in fabrieken om het hoofd boven water te houden. Beide opa's hadden tot op zeer hoge leeftijd veel enthousiasme voor planten, het buitenleven en de prijzen van pootaardappelen. Als ze op visite waren konden exotische happen als macaroni ze niet bekoren, maar snijbonen, witlof of grauwe erwtenbonen werden erg gewaardeerd.

De generatie van mijn ouders, typische babyboomers, maakte qua welvaart een enorme sprong voorwaarts: er kwam een auto, er werden reisjes gemaakt naar België of Duitsland en het huis werd in de loop der jaren van allerlei gemakken voorzien: van stofzuiger en wasmachine tot later een kleuren tv en een magnetron. Toch heeft mijn moeder nog behoorlijk wat 'oude' vaardigheden meegekregen die nu niet meer vanzelfsprekend zijn. Sokken stoppen, gaten in broeken repareren, borduren, breien en kleding verstellen; dat waarvan we nu geneigd zijn het te vervangen door iets nieuws krijgt bij mijn moeder vaak nog een tweede leven. Ook wordt een restje eten zelden weggegooid en ingevroren of gebruikt als basis voor de maaltijd van de volgende dag. Dingen die ik dus ook - letterlijk - met de paplepel ingegoten heb gekregen.

Groenten kweken, zeep maken, fermenteren, inmaken; het zijn vaardigheden die voor onze ouders en opa's en oma's heel gewoon waren, maar die verloren dreigen te gaan. Behalve voor degenen die, zoals jij en ik, er plezier in scheppen om met de kennis van vorige generaties actief ons moderne leven te versimpelen en meer zelfvoorzienend te worden.

Maar het zou zonde zijn om het leren van andere generaties alleen te beperken tot de voorgaande. De generaties na ons worden regelmatig afgeschilderd als consumerende, materialistische en oppervlakkige individualisten. Maar als kind van de generatie X, ook wel generatie Nix of Patatgeneratie genoemd, weet ik dat dit soort labels een eenzijdig beeld neerzet. Zijn wij niet een generatie die als eerste is opgegroeid met diversiteit, duurzaamheid en vrijere samenlevingsvormen dan het recht-toe-recht-aan heterohuwelijk?

Kijk ik zelf naar de generaties na mij dan leer ik veel van hun manier van in het leven staan. En ook daar haal ik inspiratie uit voor mijn continue streven naar een eenvoudiger en groener leven:
  • Gebruiken is het nieuwe hebben; van lampen tot spijkerbroeken; veel is te leasen en daarmee betaal je voor gebruik in plaats van voor bezit
  • Wereldburgerschap in plaats van je alleen maar interesseren in je eigen directe omgeving; de wereld houdt niet op bij de taalgrens. Door na te denken over waar je katoenen t-shirt of chocola vandaan komt en wat voor prijs je voor je koffie betaalt kan je helpen de wereld een stukje eerlijker te maken
  • Het opereren in netwerken in plaats van in hiërarchische structuren. Een goed idee met crowdfunding financieren, in plaats van je afhankelijk te maken van een bank
  • Het nemen van verantwoordelijkheid voor je eigen situatie in plaats van blind vertrouwen op dat de overheid het voor je regelt
  • Leren van inspirators in plaats van (alleen) van autoriteiten als leraren; denk aan Tedtalks maar bijvoorbeeld ook aan Collegetour
  • Met internet is de wereld je speelplaats; het is niet meer nodig om ver(vuilend) te reizen om interessante mensen te ontmoeten en te leren over andere culturen
  • Het draait niet allemaal om geld; er zijn andere ruilmiddelen om - hetzij virtueel, hetzij in natura - diensten of goederen te verwerven (ruilkringen, repaircafés, Couchsurfingspullen delen, eten delen)
Het is heel goed dat we de vaardigheden van onze ouders en grootouders om simpel te leven in ere houden. Maar als ik kijk naar mijn jongere collega's of naar mijn kinderen dan besef ik: we missen we een hoop als we ons niet óók door volgende generaties laten inspireren.
'Het Nieuwe Werken', omdat ik vanwege de Nucleaire Top de stad niet uit kon....geen straf!

01 maart 2014

communiceren

Schelden doet geen pijn, riepen we vroeger weleens. Maar eigenlijk had ik toen al moeite met die uitspraak. Woorden kunnen wel degelijk pijn doen. Vaak gebeurt het niet eens bewust, maar desalniettemin kan een scherpe opmerking bijna letterlijk door de ziel snijden en geneest een schram of blauwe plek sneller dan de schade van woorden. Die voel je soms jaren later nog.

De andere kant van die medaille is dat compassionele woorden magisch kunnen werken in moeilijke situaties. Het geheim zit hem niet alleen in de zorgvuldigheid waarmee de woorden worden gekozen, maar vooral ook in de intentie waarmee het wordt uitgesproken. Iconen als Mahatma Gandhi, Martin Luther King en Nelson Mandela waren meesters in deze manier van communiceren. Het was voor hen geen handig communicatie trucje; hun manier van spreken was een reflectie van hun diepste overtuigingen, van hun persoonlijkheid. Die echtheid heeft de wereld veranderd. Niet zonder slag of stoot, maar alle drie hebben ze de wereld een beter achter gelaten dan dat ze hem aantroffen.

De afgelopen tijd kwam ik opeens regelmatig uitgeput en 'leeg' thuis van mijn werk, ongeacht of ik het druk had gehad of niet. En dat terwijl ik normaal juist veel energie en inspiratie uit mijn werk haal. Een vergelijkbaar leeg gevoel heb ik ook weleens buiten de context van werk, maar ik had er eigenlijk nog nooit bij stilgestaan waar de oorzaak zou kunnen liggen. Nu er zo duidelijk sprake was van een trendbreuk vond ik het de moeite waard om eens te onderzoeken waar dat gevoel vandaan zou kunnen komen. Ik probeer nog steeds dagelijks te mediteren en dat is een prima moment om eens in te zoomen. Wat is het precies? Waar voel ik het in mijn lijf? Welke vorm heeft het? Waar zit de oorsprong van die leegte?

Al reflecterend begon zich een steeds helderder beeld af te tekenen: het project waar ik mee bezig ben zit in een fase waarin ik steeds op mijn hoede moet zijn en 'strategisch' moet handelen. Dat betekent in de praktijk dat ik - bewust of onbewust - rekening houd met hoe mijn woorden kunnen worden uitgelegd en dat ik bij alles wat gezegd wordt moet zoeken naar de lading die er achter zit. Ik snap dat spel en speel het mee, maar dat wil nog niet zeggen dat het me goed ligt. Het is alsof ik me een onnatuurlijke rol aan moet meten in een toneelstuk dat me niet echt aanspreekt. Dat betekent niet dat ik mijn handdoek in de ring gooi. Er tussenuit stappen is de gemakkelijkste oplossing maar daar is het proces niet bij gebaat en daar leer ik zelf ook niks van.

Ik begon te lezen over geweldloze communicatie. Ik had een boek over dat onderwerp al een paar jaar geleden een keer op de kop getikt, maar had nog niet een directe aanleiding om het te lezen. Maar nu, tijdens mijn onderzoek naar hoe ik deze situatie kan keren, valt de inhoud in vruchtbare aarde. Het model van geweldloze communicatie is niet in een paar pennenstreken uit te leggen, maar het is een heel krachtige manier van je op een verbindende, empathische manier met anderen verhouden, hetzij thuis, hetzij op je werk. En het mooiste is: je hoeft er niks nieuws voor te leren; het is vooral een kwestie van bewustwording.

De taal die wij gebruiken binnen relaties en op het werk is vaak geënt op ideeën over goed of kwaad, wie heeft er gelijk en wie heeft er ongelijk? Het bevat oordelen, geboden of verboden, morele opvattingen of ideeën over wat jou door anderen is aangedaan. Wat alle mensen gemeenschappelijk hebben is een aantal basisbehoeften die bijvoorbeeld gaan over veiligheid en geborgenheid, autonomie, begrip, affectie en rust. Als die behoeften niet vervuld worden kan zich een scala aan gevoelens voordoen, zoals boosheid, verdriet, verwarring, schaamte of teleurstelling. De kern van geweldloze communicatie zit voor mij in het gegeven dat opmerkingen, beschuldigingen of opvattingen iets weggeven over een behoefte. Een opmerking als: "Je komt ook altijd te laat voor het eten" is een uiting van een onvervulde behoefte aan respect of verbinding. Alleen veroorzaakt de manier waarop dit geuit wordt bij de ontvanger waarschijnlijk geen empathische reactie, maar eerder iets als: "Maar jij maakt ook altijd zulke onhandige afspraken" of "Ben je soms vergeten hoe vaak je mij hebt laten zitten?".

