Posts tonen met het label groen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label groen. Alle posts tonen

21 juni 2013

zaad perikelen

Het is je vast niet ontgaan dat er de vorige maand "gedoe" was over nieuwe Europese regelgeving over productie van en handel in zaden. De Europese Commissie gaat de toegang tot de Europese markt reguleren via een registratie per zaadsoort. Dit brengt de nodige kosten met zich mee en maakt het daarom erg lastig voor kleinere (biologische) boeren om mee te blijven spelen. Zij worden op deze manier langzaam maar zeker in de hoek van 'hobbyboeren' gedreven en tegelijkertijd geeft het de Monsanto's en Bayers van deze wereld nog meer ruimte en macht. Dat deze bedrijven niet alleen een groot deel van de zadenmarkt in handen hebben, maar ook pesticiden, genetisch gemodificeerde zaden en groeistoffen verkopen maakt het des te zorgwekkender. Het doel van deze regelgeving is namelijk de bevordering voedselveiligheid, door middel van overheidscontrole van boerderij tot vork. Maar is dat wat wij met zijn allen willen? Voedselveiligheid nastreven door genetisch gemodificeerd materiaal en het uitroeien van plagen door middel van pesticiden?

Juist de kleinere, biologische zaadproducenten hebben biodiversiteit hoog in het vaandel staan. En, zoals de meeste hobbytuinders ieder seizoen opnieuw ondervinden: juist diversiteit en het kweken van inheemse soorten maakt dat je de grond niet uitput, dat smaak en voedingswaarde optimaal zijn en je oogst niet ten onder gaat aan ziektes en plagen. Ik maak me grote zorgen als we straks zijn overgeleverd aan het industriële aanbod dat door bestraling en genetische manipulaties "ziektevrij" is gemaakt.

Maargoed, het was niet mijn bedoeling van dit stukje een politiek pamflet te maken. Het is hooguit een (oké, behoorlijk verontrustende) inleiding om iets te vertellen over het verschil tussen oude zaadvarianten (in het Engels prachtig 'heirloom', erfstuk, genoemd), hybride zaden en GGO zaden, waarbij de afkorting staat voor genetisch gemodificeerd organisme.

Oude, oorspronkelijke zaden
Dit zijn zaden met een geschiedenis. Ze zijn regelmatig al van voor de Tweede Wereldoorlog en net als een sterk familieverhaal van generatie op generatie over gegaan. Deze zaden worden op een natuurlijke manier gewonnen: van de mooie en smakelijke oogst wordt wat zaad bewaard voor eigen gebruik en geruild tegen andere zaden. Deze zaden zijn vaak niet gepatenteerd en in principe kun je, eenmaal de gelukkige eigenaar van de zaden van diverse oude soorten, ieder jaar opnieuw zaaien, oogsten en zaad winnen voor het seizoen erna.

Hybride zaden
Deze zijn ontstaan vanaf de jaren '50, vooral met als doel om bepaalde positieve eigenschappen te combineren en de productie te intensiveren. Deze zaden zijn, als je ze in een zakje koopt, herkenbaar aan de annotatie F1 bij de naam. Hybride veredeling werkt ongeveer zo: eigenschappen van twee families worden met elkaar gekruist. Zo worden van beide de positieve eigenschappen in het nieuwe hybride zaad gecombineerd en is het bijvoorbeeld resistent tegen bepaalde ziektes en groeit het ook nog eens erg snel.

In een (industriële) omgeving waarin de omstandigheden gelijk en controleerbaar zijn is het resultaat gelijkmatig. Maar ben je, zoals ik, iemand die tuiniert in de buitenlucht dan zijn deze omstandigheden en daarmee ook het resultaat onvoorspelbaar. Het is, met andere woorden, het jaar erna niet mogelijk om opnieuw een plant te groeien met dezelfde eigenschappen. Wil je het volgende jaar hetzelfde resultaat, dan moet je terug naar de winkel om hetzelfde F1-zaad te kopen, hetgeen vanuit het perspectief van de zaadhandel natuurlijk erg prettig is.

'GGO-'zaden
Bij genetisch gemodificeerde zaden hebben er aanpassingen plaatsgevonden op DNA-niveau, ofwel: het genetisch materiaal wordt op een manier gewijzigd die in de natuur niet voorkomt. Redenen hiervoor kunnen bijvoorbeeld zijn het uiterlijk, resistentie of voedingswaarde. Dit gebeurt pas sinds de jaren '90, maar de toepassingen zijn in een rap tempo toegenomen. Het gebruik van genetisch gemodificeerd materiaal is niet onomstreden: er is nog geen overtuigend wetenschappelijk bewijs dat het schadelijk zou zijn voor de gezondheid, maar de objectiviteit van de onderzoeken naar effecten van GGO wordt regelmatig in twijfel getrokken. In principe mag je geen zaad winnen van deze gewassen, omdat ze gepatenteerd zijn. Regelmatig zijn de zaden zodanig bewerkt dat ze überhaupt geen vruchtbaar zaad voortbrengen.

Het zou makkelijk zijn om te zeggen dat ik pertinent tegen GGO ben, maar de waarheid is dat ik het een erg lastig thema vind. Ik vermijd genetisch gemodificeerde zaden volledig door alleen biologische zaden te gebruiken. Ik ben erg tegen de macht die de grote, machtige partijen als Monsanto uitoefenen. Tegelijkertijd vind ik dat ik mijn ogen niet moet sluiten voor een groeiende wereldbevolking die ook duurzaam gevoed moet worden.

Mijn biologische groententuintje is een stukje luxe waarmee ik voor mijn gevoel bijdraag aan de gezondheid van mijn gezin en waar ik het milieu niet mee belast. Maar op mondiaal niveau is er gewoon niet genoeg ruimte om zelfs maar zo'n piepklein tuintje per gezin te onderhouden. Het vereist waarschijnlijk toch technologische oplossingen om iedereen gevoed te houden, maar of dat door middel van dat 'enge' GGO moet? Hoe denken jullie daar over?

mijn juni tuin

06 april 2013

zelf maken: wormcomposter

Het was vandaag tijd voor een doe-het-zelf projectje met zoonlief. Ik ben al een tijd enthousiast over wormencompost, maar helaas is het vat dat ik daarvoor gebruik niet handig: het bestaat uit één etage en daarom is het een enorm gedoe om de compost te oogsten zonder alle wormen kwijt te raken. Vandaar het project van vandaag: een wormcomposter met meerdere verdiepingen.

