Posts tonen met het label meditatie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label meditatie. Alle posts tonen

09 augustus 2014

controle en loslaten

Vanuit mijn werk ben ik gewend touwtjes in handen te houden en te bewaken of iedereen doet wat hij zou moeten doen. Aan het begin van een project breng ik in kaart waar onzekerheden of risico's liggen en bedenk ik maatregelen om te voorkomen dat deze zich voor gaan doen. Loopt een proces niet zoals het zou moeten, dan weet ik meestal aan welke touwtjes ik moet trekken om de boel los te rammelen zodat het weer door kan gaan. Dat is de belangrijkste opdracht van een projectmanager en stiekem ben ik blij dat ik dit ietwat obstinate trekje heb kunnen omzetten in iets waar ik mijn boterham mee verdien.

Ik vind mezelf niet echt een controlfreak (alhoewel sommigen in mijn omgeving daar redelijkerwijs anders over zullen denken), maar loslaten in mijn privéleven blijkt, voorzichtig uitgedrukt, niet mijn sterkste kant. En laat nou het zoeken naar de balans tussen controle en loslaten de rode draad zijn in deze periode, waarin (onder andere) onze oudste zonder ons op vakantie gaat en we gaan verhuizen.

Heeft het in mijn werk nog enig nut om controle te houden en vooraf risico's te reduceren, in het echte leven werkt dat toch anders. Proberen controle te houden in het echte leven betekent dat je steeds rekening houdt met wat er allemaal mis kan gaan. En dat vervolgens probeert voor te zijn. Zo mis je spontane momenten, nieuwe ervaringen en contacten. In de praktijk betekent het eigenlijk: leven vanuit angst in plaats van vanuit vertrouwen en jezelf daarmee dingen ontzeggen in de - ijdele - hoop dat er nooit iets mis zal gaan. Geen to-do lijstje, plan of planning die alle verrassingen die het leven biedt kan beïnvloeden. Controle geeft dus een gevoel van schijnzekerheid.

Het bewustwordingsproces waar ik nu midden in zit is verhelderend en op momenten licht pijnlijk. Ik mag mezelf graag zien als redelijk onthecht, maar eigenlijk is controle ook een vorm van hechten: het hechten aan een bepaalde uitkomst. Maar wie besluit welke uitkomst de beste is? Wie ben ik om dat te bepalen?

Het leven is geen project. Ik probeer er dus niet langer als een projectmanager mee om te gaan, maar in plaats daarvan meer mee te deinen met het leven. Er op te vertrouwen dat dingen gebeuren, in plaats van een bepaalde weg af te dwingen. En dat is best even oefenen. Drie dingen die mij daarbij helpen:

- Bewust zijn van het feit dat dat er geen echte controle bestaat; ik ben als individu niet in staat alle omstandigheden buiten mijzelf te beïnvloeden
- Handelen vanuit vertrouwen in plaats van angst. Het universum is van nature vriendelijk en de kans dat dingen ook zonder mijn interventie goed aflopen is aanzienlijk :-)
- Uit de denk-modus stappen en in de voel-modus. Piekeren, over-analyseren en scenario's uitwerken kosten veel energie en werken verkrampend. In plaats daarvan voelen, loslaten en toestaan dat dingen zich ontvouwen geven meteen zuurstof, ruimte en vrijheid

Herkennen jullie die innerlijke projectmanager? En hoe gaan jullie daarmee om?
Monet's Etang aux nymphéas in Giverny, ofwel: waar je terecht kunt komen als je de planning durft los te laten


01 maart 2014

communiceren

Schelden doet geen pijn, riepen we vroeger weleens. Maar eigenlijk had ik toen al moeite met die uitspraak. Woorden kunnen wel degelijk pijn doen. Vaak gebeurt het niet eens bewust, maar desalniettemin kan een scherpe opmerking bijna letterlijk door de ziel snijden en geneest een schram of blauwe plek sneller dan de schade van woorden. Die voel je soms jaren later nog.

De andere kant van die medaille is dat compassionele woorden magisch kunnen werken in moeilijke situaties. Het geheim zit hem niet alleen in de zorgvuldigheid waarmee de woorden worden gekozen, maar vooral ook in de intentie waarmee het wordt uitgesproken. Iconen als Mahatma Gandhi, Martin Luther King en Nelson Mandela waren meesters in deze manier van communiceren. Het was voor hen geen handig communicatie trucje; hun manier van spreken was een reflectie van hun diepste overtuigingen, van hun persoonlijkheid. Die echtheid heeft de wereld veranderd. Niet zonder slag of stoot, maar alle drie hebben ze de wereld een beter achter gelaten dan dat ze hem aantroffen.

De afgelopen tijd kwam ik opeens regelmatig uitgeput en 'leeg' thuis van mijn werk, ongeacht of ik het druk had gehad of niet. En dat terwijl ik normaal juist veel energie en inspiratie uit mijn werk haal. Een vergelijkbaar leeg gevoel heb ik ook weleens buiten de context van werk, maar ik had er eigenlijk nog nooit bij stilgestaan waar de oorzaak zou kunnen liggen. Nu er zo duidelijk sprake was van een trendbreuk vond ik het de moeite waard om eens te onderzoeken waar dat gevoel vandaan zou kunnen komen. Ik probeer nog steeds dagelijks te mediteren en dat is een prima moment om eens in te zoomen. Wat is het precies? Waar voel ik het in mijn lijf? Welke vorm heeft het? Waar zit de oorsprong van die leegte?

Al reflecterend begon zich een steeds helderder beeld af te tekenen: het project waar ik mee bezig ben zit in een fase waarin ik steeds op mijn hoede moet zijn en 'strategisch' moet handelen. Dat betekent in de praktijk dat ik - bewust of onbewust - rekening houd met hoe mijn woorden kunnen worden uitgelegd en dat ik bij alles wat gezegd wordt moet zoeken naar de lading die er achter zit. Ik snap dat spel en speel het mee, maar dat wil nog niet zeggen dat het me goed ligt. Het is alsof ik me een onnatuurlijke rol aan moet meten in een toneelstuk dat me niet echt aanspreekt. Dat betekent niet dat ik mijn handdoek in de ring gooi. Er tussenuit stappen is de gemakkelijkste oplossing maar daar is het proces niet bij gebaat en daar leer ik zelf ook niks van.

Ik begon te lezen over geweldloze communicatie. Ik had een boek over dat onderwerp al een paar jaar geleden een keer op de kop getikt, maar had nog niet een directe aanleiding om het te lezen. Maar nu, tijdens mijn onderzoek naar hoe ik deze situatie kan keren, valt de inhoud in vruchtbare aarde. Het model van geweldloze communicatie is niet in een paar pennenstreken uit te leggen, maar het is een heel krachtige manier van je op een verbindende, empathische manier met anderen verhouden, hetzij thuis, hetzij op je werk. En het mooiste is: je hoeft er niks nieuws voor te leren; het is vooral een kwestie van bewustwording.

De taal die wij gebruiken binnen relaties en op het werk is vaak geënt op ideeën over goed of kwaad, wie heeft er gelijk en wie heeft er ongelijk? Het bevat oordelen, geboden of verboden, morele opvattingen of ideeën over wat jou door anderen is aangedaan. Wat alle mensen gemeenschappelijk hebben is een aantal basisbehoeften die bijvoorbeeld gaan over veiligheid en geborgenheid, autonomie, begrip, affectie en rust. Als die behoeften niet vervuld worden kan zich een scala aan gevoelens voordoen, zoals boosheid, verdriet, verwarring, schaamte of teleurstelling. De kern van geweldloze communicatie zit voor mij in het gegeven dat opmerkingen, beschuldigingen of opvattingen iets weggeven over een behoefte. Een opmerking als: "Je komt ook altijd te laat voor het eten" is een uiting van een onvervulde behoefte aan respect of verbinding. Alleen veroorzaakt de manier waarop dit geuit wordt bij de ontvanger waarschijnlijk geen empathische reactie, maar eerder iets als: "Maar jij maakt ook altijd zulke onhandige afspraken" of "Ben je soms vergeten hoe vaak je mij hebt laten zitten?".

Vanuit het model van geweldloze communicatie schets je eerst je ongenoegen in neutrale woorden: "Wij hadden om zes uur afgesproken en je bent er niet." Vervolgens benoem je je gevoelens: "Ik heb mijn best gedaan om lekker voor je te koken zodat we met zijn tweetjes een gezellige avond konden hebben en nu voel ik me niet serieus genomen en teleurgesteld." Daarna uit je de behoefte die daar achter ligt: "Ik heb behoefte aan respect voor de afspraken die we met elkaar maken en aan verbinding in de vorm van een gezellige avond met jou samen." Tenslotte doe je een voorstel voor een manier waarop deze behoeftes alsnog kunnen worden vervuld. "Kun je me de volgende keer ruim van tevoren bellen als het je niet lukt op tijd te komen en zullen we dan nu het eten opwarmen en samen een film gaan kijken?". Enfin, dit zijn misschien een beetje kinderachtige en gezochte voorbeelden, maar het gaat om de stappen in de communicatie.