Vanuit het model van geweldloze communicatie schets je eerst je ongenoegen in neutrale woorden: "Wij hadden om zes uur afgesproken en je bent er niet." Vervolgens benoem je je gevoelens: "Ik heb mijn best gedaan om lekker voor je te koken zodat we met zijn tweetjes een gezellige avond konden hebben en nu voel ik me niet serieus genomen en teleurgesteld." Daarna uit je de behoefte die daar achter ligt: "Ik heb behoefte aan respect voor de afspraken die we met elkaar maken en aan verbinding in de vorm van een gezellige avond met jou samen." Tenslotte doe je een voorstel voor een manier waarop deze behoeftes alsnog kunnen worden vervuld. "Kun je me de volgende keer ruim van tevoren bellen als het je niet lukt op tijd te komen en zullen we dan nu het eten opwarmen en samen een film gaan kijken?". Enfin, dit zijn misschien een beetje kinderachtige en gezochte voorbeelden, maar het gaat om de stappen in de communicatie.

Ik heb deze methodiek nu een paar keer losgelaten op mijn puberzoon en na zijn aanvankelijke verwarring (ik: "Je bedoelt dat je je gefrustreerd voelt omdat je om tien uur thuis moet zijn, terwijl je eigenlijk behoefte hebt aan respect voor het feit dat je al dertien bent?") merk ik dat hij zich wel wat meer begrepen voelt. Ook al is de uitkomst vaak nog hetzelfde. Sinds afgelopen week probeer ik dit ook in mijn werksetting toe te passen en de oprechte behoefte achter boodschappen te zoeken. Dat is een stuk taaier dan de dialoog met een dertienjarige, maar ook hier lijkt het vruchten af te werpen. Niet dat alles nu opeens als een zonnetje loopt maar vooral omdat ik als ontvanger meer begrip krijg voor de behoefte achter de boodschap van de zender. En omdat ik zelf bewuster mijn gevoelens en behoeftes communiceer, waardoor meer een echt contact ontstaat in plaats van een rollenspel waarin je steeds voor rugdekking moet zorgen. De grootste eyeopener is dat ik tot mijn eigen verbazing toch een stuk 'gewelddadiger' blijk te communiceren dan ik altijd gedacht had. Het is nog te vroeg om te kunnen zeggen of mijn batterij nu ook iets minder snel leegloopt, maar het ziet er veelbelovend uit.

Als je meer wilt weten over geweldloze communicatie, kijk dan eens naar dit filmpje van een gesprek met de grondlegger ervan.

uitzicht vanaf mijn werkplek; niet verkeerd toch?

21 februari 2014

teleurstelling

Teleurstelling is een ingewikkelde emotie om mee om te gaan. Boosheid is duidelijk. Verdriet ook. Maar teleurstelling heeft elementen van zo´n beetje alle negatieve emoties en dat maakt het zowel ingewikkeld als overweldigend. Ik kan het weten, want ik zit er op dit moment midden in.

Eerder schreef ik nog blijmoedig dat we serieus bezig waren met de voorbereidingen om een nieuw huis te kopen en ons huidige huis te verkopen. De aankoopmakelaar was ingeschakeld, onderzoeken naar financiële randvoorwaarden en bouwkundige ondersteuning voor de verbouwing waren in volle gang en ons huidige huis is in een rap tempo opgeruimd en opgefrist. Zelfs de tuin ligt er weer pico bello bij en heeft niet meer zo'n Pipi Langkous op het Boerenerf-karakter. En toen kwam het bericht dat 'ons' nieuwe huis - let wel: dat al bijna twee jaar te koop en leeg staat - onder ons neus is verkocht. Terwijl we letterlijk in de startblokken stonden.

Ik besef terdege dat er ingrijpender dingen op de wereld zijn dan dit, maar toch kwam de klap stevig aan. Na lang wikken, wegen, continu op elkaar afstemmen en beelden weer bijstellen hadden we eindelijk een plek gevonden waar we als gezin enthousiast over waren en samen oud wilden worden (en daar is heel wat polderen aan vooraf gegaan!). Nu is alles in één klap tot stilstand gekomen en zijn we weer helemaal terug bij af. Dat is wrang. Hoe ga je nu om met zo'n complex gevoel als teleurstelling?

Ook (of misschien wel: vooral) negatieve emoties geven een kans om te leren over mijzelf en over hoe ik met situaties, met mezelf en met mijn omgeving om ga. Ik merk dat mijn eerste neiging is om te vechten tegen het gevoel; de teleurstelling geen ruimte te geven en hard op zoek te gaan naar iets nieuws om mijn tanden in te zetten. Tegelijkertijd weet ik: ik moet dit gevoel er laten zijn en er geen deadline aan willen hangen. Alle pogingen om het weg te stoppen krijg ik als een boemerang terug, dus ik moet het de tijd geven die het nodig heeft. Het vervelende gevoel echt doorleven en mijn aandacht erbij houden. Dat is ongelofelijk moeilijk, maar op een dieper niveau weet ik dat het de enige manier is. Dus probeer ik als een soort onderzoeker de teleurstelling te observeren, te lokaliseren waar ik het in mijn lijf voel en er naartoe te ademen. Door dat te doen voel ik vrijwel direct ruimte ontstaan en verkramptheid verdwijnen. Daarmee is het zeker niet meteen weg, maar wordt het wat minder overweldigend, wat meer behapbaar.

Ik ben eerder teleurgesteld en ik zal ook nog vaker teleurgesteld worden. Dat is een onderdeel van het leven. Als je na een vervelende ervaring voortaan teleurstellingen gaat vermijden betekent het dat je jezelf continu in bescherming neemt door grote wensen, dromen en emoties uit de weg te gaan. Dan leef je eigenlijk maar op halve kracht en daar kies ik niet voor. Acceptatie is het sleutelwoord. De situatie is zoals hij is en daar verander ik met de beste wil van de wereld niets aan. Als ik niet actief probeer te werken aan het accepteren daarvan loop ik het risico boos en bitter te worden, of te blijven.

Zonder mijn teleurstelling te bagatelliseren, moet ik constateren dat ik op de schaal der dingen best een zondagskind ben. Ik zie om me heen genoeg voorbeelden van mensen die vaker of zwaarder getroffen worden door tegenslag. Los daarvan is mijn grote geluk dat ik beschik over een gezonde dosis optimisme en dat is een belangrijke eigenschap bij het verwerken van tegenslag. Ik kan nu nog even niet goed bij die optimistische basishouding, maar ik weet dat dat wel weer gaat komen. En dat ik, zodra de scherpe randjes er af zijn, kan leren van de situatie en een nieuw plan kan maken. Maar voor nu duik ik nog even onder in de verwerking van een droom die gesneuveld is.

...gelukkig wordt het gewoon weer lente in mijn Vinex-tuin

24 december 2013

nieuw idealisme

De tijd rond kerst is voor mij altijd een periode van bezinning. Vaak zijn de laatste dagen tot mijn persoonlijke 'kerstreces' bijzonder hectisch (zo ook dit jaar), maar als ik eenmaal vrij heb dan begint automatisch het opmaken van de balans van het afgelopen jaar. Het is niet eens dat ik er bewust voor ga zitten; het komt bovendrijven tijdens overpeinzingen, jaaroverzichten, terwijl ik een boek lees of in meditatie. Kennelijk moet een jaar netjes afgesloten en voorzien worden van het juiste label in mijn onderbewuste systeem. Dit jaar is voorbij gevlogen en er zijn veel mooie dingen gebeurd: we zijn getrouwd, we hebben een prachtige reis gemaakt en een heerlijk feest gehad met vrienden en familie. De kinderen zijn gezond en zitten lekker in hun vel, mijn werk gaat goed, dus al met al krijgt het jaar voor mij persoonlijk een krulletje.

Maar bekijk ik dingen meer op macroniveau dan is er nog steeds weinig ruimte voor optimisme: het klimaat verandert merkbaar en snel (wist u trouwens dat ik zo'n beetje in het putje van Nederland woon?), de financiële sector is nog steeds too big to fail maar, zo is gebleken, ook too big to change. Homohaat en intolerantie tussen religies laait dicht bij huis op, overheden en grote bedrijven beginnen inbreuk op privacy vanzelfsprekend te vinden. En in plaats van grote verontwaardiging in de samenleving over deze ontwikkelingen merk ik steeds vaker een soort gelatenheid of onverschilligheid die me ernstig zorgen baart.

Hoe gaan we de wereld weer vooruit helpen in plaats van met zijn allen afwachten wat ons overkomt? Wat is mijn aandeel daar in? Het voelt zo machteloos; als een soort Don Quichot vechten tegen windmolens. Want: wat begin je als individu tegen zulke grote problemen als failliete landen, klimaatproblematiek, mensenrechtenschendingen?

Er zit natuurlijk een rare tegenstrijdigheid in mijn verhaal: ik begin mijn stukje met hoe goed dit jaar voor mij en mijn familie is geweest, terwijl om me heen zaken aan het afbrokkelen zijn. Ik schat in dat dat één van de grootste problemen is bij het aanpakken van misstanden: om ons heen gaat het goed. Ja, er zijn mensen werkeloos, er zijn schulden, maar op de schaal der dingen heeft Nederland het redelijk voor elkaar en ontbreekt een directe prikkel om collectief de handen ineen te slaan. Dat voelt hypocriet en daar wil ik ook zeker mijn ogen niet voor sluiten. Sterker nog, daar wil ik mijn verantwoordelijkheid voor nemen. De vraag is alleen: hoe?