Het voordeel van deze uit drie lagen bestaande composter is dat het oogsten een stuk eenvoudiger wordt: de onderste bak bevat geen gaten en doet dienst als opvang bak van de wormthee (het vocht dat vrijkomt bij het verwerken van de voedselresten door de wormen). De bak die daarin gestapeld staat heeft kleine gaatjes in de bodem waar het vocht door naar beneden kan sijpelen, maar waar de wormen niet door passen. In deze bak worden krantensnippers en organisch materiaal gedaan als voedsel voor de wormen. Dit wordt straks je compost. In de bodem van de bovenste bak maak je twee grotere gaten. Als de bak bijna vol is en al het organisch materiaal van de eerste verdieping op is, begin je met het toevoegen van organisch materiaal aan de tweede bak. De wormen zullen op zoek gaan naar nieuw voedsel. De wormen verhuizen daarom naar de tweede etage, zodat je de eerste makkelijk kunt oogsten. Vergeet niet regelmatig de onderste bak met wormenthee te legen; dit is een soort natuurlijke plantenvoeding die (verdund!!) prima bij het gietwater voor kamerplanten of de moestuin kan.

Gun de wormen vervolgens een tijdje hun rust zodat ze kunnen acclimatiseren. Doe er niet teveel organisch materiaal bij totdat de vertering echt goed op gang is gekomen.

Een fotoverslag.

Men neme drie stapelbare plastic bakken en een deksel (deze zijn doorzichtig maar zwart is nog beter). Deze zijn respectievelijk 12 liter (2 stuks) en 18 liter

Boor kleine gaatjes in het deksel zodat er voldoende zuurstof bij kan maar de wormen niet kunnen ontsnappen

Boor wat grotere gaten (ongeveer 3 cm doorsnee) in de bodem van één van de twee bakken (in ons geval: een 12 liter bak) en kleine gaatjes in de bodem van een andere (in ons geval: de 18 liter bak). Laat één bak ongemoeid

Versnipper oud papier (liefst zonder drukinkt) zodat er een laagje van een centimeter of twee á drie ontstaat. Maak dit een beetje vochtig met de plantenspuit

Breng een laag organisch materiaal op de krantensnippers aan. Wij hadden nog een oude komkommer, een koffiefilterzakje met inhoud en de onderkant van raapstelen liggen

En zo ziet dat er dan ongeveer uit

Voeg de compostwormen (zgn tijgerwormen) toe. Deze vind je onder in je "normale" compostvat, maar je kan ze ook bij de viswinkel kopen

...en dit is waar we het allemaal voor doen. Een schepje wormencompost uit mijn "oude" vat

21 februari 2013

wat mag je dan nog wel?

"Wat mag je dan eigenlijk nog wel eten?" is een vraag die ik vaak krijg als ik zeg dat ik vegetarisch eet en verder zo plantaardig mogelijk. Ik vind dat altijd wel een grappige vraag, omdat het helemaal niet voelt alsof ik veel niet "mag". Dat neemt niet weg dat ik snap dat het een andere manier van denken is die niet aansluit bij de traditionele ideeën over hoe een menu er uit hoort te zien.

Zelf ben ik ook opgegroeid met vlees-aardappelen-groenten en het vereist inderdaad een andere manier van denken om niet te vervallen in vleesvervanger-aardappelen-groenten. Vleesvervangers zijn vaak geen aantrekkelijk alternatief voor echt vlees en zijn volgens mij niet het meest geëigende middel om omnivoren te verleiden om een dagje minder vlees te eten.

Achter de schermen ben ik al een tijdje bezig met het schrijven van een boekje met de titel "Wat mag je dan nog wel? Vegetariërs. Een gebruiksaanwijzing voor omnivoren". Dat kost nog best een hoop tijd en dat is waar het me momenteel regelmatig aan ontbreekt. Het boekje is dus meer een lange termijn project. Maar een paar snelle tips om je menu wat meer plantaardig te maken is natuurlijk een kleine moeite.

Er zijn niet-plantaardige producten die regelmatig terugkomen in gerechten en baksels en die best een beetje experimenteren kosten om de goede smaakverhouding te krijgen. Veel hangt natuurlijk samen met je persoonlijke voorkeur en ik moedig iedereen dan ook aan om vooral zelf aan de slag te gaan. Hieronder een overzichtje van mijn persoonlijke plantaardige alternatieven.

Karnemelk
Twee eetlepels citroensap of appelazijn op een kopje sojamelk. Even laten staan.

Room
Sojaroom of (in zoetere gerechen) kokosmelk

Ei
Als bindmiddel in zoete baksels:
  • een halve geprakte banaan staat gelijk aan 1 ei
  • drie eetlepels appelmoes is ongeveer 1 ei
In pannekoek (of in andere gerechten die wat meer luchtigheid vragen):
  • bakpoeder
In meer hartige gerechten:
  • 1 tot 2,5 eetlepel gemalen lijnzaad met 3 eetlepels water staat gelijk aan 1 ei
  • 50 gram tofu is ongeveer 1 ei
Alternatief voor scrambled egg:
  • Goed uitgeperste tofu met een snufje zwart zout (Kala Namak bij de toko)
Gelatine

Agar Agar, op basis van zeewier, verkrijgbaar bij de Toko. Let op: je hebt ongeveer 3 keer zoveel nodig als de gevraagde hoeveelheid gelatine in een recept; indien in combintatie met citroen onveeer 4 keer zoveel.

Geraspte kaas

Edelgist vlokken (bij de natuurwinkel te krijgen)


Ik ben erg benieuwd naar jullie favoriete plantaardige alternatieven. Mocht je een vraag hebben over een product dat hier niet bij staat dan hoor ik het graag; wellicht kan ik op weg helpen.

30 september 2012

herfsttuin

Een heerlijke zonnige middag in de tuin, wat een kadootje! Je ziet en ruikt dat de herfst in aantocht is, maar tegelijkertijd is de tuin nog weelderig en groen. In onze wijk is veel bestrating en weinig groen. Ik kies er dus bewust voor om de boel niet al te strak te organiseren, om zo een veilig toevluchtsoord te zijn voor vogels en insecten. En dat ik niet al te georganiseerd van aard ben laat ik dan maar even buiten beschouwing.

De aardappelbakken heb ik ingezaaid met winterrogge; een groenbemester die ervoor gaat zorgen dat ik de bakken volgend jaar zonder problemen opnieuw kan gebruiken zonder ze helemaal van nieuwe aarde te voorzien. Verder heb ik wat winterpostelein ingezaaid tussen de tuintegels, nu ik officieel het laatste maaltje raapsteel heb verwerkt. Winteruien en knoflook zijn her en der door de tuin geplant, zodat ik aan het begin van volgend seizoen alvast een nieuwe voorraad heb. Ik ben niet al te grondig geweest met wieden, want mijn gevederde vriendinnen krijgen deze week eindelijk de langverwachte puppyren, waarmee ik ze als wandelende wiedmachines door de tuin kan verplaatsen.