Ik heb deze methodiek nu een paar keer losgelaten op mijn puberzoon en na zijn aanvankelijke verwarring (ik: "Je bedoelt dat je je gefrustreerd voelt omdat je om tien uur thuis moet zijn, terwijl je eigenlijk behoefte hebt aan respect voor het feit dat je al dertien bent?") merk ik dat hij zich wel wat meer begrepen voelt. Ook al is de uitkomst vaak nog hetzelfde. Sinds afgelopen week probeer ik dit ook in mijn werksetting toe te passen en de oprechte behoefte achter boodschappen te zoeken. Dat is een stuk taaier dan de dialoog met een dertienjarige, maar ook hier lijkt het vruchten af te werpen. Niet dat alles nu opeens als een zonnetje loopt maar vooral omdat ik als ontvanger meer begrip krijg voor de behoefte achter de boodschap van de zender. En omdat ik zelf bewuster mijn gevoelens en behoeftes communiceer, waardoor meer een echt contact ontstaat in plaats van een rollenspel waarin je steeds voor rugdekking moet zorgen. De grootste eyeopener is dat ik tot mijn eigen verbazing toch een stuk 'gewelddadiger' blijk te communiceren dan ik altijd gedacht had. Het is nog te vroeg om te kunnen zeggen of mijn batterij nu ook iets minder snel leegloopt, maar het ziet er veelbelovend uit.

Als je meer wilt weten over geweldloze communicatie, kijk dan eens naar dit filmpje van een gesprek met de grondlegger ervan.

uitzicht vanaf mijn werkplek; niet verkeerd toch?

21 februari 2014

teleurstelling

Teleurstelling is een ingewikkelde emotie om mee om te gaan. Boosheid is duidelijk. Verdriet ook. Maar teleurstelling heeft elementen van zo´n beetje alle negatieve emoties en dat maakt het zowel ingewikkeld als overweldigend. Ik kan het weten, want ik zit er op dit moment midden in.

Eerder schreef ik nog blijmoedig dat we serieus bezig waren met de voorbereidingen om een nieuw huis te kopen en ons huidige huis te verkopen. De aankoopmakelaar was ingeschakeld, onderzoeken naar financiële randvoorwaarden en bouwkundige ondersteuning voor de verbouwing waren in volle gang en ons huidige huis is in een rap tempo opgeruimd en opgefrist. Zelfs de tuin ligt er weer pico bello bij en heeft niet meer zo'n Pipi Langkous op het Boerenerf-karakter. En toen kwam het bericht dat 'ons' nieuwe huis - let wel: dat al bijna twee jaar te koop en leeg staat - onder ons neus is verkocht. Terwijl we letterlijk in de startblokken stonden.

Ik besef terdege dat er ingrijpender dingen op de wereld zijn dan dit, maar toch kwam de klap stevig aan. Na lang wikken, wegen, continu op elkaar afstemmen en beelden weer bijstellen hadden we eindelijk een plek gevonden waar we als gezin enthousiast over waren en samen oud wilden worden (en daar is heel wat polderen aan vooraf gegaan!). Nu is alles in één klap tot stilstand gekomen en zijn we weer helemaal terug bij af. Dat is wrang. Hoe ga je nu om met zo'n complex gevoel als teleurstelling?

Ook (of misschien wel: vooral) negatieve emoties geven een kans om te leren over mijzelf en over hoe ik met situaties, met mezelf en met mijn omgeving om ga. Ik merk dat mijn eerste neiging is om te vechten tegen het gevoel; de teleurstelling geen ruimte te geven en hard op zoek te gaan naar iets nieuws om mijn tanden in te zetten. Tegelijkertijd weet ik: ik moet dit gevoel er laten zijn en er geen deadline aan willen hangen. Alle pogingen om het weg te stoppen krijg ik als een boemerang terug, dus ik moet het de tijd geven die het nodig heeft. Het vervelende gevoel echt doorleven en mijn aandacht erbij houden. Dat is ongelofelijk moeilijk, maar op een dieper niveau weet ik dat het de enige manier is. Dus probeer ik als een soort onderzoeker de teleurstelling te observeren, te lokaliseren waar ik het in mijn lijf voel en er naartoe te ademen. Door dat te doen voel ik vrijwel direct ruimte ontstaan en verkramptheid verdwijnen. Daarmee is het zeker niet meteen weg, maar wordt het wat minder overweldigend, wat meer behapbaar.

Ik ben eerder teleurgesteld en ik zal ook nog vaker teleurgesteld worden. Dat is een onderdeel van het leven. Als je na een vervelende ervaring voortaan teleurstellingen gaat vermijden betekent het dat je jezelf continu in bescherming neemt door grote wensen, dromen en emoties uit de weg te gaan. Dan leef je eigenlijk maar op halve kracht en daar kies ik niet voor. Acceptatie is het sleutelwoord. De situatie is zoals hij is en daar verander ik met de beste wil van de wereld niets aan. Als ik niet actief probeer te werken aan het accepteren daarvan loop ik het risico boos en bitter te worden, of te blijven.

Zonder mijn teleurstelling te bagatelliseren, moet ik constateren dat ik op de schaal der dingen best een zondagskind ben. Ik zie om me heen genoeg voorbeelden van mensen die vaker of zwaarder getroffen worden door tegenslag. Los daarvan is mijn grote geluk dat ik beschik over een gezonde dosis optimisme en dat is een belangrijke eigenschap bij het verwerken van tegenslag. Ik kan nu nog even niet goed bij die optimistische basishouding, maar ik weet dat dat wel weer gaat komen. En dat ik, zodra de scherpe randjes er af zijn, kan leren van de situatie en een nieuw plan kan maken. Maar voor nu duik ik nog even onder in de verwerking van een droom die gesneuveld is.

...gelukkig wordt het gewoon weer lente in mijn Vinex-tuin

19 januari 2014

ochtendpagina's

En voor je het weet is het zomaar diep in het nieuwe jaar; de tijd van kerst tot nu is omgevlogen. Ook al is dit niet mijn favoriete tijd van het jaar, ik moet zeggen dat ik er ieder jaar meer plezier in krijg om de periode rond de feestdagen zo huiselijk en knus mogelijk te maken met oude en nieuwe tradities. 

de voor-foto van ons kerstdiner. De na-foto durf ik hier niet te tonen.
met mijn zoon tijdens een korte vakantie met z'n tweetjes naar de sneeuw
Maar dat was niet waar ik het vandaag over wil hebben. Waar ik het wel over wil hebben is mijn voornemen voor 2014: ik wil mijn creativiteit dit jaar de vrije teugel geven. Omdat ik de neiging heb om in mijn hoofd te wonen en voor mijn werk ook veel denkwerk verricht, heb ik weleens het idee dat ik het creatieve vlammetje kwijtraak. Iets wat mij verontrust, want ik weet dat ik het vlammetje wel ergens heb sluimeren, maar ik kan er niet altijd bij. Soms ben ik het contact een periode lang zelfs helemaal kwijt. En dat terwijl ik ervaren heb dat ik in periodes dat ik wel borrel van de inspiratie ook effectiever ben op alle andere terreinen en bovendien meer energie heb. 

Ik weet niet meer wie me er op wees, maar ik heb het boek The Artist's Way gekocht om dit gevoel te doorbreken. The Artist's Way is in feite een bijna spirituele methode die je in twaalf weken leert je blokkades te herkennen, inspiratie te zoeken, actief aan de slag te gaan en te genieten van het proces, niet alleen van het resultaat. Niet alles in het boek spreekt me aan (ik moet soms wat wennen aan de toon van de auteur) maar, inmiddels in de derde week, merk ik dat er echt iets met me gebeurt. Er zijn twee specifieke dingen die me al heel veel ruimte hebben gebracht: mijn commitment aan het schrijven van ochtendpagina's en het plannen van een wekelijks kunstenaarsuitje.

Sinds eind december begin ik iedere dag met het schrijven van drie pagina's in een schrift. Niet meer, maar vooral ook niet minder. Ik schrijf alles achter elkaar zonder aandacht te besteden aan interpunctie, aantrekkelijk taalgebruik of een logische verhaallijn. Ik zet op werkdagen de wekker iets eerder om trouw aan de slag te gaan en dat proces levert erg interessante dingen op. 

Meestal beginnen mijn drie pagina's met wat ik de dag ervoor gedaan heb en wat ik de komende dag ga doen. Daarna volgt doorgaans een kleine crisis waarin ik een aantal regels verklaar dat ik echt niet weet wat ik moet schrijven en dat het dit keer écht niet gaat lukken om de 'verplichte' pagina's vol te krijgen. En dan ontstaat er vaak iets. Een idee, iets wat me dwars zit, een overpeinzing. En het lijkt vervolgens alsof ik een conversatie met mezelf aan ga. Het kan een zeurderig idee zijn, zoals dat ik me te kort gedaan voel door iets of iemand. Al schrijvend ontdek ik waar het gevoel vandaan komt en weet ik het te relativeren of ontdek ik wat ik er mee zou kunnen doen. Soms merk ik dat ik ergens boos over ben en zie ik opeens haarscherp ik dat ik onbewust jaloers ben, of erg onzeker. Echt, wat ik aantref is bepaald geen visitekaartje dat ik met de buitenwereld wil delen. Al schrijvend kom ik in contact met de schaduwzijde van mijzelf en ik schrik soms van mijn innerlijke chagrijnige zeurpiet, de onzekere kleuter of het opgeblazen ego.