Kijk ik naar mezelf dan is één van de grootste drempels om me in te zetten voor een betere wereld een chronisch gebrek aan tijd. En direct nu ik dit opschrijf overvalt me een gevoel van schaamte, want: ik zie wat er gebeurt, maar ik heb het te druk met mijn 'eigen hachje' om me in te zetten voor het collectief? Vind ik echt het werken voor een vakantie of een paar nieuwe schoenen belangrijker dan me inzetten voor het grotere geheel? Een idealist van likmevestje. Of is het omdat in de directe omgeving de zichtbare noodzaak ontbreekt en ik, totdat het zover is, door kan struisvogelen? Allebei conclusies die me bepaald niet vrolijk maken.

Toch weiger ik te geloven dat de mens van nature egoïstisch is en dat er dus niets te veranderen valt aan grote misstanden. Miljoenen jaren is de mens al in staat tot grootse dingen door samenwerking. Democratie, revoluties, ontwikkelingshulp, stakingen, de bouw van pyramides, er zijn talloze voorbeelden te vinden waarin groepen mensen in staat zijn gebleken het verloop van de geschiedenis te beïnvloeden. Zoals ik eerder al schreef heb ik een tijd geleden mijn meditatie weer consequent opgepakt en zie ik steeds helderder dat er op macroniveau eigenlijk geen onderscheid is tussen 'ik' en 'de rest'.

We zijn allemaal onderdeel van één systeem en iedere handeling die ik doe beïnvloedt, bewust of onbewust, het collectief. Ik kocht gisteren fairtrade rijst, waardoor een boer in Azië een eerlijke prijs krijgt voor zijn oogst, waardoor hij zijn kinderen naar school kan sturen, waardoor zij een betere toekomst hebben en daarmee weer anderen vooruit kunnen helpen. Mijn buurvrouw is lerares op een VMBO en zij leert meisjes van 14 en 15 jaar uit sociaal zwakke gezinnen voor zichzelf op te komen, een vak te leren en op eigen benen te staan, waardoor zij meer zelfvertrouwen krijgen en leren onafhankelijk te worden van instanties. Mijn dochter heeft in groep 8 van de basisschool haar eindmusical mogen zingen in een verzorgingshuis en dat heeft er toe geleid dat zij gisteren (inmiddels 15 jaar en in 4 VWO) een paar open sollicitaties voor vrijwilligerswerk heeft rondgebracht naar verzorgingshuizen in de buurt om iets bij te kunnen dragen voor de mensen daar.

Iedere daad van ons heeft impact op het collectief. Dat geldt zowel voor het toebrengen van schade (door onverschilligheid, egoïsme, kortzichtigheid, intolerantie) als voor het zijn van de oplossing. Met schuldgevoel over misstanden los je als individu niets op. Door bewust constructief gedrag te hanteren veroorzaak je misschien grotere impact dan waar je je tot nu toe van bewust was. En iedereen kan daar op zijn eigen micro-niveau iets aan doen: vrijwilligerswerk, een lief kaartje aan een eenzame oudere, soep brengen aan een zieke, vegetarisch eten, de auto laten staan, glimlachen naar onbekenden. We zullen daarmee niet in één klap de revolutie ontketenen, maar wel binnen onze eigen invloedssfeer een keten aan positiviteit in gang zetten die stukje bij beetje de wereld verandert.

Ik wens iedereen warme, gelukkige en fijne dagen en ik hoop jullie allemaal weer te 'zien' in 2014.


10 november 2013

writersblock

De afgelopen tijd had ik geen onderwerpen om over te schrijven. Niet dat ik momenteel niets meemaak, in tegendeel zou ik bijna zeggen, maar op de een of andere manier kwam het er niet uit in de vorm van een blog. Een (geweldige) nieuwe opdracht met alle drukte van dien, een indrukwekkend weekend in Berlijn, interessante discussies met de kinderen, er gebeurde van alles maar het leek alsof ik de vaardigheid kwijt was om het te vertalen in een blog.

Nu is het bijhouden van een weblog voor mij geen doel op zich, zoals ook aan mijn onregelmatige schrijffrequentie te zien is. Maar wat mij een beetje verontrustte was het feit de bron leek op te drogen. Normaal is mijn weblog ook een medium waarin ik mijn gedachten kan ordenen en om duistere redenen kon ik er al een paar weken "niet bij". Ik had geen idee waar dat door kwam.

Een yogaleraar zei me ooit: als je geen tijd hebt om te mediteren, ga dan juist mediteren. Het was eigenlijk het laatste waar mijn hoofd naar stond, maar ik besloot het maar weer eens een kans te geven. Al met al een investering van twintig minuten per dag, die sowieso geen kwaad kan. Dus sinds anderhalve week zit ik weer iedere dag en mijn aanvankelijke weerstand ("Ik heb hier geen tijd voor", "Wat zit ik hier eigenlijk te doen?" en "Ik verveel me te pletter") maakt langzaam aan plaats voor wat meer kalmte en voorzichtige inzichten.

Als ik geen prioriteit geef aan een regelmatig moment van bezinning dan overkomt het leven me en heb ik geen ruimte om te reflecteren. Ik word dan een soort pion die tussen de verschillende gebeurtenissen (gezin, werk, sociaal leven) heen en weer wordt geschoven zonder dat ik daar zelf nog bewust aan deelneem. Dat staat haaks op mijn wens om zo bewust mogelijk te leven. Het verraderlijke is dat dit er heel geleidelijk in sluipt, tot je op een dag beseft dat er "opeens een week voorbij is" en je je bijna niet kan herinneren wat er in die week allemaal gebeurd is.

Toen ik een paar jaar gelden voor het eerst ging mediteren klonk het allemaal zwaar en gewichtig en als iets dat je moet leren en waar je boeken over moet lezen om te snappen hoe het moet. Pas als je al die verwachtingen loslaat blijkt dat het bij mediteren juist niet gaat om heel hard proberen en oefenen, maar om het laten gebeuren. Pas als je een keer de tijd neemt om naar je eigen gedachtestroom te kijken zie je dat het in je hoofd zo mogelijk nog hectischer is dan in de drukke buitenwereld. Maar als je alleen observeert, zonder daar een oordeel over te vellen (zoals: "wat ben ik toch een stresskonijn/piekeraar/ongelofelijke chaoot"), ontstaat er langzaam maar gestaag steeds meer ruimte tussen die gedachten. Voorzichtig ontdek je dan dat jij zelf iets heel anders bent dan de optelsom van je gedachten of van wat anderen van jou vinden.

Er bestaat een erg goede serie geleide meditaties die beginners helpt om de "techniek"  van het mediteren onder de knie te krijgen (ik besef dat dat in tegenspraak lijkt met wat ik hier boven vertel, maar in de praktijk is het een Engelse meneer die je vriendelijk en helder door je meditatie heen spreekt). Deze is als app beschikbaar voor je telefoon of tablet, maar ik zag dat de animaties die ter introductie worden gebruikt ook op Youtube te vinden zijn. Zo vind ik dit filmpje zelf erg verhelderend over hoe meditatie werkt in je hoofd.

En om maar even in de analogie van het filmpje te blijven: in de ruimte die ontstond ontdekte ik de oorzaak van mijn writersblock: ik was zelf in verschillende autootjes gaan zitten en vergeten om regelmatig op het bankje langs de weg plaats te nemen om te observeren. En mijn weblog is meestal het resultaat van het waarnemen van al die autootjes en over dat proces een verhaaltje schrijven.




06 oktober 2013

kinderstress

Ik las laatst dit leuke artikel over waarom Nederlandse kinderen de gelukkigste kinderen ter wereld zijn. De redenen variëren in dit stukje van weinig stress met betrekking tot schoolprestaties tot het feit dat kinderen elke dag wit brood met hagelslag mogen eten. Een aantal dingen die voor ons Nederlanders heel normaal zijn, worden vanuit het perspectief van een Californische expat-moeder opeens toch bijzonder.

Ik merk dat veel reacties op het stuk gaan over het Nederlandse schoolsysteem dat volgens sommigen iets te rooskleurig wordt voorgesteld. Ik vind daar zelf ook van alles van, maar dat was niet waar ik het over wilde hebben. Waar ik het wel over wil hebben is dat Nederlandse kinderen naar mijn ervaring vaak wel degelijk gebukt gaan onder stress, verwachtingen en lange dagen. De eerste volle schoolmaand zit er op en ik merk hoe de ontspanning van de lange vakantie bij mijn kinderen langzaam weggedrukt wordt door verplichtingen, huiswerk en lange schooldagen. Ik weet het, school hoort erbij (ze zouden het ook niet willen missen als ze de keuze hadden) en bovendien bereidt het ze voor op hun latere werkzame leven. Maar toch bekruipt me weleens het gevoel dat ze wel heel jong moeten meerennen in een systeem dat zij zelf niet mee verzonnen hebben.

Uiteraard, leren is een natuurlijk proces; vanaf het moment dat kinderen hun eerste ademteug nemen, begint het leren. Kijken, ervaren, onderzoeken en wat later vragen stellen en lezen; kinderen lijken geprogrammeerd om kennis op te zuigen en informatie te verwerken. Nog voor het op school werd aangeboden had mijn dochter interesse in letters en cijfers en zocht ze zelf manieren om daar mee te werken. Zucht naar kennis is bij de meeste kinderen aangeboren en het is prachtig om te zien hoe al heel jong een voorkeur voor talige of meer onderzoekende vakken aan het licht komt. Mijn beide kinderen hebben het geluk met een aardige intelligentie op de wereld te zijn gekomen en met hun mooie schooladviezen lagen in principe alle mogelijkheden voor ze open.