Kip Nugget is niet nieuwsgierig , maar houdt alles wel goed in de gaten. Zeker als we aan haar plantenbakken zitten.

Tussen het weelderige groen stonden nog wat bollen knoflook. Voor we deze naar binnen halen mogen ze nog even naast de augurkenplant in de zon blijven drogen.

Deze tomaatjes gaan niet meer rijpen vermoed ik. Op zoek dan maar naar een lekker recept voor groene tomaten. Tot ik iets gevonden heb dat mijn goedkeuring kan wegdragen mogen ze nog even aan hun takje blijven hangen.

Tomaat en lavendel groeien naast elkaar in een plantvak op de zuidmuur....


...en trekken nog volop vliegverkeer.

Maar ook de herfstige, niet-gevleugelde collega is alweer actief.

Een niet-ingewijde zou dit hoekje chaotisch noemen. Ik noem het "natuurlijk" ;)

24 september 2012

dilemma's

Ik ben inmiddels alweer een tijdje zelfstandig ondernemer. De vrijheid en de eigen verantwoordelijkheid bevallen me prima. Ik ben wel een "veilige" ondernemer: ik heb geen grote investeringen hoeven doen waardoor ik mijn risico's redelijk beperk, ik ben keurig verzekerd tegen arbeidsongeschiktheid (duur!) en ik spaar keurig voor mijn pensioen en voor periodes van financiële tegenslag. Naast wat elektronica, representatie, vakliteratuur en kantoorartikelen geef ik maar weinig uit aan mijn bedrijfje en bij wat ik wel uitgeef let ik erg op de kleintjes.

Maar nu doet zich een dilemma voor. Voor mijn werk ben ik afhankelijk van mijn auto. Ik rijd al jaren in hetzelfde autootje, maar de jaren beginnen te tellen en mijn afstanden nemen toe. Omdat de auto op LPG rijdt die ik vervolgens weer compenseer, is het weliswaar geen supergroene oplossing, maar het is minder schadelijk dan diesel of benzine. Maar, eerlijk is eerlijk, over de snelweg is met mijn auto niet de meest comfortabele ervaring en de veiligheid is in nieuwere auto's een stuk beter gewaarborgd.

Door een samenloop van fiscale voordelen en milieupremies is het op dit moment voor ondernemers erg aantrekkelijk om een fonkelnieuwe elektrische auto te kopen. Sterker nog; door zakelijk in zo'n auto te gaan rijden ben ik in mijn situatie in een aantal opzichten voordeliger uit. Maar ergens knaagt het. Ja, het is een groene auto, maar weegt groen rijden op tegen de milieu-aanslag die het produceren van zo'n atuo betekent? Is het al met al niet gewoon "groener" om mijn huidige auto op te rijden tot hij echt niet meer te repareren is? Zou ik ooit bereid zijn geweest om zo'n decadente investering te doen als er geen positieve prikkels vanuit de overheid waren geweest? Eén ding staat voor mij vast: de aanschaf van een nieuwe auto was dan überhaupt niet in me opgekomen.

Ik ben dus er niet uit. Ik vind het een goede zaak dat de overheid stimuleert dat er milieubewuste keuzes worden gemaakt. Maar als deze stimuleringsmaatregel betekent dat een prima auto vervroegd wordt afgedankt om plaats te maken voor een state-of-the art nieuw exemplaar, dan schiet het zijn doel ergens toch voorbij? Of zie ik iets over het hoofd?

Een soortgelijk dilemma heb ik als het gaat om de fiscale regels die huizenbezit voor een brede groep toegankelijk maken. Een prima uitgangspunt wat mij betreft, maar wel een die me voor een morele keuze stelt. Op dit moment heb ik mijn hypotheek voor een groot deel afgelost, als onderdeel van mijn wens om financieel zo onafhankelijk mogelijk te zijn. Het punt is daarmee bereikt dat ik, als ik verder aflos, mezelf fiscaal in de vingers snijd. Kort en goed: meer aflossen kost me geld.

Af en toe heb ik het gevoel dat goedbedoelde prikkels lang niet altijd uitpakken zoals ze bedoeld zijn. De keuze of ik mijn hypotheek helemaal zal aflossen en mijn verlies zal nemen heb ik nog een tijdje voor me uit geschoven in afwachting van de politieke ontwikkelingen. En ik moet er nog flink wat nachtjes over slapen voor ik de knoop doorhak of er een nieuwe, groene auto voor mijn deur gaat komen. Wat zouden jullie adviseren?


16 september 2012

tuinseizoen

Vorig jaar had mijn tuin nog overwegend de kenmerken van een siertuin. Dit jaar heb ik voor het eerst groenten en kruiden de hoofdrol gegeven, niet alleen in mijn tuin, maar ook in de vierkante meterbak op mijn dakterras. Nu het hoogtepunt van het tuinseizoen voorbij is, is het tijd om eens te inventariseren welke lessen het eerste jaar groenten uit eigen huis-tuin-en-keuken-tuin me geleerd heeft.