Ik besef: dit klinkt niet bepaald inspirerend of als iets wat veel energie geeft. Toch ben ik nu al erg gehecht aan de ochtendpagina's. Iedere keer opnieuw heb ik na deze braindump het gevoel dat ik grondig puin heb geruimd en dat de brij aan gedachten uit de weg is. Ik sta meer open voor wat er die dag gebeurt en heb een aangename ruimte in mijn hoofd. En passant leer ik ontzettend veel over mezelf. Niet de fijne, met een soft focus en een gouden randje opgefleurde versie van mij (zoals ik graag zou hebben dat anderen mij zien), maar de rauwe kant, de onzekerheid, de dingen die me belemmeren. Het mooiste is: ik ontwikkel voorzichtig aan begrip en zelfs wat compassie voor die schaduwzijde, en dat maakt dat ik mijn innerlijke criticaster effectiever de mond kan snoeren. 

Het uitvoeren van een wekelijks kunstenaarsuitje is het tweede deel van het commitment. De methode veronderstelt dat je niet alleen je piekergedachten van je af moet schrijven, maar ook dat je je bron moet voeden met inspiratie. En daarom is de opdracht om wekelijks een inspirerend uitstapje met jezelf te plannen. Dat kan van alles zijn: naar een museum, naar de kinderboerderij, een klimwand trotseren; iets ondernemen zonder ander doel dan dat je plezier, speelsheid of prettige spanning ervaart. Deze uitdaging vind ik lastiger, omdat het me dwingt mijn calvinistische opvatting los te laten dat iets 'nut' moet hebben. Desondanks ben ik begonnen met pianolessen, heb ik een tuinontwerp gemaakt en heb ik mezelf een week lang als reisfotograaf gedragen.

Ik heb nog geen idee hoe deze methode verder gaat verlopen, maar de eerste drie weken hebben me al een hoop gebracht en ik kan het van harte aanraden aan degenen die ook hun creatieve vlammetje weer willen oppoken. Wordt vervolgd.



mijn week als reisfotograaf bracht me (o.a.) naar Scheveningen


10 november 2013

writersblock

De afgelopen tijd had ik geen onderwerpen om over te schrijven. Niet dat ik momenteel niets meemaak, in tegendeel zou ik bijna zeggen, maar op de een of andere manier kwam het er niet uit in de vorm van een blog. Een (geweldige) nieuwe opdracht met alle drukte van dien, een indrukwekkend weekend in Berlijn, interessante discussies met de kinderen, er gebeurde van alles maar het leek alsof ik de vaardigheid kwijt was om het te vertalen in een blog.

Nu is het bijhouden van een weblog voor mij geen doel op zich, zoals ook aan mijn onregelmatige schrijffrequentie te zien is. Maar wat mij een beetje verontrustte was het feit de bron leek op te drogen. Normaal is mijn weblog ook een medium waarin ik mijn gedachten kan ordenen en om duistere redenen kon ik er al een paar weken "niet bij". Ik had geen idee waar dat door kwam.

Een yogaleraar zei me ooit: als je geen tijd hebt om te mediteren, ga dan juist mediteren. Het was eigenlijk het laatste waar mijn hoofd naar stond, maar ik besloot het maar weer eens een kans te geven. Al met al een investering van twintig minuten per dag, die sowieso geen kwaad kan. Dus sinds anderhalve week zit ik weer iedere dag en mijn aanvankelijke weerstand ("Ik heb hier geen tijd voor", "Wat zit ik hier eigenlijk te doen?" en "Ik verveel me te pletter") maakt langzaam aan plaats voor wat meer kalmte en voorzichtige inzichten.

Als ik geen prioriteit geef aan een regelmatig moment van bezinning dan overkomt het leven me en heb ik geen ruimte om te reflecteren. Ik word dan een soort pion die tussen de verschillende gebeurtenissen (gezin, werk, sociaal leven) heen en weer wordt geschoven zonder dat ik daar zelf nog bewust aan deelneem. Dat staat haaks op mijn wens om zo bewust mogelijk te leven. Het verraderlijke is dat dit er heel geleidelijk in sluipt, tot je op een dag beseft dat er "opeens een week voorbij is" en je je bijna niet kan herinneren wat er in die week allemaal gebeurd is.

Toen ik een paar jaar gelden voor het eerst ging mediteren klonk het allemaal zwaar en gewichtig en als iets dat je moet leren en waar je boeken over moet lezen om te snappen hoe het moet. Pas als je al die verwachtingen loslaat blijkt dat het bij mediteren juist niet gaat om heel hard proberen en oefenen, maar om het laten gebeuren. Pas als je een keer de tijd neemt om naar je eigen gedachtestroom te kijken zie je dat het in je hoofd zo mogelijk nog hectischer is dan in de drukke buitenwereld. Maar als je alleen observeert, zonder daar een oordeel over te vellen (zoals: "wat ben ik toch een stresskonijn/piekeraar/ongelofelijke chaoot"), ontstaat er langzaam maar gestaag steeds meer ruimte tussen die gedachten. Voorzichtig ontdek je dan dat jij zelf iets heel anders bent dan de optelsom van je gedachten of van wat anderen van jou vinden.

Er bestaat een erg goede serie geleide meditaties die beginners helpt om de "techniek"  van het mediteren onder de knie te krijgen (ik besef dat dat in tegenspraak lijkt met wat ik hier boven vertel, maar in de praktijk is het een Engelse meneer die je vriendelijk en helder door je meditatie heen spreekt). Deze is als app beschikbaar voor je telefoon of tablet, maar ik zag dat de animaties die ter introductie worden gebruikt ook op Youtube te vinden zijn. Zo vind ik dit filmpje zelf erg verhelderend over hoe meditatie werkt in je hoofd.

En om maar even in de analogie van het filmpje te blijven: in de ruimte die ontstond ontdekte ik de oorzaak van mijn writersblock: ik was zelf in verschillende autootjes gaan zitten en vergeten om regelmatig op het bankje langs de weg plaats te nemen om te observeren. En mijn weblog is meestal het resultaat van het waarnemen van al die autootjes en over dat proces een verhaaltje schrijven.




18 oktober 2012

stilte

Op vakanties in het buitenland kan ik soms ontroerd raken door de allesomvattende stilte. Als geboren en getogen randstedeling heb ik weinig ervaring met totale stilte. Als het stil is valt het eigenlijk pas op wat een herrie het in je hoofd is. Maar na enige tijd in een stille omgeving leer je vanzelf je eigen gedachten te temmen. Je leert dat jij niet je gedachten bent; achter al die gedachten, oordelen en labels zit een diepere laag en daar blijkt je échte kern te zitten. Die schreeuwer, dat is je ego die er alles aan probeert te doen om je bij die kern weg te houden. Vermoeiend typje, dat ego.

Tijdens mijn yogaopleiding heb ik leren mediteren. Voor sommigen klinkt dat zweverig, maar ik heb gemerkt dat het in de praktijk een ongelofelijk nuchtere vaardigheid is. Zoals je in de sportschool je spieren of je uithoudingsvermogen traint, train je tijdens meditatie je te concentreren op het "niets". Na behoorlijk wat frustrerende oefeningen waarin je de bedoeling van meditatie maar niet lijkt te vatten heb je hem soms opeens te pakken, al is het maar een fractie van een seconde. En vanaf het moment dat je deze mate van concentratie weet te vinden, heb je een belangrijk instrument op momenten dat je leven hectisch of de wereld overweldigend is. En die stilte die heb je voortaan altijd bij je, ook al is het soms even zoeken waar hij zit.

Ik heb er een gewoonte van gemaakt om de stilte ieder jaar een keer actief op te zoeken. Op dit moment is mijn leven zo druk dat ik snak naar een paar dagen contemplatie. Daarom ga ik de komende dagen helemaal in mijn eentje op stilteretraite, in een klooster op een mooie plek in de Brabantse natuur. Dagen die in het teken staan van zwijgen, meditatie, yoga en wandelen in de natuur. Voor sommigen is dat misschien een schrikbeeld, maar ik kijk er al weken naar uit. Het klinkt misschien weinig boeddhistisch, maar het voelt vooraf altijd alsof ik met mijn ego de ring in ga om eens goed de confrontatie aan te gaan. En de ervaring leert dat het aanvankelijk ook echt een stevig gevecht is met alle emoties van dien. Maar vervolgens lijkt mijn ego zich altijd langzaam terug te trekken en kom ik, alsof ik een ui afpel, iedere keer een laagje dichter bij wie ik écht ben.