Maar met mogelijkheden komt ook stress om de hoek kijken. Want: de verwachtingen van de school, de omgeving en - laat ik vooral niet heiliger dan de Paus zijn - de ouders zijn hooggespannen. Het is zonde om je potentie niet ten volle te benutten! En daarom is, na de relatief rustige veiligheid van de basisschool, de race begonnen in een veel competatievere middelbare school. En bekruipt me regelmatig het gevoel dat we (de samenleving, het schoolsysteem, de ouders, maar vlak ook de eigen vriendengroep van de kinderen niet uit) onze kinderen zelf in dat hamstermolentje aan het duwen zijn. Waar ze zich vervolgens rond middelbare leeftijd zelf weer uit los moeten worstelen? Of manmoedig mee blijven rennen totdat ze - met de actuele levensverwachting - na hun 71ste met pensioen mogen?

Kortom, wat me bezighoudt is: hoe breng ik daar voor mijn kinderen balans in aan? Hoe zorg ik dat ik ze bescherm tegen het gevoel dat ze "niet goed genoeg" zijn als ze niet mee-rennen en consumeren in het tempo dat tegenwoordig de norm lijkt te zijn? Dat ik ze niet onbewust zelf de richting van de ratrace op duw? Dat ze weten dat ze hun eigen keuzes kunnen maken, vanuit hun diepste overtuiging, en niet per se moeten kiezen wat er van ze verwacht wordt? Dat kan maar gedeeltelijk door als ouders het goede voorbeeld te geven. En, eerlijk is eerlijk, ergens zit er ook in mij nog steeds een Calvinistisch stemmetje dat vindt dat mijn kinderen hun goede stel hersenen goed moeten gebruiken.

Ik heb mijn kinderen al van jongs af aan kennis laten maken met meditatie en verschillende manieren om te reflecteren op wie ze zijn en wat ze willen. Toen ze heel klein waren deed ik dat door verhaaltjes voor te lezen. Mijn oudste zit sinds haar tiende op tieneryoga waar ze veel leert over rust vinden en lief zijn voor zichzelf. Met mijn jongste heb ik online een (engelstalige) "cursus" gedaan waarin hij leerde over hoe je naar jezelf en naar de wereld kan kijken vanuit een positieve inslag. De mate waarin de boodschap bij ze aankomt varieert, maar ik hoop ze zo wel wat bagage mee te geven om bewust hun eigen keuzes te maken. En ze - voor zover mogelijk - te behoeden voor fouten die ik zelf heb gemaakt.

Hoe kijken jullie naar de druk die op kinderen wordt uitgeoefend? En als je het herkent, hoe gaan jullie daar mee om?

Ontspanning door inspanning: schaatsseizoen is weer begonnen!

29 augustus 2013

seizoenen

Toen ik vanochtend de tuin in stapte rook het naar herfst. Een geur die aanzienlijk frisser en tintelender is dan de geur van lente of zomer. En opeens had ik een bestemming voor de rijpe pruimen uit de moestuin die ik cadeau heb gekregen: ik heb zin in chutney. Nog niet zozeer om het te eten - dat vraagt in mijn beleving om avonden waarop de regen tegen de ramen slaat - maar om het te maken. En dus ging ik aan de slag: appels in stukken, pruimen ontpitten, uien in ringen snijden en de specerijen bij elkaar zoeken. Inmiddels staat het geheel te pruttelen en ruik ik de verrukkelijke geuren tot in de tuin, waar ik met mijn laptop wat administratie aan het bijwerken ben.

Bijzonder eigenlijk, hoe de ontwikkelingen in de natuur je langzaam maar zeker voorbereiden op het volgende jaargetijde. Het verwerken van de oogst uit de tuin, de prachtige oranje pompoenen die opeens in volle glorie mijn oprit overnemen en over een paar weken onherroepelijk in mijn herfstige lievelingsgerecht verdwijnen (voor de nieuwsgierigen: risotto met geroosterde pompoen en salie. Héérlijk!). Alles staat uitbundig, rijp en sappig te zijn, maar de spinnewebben, de vochtiger ochtenden en het merkbaar kortere daglicht verraden dat de herfst niet ver weg is.

Vroeger had ik daar moeite mee, maar sinds ik tuinier ervaar ik de seizoenen een stuk bewuster en loopt mijn gemoedstoestand min of meer parallel. Na een uitbundige zomer waarin we veel op de buitenwereld gericht zijn geweest voel ik de fysieke behoefte om letterlijk en figuurlijk weer wat meer naar binnen te keren. En terwijl de bomen van kleur veranderen, verander ik mijn huis van een in- en uitloop zomerhuis naar een knus binnenhuis, met dekentjes op de bank, kaarsen en warme kleuren. In de winter koester ik me in een aanzienlijk kleinere wereld. De tuin is in rust en zelf ben ik ook meer verstild en naar binnen gekeerd. De winter is tijd voor lezen, denken en schrijven. En om me na een frisse wandeling te warmen aan een rijke stoofschotel die al uren staat te pruttelen. Maar zodra de eerste krokussen verschijnen en de natuur weer langzaam tot leven komt breek ik zelf ook weer een beetje open. Krijg ik behoefte aan actie en aan buitenlucht.

Vroeger waren de late lente en de zomer mijn lievelingsseizoenen, maar sinds ik besef en accepteer dat de natuur zijn eigen ritme heeft en heb ik er baat bij om daar naar te luisteren en er op mee te deinen. Nu heb ik geen lievelingsseizoen meer. Daarom kook ik bij de eerste herfstgeur in mijn korte broek en op teenslippers een flinke voorraad chutney. Kom maar op, ik ben er klaar voor. Maar of ik het volhou om de chutney met rust te laten tot de regen tegen de ramen slaat, daar sta ik met deze fantastische geuren niet voor in.
pruimenchutney met appel in wording; kijk voor recept en eindresultaat op http://miebeet.blogspot.nl/ 

mijn nazomertuin met rechts mijn buitenwerkplek


05 juli 2013

groeien

Het schooljaar loopt op zijn einde en de vakantie staat voor de deur. Een drukke periode die in het teken staat van afronding: niet alleen van het schooljaar, maar ook van de opdracht waar ik het afgelopen jaar met veel plezier aan gewerkt heb. Afscheid nemen is best lastig en netjes overdragen is een hoop werk.

Aan het eind van een schooljaar verwonder ik me altijd over hoe de kinderen zich hebben ontwikkeld. Mijn jongste heeft dit jaar de enorme sprong gemaakt van de basisschool naar de brugklas en is in die relatief korte tijd een heuse puber geworden. De oudste is in een jaar tijd ongelofelijk gegroeid, zowel in de lengte als in haar ontwikkeling. En wij ontwikkelen als ouders met ze mee.

Toen mijn oudste net geboren was verbaasde ik me dat ik zoiets kostbaars en kwetsbaars zonder er een diploma voor te hebben gehaald zomaar mee naar huis kreeg. Met een volle MaxiCosi kwamen we uit het ziekenhuis en het nieuwe leven kon beginnen. En vanaf dat moment begon het wikken, wegen, afwegingen maken, stelling nemen, bijstellen, overleggen, strategie bepalen. Van: nog even laten huilen of bij me houden? Via: is ze al oud genoeg voor zakgeld? Naar: welke profielkeuze is het verstandigst? En nee, we zijn geen professionele ouders; slechts welwillende amateurs. We zien ons telkens opnieuw voor dilemma's gesteld en we maken regelmatig fouten. Zij leren, maar wij leren minstens zoveel. Ik heb me vooraf nooit gerealiseerd wat een ongelofelijke spiegel het zou zijn om kinderen op te voeden. En hoe nederig het me zou maken. Want ook zonder wiebelige babyhoofdjes en roekeloze peuter-energie is het een kwetsbaar goed om te mogen begeleiden bij hun ontwikkeling tot een mooi volwassen mens.

Ieder kind is anders en van ieder kind leren we verschillende dingen. Het pad dat we met de één bewandelen is niet het pad dat voor de ander ook het beste werkt. Beide hebben hun eigen, unieke karakters, authenticiteit en behoeftes. En wij hebben het voorrecht in die bijzondere eerste levensfase die de kindertijd is met ze mee te zeilen, door de golven, langs obstakels en soms een tijd lang met de wind comfortabel in de zeilen. We praten veel en elke keer ben ik weer verbaasd en ontroerd over hun wijsheid, over wie ze aan het worden zijn.

