Posts tonen met het label hartenkreet. Alle posts tonen
Posts tonen met het label hartenkreet. Alle posts tonen

06 april 2014

generatieleren

Als je je begint te verdiepen in eenvoudiger en meer zelfvoorzienend leven dan is een voor de hand liggende bron van inspiratie je ouders of opa's en oma's. Ik verwonderde me er vandaag nog met mijn moeder over hoe snel en ingewikkeld het leven in slechts twee generaties is geworden. Mijn opa en oma leefden eenvoudig - want in armoede - en hadden lange tijd geen 'luxe' als stromend water, centrale verwarming, een tv of een auto. We spreken over de naoorlogse periode in hartje randstad en met twaalf kinderen was enige creativiteit en heel hard werken geboden. Ja, het leven was eenvoudiger, maar ook een stuk harder. Ze verbouwden zelf groenten, ze hielden wat kleinvee (ik herinner me een varken en konijnen) en daarnaast werkte mijn opa in verschillende banen bij boeren en in fabrieken om het hoofd boven water te houden. Beide opa's hadden tot op zeer hoge leeftijd veel enthousiasme voor planten, het buitenleven en de prijzen van pootaardappelen. Als ze op visite waren konden exotische happen als macaroni ze niet bekoren, maar snijbonen, witlof of grauwe erwtenbonen werden erg gewaardeerd.

De generatie van mijn ouders, typische babyboomers, maakte qua welvaart een enorme sprong voorwaarts: er kwam een auto, er werden reisjes gemaakt naar België of Duitsland en het huis werd in de loop der jaren van allerlei gemakken voorzien: van stofzuiger en wasmachine tot later een kleuren tv en een magnetron. Toch heeft mijn moeder nog behoorlijk wat 'oude' vaardigheden meegekregen die nu niet meer vanzelfsprekend zijn. Sokken stoppen, gaten in broeken repareren, borduren, breien en kleding verstellen; dat waarvan we nu geneigd zijn het te vervangen door iets nieuws krijgt bij mijn moeder vaak nog een tweede leven. Ook wordt een restje eten zelden weggegooid en ingevroren of gebruikt als basis voor de maaltijd van de volgende dag. Dingen die ik dus ook - letterlijk - met de paplepel ingegoten heb gekregen.

Groenten kweken, zeep maken, fermenteren, inmaken; het zijn vaardigheden die voor onze ouders en opa's en oma's heel gewoon waren, maar die verloren dreigen te gaan. Behalve voor degenen die, zoals jij en ik, er plezier in scheppen om met de kennis van vorige generaties actief ons moderne leven te versimpelen en meer zelfvoorzienend te worden.

Maar het zou zonde zijn om het leren van andere generaties alleen te beperken tot de voorgaande. De generaties na ons worden regelmatig afgeschilderd als consumerende, materialistische en oppervlakkige individualisten. Maar als kind van de generatie X, ook wel generatie Nix of Patatgeneratie genoemd, weet ik dat dit soort labels een eenzijdig beeld neerzet. Zijn wij niet een generatie die als eerste is opgegroeid met diversiteit, duurzaamheid en vrijere samenlevingsvormen dan het recht-toe-recht-aan heterohuwelijk?

Kijk ik zelf naar de generaties na mij dan leer ik veel van hun manier van in het leven staan. En ook daar haal ik inspiratie uit voor mijn continue streven naar een eenvoudiger en groener leven:
  • Gebruiken is het nieuwe hebben; van lampen tot spijkerbroeken; veel is te leasen en daarmee betaal je voor gebruik in plaats van voor bezit
  • Wereldburgerschap in plaats van je alleen maar interesseren in je eigen directe omgeving; de wereld houdt niet op bij de taalgrens. Door na te denken over waar je katoenen t-shirt of chocola vandaan komt en wat voor prijs je voor je koffie betaalt kan je helpen de wereld een stukje eerlijker te maken
  • Het opereren in netwerken in plaats van in hiërarchische structuren. Een goed idee met crowdfunding financieren, in plaats van je afhankelijk te maken van een bank
  • Het nemen van verantwoordelijkheid voor je eigen situatie in plaats van blind vertrouwen op dat de overheid het voor je regelt
  • Leren van inspirators in plaats van (alleen) van autoriteiten als leraren; denk aan Tedtalks maar bijvoorbeeld ook aan Collegetour
  • Met internet is de wereld je speelplaats; het is niet meer nodig om ver(vuilend) te reizen om interessante mensen te ontmoeten en te leren over andere culturen
  • Het draait niet allemaal om geld; er zijn andere ruilmiddelen om - hetzij virtueel, hetzij in natura - diensten of goederen te verwerven (ruilkringen, repaircafés, Couchsurfingspullen delen, eten delen)
Het is heel goed dat we de vaardigheden van onze ouders en grootouders om simpel te leven in ere houden. Maar als ik kijk naar mijn jongere collega's of naar mijn kinderen dan besef ik: we missen we een hoop als we ons niet óók door volgende generaties laten inspireren.
'Het Nieuwe Werken', omdat ik vanwege de Nucleaire Top de stad niet uit kon....geen straf!

08 maart 2014

eindelijk lente

Pas als het zover is merk je hoe je het gemist hebt: lente. De voortekenen waren er al eerder, maar vandaag met een overtuigend zonnetje en aangename temperatuur begint de tuin te exploderen. Krokussen, narcissen en allerlei ander lentespul beginnen zich van hun goede kant te laten zien en het bijenvolk begint ook alweer af en aan te vliegen. Helaas is ook de kever die vorig jaar, samen met zijn ondergrondse kinderen, mijn oogst volledig heeft geruïneerd weer gesignaleerd. Hij is er de reden van dat ik serieus overweeg om maar niet eens meer te beginnen aan groenten in mijn Vinextuin. 1-0 voor de destructieve kever.

In het kader van mijn 40 zakken in 40 dagen periode moeten vandaag de hedera en het reuzengras er flink aan geloven. Ik geef mijn snoeischaar de vrije hand en de berg met snoeiafval wordt steeds hoger. Als ik nog een paar uur zo door ga zit ik alleen vandaag al aan 10 zakken.

Wat doen jullie op deze eerste lentedag?




Als iemand een suggestie hoe dit kevertje heet en hoe ik hem zonder chemische troep voorgoed met zijn nageslacht kan laten verhuizen naar verre oorden hoor ik het graag!

24 december 2013

nieuw idealisme

De tijd rond kerst is voor mij altijd een periode van bezinning. Vaak zijn de laatste dagen tot mijn persoonlijke 'kerstreces' bijzonder hectisch (zo ook dit jaar), maar als ik eenmaal vrij heb dan begint automatisch het opmaken van de balans van het afgelopen jaar. Het is niet eens dat ik er bewust voor ga zitten; het komt bovendrijven tijdens overpeinzingen, jaaroverzichten, terwijl ik een boek lees of in meditatie. Kennelijk moet een jaar netjes afgesloten en voorzien worden van het juiste label in mijn onderbewuste systeem. Dit jaar is voorbij gevlogen en er zijn veel mooie dingen gebeurd: we zijn getrouwd, we hebben een prachtige reis gemaakt en een heerlijk feest gehad met vrienden en familie. De kinderen zijn gezond en zitten lekker in hun vel, mijn werk gaat goed, dus al met al krijgt het jaar voor mij persoonlijk een krulletje.

Maar bekijk ik dingen meer op macroniveau dan is er nog steeds weinig ruimte voor optimisme: het klimaat verandert merkbaar en snel (wist u trouwens dat ik zo'n beetje in het putje van Nederland woon?), de financiële sector is nog steeds too big to fail maar, zo is gebleken, ook too big to change. Homohaat en intolerantie tussen religies laait dicht bij huis op, overheden en grote bedrijven beginnen inbreuk op privacy vanzelfsprekend te vinden. En in plaats van grote verontwaardiging in de samenleving over deze ontwikkelingen merk ik steeds vaker een soort gelatenheid of onverschilligheid die me ernstig zorgen baart.