09 mei 2012

groei en verandering

De afgelopen weken ben ik druk bezig geweest met het afronden van mijn yoga-opleiding en gisteren heb ik eindelijk mijn scriptie ingeleverd. Mijn hoofd zit er nog zo vol mee dat ik er hier ook over ga schrijven. Ik hoop dat ik mijn gedachtenstroom een beetje gestructureerd en to-the-point kan uitwerken, want het is vrij filosofische (en persoonlijke) materie. Eigenlijk is het de neerslag van wat ik in de afgelopen drie jaar heb geleerd. Of wat ik eigenlijk onbewust al wist, maar wat tijdens mijn opleiding langzaam boven is komen drijven. Zie het dus maar als een soort therapeutisch stukje voor mijzelf en misschien heeft een ander er ook nog iets aan. Maar als je bultjes krijgt van zweverige stukjes, dan raad ik je aan deze post over te slaan ;-)

Ik heb, zoals ik hier wel vaker heb geschreven, de afgelopen drie jaar voor de sociale werkplaats gewerkt. In dezelfde drie jaar volgde ik een yoga docentenopleiding (voor de kenner: hatha yoga). Ik kan niet zeggen welke van deze twee dingen mijn hart meer geopend heeft. Toen ik net begonnen was bij de sociale werkvoorziening had ik een ongeluk gehad op vakantie en zat ik een paar maanden met mijn arm volledig ingespalkt. Ik kon niet auto rijden of fietsen, mezelf niet aankleden en alleen met heel veel moeite zelf naar het toilet. Dat was, zoals Amerikanen dat zo mooi zeggen, een humbling experience. Ik was op dat moment omgeven door mensen die zich niet uit het veld lieten slaan door hun beperking, maar mij leerden dat beperkingen er zijn om overwonnen te worden. Ik kreeg eenvoudigweg de kans niet om medelijden met mezelf te hebben. Eén rondje door onze bedrijfskantine of over de afdelingen en ik werd aan mijn haren uit het moeras van zelfmedelijden getrokken.

Op de sociale werkplaats werken mensen met een arbeidsbeperking die niet zomaar op de "normale" arbeidsmarkt terecht kunnen. De beperking kan fysiek zijn, maar ook psychisch of een combinatie van beide en regelmatig is er sprake van beperkte verstandelijke vermogens. De taak van de sociale werkplaats is om deze mensen zo te ontwikkelen zodat de afstand tot de "normale" arbeidsmarkt kleiner wordt. Dit wordt in vakjargon Arbeidsontwikkeling genoemd. Het ultieme doel is om iedere medewerker uiteindelijk - met of zonder subsidie voor de werkgever - op de "normale" arbeidsmarkt te plaatsen. Een mooi streven, maar lang niet voor iedereen haalbaar.

In de ontwikkeling die ik zelf tijdens mijn yogaopleiding doormaakte, merkte ik heel sterk dat groei en ontwikkeling niet van buitenaf kan worden opgelegd. Pas als je bepaalde inzichten over jezelf onder ogen durft te komen, jezelf accepteert en als je in staat bent om je innerlijke kracht aan te boren, dan pas ben je klaar om te veranderen. Sterker nog, dan is verandering en groei onvermijdelijk. Je kunt niet besluiten te veranderen, je verandert. En de motor daarvan is, althans, zo heb ik dat ervaren, zelfbewustzijn en zelfacceptatie.

In mijn werk op de sociale werkplaats had ik steeds een sluimerend gevoel dat we bij de methodiek die wij arbeidsontwikkeling noemen een belangrijke stap oversloegen. Ik vond het alleen lastig te benoemen wat ik daar precies mee bedoelde. Vooral omdat ik zelf aanvankelijk ook nog de overtuiging had dat ik kon veranderen door de juiste boeken te lezen, de juiste informatie te vergaren en gewoon te beginnen met die informatie in de praktijk toepassen. Maar daar verander je niet intrinsiek door. Je interne blauwdruk blijft hetzelfde, alleen je handelingen zijn anders.

In de loop van mijn opleiding kwam steeds vaker het volgende beeld boven drijven:
"Gras groeit niet sneller door er aan te trekken, maar door het van de juiste voeding en verzorging te voorzien." Ieder heeft zijn eigen trigger om daadwerkelijke groei of verandering door te maken, maar dit eenvoudige inzicht was voor mij de metafoor om eindelijk écht de confrontatie met mezelf aan te gaan. Ik ben mijzelf van de juiste voeding gaan voorzien (ook letterlijk, door plantaardig te gaan eten), ik ben gaan hardlopen en mediteren, ik heb twee keer een weekend in een klooster doorgebracht, waar van een keer in totale stilte. Langzamerhand ben ik steeds meer steentjes en stenen uit mijn rugzak gaan werpen. Een deel van mijn proces is op dit blog te lezen geweest, maar in werkelijkheid gebeurt er natuurlijk veel meer. Soms groots en meeslepend, soms zo subtiel dat het voor mij zelf pas achteraf merkbaar is. De rugzak is zeker nog niet leeg, maar al een stuk lichter dan drie jaar geleden.

Dit gegeven, dat wezenlijke verandering niet van buitenaf kan worden opgelegd maar van binnenuit ontstaat, gaf me het besef dat arbeidsontwikkeling pas stap 2 is in het proces voor de mensen binnen de sociale werkplaats. Als je in je leven tot nu toe vooral bent aangesproken op je beperking, als je niet vertrouwt op je lichaam of je psychische gesteldheid of als je steeds weer geconfronteerd wordt met belemmeringen om voor elkaar te krijgen wat je echt wilt, dan landt het zaadje van arbeidsontwikkeling niet in vruchtbare aarde. Ja, dan leer je op tijd te komen, opdrachten aan te nemen en steeds meer zelfstandig te werken. Maar dat is niet wezenlijk anders dan mijn aanvankelijke idee dat informatie vergaren en in de praktijk toepassen hetzelfde is als ontwikkeling en groei. In werkelijkheid is het niet veel meer dan een kunstje leren.

Zoals je bij het aanleggen van een sappig gazon zorgt voor vruchtbare aarde, de juiste bewatering en bemesting en het tijdig verwijderen van onkruid en ander ongerief, zo moet je volgens mij ook een gewenste verandering bij mensen goed voorbereiden. Dan maakt het niet uit of deze mensen minister of directeur zijn, of dat ze bij een sociale werkplaats (gaan) werken. Verandering en groei is het resultaat van een proces dat zich van binnen afspeelt; hooguit kun je van buiten stimuleren dat de grond vruchtbaar wordt gemaakt, dat "onkruid" bewust wordt losgelaten en dat er steeds opnieuw goede bouwstoffen worden toegevoegd. En daar kan yoga (of je het nu herkent als zodanig of niet) een grote rol in spelen. En dat inzicht vormt dus de ruggengraat van mijn scriptie: een methodiek waarmee je door middel van eenvoudige lichamelijke oefeningen (ook voor mensen met een fysieke beperking), visualisatie-oefeningen en affirmaties de vruchtbare grond voor verandering creëert.

Pfoeh. Daar laat ik het voor nu even bij. Ik besef dat dit een ander soort stuk is dan gebruikelijk, maar zeg niet dat ik jullie aan het begin van dit stuk niet gewaarschuwd heb!



06 januari 2012

verandering

"In ons leven is verandering onvermijdelijk, is verlies onvermijdelijk. In het aanpassingsvermogen en het gemak waarmee we verandering ondergaan liggen ons geluk en onze vrijheid." [Boeddha]


Vandaag was ik voor het laatst bij het bedrijf waar ik de afgelopen jaren met veel liefde en toewijding voor heb gewerkt. Waar ik me ingezet heb voor een doelgroep waar ik me betrokken bij voel en waar ik trots op ben. Ik sla na vandaag een nieuw pad in, waarin ik mezelf verder wil ontplooien, waar ik geen baas meer boven me heb, de vrijheid tegemoet treed. Mijn opwinding over deze verandering wordt afgewisseld met melancholie.

Ik vind het bijzondere aan verandering dat het zoveel dimensies heeft. Het hele spectrum van verdriet over dat-wat-verdwijnt tot angst of het allemaal wel goed komt en vreugde over alle nieuwe mogelijkheden komen langs. Ik laat me vandaag mee dobberen op deze golven, bestrijd ze niet maar aanvaard ze zoals ze komen. Ik koester me in de mooie woorden die me zijn meegegeven bij mijn afscheid en houd mezelf voor dat het goed is zoals het is, wat de toekomst ook mag brengen. Het is niet goed of slecht. Het is.

30 december 2011

puber

Sinds een paar maanden heb ik een puber in huis. Het is hetzelfde meisje als die schattige baby van bijna veertien jaar geleden, als het peutertje dat zo hard zong op de fiets en als dat eigenwijze grietje dat zo aan mij hing. Alleen is ze heftiger en onvoorspelbaarder dan voorheen; ik kan haar niet meer lezen zoals ik tot nu toe altijd kon. Met schommelingen van bijna hysterisch gelukkig tot lethargisch of opstandig is de energie in huis in korte tijd ontzettend veranderd. En dat betekent ook iets voor mij, als opvoeder.

Zoals de meeste ouders moeder ik weliswaar vol overgave, maar ben ik in de praktijk niet veel meer dan een welwillende amateur die opeens met nieuwe dilemma's wordt geconfronteerd. Gelukkig heb ik ruim dertien jaar de tijd gehad om te oefenen, want de dilemma's lopen opeens stevig op in moeilijkheidsgraad. Het gaat niet meer om dingen als wel of geen snoepje of middagslaapje, maar over Grote Thema's: opleiding, relaties, vriendschappen, huisregels. Het is zoeken naar de balans tussen goede verbinding houden en duidelijke regels stellen. En dat is topsport.