Vooraf zag ik weleens op tegen de puberteit, in anticipatie op strijd of vijandigheid waar pubers nog weleens om bekend staan. Nu we voorzichtig met beide kinderen in die fase aan het belanden zijn besef ik: het zijn nog steeds die kostbare wezens die ik verhaaltjes voorlas, die aan mijn hand hun eerste stapjes zetten, die vol verhalen thuis kwamen na een uitstapje met school. Die mini-mensjes zitten nog steeds in dat lijf dat zo snel groeit dat ze me opeens recht in de ogen kijken. Ik heb geen last van weemoed; het was een mooie tijd, maar dat is dit ook. De jaren waarin ze bezig zijn om hun eigen afzonderlijke identiteit te vormen, los van de familie, is ook de fase waarin je soms verbluft staat om hun inzicht, humor of kennis. We zullen ongetwijfeld nog periodes met tegenwind krijgen, maar ik heb er vertrouwen in dat de humor, de gezamenlijke ritueeltjes en de wederzijdse bezorgdheid die ons zo vertrouwd zijn, ons ook in ingewikkelder tijden blijven binden.

21 juni 2013

zaad perikelen

Het is je vast niet ontgaan dat er de vorige maand "gedoe" was over nieuwe Europese regelgeving over productie van en handel in zaden. De Europese Commissie gaat de toegang tot de Europese markt reguleren via een registratie per zaadsoort. Dit brengt de nodige kosten met zich mee en maakt het daarom erg lastig voor kleinere (biologische) boeren om mee te blijven spelen. Zij worden op deze manier langzaam maar zeker in de hoek van 'hobbyboeren' gedreven en tegelijkertijd geeft het de Monsanto's en Bayers van deze wereld nog meer ruimte en macht. Dat deze bedrijven niet alleen een groot deel van de zadenmarkt in handen hebben, maar ook pesticiden, genetisch gemodificeerde zaden en groeistoffen verkopen maakt het des te zorgwekkender. Het doel van deze regelgeving is namelijk de bevordering voedselveiligheid, door middel van overheidscontrole van boerderij tot vork. Maar is dat wat wij met zijn allen willen? Voedselveiligheid nastreven door genetisch gemodificeerd materiaal en het uitroeien van plagen door middel van pesticiden?

Juist de kleinere, biologische zaadproducenten hebben biodiversiteit hoog in het vaandel staan. En, zoals de meeste hobbytuinders ieder seizoen opnieuw ondervinden: juist diversiteit en het kweken van inheemse soorten maakt dat je de grond niet uitput, dat smaak en voedingswaarde optimaal zijn en je oogst niet ten onder gaat aan ziektes en plagen. Ik maak me grote zorgen als we straks zijn overgeleverd aan het industriële aanbod dat door bestraling en genetische manipulaties "ziektevrij" is gemaakt.

Maargoed, het was niet mijn bedoeling van dit stukje een politiek pamflet te maken. Het is hooguit een (oké, behoorlijk verontrustende) inleiding om iets te vertellen over het verschil tussen oude zaadvarianten (in het Engels prachtig 'heirloom', erfstuk, genoemd), hybride zaden en GGO zaden, waarbij de afkorting staat voor genetisch gemodificeerd organisme.

Oude, oorspronkelijke zaden
Dit zijn zaden met een geschiedenis. Ze zijn regelmatig al van voor de Tweede Wereldoorlog en net als een sterk familieverhaal van generatie op generatie over gegaan. Deze zaden worden op een natuurlijke manier gewonnen: van de mooie en smakelijke oogst wordt wat zaad bewaard voor eigen gebruik en geruild tegen andere zaden. Deze zaden zijn vaak niet gepatenteerd en in principe kun je, eenmaal de gelukkige eigenaar van de zaden van diverse oude soorten, ieder jaar opnieuw zaaien, oogsten en zaad winnen voor het seizoen erna.

Hybride zaden
Deze zijn ontstaan vanaf de jaren '50, vooral met als doel om bepaalde positieve eigenschappen te combineren en de productie te intensiveren. Deze zaden zijn, als je ze in een zakje koopt, herkenbaar aan de annotatie F1 bij de naam. Hybride veredeling werkt ongeveer zo: eigenschappen van twee families worden met elkaar gekruist. Zo worden van beide de positieve eigenschappen in het nieuwe hybride zaad gecombineerd en is het bijvoorbeeld resistent tegen bepaalde ziektes en groeit het ook nog eens erg snel.

In een (industriële) omgeving waarin de omstandigheden gelijk en controleerbaar zijn is het resultaat gelijkmatig. Maar ben je, zoals ik, iemand die tuiniert in de buitenlucht dan zijn deze omstandigheden en daarmee ook het resultaat onvoorspelbaar. Het is, met andere woorden, het jaar erna niet mogelijk om opnieuw een plant te groeien met dezelfde eigenschappen. Wil je het volgende jaar hetzelfde resultaat, dan moet je terug naar de winkel om hetzelfde F1-zaad te kopen, hetgeen vanuit het perspectief van de zaadhandel natuurlijk erg prettig is.

'GGO-'zaden
Bij genetisch gemodificeerde zaden hebben er aanpassingen plaatsgevonden op DNA-niveau, ofwel: het genetisch materiaal wordt op een manier gewijzigd die in de natuur niet voorkomt. Redenen hiervoor kunnen bijvoorbeeld zijn het uiterlijk, resistentie of voedingswaarde. Dit gebeurt pas sinds de jaren '90, maar de toepassingen zijn in een rap tempo toegenomen. Het gebruik van genetisch gemodificeerd materiaal is niet onomstreden: er is nog geen overtuigend wetenschappelijk bewijs dat het schadelijk zou zijn voor de gezondheid, maar de objectiviteit van de onderzoeken naar effecten van GGO wordt regelmatig in twijfel getrokken. In principe mag je geen zaad winnen van deze gewassen, omdat ze gepatenteerd zijn. Regelmatig zijn de zaden zodanig bewerkt dat ze überhaupt geen vruchtbaar zaad voortbrengen.

Het zou makkelijk zijn om te zeggen dat ik pertinent tegen GGO ben, maar de waarheid is dat ik het een erg lastig thema vind. Ik vermijd genetisch gemodificeerde zaden volledig door alleen biologische zaden te gebruiken. Ik ben erg tegen de macht die de grote, machtige partijen als Monsanto uitoefenen. Tegelijkertijd vind ik dat ik mijn ogen niet moet sluiten voor een groeiende wereldbevolking die ook duurzaam gevoed moet worden.

Mijn biologische groententuintje is een stukje luxe waarmee ik voor mijn gevoel bijdraag aan de gezondheid van mijn gezin en waar ik het milieu niet mee belast. Maar op mondiaal niveau is er gewoon niet genoeg ruimte om zelfs maar zo'n piepklein tuintje per gezin te onderhouden. Het vereist waarschijnlijk toch technologische oplossingen om iedereen gevoed te houden, maar of dat door middel van dat 'enge' GGO moet? Hoe denken jullie daar over?

mijn juni tuin

20 mei 2013

hoeveel is genoeg?

Kort geleden vertelde ik dat ik bezig was in het boek How Much is Enough. Het is een interessant maar niet erg toegankelijk boek dus het duurde even voor ik er doorheen was. De auteurs hebben me niet volledig overtuigd van hun gedachtengoed, maar me wel weer stevig over een aantal dingen aan het denken gezet.

Ik zal proberen de essentie van het boek te schetsen:
De Skidelsky's analyseren een essay van de bekende econoom Keynes waarin hij, net voor de crisis in de jaren '30, voorspelde dat we binnen een eeuw (dus ongeveer rond deze tijd) zouden genieten van "het goede leven"; een leven waarin we door technologische vooruitgang niet meer dan 15 uur zouden hoeven te werken om in onze behoeften te voorzien en onze tijd verder zouden besteden aan genieten. En hier staan we, in het jaar 2013 en er is, zeker met de huidige financiële crisis, voor velen geen uitzicht op minder werken en meer tijd besteden aan genieten. Waar is het mis gegaan?

Volgens de Skidelsky's is de voornaamste misvatting van Keynes dat er een grens zou zijn aan wat mensen willen. Ten onrechte ging hij er van uit dat er een punt zou worden bereikt waarop mensen tevreden zijn met wat ze hebben en zich vervolgens vooral zouden gaan toeleggen op genieten. De factor die hij daarbij over het hoofd ziet is het consumentisme, dat er volgens de Skidelsky's voor zorgt dat er continu nieuwe behoeften worden gecreëerd. Daardoor schuift de horizon van het "genoeg-moment" als het ware steeds maar weer naar achter. Behoeften kosten geld en dat geld verdien je niet met vrije tijd, maar met werken. En hoe meer je verdient, hoe meer het niet-werken je kost. Ja, er is in de afgelopen eeuw sprake geweest van groei (onder andere) door technologische ontwikkelingen. Maar deze is omgezet in inkomen en niet in vrije tijd.

Vervolgens pleiten de auteurs onder andere voor het terugdringen van ongelijkheid om zo de concurrentie in status terug te dringen. Zij waarschuwen voor het effect dat, als we als samenleving op deze manier doorgaan, een kleine elite ontstaat die steeds rijker wordt en de grote massa een bescheiden salaris verdient als hun bediendes, schoonmakers, nanny's, et cetera. De auteurs zijn voorstander van een actieve overheid die burgers zo'n beetje de goede richting op stuurt, die een arbeidsloos basisinkomen garandeert, een progressieve consumptiebelasting op luxegoederen invoert en een wezenlijke arbeidstijdverkorting vastlegt. Dit vanuit de gedachte dat de grote denkers uit onze geschiedenis een nauwkeurige lijst van bestanddelen voor een bevredigend leven hebben opgeleverd: gezondheid, vriendschap, veiligheid, respect, harmonie met de natuur en ontspanning.