Hoe gaan we de wereld weer vooruit helpen in plaats van met zijn allen afwachten wat ons overkomt? Wat is mijn aandeel daar in? Het voelt zo machteloos; als een soort Don Quichot vechten tegen windmolens. Want: wat begin je als individu tegen zulke grote problemen als failliete landen, klimaatproblematiek, mensenrechtenschendingen?

Er zit natuurlijk een rare tegenstrijdigheid in mijn verhaal: ik begin mijn stukje met hoe goed dit jaar voor mij en mijn familie is geweest, terwijl om me heen zaken aan het afbrokkelen zijn. Ik schat in dat dat één van de grootste problemen is bij het aanpakken van misstanden: om ons heen gaat het goed. Ja, er zijn mensen werkeloos, er zijn schulden, maar op de schaal der dingen heeft Nederland het redelijk voor elkaar en ontbreekt een directe prikkel om collectief de handen ineen te slaan. Dat voelt hypocriet en daar wil ik ook zeker mijn ogen niet voor sluiten. Sterker nog, daar wil ik mijn verantwoordelijkheid voor nemen. De vraag is alleen: hoe?

Kijk ik naar mezelf dan is één van de grootste drempels om me in te zetten voor een betere wereld een chronisch gebrek aan tijd. En direct nu ik dit opschrijf overvalt me een gevoel van schaamte, want: ik zie wat er gebeurt, maar ik heb het te druk met mijn 'eigen hachje' om me in te zetten voor het collectief? Vind ik echt het werken voor een vakantie of een paar nieuwe schoenen belangrijker dan me inzetten voor het grotere geheel? Een idealist van likmevestje. Of is het omdat in de directe omgeving de zichtbare noodzaak ontbreekt en ik, totdat het zover is, door kan struisvogelen? Allebei conclusies die me bepaald niet vrolijk maken.

Toch weiger ik te geloven dat de mens van nature egoïstisch is en dat er dus niets te veranderen valt aan grote misstanden. Miljoenen jaren is de mens al in staat tot grootse dingen door samenwerking. Democratie, revoluties, ontwikkelingshulp, stakingen, de bouw van pyramides, er zijn talloze voorbeelden te vinden waarin groepen mensen in staat zijn gebleken het verloop van de geschiedenis te beïnvloeden. Zoals ik eerder al schreef heb ik een tijd geleden mijn meditatie weer consequent opgepakt en zie ik steeds helderder dat er op macroniveau eigenlijk geen onderscheid is tussen 'ik' en 'de rest'.

We zijn allemaal onderdeel van één systeem en iedere handeling die ik doe beïnvloedt, bewust of onbewust, het collectief. Ik kocht gisteren fairtrade rijst, waardoor een boer in Azië een eerlijke prijs krijgt voor zijn oogst, waardoor hij zijn kinderen naar school kan sturen, waardoor zij een betere toekomst hebben en daarmee weer anderen vooruit kunnen helpen. Mijn buurvrouw is lerares op een VMBO en zij leert meisjes van 14 en 15 jaar uit sociaal zwakke gezinnen voor zichzelf op te komen, een vak te leren en op eigen benen te staan, waardoor zij meer zelfvertrouwen krijgen en leren onafhankelijk te worden van instanties. Mijn dochter heeft in groep 8 van de basisschool haar eindmusical mogen zingen in een verzorgingshuis en dat heeft er toe geleid dat zij gisteren (inmiddels 15 jaar en in 4 VWO) een paar open sollicitaties voor vrijwilligerswerk heeft rondgebracht naar verzorgingshuizen in de buurt om iets bij te kunnen dragen voor de mensen daar.

Iedere daad van ons heeft impact op het collectief. Dat geldt zowel voor het toebrengen van schade (door onverschilligheid, egoïsme, kortzichtigheid, intolerantie) als voor het zijn van de oplossing. Met schuldgevoel over misstanden los je als individu niets op. Door bewust constructief gedrag te hanteren veroorzaak je misschien grotere impact dan waar je je tot nu toe van bewust was. En iedereen kan daar op zijn eigen micro-niveau iets aan doen: vrijwilligerswerk, een lief kaartje aan een eenzame oudere, soep brengen aan een zieke, vegetarisch eten, de auto laten staan, glimlachen naar onbekenden. We zullen daarmee niet in één klap de revolutie ontketenen, maar wel binnen onze eigen invloedssfeer een keten aan positiviteit in gang zetten die stukje bij beetje de wereld verandert.

Ik wens iedereen warme, gelukkige en fijne dagen en ik hoop jullie allemaal weer te 'zien' in 2014.


21 april 2013

transitiedenken

Ik weet niet hoe dat met jullie zit, maar ik ben het woord "crisis" na bijna vijf jaar behoorlijk zat. Je kan geen nieuws of actualiteiten kijken, luisteren of lezen of het gaat daarover. We bevestigen elkaar keer op keer in hoe ernstig de situatie is en welke effecten het heeft op ons leven, ons werk, ons inkomen. Natuurlijk ben ik niet blind voor de gevolgen van aanhoudende financiële spanningen, maar ik zie tegelijkertijd dat er veel hoopvolle bewegingen zijn die zorgen dat we de samenleving op een andere manier gaan organiseren. Creatiever, duurzamer, meer solidair.

Het lijkt de afgelopen weken een rode draad: ik ben bezig in het boek How Much is Enough (daar vertel ik binnenkort nog wel een keer over). Ik zag een interessante reportage van Tegenlicht, waarin transitiedenkers aan het woord werden gelaten. En last but not least: ik ben nog steeds hard bezig met mijn bedrijfje, dat eigenlijk ook een transitie is van de solistische manier waarop ZZP'ers normaal gesproken werken naar een soort gilde van vakbroeders. Zou dat allemaal toeval zijn? Of staan we aan het begin van een beweging die de samenleving op allerlei punten anders gaat organiseren?

De huidige crisis is niet alleen financieel. Er is sprake van een systeemcrisis, waarin verschillende spanningen tegelijk spelen: we zijn verslaafd aan fossiele brandstoffen, die toch echt eindig blijken te zijn. We hebben een voedselcrisis, waarbij het voedsel niet alleen erg ongelijk verdeeld is over de mensheid maar waar we bovendien 10 calorieën energie nodig hebben om 1 calorie voedsel te produceren. Er staat spanning op de solidariteit van de verzorgingsstaat, waarbij er steeds minder bereidheid lijkt om met elkaar via afdrachten voor kwetsbaren in de samenleving te betalen. De Belastingdienst te slim af zijn is bijna een nationale sport, terwijl we daarmee welbeschouwd alleen onszelf en het collectief bedotten. 

Tegelijkertijd zie ik dat de industriële kijk op de wereld het eind van zijn levensduur bereikt. Niet overal staan productiemiddelen als grondstoffen, kapitaal en arbeid centraal. Steeds vaker gaat het over duurzaamheid, ontplooiing, solidariteit, gemeenschapszin. In mijn omgeving hoor ik mensen vertellen dat zij zelf wat groenten gaan verbouwen op hun balkon, beginnen vrienden voorzichtig aan met "ontspullen" of minder vlees eten. Vrijwilligerswerk, inzamelen voor goede doelen, participeren in broodfondsen, collectieve acties om de wijk leefbaarder te maken; er is iets gaande waarbij een kleine maar duidelijke groep zelf het heft in handen neemt en niet wacht totdat knelpunten "van hogerhand" worden opgelost. Wij zijn de samenleving, dus waarom zouden we wachten?