Ik probeer deze (voor mij nog vrij nieuwe en uitdagende) fase te gebruiken als actieve beoefening van het Boeddhisme. Als training in het volledig bewust in het hier en nu leven. En in onthechten, het ontwikkelen van mededogen en wijsheid. Dat klinkt allemaal erg verheven, maar ik geef er een praktische invulling aan. Zo helpt het me als toetssteen om mijn handelen te bepalen.
  • Ik realiseer me dat de functie van deze fase het bereiken van zelfstandigheid is. Dat gaat gepaard met horten en stoten. Discussie en soms conflicten horen daarbij. Onthechten is een hoofdthema in het Boeddhisme: vanuit mededogen en begrip reageren, maar je niet vereenzelvigen met het probleem. Dat klinkt makkelijker gezegd dan gedaan, maar momenten van reflectie inbouwen om niet te primair te reageren of letterlijk even afstand nemen kunnen hier heel nuttig zijn.
  • Ik probeer een duidelijke voorbeeldrol te vervullen. Daarmee bedoel ik: ethisch handelen, respect hebben voor mijn omgeving, geen spelletjes spelen en niet veroordelen. Dat maakt me geen heilige (geloof me, de kinderen ervaren regelmatig dat niets menselijks mij vreemd is) maar slaat wel piketpaaltjes voor hoe een volwassene zich volgens mij hoort te gedragen in het maatschappelijk verkeer.
  • Voorspelbaarheid is pubers vreemd, dus ik handel naar bevinden op het moment dat een probleem zich voordoet. Vooraf piekeren over wat er eventueel nog staat te gebeuren of achteraf gefrustreerd zijn over mijn niet al te diplomatieke reactie zijn niet constructief en vreten energie. Het hier en nu is wat telt.
  • Ik probeer situaties zoveel mogelijk met tolerantie en wijsheid te beoordelen; beschuldigen of bestraffen creëert vooral spanning en conflict. Tolerantie is overigens iets anders dan alles maar goed vinden. Ik kies de belangrijke zaken en stel daar heldere grenzen (drank, drugs, mensen onrecht aandoen zijn voor mij belangrijker thema's dan zwarte nagellak of een keer te laat thuis zijn).
  • Ik houd deuren open en probeer zoveel mogelijk in verbinding te blijven. Mijn puber ís nog steeds die baby, dat peutertje en dat basisschoolmeisje dat zo graag met mij op stap ging. Weliswaar is mijn plek in de pikorde opgeschoven (eerst zij zelf, dan haar vrienden, dan een hele tijd niets en dan pas haar ouders) maar dat neemt niet weg dat liefdevolle aandacht ook (of juist!) in deze fase heel belangrijk is. Niet op een bemoeizuchtige manier, maar uit oprechte interesse voor wie zij is en wie zij aan het worden is.
  • Last but not least: geniet van deze fase. Hoe ingewikkeld en lastig soms ook, pubers zijn geweldige ruwe diamanten. En het slijpen om ze te laten glanzen is niet alleen aan de ouders, maar vooral ook aan het leven zelf. Geef ruimte om te oefenen met nieuwe situaties, heb vertrouwen, accepteer dat hun wereld groter en ingewikkelder wordt en zuig alle humor, schoonheid, wijsheid en verwondering op. Daar kun je als volwassene ex-puber veel van leren.

04 november 2011

lessen

Inmiddels doe ik een kleine tien jaar aan yoga en hoe langer ik het beoefen, hoe intensiever ik het toepas op allerlei andere terreinen van mijn leven. Alleen besef ik dat vaak niet. Als ik er eens bewust bij stil sta dan merk ik pas hoe die - op het oog soms simpele - bewegingen een hoop wijsheid in zich mee dragen.
  • Ongemak verdwijnt uiteindelijk, als ik het maar niet met weerstand benader. Hoe harder ik me verweer tegen een vervelend gevoel, hoe heftiger het zich manifesteert. Terwijl het in de praktijk veel effectiever blijkt als ik onderzoek waar het ongemak vandaan komt en het vervolgens probeer te accepteren. Dat geldt zowel voor ingewikkelde fysieke houdingen als voor moeilijke situaties buiten mijn yogamat.
  • Pushen werkt niet; door met beleid los te laten kom ik veel verder. Of het nou gaat om een spreidstand, een zakelijke deal of het opvoeden van mijn puberdochter.
  • Ego en ijdelheid kunnen behoorlijk in de weg zitten. Als ik mijn ego de ruimte te geef bij mijn oefeningen of bijvoorbeeld bij een presentatie raak ik de focus op de eigenlijke bedoeling kwijt. Dat gaat ten koste van de kwaliteit.
  • Blijven hangen in dingen die je makkelijk af gaan staat groei in de weg. Vaak moet je uit je comfortzone breken om te groeien.
  • Met liefde bereik je meer dan met wrok of drammerigheid. Beoefen liefde en liefdevolle vriendelijkheid actief; naar anderen én naar jezelf.
  • Alle antwoorden die je zoekt liggen al in jezelf besloten. De kunst is om er, dwars door alle ruis heen, bij te komen.
  • Open werkt beter dan gesloten. Dat geldt zowel voor een open mind als voor een open hart of een open beweging.
  • Adem is levenskracht. Je ademhaling is er altijd, het is een anker waar je altijd op terug kunt grijpen, of je nu verdrietig, angstig of gestressed bent. Volledig ademen helpt je kalm, helder en alert te maken. Adem is wat alle levende wezens aan elkaar verbindt.
  • Je oogst wat je gezaaid hebt. Oefening, doorzettingsvermogen, liefdevolle aandacht en onbaatzuchtigheid verdien je altijd in veelvoud terug.
  • Mislukking bestaat niet. Dingen die niet lukken zijn een kans om te leren over jezelf. Hoe reageer je daar op? Hoe voelt het van binnen? Kun je jezelf vergeven als iets niet gaat zoals je het gepland had?

09 september 2011

schrijven

Mijn eerste dagboeken begonnen toen ik in groep vier van de basisschool zat. Hoe het precies is gegaan kan ik me niet meer herinneren, maar ik zal ongetwijfeld een mooi exemplaar met een slotje voor een verjaardag hebben gekregen waarin ik met grote hanenpoten verslag deed van wat ik deed op een dag. In de loop der jaren is schrijven een activiteit gebleven die, met wisselende intensiteit, onlosmakelijk deel uit maakt van mijn leven. Dagboeken, briefjes tijdens de les voor mijn mijn beste vriendin, e-mailwisselingen met mijn vriendje, maar later ook professioneel: beleidsstukken, plannen en memo's.

Met bloggen ben ik een jaar of zeven geleden begonnen. Aanvankelijk deed ik dat volledig anoniem en gebruikte ik het vooral om wat lollige gedachtenflarden de ether in te slingeren. Een soort Facebook, maar dan zonder naam of gezicht. Ik vond het geweldig om te merken dat steeds meer mensen mee gingen lezen en reageerden. Er ontstond zowaar een soort gemeenschapje rondom dit blog en ik haalde er, afgezien van de schok over een paar vervelende reacties, veel voldoening uit. Maar mijn alter-ego Pip nam het over van mij; ook als ik een tijdje wat minder lekker in mijn vel zat was er de verwachting dat ik grappige verhaaltjes en snedige opmerkingen zou publiceren. Ik merkte dat het jasje me steeds minder goed begon te passen. Natúúrlijk was ik Pip, maar er was ook een hele andere kant van mij die ik daar niet kwijt kon. Dus langzaam droogde mijn blog op.

Maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan en met de beslissing om mijn leven te ontdoen van overbodige ballast deed Bewuste Eenvoud zijn intrede. Aanvankelijk bedoeld om mezelf moed in te praten in dit nieuwe proces, maar tot mijn grote plezier zijn er in de loop der tijd ook steeds meer mensen "blijven hangen". Het is geweldig om te merken dat je reacties krijgt op je hersenspinsels en dat mensen met je mee denken als je een keer ergens mee zit. Maar ook al vind ik iedere reactie een kadootje, het is geen doel op zich. Ik heb dit weblog vooral ook als persoonlijk naslagwerk, als platform om mijn overpeinzingen neer te tikken en als stok achter de deur als de verleiding om in leeg consumeren te vervallen soms te groot wordt.

Schrijven is een manier om mijn gedachten te ordenen. Soms loop ik met iets onbestemds rond en kan ik er de vinger niet op leggen waarom ik daar zo onrustig, somber of prikkelbaar over ben. Een leeg scherm of een pen en blanco papier zijn voor mij hét instrument om die ingekapselde gevoelens los te weken. Sommige hersenspinsels halen het tot Bewuste Eenvoud, maar nog meer gedachtenflarden blijven in een Word-bestandje of op een los papiertje hangen.