  • Ik moet voortaan minder eigenwijs zijn over wat wel en wat niet kan groeien in de volle grond van een oerhollandse tuin. Wel: uien, traditionele groenten als raapsteel, sla, bieten, pastinaken, kool, rabarber. Niet (of alleen onder speciale aangepaste omstandigheden): tomaat, komkommer, artisjok, aubergine. Ik las het keer op keer, maar kennelijk moest ik het eerst zelf ervaren voor ik het voldoende serieus nam. Mental note voor volgend jaar: richt je op planten die bewezen geschikt zijn voor dit klimaat. Op een zuidmuur deden de tomaten het overigens prima, dus dat wordt strategie voor de volgende keer.
  • De vierkante meter bak is geschikt voor planten die niet diep wortelen, zoals pluksla en andere bladgroentes. Indien je dieper wortelende groenten wilt kweken kun je ervoor kiezen om twee bakken op elkaar te stapelen of het in diepere containers of bakken te planten. De oogst in mijn vierkante meter bak begon veelbelovend, maar uiteindelijk kregen een aantal planten het moeilijk vanwege het gebrek aan wortelruimte. Volgend jaar zet ik er een verdieping bovenop.
  • Het blijft vooral in de hoogzomerperiode nodig om de bodemvruchtbaarheid te verhogen. Geel blad, rare dunne sprieterige groei, gebrek aan vruchtontwikkeling, het kan allemaal te maken hebben met te weinig voedingswaarde in de grond. Vooral vruchtgewassen zoals courgette kunnen heel gulzig zijn en vereisen gedurende het seizoen regelmatige bijvoeding, bijvoorbeeld in de vorm van (verdund!) bokashisap.
  • Sommige dingen laten zich niet regisseren. Een droge periode afgewisseld met een paar weken van enorme regenbuien zorgen ervoor dat planten weinig weerbaar zijn. Op dat punt moet ik gewoon mijn verlies nemen.
  • De bloei is dit jaar heel laat; een aantal tomatenplanten zit op dit moment nog volop in de bloemetjes. De vraag is of de vruchten zich nog tijdig ontwikkelen om in een salade of soep te verwerken. Dat neemt niet weg dat er genoeg recepten te vinden zijn om groene tomaten te verwerken tot een smakelijk gerecht.
  • Ik ga me voor volgend jaar meer verdiepen in natuurlijke bestrijdingsmiddelen en combinatiebeplanting. Mijn mais is helemaal vergeven van de bladluis en daardoor een zielig rijtje schrompelige korreltjes. De slakken hebben zich flink uitgeleefd op het blad van mijn pompoenen en courgettes. Aan het begin van het seizoen verwijderde ik ze nog blijmoedig met de hand, maar toen de klad daar in kwam hebben de slakken van me gewonnen.
  • Haal de aardappelen pas uit de containers als je ze wilt gaan eten. Onder de grond kun je ze gemakkelijker bewaren dan bovengronds in een emmer of iets dergelijks, ook al zet je ze donker en relatief koel weg.
  • Laat van iedere succesvolle soort één exemplaar doorschieten zodat je zaad kunt winnen voor het volgende seizoen. Het is even werk, maar het scheelt geld en het is erg bevredigend om 100% eigen kweek te hebben. Leg wel goed vast welk zaad van welke soort je hebt geoogst, want onzorgvuldige administratie op dit punt wreekt zich in het volgende jaar (ik heb bijvoorbeeld geen flauw benul meer hoe de tomaten heten die het zo goed doen op de dak van het kippenhok).
  • Met kruiden kun je bijna niet mis gaan. Het blijkt ongelofelijk simpel te zijn om een weelderige kruidentuin aan te leggen en bij te houden. Ze eisen weinig, zijn niet gevoelig voor beestjes of plagen en zijn overal voor te gebruiken.
  • Vang regenwater op waar je maar kunt. Het relatief zachte water is uitstekend geschikt voor planten. Let wel op met water dat je vanaf je dak in de ton opvangt: hier zitten vaak resten van vogelpoep of bestanddelen van de dakbedekking in. Dat kun je op zich zonder problemen over de aarde gieten, maar liever niet over de vruchten.
Al met al ben ik redelijk tevreden met mijn eerste jaar groentetuinieren aan huis. Ik had een paar maaltjes heerlijk exclusieve aardappelen, regelmatig ging er een handje snijbiet door een roerbakschotel of een paar tomaatjes en pluksla in de salade. De frambozen bloeien inmiddels voor de tweede keer dus misschien volgt er nog een toegift over een paar weken. Boontjes en erwten hebben de pan nooit gehaald; tijdens het wieden een handje peulen doppen en de inhoud direct rauw opeten was te verleidelijk. De rode uien en knoflook liggen nog te drogen voor een langere houdbaarheid, maar zien er ongelofelijk lekker uit.

De fruitboompjes waren dit jaar een minder groot succes: de peer heeft de strenge vorst niet overleefd en de kers bleek een enorme luizenmagneet. Aan de appel hangt één schamel exemplaar die er bovendien niet al te florissant uit ziet. De pompoen staat nu volop in de grote donkergele bloemen, wat me rijkelijk laat lijkt om nog tot volwaardige pompoen uit te groeien. En een paar vergeten bietjes waren zo overwoekerd dat ze zich met moeite tot knolletjes met een doorsnee van zo'n 2 centimeter hebben ontwikkeld.

Nu is de tijd aangebroken om de uitgebloeide tomaten te verwijderen (voor de zekerheid niet bij de compost), de braam te stekken door middel van afleggen en zaden te winnen van de best geslaagde tomaten, sla en venkel. Deze week ga ik winterrogge halen om mijn aardappelcontainers mee te beplanten bij wijze van groenbemester. En vooral niet vergeten: te genieten van de laatzomerse oogst en van de kleuren van de vroege herfst.

Hoe is jullie tuinseizoen geweest dit jaar?


2x eten uit de tuin

08 juni 2012

juni tuin

Laten we eerlijk zijn, het weer is even niet wat we graag zouden willen zien. Maar groeizaam is het wel, dus de huis-tuin-en-keuken-tuin staat er mals en weelderig bij.

eetbare plantenbak met snijbiet, rode ui, koriander, rucola, raapsteel en Japanse salademix

prachtige erwten aan zelf gesprokkeld rijshout

alleen halen ze zelden de pan in huize Bewuste Eenvoud...er gaat niks boven snoep uit eigen tuin


het bloeiende mosterdzaad trekt nog volop nuttig vliegverkeer; zonde om al te plukken

maar dat wat uitgebloeid is, wordt meedogenloos geplukt: resultaat van een uurtje noeste arbeid


en natuurlijk mijn grote trots: puberkip Nugget met kersverse kam

en zus Djente die trots poseert om haar kam-in-wording te showen

01 juni 2012

groen schuldgevoel

Deze week las ik een interessant stukje over een verschijnsel dat ik maar al te goed ken: groen schuldgevoel.

Je scheidt je papier, glas en plastic en vermijdt het aanschaffen van spullen met veel verpakkingsmateriaal. Al je groene afval wordt gecomposteerd in een wormenbak, bokashibak en op de composthoop. Je verbouwt zoveel mogelijk van je groenten, fruit en kruiden zelf in je achtertuintje en voor het overige kies je vooral lokaal en/of biologisch. Je gebruikt geen chemische meststoffen of pesticiden; je vangt regenwater op om je tuintje in droge tijden van voldoende vocht te voorzien. Je staat kort onder de douche en vangt grijs water op om handwasjes te doen. Je wast alleen bij een volle trommel. Je eet vegetarisch en bant zuivel zoveel mogelijk uit je dieet. Waar maar mogelijk pak je de fiets of ga je lopend. Je koopt vrijwel al je kleding tweedehands en leent je boeken bij de bibliotheek. Je koopt alleen spullen die je écht "nodig hebt" en dan bij voorkeur op rommelmarkten of via Marktplaats. Op het dak staan zonnepanelen. In de winter is het huis een paar graden kouder dan in een gemiddeld huishouden en in de zomer een paar graden warmer.