Onze minister-president roept Nederlanders op tot stoppen met somberen en tot meer consumeren om de economie uit het slop te helpen. Het eerste juich ik toe. Over het tweede denk ik: als we hetzelfde blijven doen als we altijd deden, hoe kunnen we dan verandering verwachten? Is de huidige instabiliteit niet juist een signaal dat het allemaal wel wat soberder zou kunnen en zelfs zou moeten? Ik ben hoopvol over de creatieve energie die ik om me heen zie ontstaan. En ik wil daar deel van zijn, ik wil op mijn eigen bescheiden schaal zelf het verschil helpen maken. Door me te organiseren met anderen die ook klaar zijn om in beweging te komen, niet individueel maar als collectief. Niet vanuit een centrale institutie, maar in kleine, lokale verbanden waarin we elkaar (her)kennen. Door te ruilen (ik heb weer komboecha en kefirkorrels! Op te halen bij mij thuis, in ruil voor biologisch plantgoed!), mensen uit mijn netwerk actief aan elkaar te koppelen, jongeren op sleeptouw te nemen die een slechte startpositie hebben, door mijn kennis ter beschikking te stellen aan anderen en door niet meer bronnen te gebruiken dan ik redelijkerwijs nodig heb. Hoogdravend? Misschien. Maar volgens mij ook realistisch en haalbaar.

Als iedereen op microniveau zijn of haar steentje bijdraagt kunnen we een enorme veranderkracht in gang zetten en hoeven we niet te wachten tot "De Overheid" met de oplossing komt en De Economie weer aantrekt. De oplossing, dat zijn wij namelijk zelf.

eitjes uit eigen kip!

29 december 2012

inzicht

Zo aan het eind van het jaar word je aan alle kanten om de oren geslagen met jaaroverzichten. Wat waren de centrale thema's en grote nieuwsfeiten in 2012 en wat vonden we daarvan? Volgens de media was 2012 vooral een jaar om snel te vergeten. Een jaar van crisis, werkeloosheid, ellende en het door de Maya's aangekondigde einde der tijden. Al met al geen vrolijk beeld.

Ik trof vanmiddag een citaat van Rudolf Steiner over crisis als overgangskenmerk die in mijn hoofd is blijven plakken:

"Wij leven in een overgangstijd. Weliswaar is iedere tijd een overgangstijd, maar het komt er op aan om te zien wat er in overgang verkeert. In onze tijd is er iets belangrijks in overgang, iets dat de mens diep in zijn innerlijk beroert, dat van groot innerlijk belang is.

Wanneer men met bewustzijn volgt wat het zogenaamd gevormde deel van de beschaafde wereld de afgelopen decennia heeft gedaan, dan komt men tot het uiterst treurige beeld van de mensheid die in slaap verkeert. Dat is niet bedoeld als kritiek, ook niet als impuls tot pessimisme, maar is bedoeld om krachten te kweken die de mens in staat stellen om in elk geval voor elkaar te krijgen wat nu voorlopig het allerbelangrijkste is: inzicht, werkelijk inzicht te verwerven. In deze tijd moeten we tot inzicht komen en illusies achter ons laten.

Vraag daarom niet: ‘wat moet ik doen, of wat moeten die en die doen?’ – Dat zijn misplaatste vragen. Hoe kom ik tot inzicht in de tegenwoordige verhoudingen, dát is een belangrijke vraag! Wanneer er voldoende inzicht leeft, dan zal gebeuren wat gebeuren moet. Wanneer het juiste inzicht in voldoende mate leeft, dan zal zich ook zeker datgene ontwikkelen wat ontwikkeld moet worden. We zullen met veel van het bestaande moeten breken. Wij zullen moeten beseffen dat de uiterlijke gebeurtenissen werkelijk niets anders zijn dan symptomen voor een innerlijke, in het bovenzinnelijke gebied liggend ontwikkelingsverloop waarvan niet alleen het historische leven maar ook ieder mens met zijn hele menselijke zijn, deel van uitmaakt.”
(Rudolf Steiner, 1 november 1918)

Die Maya's waren misschien zo gek nog niet. Hoe mooi zou het zijn als het einde van een kalender niet het einde der tijden maar het einde van het oude denken en een tijd van nieuw bewustzijn aankondigt? De crisis waarin we ons bevinden is meer-dimensionaal en gaat dieper dan alleen financieel: de wereld zoals we die kenden brokkelt langzaam. Olie raakt op, banken en verzekeraars blijken niet zo betrouwbaar als we altijd dachten, we worden met zijn allen dikker en zieker, we leven individualistischer dan ooit met doppen in onze oren en een smartphone voor ons hoofd en het populisme viert hoogtij.

Maar voor u droevig afhaakt door zoveel narigheid: ik ben een optimistisch mens en volgens mij zijn de eerste tekenen van inzicht en een nieuwe bewustwording al duidelijk aanwezig. Steeds meer initiatieven maken duidelijk dat er weer meer ruimte komt voor verbondenheid en wij-cultuur in plaats van het individualisme waar we de afgelopen decennia in gerold zijn. Collega-consuminderaars hebben al ontdekt dat een economie waarin zelf maken, ruilen en delen het uitgangspunt is veel meer voldoening blijkt te geven dan ongebreideld consumeren. Er ontstaan fysieke en virtuele netwerken waarin kennis, informatie maar ook idealistische initiatieven gedeeld en uitgevoerd worden. De blogcommunity is voor mij één van de mooiste voorbeelden van hoe onbekenden elkaar kunnen ondersteunen, inspireren en helpen.

Maar de eerste tekenen van nieuwe, optimistische tijden gaan verder dan dat. Mensen stellen hun huis open voor onbekenden om ze een slaapplaats te bieden of om gezamenlijk te mediteren. Crowdfunding helpt starters met mooie groene initiatieven op weg, daar waar banken niet thuis geven.Via internet worden gratis kwaliteitscursussen door diverse universiteiten aangeboden waarbij de deelnemers met elkaar een erg inpirerend netwerk vormen. Maar ook heeft een omvangrijke groep jongeren zich verenigd om de politiek te verjongen en hervormingen in gang te zetten.

Ik geloof niet dat problemen op hetzelfde niveau kunnen worden opgelost als waarop ze gecreëerd zijn. Gewoonweg weer meer spullen gaan kopen en bezuinigen op alles dat staat voor beschaving - zorg voor zwakkeren in de samenleving, cultuur, dierenwelzijn - gaat geen passend antwoord zijn op het web aan crises (maatschappelijk, milieu, politiek en spiritueel) waar we in verstrikt zitten. We hebben behoefte aan nieuwe verhalen die ons verbinden, aan ideologieën die niet verstikken, maar een moreel kompas bieden waar we op kunnen varen. Dat begint, zoals Steiner in bovenstaand citaat aangeeft, bij inzicht. En inzicht leidt er toe dat we, bewust of onbewust, beseffen wat we moeten ontwikkelen om er uit te komen. Dat gaat misschien niet met één big bang van inzicht aan het einde van een Mayakalender, maar met een heleboel individuele mini-bangetjes die met elkaar één patchwork deken van nieuw bewustzijn en daarbij passend handelen gaan creëren.

Iedereen een mooi, warm en optimistisch 2013!

09 mei 2012

groei en verandering

De afgelopen weken ben ik druk bezig geweest met het afronden van mijn yoga-opleiding en gisteren heb ik eindelijk mijn scriptie ingeleverd. Mijn hoofd zit er nog zo vol mee dat ik er hier ook over ga schrijven. Ik hoop dat ik mijn gedachtenstroom een beetje gestructureerd en to-the-point kan uitwerken, want het is vrij filosofische (en persoonlijke) materie. Eigenlijk is het de neerslag van wat ik in de afgelopen drie jaar heb geleerd. Of wat ik eigenlijk onbewust al wist, maar wat tijdens mijn opleiding langzaam boven is komen drijven. Zie het dus maar als een soort therapeutisch stukje voor mijzelf en misschien heeft een ander er ook nog iets aan. Maar als je bultjes krijgt van zweverige stukjes, dan raad ik je aan deze post over te slaan ;-)

Ik heb, zoals ik hier wel vaker heb geschreven, de afgelopen drie jaar voor de sociale werkplaats gewerkt. In dezelfde drie jaar volgde ik een yoga docentenopleiding (voor de kenner: hatha yoga). Ik kan niet zeggen welke van deze twee dingen mijn hart meer geopend heeft. Toen ik net begonnen was bij de sociale werkvoorziening had ik een ongeluk gehad op vakantie en zat ik een paar maanden met mijn arm volledig ingespalkt. Ik kon niet auto rijden of fietsen, mezelf niet aankleden en alleen met heel veel moeite zelf naar het toilet. Dat was, zoals Amerikanen dat zo mooi zeggen, een humbling experience. Ik was op dat moment omgeven door mensen die zich niet uit het veld lieten slaan door hun beperking, maar mij leerden dat beperkingen er zijn om overwonnen te worden. Ik kreeg eenvoudigweg de kans niet om medelijden met mezelf te hebben. Eén rondje door onze bedrijfskantine of over de afdelingen en ik werd aan mijn haren uit het moeras van zelfmedelijden getrokken.