Voor degenen die ook grote schoonmaak in hun hoofd willen houden maar niet weten hoe het aan te pakken: een paar tips.
  • Pak pen en papier of een blanco document en ga zitten op een plek waar je niet gestoord wordt. De truc is om gewoon te beginnen. Het maakt niet uit of het over een gevoel, een gedachte, een gebeurtenis of over helemaal niks gaat. Als de eerste zin staat volgt er vanzelf meer. 
  • Je kunt altijd beginnen met "ik voel me..." en dan opschrijven wat je boven voelt komen.
  • Als je in het begin van het schrijven nog erg in je hoofd zit is dat geen probleem. Door af en toe even terug te lezen en te observeren wat je schrijft pel je steeds een laagje af waarmee je dieper tot de kern van je échte gevoel komt.
  • Let niet op zinsopbouw, grammatica of correcte spelling. Het is geen opstel, het is meer een vorm van meditatie.Vorm is irrelevant en daar moet je jezelf dus niet op afrekenen.
  • Begin zonder enige verwachting. Neem van tevoren een tijd in gedachten die je aan schrijven wilt besteden en zet desnoods een wekkertje. Maak die tijd ook vol met schrijven, ook al zijn het losse woorden of onsamenhangende zinnen. Uit verveling komen de beste hersenspinsels voort, dus neem je tijd, indien mogelijk, lekker ruim.
  • Focus niet op het resultaat. Negeer gedachten als: "dit slaat nergens op" of "als niemand dit maar te lezen krijgt". Die komen onherroepelijk, maar deze gedachten proberen je uit je gevoel, weer terug in je hoofd te trekken. Laat ze zonder oordeel voorbij drijven.


22 augustus 2011

hardlopen

Ik heb van oudsher een haat-liefdeverhouding met hardlopen. Telkens (lees: ieder voorjaar) begin ik vol goede moed met een zogenaamd "couch to 5K" programma en vaak haat ik hardgrondig iedere minuut die ik op een hoog tempo "moet" uitlopen. Ieder pijntje of ongemak lijkt bij elke stap groter te worden, mijn hoofd bonst en mijn tred voelt alsof ik betonschoenen draag. Pas achteraf, onder de douche, maakt een grote tevredenheid zich van mij meester: ik heb mezelf overwonnen. Na een aantal weken grimmige volhardendheid laat ik de goede voornemens langzaam los en tegen de tijd dat de blaadjes van de bomen vallen belanden mijn hardloopschoenen achterin de kast.

Dit seizoen verschilde aanvankelijk niet veel van de vorige jaren. De sportschoenen kwamen in het vroege voorjaar, stoffig en wel, tevoorschijn. Het couch to 5K-programma werd weer op de MP3-speler gezet en ik begon met een minuutje wandelen, twee minuutjes hardlopen. Als stok achter de deur had ik al aan het begin van het nieuwe jaar ingetekend voor een evenement. De trots na het uitlopen van mijn eerste 5 kilometer smaakte naar meer en in de maanden erna volgenden nog drie keer loopevenementen van 5 kilometer.

Mijn hardloopsessies krijgen heel langzaam een ander karakter. Tijdens het lopen lukt het me steeds vaker helemaal naar binnen te keren en te analyseren wat er daar gebeurt. En dat is niet altijd mooi; soms ontdek ik eigenschappen als gemakzucht of ijdelheid. Maar ook doorzettingsvermogen en zachtheid. En soms denk ik aan niks. Iets wat me tijdens meditatie moeilijk lukt ontstaat tijdens het hardlopen spontaan: een leeg hoofd en het gevoel alleen maar te zijn. Ik noem dat bij mezelf een Forrest Gump-momentje.

Dit seizoen is er iets veranderd. Ik ben gaan beseffen dat hardlopen niet zozeer een kwestie van fysieke conditie is, maar van mentale kracht. Ik herken het wanneer ik wil opgeven en onderzoek dan waar dat vandaan komt. Soms is dat eenvoudigweg vermoeidheid of fysiek ongemak. Maar soms houdt mijn brein me voor de gek en probeert het me zo snel mogelijk met allerlei smoesjes weer thuis op de bank te krijgen. Door als een soort buitenstaander naar dit soort gedachten te kijken merk ik dat het makkelijker wordt langer vol te houden.

Hardlopen is een manier om mezelf beter te leren kennen, met mijn mooie en minder mooie kanten. Ik ben geen ambitieuze hardloper, maar ik heb het idee dat ik met de ervaringen van deze zomer mijn sportschoenen in de herfst niet achter in de kast zal laten belanden.

22 april 2011

zelfkritiek

In mij leeft een vervelende zeurpiet die de neiging heeft snel ontevreden te zijn. Niet ontevreden in materiële zin of met de buitenwereld, maar vooral met dingen die ik niet doe (terwijl ik ze volgens hem wel zou moeten doen) of die ik - naar zijn mening - niet goed genoeg doe. De zeurpiet weet me er haarfijn op te wijzen dat mijn goede voornemens vaak al na een paar weken verwateren. Of dat ik in tijden van drukte concessies doe aan kwaliteit. Dat ik een hele reep chocola gedachtenloos heb weggewerkt. Of dat ik, door mijn aandacht over verschillende dingen te verdelen, altijd ergens iets of iemand tekort doe. Hij noemt me soms zwak, saai, vervelend of slordig. Een vermoeiend type dus, die ik met liefde zou laten verhuizen of zou willen ontslaan. Het vervelendste is dat de zeurpiet soms best wel een punt heeft met zijn kritiek, maar me nooit een positief zetje in de rug geeft of uitdaagt om dingen beter te doen. De zeurpiet veroordeelt mij als persoon, hij verwart tekortkomingen in mijn gedrag met wie ik ben.

Sinds ik me daar van bewust ben heb ik een nieuwe huurder uitgenodigd. Deze huurder heet Zelfcompassie. Het is nog even wennen, zo'n nieuwe bewoner, maar hij begint mijn innerlijke zeurpiet aardig in evenwicht te houden. Als de zeurpiet weer de neiging heeft om door te schieten of me te veroordelen, dan komt de nieuwe huurder tevoorschijn. Hij benadrukt consequent dat ik niet mijn tekortkomingen ben. Hij is vriendelijk en steunt me als ik geconfronteerd wordt met één van mijn zwaktes. Hij praat het zeker niet goed, maar moedigt me op een liefdevolle manier aan om dingen anders te doen. Hij stelt de zeurpiet de indringende vraag: straf je je kinderen ook zo als ze even niet perfect zijn? Gebruik je dezelfde woorden naar degenen die je liefhebt als ze een keer hun werk niet af hebben, teveel hebben gesnoept of teveel geld hebben uitgegeven?

De nieuwe huurder veroordeelt niet, maar vraagt met oprechte interesse aan welke behoefte ik wilde voldoen toen ik gedachtenloos die reep chocola wegwerkte: had ik behoefte aan troost, aan aandacht, of was het stress? Hij denkt met me mee over andere, effectievere manieren, om aan die behoefte te voldoen. Hij is geduldig, geeft me geen schop onder mijn kont, maar stelt me de goede vragen. Langzaam maar zeker begint Zelfcompassie mijn vertrouweling te worden en zoek ik hem op als ik mijn zeurpiet aan hoor komen. Ik denk dat ik binnenkort zo ver ben dat ik de zeurpiet naar het piepkleine zolderkamertje verplaats en dat ik de nieuwe huurder naar zijn achtergebleven grote kamer laat verhuizen.

06 maart 2011

bergen

19 februari 2011

het nu en ik

Inmiddels ben ik een week terug, is de jetlag verwerkt (voor iemand die al moeite heeft met zomer- en wintertijd kan dat even duren) en zijn de indrukken van de reis ingedaald. Het is moeilijk om zoveel beelden en verhalen tot een consistent geheel te smeden, dus na een paar pogingen heb ik dat maar opgegeven. Toch is er één aspect dat ik mee wil nemen in mijn dagelijkse leven nu, hier, op dit moment (er zijn natuurlijk veel meer aspecten, maar dingen als klimaat, landschap en baby-olifantjes zijn nu eenmaal minder praktisch om mee te nemen). Ik ga proberen of ik het in woorden kan vangen, zodat ik het over een paar weken - als de dagelijkse gekte de boel weer over neemt - hier terug kan lezen.

Zo druk als het was tot het moment van ons vertrek, zo goed bleken we in staat om, eenmaal de voeten op Thaise bodem, te leven in het moment. In volle aandacht leven, twee weken lang. Door dat grote contrast viel me op dat een groot deel van mijn dag normaal gesproken op gaat aan denken over wat ik van dingen vind, over wat er nog komen gaat en met piekeren over wat ik anders had kunnen doen. Toen en straks, zelden "Nu". Zelfs een moment van puur genieten krijgt een soort melancholieke ondertoon door de wetenschap dat het straks weer over zal zijn. Ik zag opeens heel scherp dat dát is wat in het Boeddhisme wordt bedoeld met "lijden". Lijden klinkt altijd zo zwaar, zo fatalistisch, zo wat-heeft-het-dan-allemaal-nog-voor-zin. Maar nu voelde ik hem. In Thailand bleek ik opeens in staat te zijn om dingen tot me te nemen zoals ze zijn. Ik dronk het moment op en was daar met mijn volle aandacht bij. Niet alleen bij momenten van schoonheid, maar ook bij confrontatie met leed of armoede. Mindfulness in de pure zin van het woord.