En toch. Toch bekruipt mij regelmatig het idee dat ik meer zou moeten doen of laten om mijn voetafdruk kleiner te maken. Ik ben dit jaar al twee keer met het vliegtuig geweest. Ik rij dagelijks met mijn auto door Nederland voor mijn werk (weliswaar CO2 gecompenseerd, maar toch....). Ik gebruik uit tijdgebrek toch nog regelmatig de droogtrommel. Op geen van mijn werklokaties wordt afval - papier uitgezonderd - gescheiden en verdwijnen plastic, koffiecupjes en etensresten dus in de vuilnisbak. Ik doe daar dan ook gewoon aan mee, zij het met een sluimerend schuldgevoel.

Ik leef met overtuiging zo groen mogelijk, maar toch voel ik me regelmatig een beetje hypocriet. Hoeveel zin heeft het om met de auto naar de biologische winkel of naar een rommelmarkt te rijden? Wat voegen die zonnepanelen toe als ik vervolgens de droogtrommel laat draaien? In hoeverre mag comfort ten koste gaan van groen bewustzijn? Hoe zit dat met jullie groene schuldgevoel?

17 mei 2012

tutorial compost vuilnisbak

Een heerlijke vrije dag met - zowaar! - een zonnetje erbij. Tijd dus voor een eenvoudig doe-het-zelfproject.

Met grote hoeveelheden onkruid en kippenmest schieten mijn bescheiden compostoplossingen tekort: de wormen doen flink hun best, maar kunnen echt niet meer verwerken dan ze nu doen. Beide bokashi-emmers zitten binnen een mum van tijd vol. Op mijn verlanglijstje stond dus nog een compostbak voor in de tuin, zodat ik ter plekke groenafval uit de tuin en het mengsel van houtsnippers en kippenmest uit de ren kwijt kan. Omdat mijn tuin behoorlijk klein is, schiet een enorm compostvat uit het tuincentrum zijn doel voorbij. Bovendien vind ik die behoorlijk aan de prijs. Vandaag dus een tutorial: hoe maak ik van een vuilnisbak een compostbak?

Men neme:
- een vuilnisbak met deksel (afmeting naar keuze)
- een boormachine met vlinderboor (of vleugelboor...weet niet precies hoe zo'n ding heet)
- optioneel: wat bakstenen

* Boor in de bodem en de zijkanten flink wat gaten, zodat de lucht er goed doorheen kan

* Afhankelijk van je voorkeur kun je de compostbak op de grond zetten (of zelfs een klein stukje ingraven) of juist op een verhoging van bakstenen zetten voor extra luchtcirculatie. Ik heb de bak een klein stukje ingegraven, omdat ik graag wormen wil aantrekken om het composteerproces op gang te helpen.

* Vul de compostemmer met afwisselende lagen "groen" en "bruin" afval. Groen bestaat uit tuinafval, gras, blad, groenten- en fruitresten (ongekookt). Bruin bestaat uit papier (kranten), papiersnippers, karton en - in mijn geval - het afval uit de kippenren. Over de ideale verhoudingen tussen groen en bruin verschillen de opvattingen. Mijn ervaring is dat ongeveer 1 groen op 3 á 4 bruin prima werkt. Als het te droog wordt dan kun je er af en toe wat water bij gieten. Regelmatig doorroeren of keren versnelt het composteerproces.

En zo heb je voor een klein bedrag (of zelfs voor niks) een prima compostvat voor de bescheiden tuin.





10 mei 2012

ondertussen in mijn eetbare tuin....

Het weer is nog niet om over naar huis te schrijven maar de tuin begint langzaam maar zeker echt groen te worden. De eerste sla is geoogst, de mosterd staat in bloei en over een paar weken vieren we de eerste aardappelen. Een rondleiding in foto's door mijn piepkleine stadsboerderij in de maand mei.


de pluksla staat er na een buitje prima bij

het Rosevalhoekje

ook dit is lente!


aardbei en Vergeetmeniet. Gewoon omdat het kan.

nieuwsgierig kipje

venkel in de couveuse

mosterdzaad en rabarber

uien, pastinaak, mini-kompostemmer en zwammenstam


rabarber, venkel, palmkool, ananaskers, mais, tomaat, braam, framboos, aardappel, bonen, erwten, mosterdzaad, oesterzwam, ui, knoflook, raapsteel en kruiden op een krappe 20m2

"Kijk nou! Een slak!"
 

07 april 2012

duurzaam eten

Ons dagelijks menu is doordrenkt van olie. Niet zozeer de calorierijke olie waar we in bakken en braden (alhoewel ook dat soms best wat minder kan...) maar in de fossiele brandstoffen die nodig zijn om eten van het land op ons bord te krijgen. En olie, zo is inmiddels de algemene opvatting, is steeds moeilijker in te winnen. Het is niet zo dat olie snel op zal raken, maar het wordt steeds lastiger om het boven de grond te krijgen en daarmee steeds duurder. Het verschijnsel dat alle gemakkelijk bereikbare bronnen zo'n beetje leeg zijn wordt peakoil genoemd. Wanneer dat precies is bereikt is eigenlijk pas achteraf vast te stellen, maar schattingen lopen uiteen tussen 2008 en 2020. Overigens wordt er al sinds de jaren '80 meer olie opgepompt dan er nieuwe oliebronnen worden gevonden.

Maar dit stukje is niet bedoeld om een deprimerend verhaal over schaarste en tekort te houden. Ik wil het juist hebben over manieren om meer duurzaam te eten. De aanleiding is deze documentaire uit 2009 waarin, naar mijn idee, een heel indrukwekkend beeld wordt geschetst van het belang van duurzaam "boeren". Maar boeren doen eigenlijk niets anders dan het voorzien in de behoefte van ons consumenten: we verorberen met z'n allen enorme hoeveelheden vlees, zuivel, eieren en graan. En aangezien we met steeds meer zijn, stelt dat hoge eisen aan de productie. Om aan die nog altijd groeiende behoefte tegemoet te komen worden allerlei trucs uitgehaald: kunstmest, intensieve veeteelt, genetisch manipuleren, platbranden van stukken bos om meer te kunnen verbouwen. Deze manier van produceren leidt onder andere tot uitputting van vruchtbare grond, mestoverschotten en verschraling van de voedingswaarde. Om de grond te bewerken en het voedsel ook naar andere gebieden te distribueren is veel olie nodig: voor landbouwmachines, voor bewerking, voor transport. Op termijn is deze vorm van voedselproductie niet houdbaar. We proberen eigenlijk gras sneller te laten groeien door er heel hard aan te trekken.