Zoals ik al zei: ik ben niet helemaal "om" als het gaat om het gedachtengoed van de schrijvers. Zo ben ik huiverig voor een overheid die de samenleving voorschrijft hoe wij Het Goede Leven zouden moeten invullen. Ook raakte ik wat geprikkeld door het snobistische toontje over de invulling van ontspanning. Het lezen van poëzie en bestuderen van kunst staat wat mij betreft niet hoger aangeschreven dan het kijken van een voetbalwedstrijd of het lezen van de Donald Duck. Dat moet iedereen voor zichzelf uit maken.

Een paar dingen uit het boek hebben me echter wel aan het denken gezet. Wat is de zin van het nastreven van continue groei? Van groei als zodanig worden we niet gelukkiger en bovendien belast het ook het milieu zo fundamenteel dat het niet meer te herstellen is. Het nastreven van rijkdom als doel op zich in dit deel van de wereld, waar welbeschouwd al behoorlijk sprake is van overvloed, voegt voor mijn gevoel weinig toe.

De technologische ontwikkelingen gaan door en maken dat werk- en productieprocessen nog altijd efficiënter worden en menselijk handelen steeds vaker wordt overgenomen door techniek. Als de norm echter blijft dat iedereen vijf dagen per week, acht uur per dag blijft werken dan zal er bij een gelijkblijvende beroepsbevolking altijd een reserve van werklozen blijven. Is het in die zin geen eerlijke gedachte om het werk en de inkomsten daaruit beter te spreiden? En is het eigenlijk ook niet een bijzonder vreemd concept om veertig jaar van je leven keihard te werken om vervolgens pas in de laatste jaren, als die je gegeven zijn, te beginnen met genieten? Waarom zou je dat niet veel gelijkmatiger over je gehele levensduur spreiden?

Ik besef dat werk voor veel mensen bijdraagt aan zingeving en ik ben daar zelf ook zeker niet ongevoelig voor. Als het leveren van een zinvolle bijdrage door werk wordt vervangen door een soort ledig nietsdoen dan schieten we met elkaar ons doel voorbij. Maar mijn (misschien naïeve) hoop is dat als er meer tijd beschikbaar komt, er ook meer energie en enthousiasme wordt opgebracht om zingeving te halen uit bredere, maatschappelijke bijdragen. Zo kan er bijvoorbeeld meer solidariteit met eenzamen, armen, zieken in de samenleving ontstaan, die in de huidige "druk, druk, druk"-maatschappij te vaak aan hun lot worden overgelaten, of aandacht en zorg moeten inkopen.

Ook de gedachte dat er een verzadigingspunt zou moeten ontstaan op het moment dat er sprake is van "genoeg" is wat mij betreft een zinnige. Maar hoe definieer je dat moment en hoe herken je het? Is dat zo simpel als het financieel kunnen voorzien in je primaire levensbehoeftes? De conclusie dat je genoeg hebt staat op gespannen voet met hang naar maatschappelijke status. Onze samenleving hecht aan economische productiviteit; zodra je minder productief bent tel je niet meer mee of, erger, word je als kostenpost ervaren. Kijk ik naar mijn directe omgeving dan merk ik dat er vaak met onbegrip of, erger nog, met enig medelijden wordt gekeken naar degenen die doelbewust een stapje terug nemen. Ouders die er bewust voor kiezen om thuis bij de kinderen te blijven of genoegen nemen met een kleinere baan met minder status kunnen maar zelden op instemming rekenen. De auto weg doen of niet op vakantie gaan wordt al snel uitgelegd als "dat het wel niet zo goed zal gaan". Dat daar een zee van vrije tijd en vrijheid om deze tijd naar welbelieven te besteden voor terug komt, wordt minder gezien of gewaardeerd.

Waar brengen deze overpeinzingen mij? Daar ben ik eerlijk gezegd nog niet helemaal uit. Maar mijn voorzichtige conclusie is wel dat ik het basis "genoeg-moment" al heb bereikt. De komende tijd wil ik mijn keuzes over de manier waarop ik mijn tijd verdeel tussen geld verdienen en ontspanning nog eens kritisch tegen het licht houden. Ik houd jullie op de hoogte van mijn conclusies.

mijn vergaderlocatie van afgelopen vrijdag

21 april 2013

transitiedenken

Ik weet niet hoe dat met jullie zit, maar ik ben het woord "crisis" na bijna vijf jaar behoorlijk zat. Je kan geen nieuws of actualiteiten kijken, luisteren of lezen of het gaat daarover. We bevestigen elkaar keer op keer in hoe ernstig de situatie is en welke effecten het heeft op ons leven, ons werk, ons inkomen. Natuurlijk ben ik niet blind voor de gevolgen van aanhoudende financiële spanningen, maar ik zie tegelijkertijd dat er veel hoopvolle bewegingen zijn die zorgen dat we de samenleving op een andere manier gaan organiseren. Creatiever, duurzamer, meer solidair.

Het lijkt de afgelopen weken een rode draad: ik ben bezig in het boek How Much is Enough (daar vertel ik binnenkort nog wel een keer over). Ik zag een interessante reportage van Tegenlicht, waarin transitiedenkers aan het woord werden gelaten. En last but not least: ik ben nog steeds hard bezig met mijn bedrijfje, dat eigenlijk ook een transitie is van de solistische manier waarop ZZP'ers normaal gesproken werken naar een soort gilde van vakbroeders. Zou dat allemaal toeval zijn? Of staan we aan het begin van een beweging die de samenleving op allerlei punten anders gaat organiseren?

De huidige crisis is niet alleen financieel. Er is sprake van een systeemcrisis, waarin verschillende spanningen tegelijk spelen: we zijn verslaafd aan fossiele brandstoffen, die toch echt eindig blijken te zijn. We hebben een voedselcrisis, waarbij het voedsel niet alleen erg ongelijk verdeeld is over de mensheid maar waar we bovendien 10 calorieën energie nodig hebben om 1 calorie voedsel te produceren. Er staat spanning op de solidariteit van de verzorgingsstaat, waarbij er steeds minder bereidheid lijkt om met elkaar via afdrachten voor kwetsbaren in de samenleving te betalen. De Belastingdienst te slim af zijn is bijna een nationale sport, terwijl we daarmee welbeschouwd alleen onszelf en het collectief bedotten. 

Tegelijkertijd zie ik dat de industriële kijk op de wereld het eind van zijn levensduur bereikt. Niet overal staan productiemiddelen als grondstoffen, kapitaal en arbeid centraal. Steeds vaker gaat het over duurzaamheid, ontplooiing, solidariteit, gemeenschapszin. In mijn omgeving hoor ik mensen vertellen dat zij zelf wat groenten gaan verbouwen op hun balkon, beginnen vrienden voorzichtig aan met "ontspullen" of minder vlees eten. Vrijwilligerswerk, inzamelen voor goede doelen, participeren in broodfondsen, collectieve acties om de wijk leefbaarder te maken; er is iets gaande waarbij een kleine maar duidelijke groep zelf het heft in handen neemt en niet wacht totdat knelpunten "van hogerhand" worden opgelost. Wij zijn de samenleving, dus waarom zouden we wachten?

Onze minister-president roept Nederlanders op tot stoppen met somberen en tot meer consumeren om de economie uit het slop te helpen. Het eerste juich ik toe. Over het tweede denk ik: als we hetzelfde blijven doen als we altijd deden, hoe kunnen we dan verandering verwachten? Is de huidige instabiliteit niet juist een signaal dat het allemaal wel wat soberder zou kunnen en zelfs zou moeten? Ik ben hoopvol over de creatieve energie die ik om me heen zie ontstaan. En ik wil daar deel van zijn, ik wil op mijn eigen bescheiden schaal zelf het verschil helpen maken. Door me te organiseren met anderen die ook klaar zijn om in beweging te komen, niet individueel maar als collectief. Niet vanuit een centrale institutie, maar in kleine, lokale verbanden waarin we elkaar (her)kennen. Door te ruilen (ik heb weer komboecha en kefirkorrels! Op te halen bij mij thuis, in ruil voor biologisch plantgoed!), mensen uit mijn netwerk actief aan elkaar te koppelen, jongeren op sleeptouw te nemen die een slechte startpositie hebben, door mijn kennis ter beschikking te stellen aan anderen en door niet meer bronnen te gebruiken dan ik redelijkerwijs nodig heb. Hoogdravend? Misschien. Maar volgens mij ook realistisch en haalbaar.

Als iedereen op microniveau zijn of haar steentje bijdraagt kunnen we een enorme veranderkracht in gang zetten en hoeven we niet te wachten tot "De Overheid" met de oplossing komt en De Economie weer aantrekt. De oplossing, dat zijn wij namelijk zelf.

eitjes uit eigen kip!