Hoe kan dat? Is dat alleen de vakantie-spirit? Is het omdat het Boeddhisme zo door het Thaise dagelijks leven vervlochten is dat iets daarvan op mij afstraalt? Een mooi thema om eens uit te diepen nu ik tijd, rust in het hoofd en een e-reader vol leesvoer had over Boeddhistische thema's.

Vanuit Boeddhistisch perspectief leven we nogal onoplettend. We houden vast aan vergankelijke zaken alsof ze voor altijd zijn: spullen, onze jeugd, relaties, noem maar op. Terwijl in werkelijkheid alles en iedereen continu in verandering is. Ons lijf veroudert, je pc takelt langzaam af terwijl je dit leest, de stof van je kleding slijt. Deze veranderingen zijn zo subtiel, dat ze je niet opvallen. Tot je op een dag kijkt en je opeens een rimpelige huid hebt, je pc het heeft begeven en je kledingstukken vodden zijn geworden. Een gevoel van verdriet en verlies overvalt je. Je hebt niet opgelet en opeens is het tussen je vingers door geglipt.

Als reactie op deze continue beweging zijn we als mens geneigd dingen te categorizeren, zodat het behapbaar blijft. Eigenlijk zijn er drie categorieën: goed, slecht of neutraal. Per vakje tonen we specifiek gedrag. Valt iets in het vakje "goed"? Dan proberen we het uit alle macht vast te houden, zodat het niet verdwijnt. Verdwijnt het toch (en dat doet het; alles is immers veranderlijk) dan zullen we alles in het werk stellen om het opnieuw te ervaren. Hoort iets in het vakje "slecht" dan proberen we daar zo snel mogelijk van af te komen. We wijzen het af of ontvluchten het. Het vakje "neutraal" zit in het midden en is oninteressant. Veel ervaringen worden zo snel mogelijk in het neutrale vakje gedumpt en vervolgens genegeerd, zodat we ons snel weer op het vakje "goed" kunnen richten. In dit - ietwat simplistische - scenario brengen we ons leven door met achter plezier aanrennen, wegvluchtend van nare ervaringen en ondertussen het merendeel van onze ervaringen negerend die in het vakje "neutraal" thuis horen. En ondertussen stroomt het leven continu door, zonder dat we daar aandacht aan besteden.

Boeddhisten trainen zichzelf in het observeren van de continue beweging die het leven is. Een belangrijk doel is te leren met vol bewustzijn met de stroom mee te leven, in plaats van er steeds tegenin te roeien. Je haakt aan op de ervaring van dit moment, je observeert zonder oordeel waarom je reageert zoals je reageert. Je begint voorzichtig uit die eeuwige cyclus van het obsessieve najagen van je behoeften te stappen.

In Thailand is het motto "Mai pen rai": maak je niet druk. En dat is terug te vinden in alle aspecten van het dagelijks leven. Situaties worden doorleefd en geaccepteerd zoals ze zijn, ook als ze in onze ogen ongewenst zijn. Moeilijke situaties worden met een glimlach tegemoet getreden, er wordt niet lang getreurd over materieel of persoonlijk verlies en de algehele vriendelijke blijmoedigheid is gewoon opvallend.

Een lang verhaal om aan te geven dat ik een snufje mai pen rai als souvenir heb meegenomen naar Nederland. Ik ben weer begonnen met mediteren. Het is nog iedere ochtend een worsteling en het vereist de nodige discipline, maar ik heb besloten het leven aan te gaan zoals het komt. En de sleutel daartoe is iedere ochtend op mijn kussen gaan zitten.

10 november 2010

ahimsa

Ik heb hier weleens laten vallen dat ik een opleiding tot yogadocent volg. Niet omdat ik een carrièreswitch overweeg, maar omdat ik meer intensief met yoga bezig wilde zijn dan af en toe een uurtje. Het blijkt een gelukkige beslissing te zijn; de opleiding heeft me meer gebracht dan alleen diepere kennis van de achtergronden van yoga. Het heeft me na mijn ongeluk van vorig jaar geholpen om te gaan met mijn beperkingen. Het heeft me geleerd hoe ik weer in mijn lijf kan landen als ik te lang in mijn hoofd heb gewoond. En het geeft me stof tot nadenken als het gaat om de achterliggende filosofie.

Eén van de begrippen vanuit de yogaleer die ongemerkt veel invloed is gaan uitoefenen op mijn leven is ahimsa. Er is niet echt een goede vertaling voor deze Sanskriet-term. Vaak wordt het omschreven als geweldloosheid, maar dat dekt de lading niet helemaal en geeft het een wat passieve connotatie. In een Amerikaans artikel noemden ze het "love in action" wat ik persoonlijk een veel mooiere omschrijving vind.

Gandhi is waarschijnlijk de bekendste belichaming van ahimsa. In al zijn denken, voelen en handelen stond totale onthouding van geweld of negatieve gedachten over anderen centraal. Hij had de overtuiging dat als je deze doctrine consequent doorvoert in alle aspecten van je leven, je geen vijanden kunt hebben; de ander heeft uiteindelijk simpelweg geen andere keuze dan jouw liefde te beantwoorden.

Voor er verkeerde ideeën ontstaan door dit voorbeeld: ik heb niet de illusie dat ik ooit ahimsa op dat niveau kan beoefenen. Maar een nuchtere, Hollandse uitleg van het principe kan de wereld naar mijn idee wel een stukje mooier maken. Ik heb eens nagedacht hoe ik ahimsa vertaal naar mijn leven en ik kom tot het volgende lijstje.

  • Voorkom het (bewust) veroorzaken van leed waar mogelijk
  • Benader mensen open en onbevooroordeeld; probeer als je stuit op negativiteit zelf vriendelijk te blijven
  • Verbruik niet meer dan je nodig hebt (of het nu gaat over voedsel, energie of toiletpapier)
  • Voorkom dat anderen moeten lijden voor jouw consumptiegedrag (koop waar mogelijk biologisch en fair trade, vermijd producten die het resultaat zijn van dierenleed)
  • Deel in andermans vreugde
  • Leer je kinderen begrip te hebben voor anderen en niet te oordelen
  • Wees behulpzaam, doe regelmatig spontaan iets belangeloos voor een ander
  • Schenk aan goede doelen
  • Behandel anderen in alle situaties zoals jij behandeld zou willen worden
  • Probeer anderen niet te veranderen maar kijk hoe jij zelf beter met de situatie om kan gaan
  • Bedenk voor je iets wegdoet of je er een ander blij mee kunt maken
  • Kies bij twijfel altijd voor de meest integere oplossing
  • Deel, en schep daar genoegen in
  • Wees dankbaar voor wat je hebt in plaats van gefrustreerd over wat je niet hebt
  • Maak oprechte en gemeende complimenten, wanneer de kans zich maar voordoet
  • Luister met aandacht
  • En last but not least: breng jezelf geen schade toe
In alle eerlijkheid: het is work in progress, maar je bewust zijn van je persoonlijke ahimsa-pad is volgens mij best een mooie eerste stap.

19 oktober 2010

retraite

Waarschuwing: ik probeer een weekend zonder woorden onder woorden te brengen. Dat draagt het risico in zich dat het een zweverige/abstracte/wazige post wordt. Op hoop van zegen dan maar.

Zo lang ik me kan herinneren heb ik moeite gehad met met stilte en met alleen zijn. Een paar jaar geleden heb ik me voorgenomen ieder jaar iets te doen waar ik bang voor ben. En dit jaar was dat een stilteretraite.

Het is moeilijk een woordeloos weekend in woorden te vangen. Het grote kenmerk van een dergelijke retraite is namelijk dat er nogal weinig gebeurt. Dat is nodig, om helemaal naar binnen te kunnen keren. Hoe saai en oninteressant dat ook is voor een willekeurige voorbijganger, van binnen werd de boel stevig opgeschud.

De eerste dag was het een totale kakofonie in mijn hoofd. Gedachten buitelden over elkaar heen, onafgemaakte plannen drongen zich aan me op en telkens was daar de behoefte om van alles iets te vinden. Het ego waarmee ik dit lichaam deel heeft kennelijk de drang om overal een label aan te plakken: lekker, vervelend, vrolijk, irritant, noem maar op. Erg vermoeiend.

Op dag twee wisselden periodes van ongelofelijke gelukzaligheid en diepe wanhoop elkaar af. Het ene moment zweefde ik op de toppen van geluk en had alles een gouden randje, het volgende moment voelde ik me zwaarmoedig en moest ik huilen om niets.

Op de derde dag gebeurde er iets wonderlijks. De herrie in mijn hoofd werd minder en ik voelde af en toe een glimps van iets wat ik bij gebrek aan een beter woord maar even "acceptatie" noem. Niet meer dat eeuwige labelen, maar heel af en toe kon ik onbevooroordeeld waarnemen. Ik ben. Dingen zijn. Het is goed. Alsof ik over mijn eigen schouder mee keek en liefdevol kon relativeren: wat maak je je toch druk; laat nou eens los. Accepteer. Geniet.