Andere voedselkeuzes helpen bij het "afkicken" van onze olieverslaving. Je ontkomt er daarbij niet aan om maar weer eens een aantal open deuren te noemen, zoals: verminder je vlees- en zuivelconsumptie. Eet lokaal en kies voor groenten uit het seizoen. Maar wat ik een interessante eye-opener vond in de documentaire was de notie dat we erg verslaafd zijn geraakt aan granen. Graan is een gewas dat veel ruimte nodig heeft om te groeien. Bovendien is er veel olie nodig voor oogst, bewerking en transport van granen. Weliswaar vormen graanproducten een belangrijk onderdeel van een gezonde voeding, maar we eten nog altijd meer (en meer bewerkt!) dan we voor een evenwichtig dieet nodig hebben.

Ook de manier waarop we met de aarde omgaan is een relevante factor in onze afhankelijkheid van olie. Als boeren een diversiteit aan grassoorten zaaien is er het hele jaar door voldoende te grazen, waardoor koeien buiten kunnen blijven staan en er bovendien niet gehooid hoeft te worden. Door landbouwgrond niet te ploegen kunnen micro-organismen beter hun werk doen en dat komt de vruchtbaarheid en kwaliteit van de grond ten goede. Het niet al te netjes houden van de natuurlijke omgeving, maar organisch materiaal de tijd geven om te rotten, draagt bij aan het bodemleven en daarmee aan de voedingswaarde van ons eten.

Het lijkt alsof ruimte een belangrijke randvoorwaarde is om hier als individu een bijdrage aan te leveren. Met voldoende grondoppervlak is het verbouwen van eigen groenten, het aanleggen van een composthoop of het houden van (klein)vee gemakkelijker te realiseren dan in de beperkte ruimte van een stad. Maar, zoals ik op mijn blog al vaker heb bepleit, kun je ook als stedeling bescheiden stappen zetten naar een meer zelfvoorzienend leven. En als je een netwerkje opzet met gelijk gezinden, waarbij de één tomaten en sla opkweekt op het balkon, een ander een fruitboompje plant en een derde een paar courgetteplanten in potten heeft staan, heb je al een leuke stap gezet. Alles wat we zelf produceren, hoe bescheiden ook, doet weer minder beroep op fossiele brandstoffen en is daarmee en stap op weg naar onafhankelijkheid. En bovendien is het nog hartstikke leuk ook.


17 maart 2012

tuin-evolutie

Ik woon in de stad en ben gezegend met een bescheiden tuin, een houten vlondertje aan een sloot en een dakterras. Toen ik hier precies tien jaar geleden kwam wonen was de tuin niet meer dan een zandhoop met veel puin. Omdat de kinderen nog heel klein waren besloten we een klein stukje gras aan te leggen waar ze op konden dollen en verder de boel als terras te bestraten. Naast het terras kwamen twee zeer bescheiden borders waar ik wat éénjarig spul in plantte om het op te vrolijken.



Maar ik werd gegrepen door het tuiniervirus en al snel bleken de twee kleine borders niet genoeg om mijn ei in kwijt te kunnen. Ieder seizoen werden stukjes gazon afgestoken om er planten in te zetten, tot ik zo’n vijf jaar geleden besloot het gazon er maar helemaal uit te halen. Stukje bij beetje stak ik vierkante lapjes gras af, keerde het om en voorzag het van een organische bovenlaag. Een seizoen ging voorbij en het volgende voorjaar had ik een prachtig, grasvrij stuk zwarte aarde.

Onder de dunne bovenste laag was echter nog steeds sprake van zilvergrijs zand en puin; prima om te bestraten (waar de meeste mensen in deze buurt voor kiezen), maar niet als vruchtbare basis voor een oase van planten. De bokashibak deed zijn intrede in ons huis. Iedere keer dat de inhoud van een goed gevulde bokashibak werd ingegraven in de tuin, verbaasde ik me dat het in een paar weken volledig transformeerde tot perfecte zwarte, vruchtbare aarde dat wemelde van de wormen. Bij het aanplanten van iedere nieuwe plant werd het gat eerst voorzien van een basislaag bokashi, dan wat aarde en dan de plant. En dat bleek in perfecte, sterke planten te resulteren.



Na het eerste seizoen bokashituinieren was het aanvankelijk dunne vruchtbare bovenlaagje van een centimeter of tien aangegroeid tot ongeveer vijfentwintig centimeter. Ieder seizoen groeide door inspoelen, wormen en aanvullen van het organisch materiaal de vruchtbare laag verder aan en verbeterde de kwaliteit en het bodemleven.

In de zomer 2008 gooiden we als gezin het roer om en besloten we van consument zoveel mogelijk te transformeren tot producent. Biologisch eten uit het seizoen stond hoog op ons verlanglijstje. Aangezien het biologische groenteabonnement behoorlijk duur was en bovendien een dorp verderop moest worden opgehaald (wat dan vaak weer met de auto gebeurde) huurde ik een stukje moestuin in de buurt. Eenmaal kennisgemaakt met hoe makkelijk én leuk het was om je eigen eten te verbouwen, begon ook de huis-tuin-en-keukentuin langzaam maar zeker te transformeren. Tussen de sierplanten kwamen steeds vaker potten met sla te staan en ook het kruidentuintje deed zijn intrede om nooit meer weg te gaan. Op de oprit kwamen kuipen met kleine maar zéér productieve fruitbomen, er kwam een koude bak om het seizoen te verlengen, er werd een framboos en een braam aangeplant.



Afgelopen zomer namen de eetbare planten voor het eerst de overhand en stond er snijbiet tussen de hosta’s, venkel naast het siergras en kronkelden de pompoenen tussen de bloemen door. Op de oprit stonden potten met diverse soorten tomaten en een grote kuip met aardappelen. Met ingang van dit jaar heb ik mijn moestuin opgezegd en ga ik alleen nog maar aan huis tuinieren. Dat betekent dat ik me bij iedere plant die de grond in gaat afvraag wat hij voor waarde kan geven aan mijn wens om te produceren in plaats van te consumeren: is hij eetbaar? Zo niet, is hij aantrekkelijk voor bijen of andere bestuivende insecten? Houdt de plant plagen bij andere, eetbare, soorten op afstand?