Op de sociale werkplaats werken mensen met een arbeidsbeperking die niet zomaar op de "normale" arbeidsmarkt terecht kunnen. De beperking kan fysiek zijn, maar ook psychisch of een combinatie van beide en regelmatig is er sprake van beperkte verstandelijke vermogens. De taak van de sociale werkplaats is om deze mensen zo te ontwikkelen zodat de afstand tot de "normale" arbeidsmarkt kleiner wordt. Dit wordt in vakjargon Arbeidsontwikkeling genoemd. Het ultieme doel is om iedere medewerker uiteindelijk - met of zonder subsidie voor de werkgever - op de "normale" arbeidsmarkt te plaatsen. Een mooi streven, maar lang niet voor iedereen haalbaar.

In de ontwikkeling die ik zelf tijdens mijn yogaopleiding doormaakte, merkte ik heel sterk dat groei en ontwikkeling niet van buitenaf kan worden opgelegd. Pas als je bepaalde inzichten over jezelf onder ogen durft te komen, jezelf accepteert en als je in staat bent om je innerlijke kracht aan te boren, dan pas ben je klaar om te veranderen. Sterker nog, dan is verandering en groei onvermijdelijk. Je kunt niet besluiten te veranderen, je verandert. En de motor daarvan is, althans, zo heb ik dat ervaren, zelfbewustzijn en zelfacceptatie.

In mijn werk op de sociale werkplaats had ik steeds een sluimerend gevoel dat we bij de methodiek die wij arbeidsontwikkeling noemen een belangrijke stap oversloegen. Ik vond het alleen lastig te benoemen wat ik daar precies mee bedoelde. Vooral omdat ik zelf aanvankelijk ook nog de overtuiging had dat ik kon veranderen door de juiste boeken te lezen, de juiste informatie te vergaren en gewoon te beginnen met die informatie in de praktijk toepassen. Maar daar verander je niet intrinsiek door. Je interne blauwdruk blijft hetzelfde, alleen je handelingen zijn anders.

In de loop van mijn opleiding kwam steeds vaker het volgende beeld boven drijven:
"Gras groeit niet sneller door er aan te trekken, maar door het van de juiste voeding en verzorging te voorzien." Ieder heeft zijn eigen trigger om daadwerkelijke groei of verandering door te maken, maar dit eenvoudige inzicht was voor mij de metafoor om eindelijk écht de confrontatie met mezelf aan te gaan. Ik ben mijzelf van de juiste voeding gaan voorzien (ook letterlijk, door plantaardig te gaan eten), ik ben gaan hardlopen en mediteren, ik heb twee keer een weekend in een klooster doorgebracht, waar van een keer in totale stilte. Langzamerhand ben ik steeds meer steentjes en stenen uit mijn rugzak gaan werpen. Een deel van mijn proces is op dit blog te lezen geweest, maar in werkelijkheid gebeurt er natuurlijk veel meer. Soms groots en meeslepend, soms zo subtiel dat het voor mij zelf pas achteraf merkbaar is. De rugzak is zeker nog niet leeg, maar al een stuk lichter dan drie jaar geleden.

Dit gegeven, dat wezenlijke verandering niet van buitenaf kan worden opgelegd maar van binnenuit ontstaat, gaf me het besef dat arbeidsontwikkeling pas stap 2 is in het proces voor de mensen binnen de sociale werkplaats. Als je in je leven tot nu toe vooral bent aangesproken op je beperking, als je niet vertrouwt op je lichaam of je psychische gesteldheid of als je steeds weer geconfronteerd wordt met belemmeringen om voor elkaar te krijgen wat je echt wilt, dan landt het zaadje van arbeidsontwikkeling niet in vruchtbare aarde. Ja, dan leer je op tijd te komen, opdrachten aan te nemen en steeds meer zelfstandig te werken. Maar dat is niet wezenlijk anders dan mijn aanvankelijke idee dat informatie vergaren en in de praktijk toepassen hetzelfde is als ontwikkeling en groei. In werkelijkheid is het niet veel meer dan een kunstje leren.

Zoals je bij het aanleggen van een sappig gazon zorgt voor vruchtbare aarde, de juiste bewatering en bemesting en het tijdig verwijderen van onkruid en ander ongerief, zo moet je volgens mij ook een gewenste verandering bij mensen goed voorbereiden. Dan maakt het niet uit of deze mensen minister of directeur zijn, of dat ze bij een sociale werkplaats (gaan) werken. Verandering en groei is het resultaat van een proces dat zich van binnen afspeelt; hooguit kun je van buiten stimuleren dat de grond vruchtbaar wordt gemaakt, dat "onkruid" bewust wordt losgelaten en dat er steeds opnieuw goede bouwstoffen worden toegevoegd. En daar kan yoga (of je het nu herkent als zodanig of niet) een grote rol in spelen. En dat inzicht vormt dus de ruggengraat van mijn scriptie: een methodiek waarmee je door middel van eenvoudige lichamelijke oefeningen (ook voor mensen met een fysieke beperking), visualisatie-oefeningen en affirmaties de vruchtbare grond voor verandering creëert.

Pfoeh. Daar laat ik het voor nu even bij. Ik besef dat dit een ander soort stuk is dan gebruikelijk, maar zeg niet dat ik jullie aan het begin van dit stuk niet gewaarschuwd heb!



28 april 2012

07 april 2012

duurzaam eten

Ons dagelijks menu is doordrenkt van olie. Niet zozeer de calorierijke olie waar we in bakken en braden (alhoewel ook dat soms best wat minder kan...) maar in de fossiele brandstoffen die nodig zijn om eten van het land op ons bord te krijgen. En olie, zo is inmiddels de algemene opvatting, is steeds moeilijker in te winnen. Het is niet zo dat olie snel op zal raken, maar het wordt steeds lastiger om het boven de grond te krijgen en daarmee steeds duurder. Het verschijnsel dat alle gemakkelijk bereikbare bronnen zo'n beetje leeg zijn wordt peakoil genoemd. Wanneer dat precies is bereikt is eigenlijk pas achteraf vast te stellen, maar schattingen lopen uiteen tussen 2008 en 2020. Overigens wordt er al sinds de jaren '80 meer olie opgepompt dan er nieuwe oliebronnen worden gevonden.

Maar dit stukje is niet bedoeld om een deprimerend verhaal over schaarste en tekort te houden. Ik wil het juist hebben over manieren om meer duurzaam te eten. De aanleiding is deze documentaire uit 2009 waarin, naar mijn idee, een heel indrukwekkend beeld wordt geschetst van het belang van duurzaam "boeren". Maar boeren doen eigenlijk niets anders dan het voorzien in de behoefte van ons consumenten: we verorberen met z'n allen enorme hoeveelheden vlees, zuivel, eieren en graan. En aangezien we met steeds meer zijn, stelt dat hoge eisen aan de productie. Om aan die nog altijd groeiende behoefte tegemoet te komen worden allerlei trucs uitgehaald: kunstmest, intensieve veeteelt, genetisch manipuleren, platbranden van stukken bos om meer te kunnen verbouwen. Deze manier van produceren leidt onder andere tot uitputting van vruchtbare grond, mestoverschotten en verschraling van de voedingswaarde. Om de grond te bewerken en het voedsel ook naar andere gebieden te distribueren is veel olie nodig: voor landbouwmachines, voor bewerking, voor transport. Op termijn is deze vorm van voedselproductie niet houdbaar. We proberen eigenlijk gras sneller te laten groeien door er heel hard aan te trekken.