30 maart 2013

goed en kwaad

Goed en kwaad vormen vaak de ruggengraat van sprookjes, romans en films. In het dagelijks leven zijn goed en kwaad gelukkig minder zwart-wit, maar soms doen zich situaties voor waarin je je afvraagt of iemand er moedwillig op uit is om schade aan te richten. Zonder teveel op de details in te gaan: op dit moment ben ik met mijn kersverse bedrijfje helaas verwikkeld in zo'n situatie en zoek ik naar manieren om daarin mijn kalmte en authenticiteit te bewaren. Vandaar op deze zaterdagochtend een bespiegeling over de ietwat bombastische termen Goed en Kwaad (zie dit maar als een waarschuwing).

Mijn voornaamste dilemma is: hoe kun je zelf vanuit integriteit en vertrouwen blijven reageren als je, voor je gevoel, kwaad wordt aangedaan? Met Rousseau geloof ik dat de mens van nature goed is en er niet op uit is om anderen kwaad te doen. Wel zijn er omstandigheden die deze natuurlijke inborst negatief kunnen beïnvloeden en ervoor zorgen dat mensen elkaar desondanks moedwillig schade toebrengen. De gruwelen in de Abu Ghraib gevangenis hebben naar mijn idee op een extreme manier duidelijk gemaakt dat de mens onder druk van een systeem of situatie tot afschuwelijke dingen in staat is. Ik weiger echter te geloven dat dit een voorbeeld is van de natuurlijke staat van de mens. En of je in bepaalde situaties als slechterik of held uit de bus komt is misschien wel meer een dubbeltje op zijn kant dan wij willen geloven. Waarmee ik overigens absoluut niet wil zeggen dat je niet zelf verantwoordelijk bent voor de wijze waarop je reageert. En uiteraard ook niet dat mijn situatie maar in de verste verte lijkt op de extreme uitdrukking van het kwaad die daar aan de orde was. Gelukkig niet.

Goed en kwaad zijn geen absolute termen. Ze zijn voor een deel situationeel en cultureel bepaald. Als ik mijn huidige situatie helemaal "afpel" dan is de meest bepalende factor de vraag naar het motief van het  handelen van de ander. Voelt hij zich bedreigd of aangetast in zijn rechten of positie? Komt het handelen voort uit de wens tot behoud van eigendom of van de sociale orde waar hij deel van uit maakt? Even los van de vraag of ik het eens ben met deze opvatting creëert dat bij mij wel meer begrip voor de situatie. Bovendien ben ik op deze manier beter in staat om de persoon en de actie los te zien van elkaar.

Het heeft dus ook niet veel zin om de term "kwaad" te definiëren. De situatie is zoals hij is, los van het label dat ik er aan hang. De andere partij zal de situatie misschien precies andersom uitleggen en van mening zijn dat ik (of mijn bedrijfje) het kwaad vertegenwoordig. De discussie over wie er in dezen gelijk heeft is weinig zinvol; daar kom je met elkaar niet uit. Belangrijker is de vraag hoe ik er zelf mee om ga.

In ingewikkelde situaties laat ik me graag inspireren door opvattingen uit het Boeddhisme of uit de yogafilosofie. De aanknopingspunten die ik daarin vind voor goed handelen zijn onder andere geweldloosheid (in woord en daad), "soulpower" (Satyagraha) en eerlijkheid. Hoe probeer ik dat te vertalen naar gedrag in deze ingewikkelde en energie vretende situatie? (let op: ik zeg nadrukkelijk "probeer", want ik ben helaas nog niet zover spiritueel ontwikkeld dat dit me eenvoudig afgaat):

  • Ik laat geen boosheid zien
  • Ik spreek niet kwaad over mijn opponenten
  • Ik houd de relatie in stand, los van het conflict
  • Ik heb er openlijk vertrouwen in dat rechtvaardigheid wint; ook al is het niet op korte termijn

En om deze ietwat zware bespiegeling te verlichten plaats ik nog wat fotootjes die ik vanochtend vroeg in mijn tuin heb genomen ;).



pruimenbloesem

de lente wil maar niet komen, maar in het vroege ochtendlicht is het toch genieten

de crocusjes blijven lang in vorm dit jaar


14 maart 2013

ingrediënten voor geluk

Een eigen bedrijfje opzetten is een beetje als een kind krijgen. Je bereidt je voor, kijkt er maanden naar uit en droomt over hoe het zal zijn. Tegelijkertijd moet er ongelofelijk veel geregeld worden en dat moet tussen de bedrijven door; het "gewone" werk draait immers ook door. In de avonduren, in de weekenden, zelfs in mijn dromen was ik met het bedrijf bezig. En dan is het op een dag zo ver: in januari vierden we bij een vuurkorf, met glühwein en een paar goede collega's van het eerste uur, de officiële geboorte. Met een echt geboortekaartje stelden we iedereen uit onze omgeving trots op de hoogte van het heuglijke feit. En, net als na een echte geboorte, begon het werk toen pas echt. Een paar weken met zeven werkdagen, twaalf uur per dag, zorgen, triomfen maar ook diepe vermoeidheid.

Dit stukje gaat niet over hoe je een bedrijf opzet, maar over een paar inzichten die ik in deze hectische afgelopen maanden heb opgedaan over de ingrediënten van geluk. Het leek me aardig om die hier te delen.

Mensen die al wat langer meelezen herkennen inmiddels mijn eeuwige dilema: de wens om bewust te leven en helemaal terug te gaan naar de bare necesitties versus mijn ambitie om Groots en Meesleepend te leven en zoveel mogelijk dingen mee te maken. Het lijkt een eeuwige slinger van Foucault die maar niet kan kiezen tussen rust en sensatie. En in de afgelopen maanden is de slinger weer een stuk de sensatiekant op gevlogen. Met als resultaat dat ik veel interessante mensen heb ontmoet, ongelofelijk veel heb geleerd, enorme hersenkrakers heb mogen oplossen en in bijzondere situaties terecht ben gekomen die ik op voorhand nooit had kunnen voorspellen. Het was leven tot op mijn tandvlees; geen minuut van de dag onbenut laten en steeds op het scherpst van de snede opereren om alles onder controle te houden. Topsport.

Sinds kerst merk ik dat ik steeds vatbaarder wordt voor allerlei fysieke kwaaltjes. Rond kerst had ik ontstekingen aan mijn beide ogen (de jaarlijkse kerstfoto's zijn daarmee tot verboden materiaal verklaard), een hardnekkige koortslip wandelt langzaam maar gestaag mijn mond rond en ik ben moe. Erg moe. Nadat ik afgelopen weekend terug kwam uit New Orleans kwam de man met de hamer langs: ik ben geveld door een forse bronchitis en slaap al een paar dagen zo'n 18 uur per nacht. Duidelijker dan dat wordt het niet: er moet iets veranderen. En snel. Maar dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan met een eigen bedrijfje dat zich nog in de start-up fase begint en veel aandacht nodig heeft om tot wasdom te komen.

Dit alles heeft me aan het denken gezet over mijn persoonlijke ingrediënten voor geluk. Ik wilde toch graag dat bedrijf starten? Ik geloof er toch heilig in dat we daarmee iets organiseren waar men op zit te wachten? Hoe kan het dan dat ik op dit moment niet de voldoening voel die ik zou moeten voelen? Met andere woorden: als dit het niet is, wat zijn dan wel de ingrediënten voor mijn geluk? Ik ben al een tijdje met dit thema bezig en uiteindelijk begint een mooi en (voor mij persoonlijk) compleet lijstje te ontstaan met lessen over geluk.

Les 1: Het grote geluk zit in het kleine. Aandacht is nodig om het kleine te herkennen.

Geluk is niet iets dat zich met een zwaailamp en een hoop kabaal bij je aandient. Dagelijkse geluksmomenten doen zich voor in een grappig gesprek tijdens het eten, een knuffel voor het slapen gaan, de manier waarop de zon tussen de sneeuwvlokken door schijnt. Als ik in de hoogste versnelling leef dan gaan deze dingen allemaal ongemerkt aan me voorbij. Alleen als ik vertraag en met aandacht leef kan ik dagelijks volop geluksmomenten oogsten.

Les 2: Work like you don't need the money. Love like you've never been hurt. Dance like no-one's watching.
Deze zinnen trof ik vorige week in de VS in een tijdschrift. Behoeft geen toelichting.

Les 3: Flow kan alleen ontstaan als de boog niet steeds gespannen is.

Ik ben dol op flow, die mentale staat waarbij je helemaal geabsorbeerd wordt door waar je mee bezig bent en nergens anders oog voor hebt. Flow kun je niet afdwingen, maar je kunt wel de condities optimaliseren waaronder flow kan ontstaan. Nieuwsgierigheid, volhardendheid en intrinsieke motivatie zijn daarbij essentieel. Maar als je de boog steeds gespannen houdt wordt flow juist verbetenheid en leidt het tot spanning of verveling.

Les 4: Creativiteit is zuurstof voor geluk.

Huppel door het gras op je blote voeten, speel tikkertje, creëer iets nieuws van bestaande dingen. Mensen zijn gemaakt om te spelen en te scheppen. Daardoor land je rechtstreeks vanuit je hoofd in je hart.