Het voelt heel banaal om dit op te schrijven, omdat het voor mij iets heel groots was, terwijl ik besef dat het op anderen misschien triviaal over komt. Mijn belangrijkste conclusie: ik blijk best aangenaam gezelschap voor mezelf te zijn zodra ik die innerlijke hyperactieve criticus af weet te schudden.

Een paar inzichten die ik dit weekend heb opgedaan:

- Stilte bestaat niet. Er is altijd geluid. Wat echte stilte is, is het stoppen van dat praat-apparaat in je hoofd. Zo kom je bij het bewustzijn wat daar achter tevoorschijn komt. Zoals een leraar het tijdens de retraite mooi verwoorde: "Silence is getting rid of the mind dust". Daarna komt boven drijven waar je echt iets mee moet.

- We identificeren ons met de karaktereigenschappen die ons worden toegedicht. We zijn vrolijk, slim, prikkelbaar, actief, noem maar op. We geloven in deze verhalen en gaan ons er zelfs naar gedragen. Maar feitelijk zit onze échte ik veel dieper weggestopt en kom je die pas tegen als je het ego het zwijgen op weet te leggen. En dan ziet het plaatje er soms volledig anders uit.

- Hoe weet je of het je ego is dat tegen je praat of dat het je échte ik is? Als het tot je spreekt in woorden is het je ego. Is het een diep weten, een fundamenteel gevoel, dan "praat" je met je echte ik.

- Leven in de hoogste versnelling ontneemt je de verbinding met je naasten en met jezelf. In de beslissingen die ik op dit moment te nemen heb, neem ik twee dingen als ijkpunt: beïnvloedt het de mate waarin ik verbinding kan houden met mijn naasten en met mezelf (dus: krijg ik het er drukker door, raak ik erdoor afgeleid van wat er écht toe doet?). En: wil mijn ego dit (want: meer geld, meer status, meer, meer, meer)? Of is het iets wat ik zelf wil omdat het bijdraagt aan mijn zelfverwezenlijking?

Poehpoeh, wat een zwaar verhaal. Maar zeg niet dat ik jullie niet vooraf gewaarschuwd had!

15 oktober 2010

stilte

Dit weekend ga ik het klooster in om een lang weekend in stilte door te brengen. Voor degenen die mij kennen is dit hilarisch nieuws. De meeste mensen associëren mij niet direct met de woorden stilte en klooster.

Ik sta in mijn werk op dit moment voor een ingewikkelde keuze. Daarnaast (of misschien wel: daardoor) voel ik dat de balans tussen werk en ontspanning de verkeerde kant op begint te schuiven. Ik heb even een harde "reset" nodig om te kijken waar ik sta en hoe ik mijn leven in de komende tijd ga invullen.

In mei van dit jaar heb ik in een iets milder programma al geproefd hoe stilte helpt om los te komen van woorden en écht te leren ervaren. En dit weekend spring ik in het diepe. Dit weekend breng ik tot maandagavond in stilte door in een klooster op een mooie plek in het bos. En ik moet bekennen: nu het weekend wel erg dichtbij begint te komen en er geen weg meer terug is, ben ik daar opeens best zenuwachtig over. Want wie weet wat voor inzichten er opeens blootgelegd worden als er verder geen enkele afleiding is...

Wordt vervolgd.

04 september 2010

geluk

Ik beschouw mezelf als zondagskind. Het leven gaat mij redelijk gemakkelijk af. Ik heb heus weleens tegenslag, maar ik ben gezegend met een positieve kijk op het leven én met een sociale omgeving die me helpt overeind te blijven. Ik voel mezelf dan ook een rijk mens.

Op mijn werk word ik dagelijks geconfronteerd met mensen voor wie het leven bepaald geen rimpelloze vijver is. Ziekte, schulden, lichamelijke of psychische beperkingen zijn aan de orde van de dag. En toch zie ik ook daar bij veel mensen positiviteit en vrolijkheid. Dat roept bij mij de vraag op: is gelukkig zijn een kwestie van mazzel of kun je talent hebben voor geluk?

Ik hoorde laatst dat er in de psychologie-literatuur tegenover elk artikel over geluk maar liefst 21 artikelen over depressie bestaan. Mag je daaruit concluderen dat geluk wetenschappelijk niet zo interessant is? Of wordt het niet gezien als "aandoening" en valt er daarom niets aan te verdienen door doktoren en psychiaters?

Hoe het ook zij, ik ben benieuwd hoe er in de blogwereld gedacht wordt over geluk. Dit is immers een kleine gemeenschap van ervaringswetenschappers die in ieder geval al ontdekt hebben dat het vereenvoudigen van je leven een factor is die je geluksgevoel bevordert. Zou er een recept zijn om gelukkig te worden? En als dat zo is, wat zijn dan de ingrediënten van het recept?


Als ik mijn persoonlijke ingrediënten op een rijtje zet ziet het er ongeveer als volgt uit:

1. Focus op het positieve. Probeer in elke situatie het gouden randje te zien. Leer van slechte ervaringen. Zie overal de humor van in.

2. Ontdoe je leven van overbodige ballast. Ga terug naar de kern; behoud waar je blij van wordt en elimineer de rest waar mogelijk. Zorg goed voor wat er over blijft. Dat zijn de vriendschappen, spullen en activiteiten die je wereld laten draaien.

3.  Wees speels en blijf goede vriendjes met jezelf. Heb plezier. Zorg goed voor je lijf. Neem jezelf niet te serieus. Dans, huppel, beweeg.

4.  Maak je dankbaarheid expliciet. Bedank mensen die iets voor je betekenen, waardeer kleine gebaren net zo zeer als grote. Bedenk net voor je in slaap valt voor welke dingen je dankbaar bent.

5. Adem volledig en bewust. Niet alleen hoog in je borst maar in je hele buik gebied. Verdriet, spanning en frustratie die in je lijf vast zit kun je er uit ademen.

6. Vind zingeving. Doe iets voor anderen. Ga gepassioneerd op in je hobby's.

Is dit een foolproof recept voor een gelukkig leven? Helaas niet. In een mensenleven gebeuren nu eenmaal dingen die je totaal van de kaart kunnen brengen. Maar dit zijn wel de ingrediënten die ik als eerste weer bij elkaar raap als ik op wil krabbelen na tegenslag.

Misschien maakt dat geluk niet zozeer een talent, maar meer een soort conditietraining waar soms door omstandigheden een tijdje de klad in komt. Maar na een blessure begin je voorzichtig te trainen en voor je het weet ren je weer voluit.

08 juni 2010

batterij

Zoals uit mijn blogfrequentie al een beetje is af te leiden, heb ik het op dit moment druk. Te druk, om eerlijk te zijn. Alle goede voornemens over bewust en eenvoudig leven ten spijt komen er soms veel dingen tegelijk samen. Ik race heen en weer tussen werk, mijn bedrijfje, mijn opleiding, de orthodontist, het huishouden, sociale afspraken en schooluitvoeringen. Ik kom daardoor niet toe aan lezen, tuinieren, koken, sporten of bloggen. Om maar wat dingen te noemen. Het gevolg daarvan is: ik word 's ochtends moe wakker. En ik heb bovendien steeds het gevoel dat ik iets vergeet of ergens tekort schiet.

Vandaag realiseerde ik me dat er een raar patroon zit in mijn prioriteitenlijstje. Het duurde even voor dat besef doordrong, maar als relatieve buitenstaander zie je aan het bovenstaande lijstje misschien al snel waar het mank gaat: het eerste wat uit de agenda is verdwenen zijn de dingen waar ik energie van krijg, de pure "ik-tijd".

En dat brengt me op de vraag-van-de-dag: hoe komt het dat het zo moeilijk is om jezelf als eerste prioriteit te stellen? Waarom voelt het zo fout om te stellen dat je op je zeldzame vrije dag liever in de tuin rommelt dan dat je op school helpt? Hoe komt het dat je een deel van je weekend opoffert als je werk niet klaar is, maar je schuldig voelt als je op het werk iets te lang met een collega zit te kletsen? Waarom heb je moeite met "nee" zeggen tegen iedereen, behalve tegen jezelf?

Door alleen maar te geven loopt de batterij langzaam leeg. Terwijl een volle batterij een belangrijke voorwaarde is om te kunnen functioneren, om een prettig mens te zijn. Om die batterij vol te houden moet je regelmatig aan de lader hangen. Een goede nacht slaap is een begin, maar daarmee heb je nog niet het mentale deel van de batterij gevuld. De mentale batterij loopt vol door dingen te doen die alleen maar voor jou zijn en niet stiekem nuttig zijn voor iemand anders. Een uur in bad zitten met een maskertje en een boek, iets knutselen, muziek luisteren, verzin het maar.

Mijn batterij begint gevaarlijk in het rood te komen. Toen ik me dat vanmiddag realiseerde heb ik de rest van de middag verlof opgenomen. Ik heb net een tijdje in de regen op mijn tuinbankje zitten mijmeren en mijn teennagels in een funky kleurtje gelakt. Ik besef heel goed dat ik er daarmee nog lang niet ben. Maar het voelde als een daad van verzet om "ja" te zeggen tegen mijn behoefte om vrij te nemen, en vervolgens iets totaal nutteloos te doen.