Andere voedselkeuzes helpen bij het "afkicken" van onze olieverslaving. Je ontkomt er daarbij niet aan om maar weer eens een aantal open deuren te noemen, zoals: verminder je vlees- en zuivelconsumptie. Eet lokaal en kies voor groenten uit het seizoen. Maar wat ik een interessante eye-opener vond in de documentaire was de notie dat we erg verslaafd zijn geraakt aan granen. Graan is een gewas dat veel ruimte nodig heeft om te groeien. Bovendien is er veel olie nodig voor oogst, bewerking en transport van granen. Weliswaar vormen graanproducten een belangrijk onderdeel van een gezonde voeding, maar we eten nog altijd meer (en meer bewerkt!) dan we voor een evenwichtig dieet nodig hebben.

Ook de manier waarop we met de aarde omgaan is een relevante factor in onze afhankelijkheid van olie. Als boeren een diversiteit aan grassoorten zaaien is er het hele jaar door voldoende te grazen, waardoor koeien buiten kunnen blijven staan en er bovendien niet gehooid hoeft te worden. Door landbouwgrond niet te ploegen kunnen micro-organismen beter hun werk doen en dat komt de vruchtbaarheid en kwaliteit van de grond ten goede. Het niet al te netjes houden van de natuurlijke omgeving, maar organisch materiaal de tijd geven om te rotten, draagt bij aan het bodemleven en daarmee aan de voedingswaarde van ons eten.

Het lijkt alsof ruimte een belangrijke randvoorwaarde is om hier als individu een bijdrage aan te leveren. Met voldoende grondoppervlak is het verbouwen van eigen groenten, het aanleggen van een composthoop of het houden van (klein)vee gemakkelijker te realiseren dan in de beperkte ruimte van een stad. Maar, zoals ik op mijn blog al vaker heb bepleit, kun je ook als stedeling bescheiden stappen zetten naar een meer zelfvoorzienend leven. En als je een netwerkje opzet met gelijk gezinden, waarbij de één tomaten en sla opkweekt op het balkon, een ander een fruitboompje plant en een derde een paar courgetteplanten in potten heeft staan, heb je al een leuke stap gezet. Alles wat we zelf produceren, hoe bescheiden ook, doet weer minder beroep op fossiele brandstoffen en is daarmee en stap op weg naar onafhankelijkheid. En bovendien is het nog hartstikke leuk ook.


09 november 2011

lef

Is "lef" echt het enkelvoud van "leven"? Het wordt weleens quasi-lollig beweerd en taalkundig klopt het natuurlijk van geen kant, maar op een bepaald niveau heeft het zeker met elkaar te maken. Als je binnen je comfortzone blijft hangen, dan is je leven weliswaar comfortabel, maar ook wat voorspelbaar of zelfs saai.

Door lef te tonen en over je angst voor het onbekende heen te stappen loop je het risico onderuit te gaan of spijt te krijgen. Maar op het moment dat je uit je bekende cirkeltje stapt opent zich een wereld die nieuwe kansen en opwindende ervaringen met zich meebrengt. En ja, die wereld kan soms ook tegen vallen. En het kan zijn dat de stap niet blijkt te werken. Of dat je het niet tot een succes weet te maken. Maar wat nou als je verwachtingen over de uitkomst loslaat en gaat voor het avontuur? Als je gewoon besluit een stap te nemen. En dan nog één. En dan nog één. Wees vriendelijk voor jezelf en heb vertrouwen in je eigen kracht. Wat is het allerergste wat je kan overkomen?

Sta open voor verandering, zie het als een kans iets te leren en nieuwe dingen te ervaren. Accepteer dat de werkelijkheid altijd onvoorspelbaarder is dan elk scenario dat je kunt bedenken; of je nu in je vertrouwde leventje blijft hangen of dat je met een groots gebaar het onbekende in stapt. Morgen kan alles anders zijn. En dat is niet goed of slecht; dat is. Zoek mentoren of mensen die in je geloven en die je steunen. En zodra je anderen kunt helpen die in het diepe gaan springen: aarzel niet hen ook te helpen. Pay it forward!

(Jullie hadden natuurlijk al lang door dat ik mezelf hier moed aan het inspreken ben. Ik sta op het punt een grote sprong te wagen en er komt een energie vrij die ik al jaren niet meer gevoeld heb. Ik vind het opwindend, uitdagend en doodeng. In mijn hart weet ik dat ik nu lef moet tonen omdat ik anders spijt krijg dat ik het moment voorbij heb laten gaan. Mijn hart en ik zijn nog in discussie met mijn hoofd, maar ik heb er vertrouwen in dat we het gaan winnen. Volgende week moet de knoop worden doorgehakt en horen jullie - als het goed is - een flinke plons.)


Source:http://speakinloud.tumblr.com

28 april 2011

27 februari 2011

koelkastfoto's

Een aantal van jullie vroeg me al waarom het aan de andere kant zo stil was geworden. Eerlijk is eerlijk: ik vond dat ik niet echt iets spannends te melden had. Maar tijdens de vakantie heb ik weer wat inspiratie opgedaan, dus Mieb Eet is weer geactiveerd en ik heb een stukje geschreven over portiebeheer. Ik was daar na het publiceren nog even mee bezig, vandaar dat dit blogje min of meer in het verlengde ligt.

In films zie je weleens dat mensen foto's van zichzelf op de koelkast hangen als schrikbeeld. Als een soort verwijtend uithangbord: als je deze koelkast te vaak opent ga je er weer zo uitzien. Of misschien nog wel erger. Ik lees het ook weleens als dieettip: die onflatteuze foto van jezelf "op je dikst" in bikini of in een iets te strakke jurk zou het ultieme middel zijn om je consequent tot worteltjes en blaadjes sla te beperken.

Vanochtend tijdens het sporten bedacht ik me wat een raar advies dat eigenlijk is. Waarom zou je jezelf zo straffen iedere keer dat je de koelkast opent? Waarom zou je jezelf zo willen conditioneren dat je eten met "lelijk" en "dik" associeert? En zeker als de termen "lelijk" en "dik" over jezelf gaan, wat voor positiefs bereik je daar dan mee? Eten is meer dan een beetje brandstof om je lichaam aan de gang te houden. Het is heeft te maken met genieten, met traditie, met samen zijn. Sterker nog: eten kan juist het verschil maken om je energiek, fit en lekker in je vel te voelen. Dat gevoel krijg je niet bepaald als je iedere keer dat je iets te eten wilt pakken om je oren wordt geslagen met een "dikke foto".

Ik voel meer voor het omgekeerde: zoek een foto van jezelf waarop je straalt, ongeacht je gewicht. Een foto van een moment dat je je geweldig voelde, trots was op jezelf of zichtbaar genoot. Hang hem bewust niet op de koelkast, maar op een andere plek waar je hem regelmatig tegen komt. Zorg dat je die foto vaak bekijkt. Niet alleen als je een dip hebt, maar iedere dag. En neem jezelf voor om weer zo te stralen als op dat moment. Door van jezelf te houden en goed voor je lijf te zorgen. En probeer eten niet te associëren met dik en lelijk, maar met fit, energiek en stralend. Volgens mij is dat een stuk effectiever.

24 oktober 2010

focus

Sinds ik werk heb ik in verschillende functies cursussen en workshops gevolgd over timemanagement. Ook heb ik een aantal boeken over dit onderwerp in de kast staan. Ik durf te zeggen dat ik er inmiddels best een talent voor heb ontwikkeld: ik plan mijn dagen efficiënt, krijg in het algemeen mijn werk op tijd gedaan en tussendoor zorg ik dat er gezonde lunches mee naar school en werk gaan, dat rekeningen op tijd worden betaald, dat e-mail binnen een acceptabele tijd wordt beantwoord, dat zomer- en wintergarderobe bijtijds worden omgewisseld, dat de kinderen op tijd op sportclubjes verschijnen en dat er passende verjaardagskadootjes beschikbaar zijn.