Les 5: Oprecht contact is waar het om gaat

Ik maak er een gewoonte van om onderweg mensen vriendelijk aan te kijken. Vaak leidt dat tot een glimlach of een groet of soms zelfs een mooi gesprek. Ik zou zonder deze gewoonte veel minder bijzondere mensen ontmoet hebben in mijn leven. Maar juist ook met mijn naasten is het belangrijk om er écht te zijn en écht te luisteren. Niet met een half oog naar de tv of naar de smartphone kijkend. Relaties verdiepen zich door niet alleen te reageren op wat er gezegd wordt, maar door het hele plaatje te zien.

Les 6: Zonder zingeving mis je een dimensie.

Toegegeven, een groot deel van je leven leid je voor jezelf: je werkt, ontmoet mensen en leert dingen om jezelf te onplooien. Maar pas sinds ik mij bewust ben van mijn rol binnen het grotere geheel en de verantwoordelijkheid die dat met zich mee brengt voor het totaal leef ik vollediger. Het maakt mijn leven in alle opzichten rijker. Overigens is dit één van de eerste dingen die sneuvelt bij drukte, dus daar zit nog een duidelijk aandachtspunt.

Les 7: Wees nieuwsgierig en leer iets nieuws

Ieder jaar neem ik mezelf voor iets nieuws te leren wat niet erg voor de hand ligt. Eerder dit jaar heb ik een cursus logica gedaan, maar - hoe interessant het ook was - ik bleef daarmee teveel in mijn hoofd hangen. En daarom begin ik volgende week aan een cursus diervriendelijk bijenhouden. Niet met de ambitie om zelf te gaan imkeren, maar wel om er meer over te leren.

Les 8: Prestaties geven vooral je ego een geluksgevoel

Het duurde even voor deze les in de volle omvang tot me door drong en het was best een bittere pil om te slikken. Ik ben weleens geneigd om succes en geluk met elkaar te verwarren. Succes lijkt te definiëren als een optelsom van prestaties. Prestatie + prestatie + prestatie = succes. Maar als ik het tot de kern terugbreng heeft succes niks met geluk te maken. Succes is niet veel meer dan een scorelijstje van mijn ego. Bij behaalde prestaties kan mijn ego tevreden constateren dat het succesvol is. Maar dat verandert niets aan mijn basis geluksgevoel. Sterker nog; sommige successen laten me achter met een leeg gevoel van "was dit het nou" en dragen niet in mijn diepste kern bij aan gevoelens van geluk. Kortom: het najagen van successen is voor mij niet de weg naar geluk.

Les 9: Leer van dieren. Zij snappen het.

Zoals bekend heb ik een kat en twee kippen en alledrie beheersen ze de kunst van het geluk tot in de finesses. Sok, de kat, weet feilloos de lekkerste plekjes te vinden om te gaan liggen en kan dan uitbundig knorrend gelukkig liggen zijn. Djente en Nugget, de kippen, zijn de hele dag druk aan het scharrelen en aan het tutten, maken daar kleine geluidjes bij en nemen als hoogtepunt van de dag een lekker bad in de plantenbak. Als de zon onder gaat schuiven de dames zij aan zij op de stok om bij te komen van de drukke dag. Een eenvoudig, productief maar in alle opzichten bevredigend leven. Waarom maken wij mensen het toch zo ingewikkeld voor ons zelf?

Les 10: Laat je inspireren door anderen, maar leer je eigen lessen

Dit zijn alleen mijn ervaringen en mijn lessen. Iedereen heeft zijn persoonlijke handleiding en routekaart naar geluksmomenten. Ik kan het aanraden om er eens de tijd voor te nemen om het voor jezelf in kaart te brengen. En als je daar toch mee bezig bent: laat eens weten wat jouw klokje laat tikken?

29 december 2012

inzicht

Zo aan het eind van het jaar word je aan alle kanten om de oren geslagen met jaaroverzichten. Wat waren de centrale thema's en grote nieuwsfeiten in 2012 en wat vonden we daarvan? Volgens de media was 2012 vooral een jaar om snel te vergeten. Een jaar van crisis, werkeloosheid, ellende en het door de Maya's aangekondigde einde der tijden. Al met al geen vrolijk beeld.

Ik trof vanmiddag een citaat van Rudolf Steiner over crisis als overgangskenmerk die in mijn hoofd is blijven plakken:

"Wij leven in een overgangstijd. Weliswaar is iedere tijd een overgangstijd, maar het komt er op aan om te zien wat er in overgang verkeert. In onze tijd is er iets belangrijks in overgang, iets dat de mens diep in zijn innerlijk beroert, dat van groot innerlijk belang is.

Wanneer men met bewustzijn volgt wat het zogenaamd gevormde deel van de beschaafde wereld de afgelopen decennia heeft gedaan, dan komt men tot het uiterst treurige beeld van de mensheid die in slaap verkeert. Dat is niet bedoeld als kritiek, ook niet als impuls tot pessimisme, maar is bedoeld om krachten te kweken die de mens in staat stellen om in elk geval voor elkaar te krijgen wat nu voorlopig het allerbelangrijkste is: inzicht, werkelijk inzicht te verwerven. In deze tijd moeten we tot inzicht komen en illusies achter ons laten.

Vraag daarom niet: ‘wat moet ik doen, of wat moeten die en die doen?’ – Dat zijn misplaatste vragen. Hoe kom ik tot inzicht in de tegenwoordige verhoudingen, dát is een belangrijke vraag! Wanneer er voldoende inzicht leeft, dan zal gebeuren wat gebeuren moet. Wanneer het juiste inzicht in voldoende mate leeft, dan zal zich ook zeker datgene ontwikkelen wat ontwikkeld moet worden. We zullen met veel van het bestaande moeten breken. Wij zullen moeten beseffen dat de uiterlijke gebeurtenissen werkelijk niets anders zijn dan symptomen voor een innerlijke, in het bovenzinnelijke gebied liggend ontwikkelingsverloop waarvan niet alleen het historische leven maar ook ieder mens met zijn hele menselijke zijn, deel van uitmaakt.”
(Rudolf Steiner, 1 november 1918)

Die Maya's waren misschien zo gek nog niet. Hoe mooi zou het zijn als het einde van een kalender niet het einde der tijden maar het einde van het oude denken en een tijd van nieuw bewustzijn aankondigt? De crisis waarin we ons bevinden is meer-dimensionaal en gaat dieper dan alleen financieel: de wereld zoals we die kenden brokkelt langzaam. Olie raakt op, banken en verzekeraars blijken niet zo betrouwbaar als we altijd dachten, we worden met zijn allen dikker en zieker, we leven individualistischer dan ooit met doppen in onze oren en een smartphone voor ons hoofd en het populisme viert hoogtij.

Maar voor u droevig afhaakt door zoveel narigheid: ik ben een optimistisch mens en volgens mij zijn de eerste tekenen van inzicht en een nieuwe bewustwording al duidelijk aanwezig. Steeds meer initiatieven maken duidelijk dat er weer meer ruimte komt voor verbondenheid en wij-cultuur in plaats van het individualisme waar we de afgelopen decennia in gerold zijn. Collega-consuminderaars hebben al ontdekt dat een economie waarin zelf maken, ruilen en delen het uitgangspunt is veel meer voldoening blijkt te geven dan ongebreideld consumeren. Er ontstaan fysieke en virtuele netwerken waarin kennis, informatie maar ook idealistische initiatieven gedeeld en uitgevoerd worden. De blogcommunity is voor mij één van de mooiste voorbeelden van hoe onbekenden elkaar kunnen ondersteunen, inspireren en helpen.

Maar de eerste tekenen van nieuwe, optimistische tijden gaan verder dan dat. Mensen stellen hun huis open voor onbekenden om ze een slaapplaats te bieden of om gezamenlijk te mediteren. Crowdfunding helpt starters met mooie groene initiatieven op weg, daar waar banken niet thuis geven.Via internet worden gratis kwaliteitscursussen door diverse universiteiten aangeboden waarbij de deelnemers met elkaar een erg inpirerend netwerk vormen. Maar ook heeft een omvangrijke groep jongeren zich verenigd om de politiek te verjongen en hervormingen in gang te zetten.

Ik geloof niet dat problemen op hetzelfde niveau kunnen worden opgelost als waarop ze gecreëerd zijn. Gewoonweg weer meer spullen gaan kopen en bezuinigen op alles dat staat voor beschaving - zorg voor zwakkeren in de samenleving, cultuur, dierenwelzijn - gaat geen passend antwoord zijn op het web aan crises (maatschappelijk, milieu, politiek en spiritueel) waar we in verstrikt zitten. We hebben behoefte aan nieuwe verhalen die ons verbinden, aan ideologieën die niet verstikken, maar een moreel kompas bieden waar we op kunnen varen. Dat begint, zoals Steiner in bovenstaand citaat aangeeft, bij inzicht. En inzicht leidt er toe dat we, bewust of onbewust, beseffen wat we moeten ontwikkelen om er uit te komen. Dat gaat misschien niet met één big bang van inzicht aan het einde van een Mayakalender, maar met een heleboel individuele mini-bangetjes die met elkaar één patchwork deken van nieuw bewustzijn en daarbij passend handelen gaan creëren.

Iedereen een mooi, warm en optimistisch 2013!