Op het dakterras, dat vanwege wind tamelijk onherbergzaam is, heb ik een paar weken geleden grote bakken met aardpeer neergezet die als windkering gaan dienen. Zodra deze aanslaan en de temperaturen buiten nog wat stijgen komt in de luwte daar achter een houten vierkante meter-tuin met allerhande groenten en kruiden die veel zonne-uren per dag nodig hebben.

Zo heeft mijn tuin zich ontwikkeld van praktische gezinstuin tot de producerende stadstuin die het inmiddels is geworden, onder het motto: hoezo ruimtegebrek? Uiteraard is het niet voldoende oppervlak om volledig onafhankelijk te worden van de groenteboer, maar in het hoogseizoen komt het zeker voor dat ik de supermarkt een aantal weken niet van binnen zie. En er is echt niets zo lekker als een roerbakschotel uit eigen tuin.

maart 2012

14 maart 2012

wormenbak

Ieder seizoen probeer ik meer te leren over composteren en over de beginselen van permacultuur (waarover later meer). Al heel lang heb ik de stille wens om een wormenbak te beginnen, maar tijd en wat andere praktische noodzakelijkheden ontbraken. De afgelopen weken ben ik ziek geweest en had ik eindelijk de tijd om me er eens verder in te verdiepen en sinds vandaag ben ik de trotse eigenaar van een heuse wormenbak.

Compost is wat mij betreft één van de grote wonderen van de natuur. Bette Midler verwoordt het theatraler:
"My whole life has been spent waiting for an epiphany, a manifestation of God's presence, the kind of transcendent, magical experience that let's you see your place in the big picture. And that is what I had with my first compost heap." In een tuin met een composthoop maak je de hele cyclus mee van aarde tot voedsel tot aarde. En wat voor aarde. Compost is in mijn beleving niet minder dan diepbruin goud. Mijn tuin en alle goed gevulde potten floreren op het kruimige goedje.

Maar in een stadstuin zoals de mijne geeft een composthoop snel overlast, dus nu ik mijn volkstuin heb opgezegd zoek ik naar andere manieren om aan het waardevolle goedje te komen. In de keuken staat al sinds jaar en dag een bokashibak, maar met een wormenbak kan ik mijn composteertechnieken nog een level verder brengen. Bovendien hebben we met een gezin van vier de bokashibak snel vol en zijn andere mogelijkheden om keukenafval te transformeren meer dan welkom. Sinds ik me bezighoud met composteren zie ik al het organische afval uit mijn omgeving als potentieel goud voor mijn tuin en kan ik het niet goed aanzien als mensen klokhuizen in een "normale" afvalbak gooien. Het is een beetje een obsessie geworden.

Een wormenbak, de naam zegt het al, is een bak met wormen waar je je keukenafval in kwijt kunt. Het zijn geen gewone regenwormen, maar de rode wormen met ringen die je vaak in composthopen vindt. Deze worden ook wel tijgerwormen genoemd. GFT-afval wordt in eerste instantie voor een deel afgebroken door micro-organismen. Zodra het half verteerd is, wordt het eetbaar voor wormen. Door het gekrioel van de wormen wordt de organische substantie lekker luchtig en de uitwerpselen van de wormen maken kruimige, vruchtbare compost. Keukenafval bestaat voor 80% uit water en zodra de bacteriën in de bak aan de slag gaan met het afval dan komt het vocht vrij. Dit sijpelt door de bak en komt onderin de wormenbak terecht als zogenaamd percolaat: een vloeibare plantenvoeding die, verdund met water in de verhouding 1 op 10, als vloeibare mest gebruikt kan worden.

De bak wordt opgestart in lagen: eerst wordt een beddinglaag aangebracht die bijvoorbeeld bestaat uit stro, houtsnippers of krantensnippers. De stukken mogen niet groter zijn dan vijf centimeter. Daar bovenop komt een laag startmateriaal met een paar honderd compostwormen en tot slot een paar handjes vers keukenafval. Vervolgens laat je de bak een paar weken met rust om de wormen de tijd te gunnen zich aan te passen aan de nieuwe omgeving. Als de wormen na een paar weken gewend zijn kunnen ze per dag hun lichaamsgewicht aan GFT verwerken en na een maand of twee kun je de eerste keer het percolaat aftappen. Het vullen van een volledige, gecomposteerde bak duurt een maand of acht.

Bokashicompost en wormcomposteren hebben een aantal overeenkomstige voordelen:
  • het neemt relatief weinig ruimte in en is daarmee geschikt voor mensen met weinig of geen buitenruimte
  • beide bakken "lusten" groente- en fruitresten, thee en koffiedik, eierschalen en verwelkte bloemen
  • je hebt geen grote hoeveelheden afval nodig om er mee te starten. Het is ook geschikt voor een éénpersoonshuishouden
  • het is eenvoudig. Als je de benodigde materialen in huis hebt én je hebt verdiept in de beginselen dan kun je zo aan de slag
  • beide bakken produceren een vloeistof als bijproduct die verdund heel goed gebruikt kan worden als plantenvoeding
Een voordeel van de wormcompost boven bokashi is dat het eindproduct er meer uitziet als gewone compost en daarmee makkelijker bruikbaar is in potten of in de tuin. Bokashi moet ergens begraven worden om nog verder tot vruchtbare aarde te vergaan (wat in de zomermaanden overigens ongelofelijk snel gaat).

Ik ben ontzettend blij met mijn 500 nieuwe huisgenoten en ik zal over een paar weken een update plaatsen over mijn ervaringen als startende wormenboerin.


28 februari 2012

druk bestaan, simpel leven

Regelmatig krijg ik de vraag: hoe lukt het je om je gezin, werk en sociale leven te combineren met het zo simpel mogelijk leven? Waar haal je de tijd vandaan om te tuinieren/elke dag te koken/eten te conserveren/je eigen huis schoon te houden/tweedehands te shoppen? Ik vind het lastig daar een eenduidig antwoord op te geven. Ten eerste is de manier waarop wij leven niet echt een blauwdruk of "best-practise" die zomaar overgenomen kan worden. Ten tweede is deze levenswijze voor ons zó vanzelfsprekend, dat ik er niet zo veel bij nadenk hoe ik het organiseer.

Simpel leven is een weg, geen bestemming. Bovendien heeft simpel leven niet één definitie, maar bijna zoveel definities als er mensen zijn. Waar de één ruimte ervaart door schulden af te lossen, heeft de ander baat bij het weg doen van de auto of bij het bereiden van alle maaltijden zonder toevoegingen uit pakjes of zakjes. Je kunt beginnen met je eigen brood bakken, alleen nog maar tweedehands kopen of door je huis en je agenda van zoveel mogelijk overbodige ballast te ontdoen. Iedereen maakt daarin zijn eigen keuzes en er is geen goed of fout.