Hier ligt een ingewikkeld systeem aan ten grondslag met to do-lijstjes voor korte en lange termijn, huishoudschema's, weekmenu's en een wensenlijstje met dingen die ik ooit nog wil doen of leren. Het probleem is echter dat de dag maar 24 uur telt, dat ik - tot mijn frustratie - redelijk veel slaap nodig heb en dat huishouden en werk het grootste deel van mijn wakkere 15 uur opslokken. Ja, ik krijg veel gedaan in die wakkere uren, maar veel daarvan gebeurt op de automatische piloot door middel van multitasken. Ontbijten en ondertussen de lunchtrommels van de kinderen vullen? Geen probleem. E-mails beantwoorden tijdens het koken? Draai ik mijn hand niet voor om. Even snel de weekboodschappen doen nadat ik zoonlief bij tennisles heb afgezet? Lekker efficiënt toch?

Er zit een zekere geruststelling in deze manier van leven: ik heb het gevoel alles onder controle te hebben en voor ik naar bed ga kijk ik - steevast uitgeput - terug op een productieve dag. Maar waar ik steeds meer achter kom is dat ik zelden de tijd neem om na te denken of de dingen die ik op de automaat doe, ook de dingen zijn die ik het liefste doe. Ik smijt met energie en denk er zelden over na of ik de zaken waar ik die energie in steek allemaal nog steeds de moeite waard vind. Bovendien wordt het wensenlijstje met dingen die ik nog wil doen of leren steeds langer en ik blijk er met alle andere to do-dingetjes gewoonweg niet aan toe te komen.

En daar komt het nieuwe boek van Leo Babauta van Zenhabits.net om de hoek kijken. Het heet - heel treffend - Focus en een gratis versie ervan is hier te downloaden (ik ben gek op het internet en op mensen die het gebruiken om belangenloos hun ervaring, kennis of ideeën te delen!). Ik heb het dit weekend gelezen en het gaf me het belangrijke inzicht dat het me ontbreekt aan focus. Mijn multitask-talent maakt me niet productiever. Alleen maar drukker en inefficiënter door het continu schakelen en wisselen van focus. Bovendien draai ik door mijn eeuwige to do-lijstjes op routine en vergeet ik stil te staan bij waar ik écht mijn energie in wil steken.

Ik besef dat ik niet zomaar van mijn diepgewortelde systeem van to do-lijstjes af ben, maar ik wil er de komende tijd wel mee aan de slag. Het boek heeft een mooi beginnetje gepeuterd in een denkproces. En de komende tijd ga ik bekijken hoe ik meer focus kan aanbrengen op een beperkt aantal taken, zonder toe te geven aan de lichte paniek die ik krijg als ik vrees de controle kwijt te raken.

12 oktober 2010

feminisme

Ik heb even geaarzeld of ik er over zou schrijven omdat ik er niet helemaal uit ben of het een relevant thema is voor mijn blog. Maar het zit me dwars, dus wil ik er iets over kwijt.

Ik zou mezelf niet snel een feministe noemen. Een aantal generaties vrouwen heeft gevochten voor gelijke rechten en dat heeft er toe geleid dat meisjes kunnen studeren, stemmen, werken en dat we hier in Nederland gelijkwaardig zijn aan mannen. Ik ben er dankbaar voor dat er vrouwen zijn geweest die al hun energie in die strijd hebben gegooid. Ik geniet van de mogelijkheden die ik heb en mijn twaalfjarige dochter kan zich niet voorstellen dat er op de wereld vrouwen zijn die bij wet als minderwaardig aan mannen worden beschouwd.

In het nieuwe kabinet worden straks welgeteld 3 4 vrouwen benoemd. Daar tegenover staan 17 16 mannen die met elkaar de zwaarste (lees: belangrijkste) portefeuilles beheren. In de samenleving is op dit moment iets meer dan de helft vrouw. Waar gaat dit fout? Jorritsma en Kroes waren - in mijn optiek terecht - bijzonder kritisch over dit scheve kabinet. De repliek daarop was dat er gekozen werd voor kwaliteit, niet voor geslacht. Pardon?

We krijgen een kabinet dat bijna geheel uit het old boys network van Rutte-Verhagen komt. Kwalitatief goede vrouwen voor ministersfuncties vinden is volgens mij een kwestie van intelligent zoeken. Het old boys network heet niet voor niets zo; het wemelt daar van de heren die hoge politieke, bestuurlijke of zakelijke functies bekleden. Een erg gemakkelijke vijver om in de vissen, maar laten we helder zijn: een feestjurk vind je ook niet in een herenmodezaak. Het lijkt me dat ze toch voldoende tijd hebben gehad om naar geschikte vrouwen te zoeken.

Ik ben altijd tegen een quotum geweest om vrouwen aan bepaalde posities te helpen, maar nu ik dit anno 2010 meemaak kom ik terug op dit standpunt. Kennelijk moet creativiteit om de goede mensen te zoeken op deze flauwe manier afgedwongen worden.

Wat vinden jullie? Maakt een quotum - op welke "minderheidsgroepering" dan ook - dat invloedrijke posities beter verdeeld worden? En maakt een eerlijker verdeling tussen mannen en vrouwen dat belangen beter vertaald worden?

19 augustus 2010

goed advies

Gisteren hoorde ik op de radio de Sunscreen song van Baz Luhrman. Het was een bescheiden hit ergens eind jaren '90 maar ik heb toen nooit goed tot me door laten dringen wat hij wilde zeggen. En dat terwijl ik toen tot de doelgroep behoorde die hij toezingt. Toen ik hem gisteren op mijn MP3-speler voorbij hoorde komen heb ik eens met aandacht de woorden in me opgenomen.

Het is een gesproken tekst en bevat een paar sterke oneliners, en wow, wat een geweldig advies aan de class of '97. Jammer dat ik in de jaren '90- toen ik onzeker was over wat ik wilde worden, toen ik me druk maakte over wat mensen over me dachten en mezelf ongelukkig maakte door altijd te vergelijken met modellen uit tijdschriften - niet open stond voor de boodschap.

Wear sunscreen.

If I could offer you only one tip for the future, sunscreen would be it. The long-term benefits of sunscreen have been proved by scientists, whereas the rest of my advice has no basis more reliable than my own meandering experience. I will dispense this advice now.


Enjoy the power and beauty of your youth. Oh, never mind. You will not understand the power and beauty of your youth until they've faded. But trust me, in 20 years, you'll look back at photos of yourself and recall in a way you can't grasp now how much possibility lay before you and how fabulous you really looked. You are not as fat as you imagine.

Don't worry about the future. Or worry, but know that worrying is as effective as trying to solve an algebra equation by chewing bubble gum. The real troubles in your life are apt to be things that never crossed your worried mind, the kind that blindside you at 4 p.m. on some idle Tuesday.

Do one thing every day that scares you.

Sing.

Don't be reckless with other people's hearts. Don't put up with people who are reckless with yours.

Floss.

Don't waste your time on jealousy. Sometimes you're ahead, sometimes you're behind. The race is long and, in the end, it's only with yourself.

Remember compliments you receive. Forget the insults. If you succeed in doing this, tell me how.
Keep your old love letters. Throw away your old bank statements.

Stretch.

Don't feel guilty if you don't know what you want to do with your life. The most interesting people I know didn't know at 22 what they wanted to do with their lives. Some of the most interesting 40-year-olds I know still don't.

Get plenty of calcium. Be kind to your knees. You'll miss them when they're gone.

Maybe you'll marry, maybe you won't. Maybe you'll have children, maybe you won't. Maybe you'll divorce at 40, maybe you'll dance the funky chicken on your 75th wedding anniversary. Whatever you do, don't congratulate yourself too much, or berate yourself either. Your choices are half chance. So are everybody else's.

Enjoy your body. Use it every way you can. Don't be afraid of it or of what other people think of it. It's the greatest instrument you'll ever own.

Dance, even if you have nowhere to do it but your living room.

Read the directions, even if you don't follow them.

Do not read beauty magazines. They will only make you feel ugly.

Get to know your parents. You never know when they'll be gone for good. Be nice to your siblings. They're your best link to your past and the people most likely to stick with you in the future.

Understand that friends come and go, but with a precious few you should hold on. Work hard to bridge the gaps in geography and lifestyle, because the older you get, the more you need the people who knew you when you were young.

Live in New York City once, but leave before it makes you hard. Live in Northern California once, but leave before it makes you soft. 

Travel.

Accept certain inalienable truths: Prices will rise. Politicians will philander. You, too, will get old. And when you do, you'll fantasize that when you were young, prices were reasonable, politicians were noble and children respected their elders.

Respect your elders.

Don't expect anyone else to support you. Maybe you have a trust fund. Maybe you'll have a wealthy spouse. But you never know when either one might run out.

Don't mess too much with your hair or by the time you're 40 it will look 85.

Be careful whose advice you buy, but be patient with those who supply it. Advice is a form of nostalgia. Dispensing it is a way of fishing the past from the disposal, wiping it off, painting over the ugly parts and recycling it for more than it's worth.

But trust me on the sunscreen.


(voor degenen onder ons die wat meer auditief/visueel zijn ingesteld: hier vind je de clip op Youtube.

03 augustus 2010

raw food

Als vegetariër betrap ik mijzelf er weleens op dat ik verzand in een inspiratieloos aardappelen-groenten-vleesvervanger-menu. Ik kan me helemaal voorstellen dat mensen aarzelen om vegetariër te worden als dat het beeld is wat ze er bij hebben. Na de derde groentenburger in een week houd je het wel voor gezien.

In het kader van beter goed gejat dan slecht verzonnen, mag ik graag inspiratie opdoen bij andere "alternatieve diëten". Mijn favoriete bron van nieuwe recepten zijn op dit moment veganistische en rawfood websites. Beide levenswijzen zijn een beetje te recht in de leer naar mijn smaak, maar dat neemt niet weg dat hun principes uitnodigen tot een creatief menu.

Vooral raw foodies kijken zo anders naar eten, dat het geweldig is om een tijdje op rauwe receptensites rond te snuffelen. Want waarom zou je een sla- of koolblad niet als wrap gebruiken? En wat dacht je van een paté van zonnebloempitten of cashewnoten? Rauwe spinazie-appel soep of courgettespaghetti (gewoon een courgette in lange slierten raspen en pastasaus er overheen)?

Als ik praat over mijn fascinatie voor stromingen als rawfood of veganisme dan stuit ik vaak op weerstand. Veel kookliefhebbers vinden het extreem of zien het als een soort geloof. Maar er over lezen is in mijn beleving niet hetzelfde als 100% kiezen voor één strikte verzameling leefregels. Inmiddels is het "dagje vegetarisch" in veel huishoudens overgenomen, dus waarom zou een beetje rauw of een beetje veganistisch geen waardevolle aanvulling kunnen zijn? Al is het maar om nieuwe ideeën op te doen over creatief omgaan met ingrediënten.

15 april 2010

vooruitgang

De economie lijkt langzaam uit het dal op te krabbelen. De werkloosheid stagneert, er worden meer huizen verkocht en de consument begint eindelijk weer te doen waar hij voor gemaakt is: hij consumeert. Het klinkt raar, maar ik word er een beetje melancholisch van. Natuurlijk gun ik niemand armoede of tegenslag. Maar ik kreeg net het idee dat met de economische crisis de Westerse wereld wat langzamer begon te draaien. Dat mensen wat meer aandacht kregen voor elkaar. Dat er meer ruimte ontstond voor een écht gesprek. Dat geld verdienen niet meer het enige was waar het om gaat in het leven. En stiekem beviel dat me wel.

Dat brengt me op de vraag: is economische groei persé vooruitgang? Ieder jaar komt er een plattere tv uit, een hippere gsm, een snellere laptop. Is dat vooruitgang? Is het vooruitgang als we elkaar weer gek gaan maken op de woningmarkt, drie intercontinentale vakanties boeken per jaar, met een helikoptervlucht mee mogen als we bij een hip bedrijf solliciteren? Als iedere vrouw op haar achttiende verjaardag nieuwe borsten en op haar vijftigste een facelift kado krijgt? Leg me dan alsjeblieft eens uit wat de definitie van vooruitgang is?

Wat zou er gebeuren als we vooruitgang en welvaart niet meer baseren op besteding, inkomen of productie? Ik ben namelijk geen econoom, maar een simpele levensgenieter. Ik heb geen beeld bij het bruto binnenlands product. Ik meet vooruitgang liever in saamhorigheidsgevoel, frisse lucht, schoon water, voedselkwaliteit, veiligheid, mens- en dierenwelzijn, omgangsvormen, solidariteit, integriteit, betrouwbaarheid, liefdadigheid, verbondenheid en humor. Maar dat komt waarschijnlijk omdat ik een afvallige consument ben en niet zoveel bijdraag aan de échte grote menseneconomie.

07 april 2010

bekeringsdrang

Vandaag werd ik geïnterviewd over mijn weblog. Ik vond het een erg spannende ervaring. Vandaag ontmoette ik voor het eerst een vaste lezer, zomaar in het wild! Bovendien trad ik uit de anonimiteit: het is toch anders om te praten over inhoud - wat ik op mijn werk vaak doe - dan om te praten over mijn leven. Spannend, maar erg leuk.

In ons nagesprekje hoorde ik mezelf zeggen dat ik geen bekeringsdrang heb. Ik meende dat oprecht, maar toch moest ik er op de terugweg in de tram nog even over nadenken. Kan ik zonder blikken of blozen beweren dat ik niet probeer mensen op het pad van de bewuste eenvoud te zetten?

In mijn omgeving zijn veel tweeverdienders, met of zonder kinderen, die volop in de ratrace van werken, geld verdienen, consumeren en nog meer werken zitten. Nog niet zo lang geleden liep ik zelf mee in dat hamstermolentje en kwam het niet eens in me op om daar uit te stappen. Het was ook niet "nodig" omdat ik mezelf volop aan het ontplooien was, regelmatig promotie kon maken waardoor ik weer meer geld ging verdienen of meer prestigieuze klussen kreeg. Mijn ego werd voortdurend gekieteld en dat blijkt behoorlijk verslavend.

Toch ben ik op een dag uit die molen gestapt en leid nu een leven dat een stuk minder groots en meeslepend is. En ondanks mijn soms sputterende ego voel ik me er een stuk beter onder. De levenskeuzes die we in de afgelopen anderhalf jaar hebben gemaakt zijn natuurlijk niet onopgemerkt gebleven in onze omgeving. De eeuwige verhuisplannen zijn van de baan, we gaan een stuk minder vaak uit dan voorheen en organiseren liever dingen bij ons thuis. Winkelen beschouw ik niet meer als het dagje uit dat het ooit was met mijn vriendinnen.

Natuurlijk vertel ik daarover. En ik zal best weleens hebben laten vallen dat het elimineren van overbodige ballast (of het nu gaat om spullen of agenda vullende activiteiten) ontzettend veel ruimte heeft gegeven voor nieuwe ideeën en ontdekkingen. Dat mijn perspectief hierdoor geswitcht is van "later" naar "nu". Maar vertel ik dat uit bekeringsdrang?

Als ik heel (héél) eerlijk ben, vertel ik het vooral om de keuzes die we hebben gemaakt te verdedigen. Om te verklaren waarom ik mezelf in de ogen van mijn omgeving "dingen ontzeg". Dan probeer ik het uit te leggen en te vertellen wat het me heeft opgeleverd. En soms (heel soms) valt het zaadje in vruchtbare aarde en ontstaat er een inspirerend gesprek. Vaker wordt het wat vreemd gevonden dat we er met een fatsoenlijk inkomen voor kiezen om sober te leven. En ik zou liegen als ik zou beweren dat dat me helemaal koud laat. Natuurlijk wil je niet voor zonderlinge krent worden aangezien.

Ik herinner me een bezoekje dat we een jaar of drie geleden brachten aan een neef die uit het snelle leven was gestapt en in de provincie Groningen was gaan wonen. Hij woonde met vriendin en kat in een piepklein, oud huisje met een grote, rommelige tuin met veel groenten, kruiden, bramen en frambozen. Hij werkte maar een beperkt aantal uren per week, had geen tv en verder eigenlijk ook vrij weinig spullen. En daar kwamen wij aan, met een gloednieuwe leasebak die we dat weekend toevallig hadden opgehaald (niet door de week, want dan moest er minimaal 50 uur gewerkt worden!).

De neef vertelde over hoe ze daar leefden, zelden in winkels kwamen en precies genoeg werkten om onder de mensen te zijn en om hun sobere levensstijl te bekostigen. Hij vertelde vol passie hoe ze 's avonds nooit tv keken, maar bij een kampvuur achterin de tuin over de weilanden uitkeken en genoten. Ik hoorde het wel, maar begreep het niet echt. Het waren beide jonge mensen met een afgeronde universitaire studie en het leven nog voor zich! Hoe konden ze daar zo laconiek mee omspringen?

Inmiddels zijn we drie jaar verder en ik denk regelmatig terug aan dat bezoekje. Zoals zij leven, dat is nu ons ideaal. Probeerden zij ons te bekeren? Waarschijnlijk niet; hooguit deden ze een poging om ons, hardwerkende tweeverdieners, uit te leggen waarom ze voor deze - in onze ogen zonderlinge - levensstijl hadden gekozen. De boodschap kwam niet aan.

Soms heeft een zaadje wat meer tijd nodig om te kiemen, of het nou een bekeringszaadje of een verdedigingszaadje is. En het komt pas tot bloei als de tijd en de omstandigheden daar rijp voor zijn.

30 maart 2010

later

Ik betrap mezelf regelmatig op gedachten als: Later wil ik een een grote tuin met groenten en kippen. Of: later wil ik vrijwilligerswerk gaan doen, een boek schrijven en een eigen bedrijfje beginnen. Ik ben nog niet zo oud, maar ik leef al lang genoeg om te constateren dat het nooit écht later wordt. Denken aan welke dromen je later ooit nog zou willen verwezenlijken is als achter zo'n hengel met een wortel aan lopen. Je krijgt die wortel simpelweg nooit te pakken. En welbeschouwd is Nu het Later van Vroeger, dus wat weerhoudt me nog van het systematisch aanpakken van mijn lijstje met wensen?

Bij het concretiseren van dromen loop je uiteraard tegen wat praktische drempels aan. Zo kan die grote tuin met kippen er pas komen als ik bereid ben te verhuizen en voorlopig blijf ik nog wel even in de stad. Wel heeft mijn lief dit weekend een (koud) kasje op de oprit geplaatst, zodat mijn droom om ook vóór het hoogseizoen groenten uit eigen tuin te kunnen halen een stap dichterbij is gekomen. Een compromis voorlopig, maar wel één waar ik nu al erg blij van word!

Het schrijven van een boek combineer ik met het vrijwilligerswerk. Binnenkort maak ik eindelijk kennis met mevrouw S, een hoogbejaarde, echte Haagse dame van stand met beginnende Alzheimer. Omdat mevrouw S nagenoeg blind is, wil zij dat haar levensboek geschreven wordt als een verzameling schilderijtjes. Een hele uitdaging om het levensverhaal van een dementerende vreemde zodanig vast te leggen dat zij hier op terug kan grijpen als ze zowel haar gezichtsvermogen als haar herinneringen verloren heeft. Maar wat een dankbaar onderwerp om een boek over te schrijven...

En mijn wens om een eigen bedrijfje te beginnen is gisteren eindelijk op de rails gezet. Ik heb een prachtige opdracht gekregen om een serie werkconferenties te begeleiden. Dat ligt helemaal in mijn straatje! Zulke klussen heb ik in mijn vorige Snelle Baan regelmatig gedaan. De baan mis ik niet, maar dit soort werk enorm. En met een mooie opdracht op zak heb ik me gisteren in laten schrijven bij de Kamer van Koophandel en is mijn eigen bedrijfje geboren.

Door je dromen concreet te gaan uitwerken kun je bij jezelf checken of het inderdaad diep gekoesterde wensen zijn of alleen maar prettige dagdromerijtjes. Mijn wens om een tijd in Berlijn te wonen begint me te benauwen zodra ik hem begin uit te werken. En dus laat ik het voor wat het is en loop ik jaarlijks een paar dagen dromerig door Berlijn, te bedenken hoe mooi het zou zijn om er een tijd te wonen.

Maar die wensen waarbij de energie begint te borrelen zodra je de randvoorwaarden begint te creëren, daarvan weet je: die zijn écht. Daar moet ik iets mee. En dan blijkt opeens dat Later nu al aangebroken is.

13 maart 2010

trend

Eerst minister Eurlings, daarna minister Bos, er lijkt een trend door Nederland te waaien waarbij mannelijke politici na een paar tropenjaren bewust kiezen voor hun gezinsleven. Wat mij betreft een positieve ontwikkeling, maar het zet me wel aan het denken: waar komt dit opeens vandaan? Is plotseling het inzicht over de heren neergedaald over wat écht belangrijk is in hun leven? Is het de partner-van die druk uitoefent, zijn het de kinderen? Zou angst voor bepaalde politieke bewegingen in Nederland een rol spelen?

Ik kan me bijna niet voorstellen dat in deze politiek roerige tijd opeens spontaan een vierde emancipatiegolf losbarst. Wat zou ik graag een paar weken een vlieg aan de wand zijn geweest in huize Bos en Eurlings. Of een tijdje ongemerkt hebben meegelift onder hun schedeldak om de échte beweegreden te achterhalen. Het zou zo mooi zijn als dit meer is dan een politiek correcte manier om je handdoek in de ring te gooien.

16 januari 2010

buik

Er zijn soms weken dat ik niet nadenk over mijn buik. Hij zit er gewoon, hij houdt keurig mijn organen bij elkaar en in de winter zit hij goed verstopt onder diverse lagen kleding. Alleen als er iets aan de hand is - teveel gegeten, brandend maagzuur, menstruatiepijn - besteed ik er noodgedwongen wat geërgerde aandacht aan. Tegen de zomer levert mijn buik lichte stress op: ik moet in bikini en het gebrek aan aandacht en zonlicht in de winter hebben de boel geen goed gedaan.

Door mijn yoga-opleiding word ik me echter steeds bewuster van mijn buik. En sindsdien valt me vooral de vrij extreme Westerse obsessie voor een platte, harde buik op. Blader een willekeurig tijdschrift door en kijk eens wat men je probeert te verkopen met afbeeldingen van keiharde, platte buiken: cornflakes, ondergoed, parfum, noem maar op! Terwijl anatomisch gezien een sixpack voor slechts een zeer klein percentage van de mensheid haalbaar is.

Je buik is meer dan een organenpakhuis. Door te luisteren naar je buik kun je ontdekken hoe je werkelijk over iets voelt (het welbekende "onderbuik gevoel"). Voor yoga is een sterk middenrif ook belangrijk, maar het is niet de bedoeling om hem op een militaire manier op slot te zetten. Het ademen laag in je buik lukt niet meer met een strak spierenharnas. Terwijl een buikademhaling meteen helpt als je last hebt van acute stress of als het je allemaal even te veel wordt.

Ik ben een grote fan van de Dove reclames waarbij ze échte vrouwen laten zien die lekker in hun vel zitten, met gulle, zachte buiken. Ooit een buikdanseres gezien met een sixpack? En ooit een buikdanseres gezien die onzeker was over haar buik? Ik bedoel maar. Laten we dus alsjeblieft ophouden met die obsessie en trots zijn op onze buiken, in welke vorm of afmeting dan ook. Buiken brengen nieuw leven voort en zijn een belangrijk kompas voor je gevoel. Het is zowel je kwetsbaarheid als je kracht. Dus ik zou zeggen: hoe zachter hoe beter!