Kijk ik naar mijn leven dan is dat voor een buitenstaander inderdaad hectisch: we werken beide vier dagen, hebben twee tienerkinderen, wonen in (een buitenwijk van) de stad en we hebben een tamelijk druk sociaal leven. Onze manier van eenvoudig leven is niet in beton gebeiteld; het verschilt per periode, soms per seizoen of zelfs per week. Binnen onze mogelijkheden doen we zoveel mogelijk zelf, maar als dat extra stress oplevert dan pakt die keuze ook weleens anders uit. Ik vind dat eenvoudig leven altijd te maken moet hebben met levenskwaliteit; als het een kwestie van "moeten" of juist van "niet meer mogen" wordt dan schiet het zijn doel voorbij. Eenvoudig leven mag niet bekenen dat je nooit meer een paar leuke schoenen kunt kopen, of met vriendinnen een roséetje kunt doen op een terras. De crux zit hem voor mij in het bewust maken van keuzes: als ik bewust de afweging maak om die schoenen te kopen of op het terras neer te strijken, dan geniet ik er ook voor de volle 100% van.

Afhankelijk van de levensfase waarin je verkeert zal eenvoudig leven er verschillend uit zien. Als je single bent maak je andere keuzes dan als onderdeel van een druk gezin. Ben je gepensioneerd dan heb je meer tijd om koopjes te vergelijken dan wanneer je het om je werk heen moet plannen. Woon je op het platteland dan heb je andere mogelijkheden dan in de stad, maar ook andere belemmeringen. Kortom, eenvoudig leven is nooit een "one size fits all", maar eerder maatwerk waarin je tijd, gezinssamenstelling, woonomgeving, portemonnee en persoonlijke voorkeuren altijd een rol zullen spelen. Dat neemt niet weg dat we op de weg die we ieder voor onszelf bewandelen, veel van elkaar kunnen leren en elkaar kunnen inspireren. Daarom ben ik ook zo blij dat er blogs bestaan!

Een paar dingen die mij helpen om eenvoudig te leven:

- Zorg dat je voorraden op orde zijn. Bonen, rijst, granen, kruiden, meel en een basisvoorraad diepvriesgroente en blikken met tomaten en dergelijke heb ik altijd in voldoende mate op voorraad. Zo staat niets me in de weg om zelf vanaf de basis een - vaak eenvoudige - maaltijd in elkaar te zetten. Ook van basis toiletartikelen koop ik meteen een voorraadje als er een goede aanbieding is.

- Hou je inkomsten en uitgaven nauwkeurig bij om grip te houden op je financiën. Wij gebruiken daarvoor al een paar jaar naar volle tevredenheid het gratis programma Winbank en kunnen zo precies zien hoe we er bij staan op het gebied van ons uitgavepatroon en spaartegoed. Het programma helpt ons bij het realiseren van onze ambitie om binnen nu en tien jaar financieel onafhankelijk te zijn (waarover ik binnenkort meer zal vertellen).

- Kook op voorraad in het weekend. Week en kook grotere hoeveelheden bonen in één keer. Verdeel ze direct in porties en bewaar ze in de koelkast of vries ze in. Maak grotere hoeveelheden van gerechten die je daarna ook als lunch mee naar het werk kunt nemen.

- Scheid je afval en recycle! Een kleine moeite en een grote bijdrage aan het milieu. Vraag je bij alles wat je weggooit af of het nog een functie kan dienen. Kan het gammele, roestige wasrek nog gebruikt worden om boontjes tegenop te laten klimmen in de tuin? Kan de kapotte stoel met een verfje en een ander stofje gepimpt worden voor de tienerkamer? Kan die pan met deuk en zonder handvatten nog als plantenbak dienen om een salade (cherrytomaatje, sla, bieslook) in te laten groeien?

- Houd een lijstje bij van spullen die je nodig hebt en die je mogelijk tegen komt op rommelmarkten. Denk daarbij ook vooruit aan verjaardagen, feestdagen of andere seizoenen. Door een lijstje bij te houden voorkom je het gevoel van "ik had iets nodig, maar wat ook alweer?" en het behoedt je voor impulsaankopen.

- Maak er een sport van zo min mogelijk energie te verbruiken en de water-, gas- en energierekening zo laag mogelijk te houden. Was op goedkope stroom, hang het daarna zoveel mogelijk aan de lijn te drogen (en was het niet als het niet echt nodig is!). Zet lampen uit als je niet in de betreffende ruimte bent. Zet de verwarming lager en maak er een gewoonte van met het gezin lekker op de bank onder een dekentje te kruipen. Pak wanneer maar mogelijk de fiets in plaats van de auto. Gebruik je oven efficiënt (voorverwarmen is écht niet nodig en meerdere dingen tegelijk bakken is met een beetje slim plannen geen probleem). Gebruik een ouderwets koffiezetapparaat in plaats van een Nespresso of Senseo en zet in één keer een grote pot in plaats van losse kopjes. Vang het eerste (koude) water van de douche op om later te gebruiken voor een handwasje of om de wc mee door te spoelen. Daag jezelf steeds opnieuw uit om de volgende energierekening lager te laten worden dan de vorige.

- Geniet van kleine dingen. Vrije tijd hoeft niet duur te zijn; het kan ook betekenen dat je bewust geniet van een boek lezen in het zonnetje, een rondje fietsen, een zonsondergang fotograferen, thuis koken voor vrienden. Vrije tijd hoeft niet groots en meeslepend te worden ingevuld om waardevol te zijn; aan het eind van je leven zul je je vooral de kleine, eenvoudige pareltjes herinneren die je leven de moeite waard maakten.

- Kijk goed waar je plezier in hebt: als je graag handwerkt, zeep maakt, tuiniert of repareert dan is dat een tijdsbesteding die prima binnen eenvoudig leven past. Maar leg het jezelf vooral niet op als je er een hekel aan hebt. Het spectrum van dingen die je kunt doen om je leven eenvoudiger te maken is eindeloos; pik eruit wat je past en zorg dat het je geen stress geeft, want dan schiet je je doel voorbij.




25 februari 2012

eetbare tuin

De afgelopen jaren heb ik met tuinvriendin Carolien een moestuin gedeeld. De luxe van een lapje grond waar je naar hartelust kunt spitten, zaaien, wieden en oogsten is ongekend. Maar er zat voor mij ook een heel groot nadeel aan: de sociale controle door de mede-moestuiniers. Ik weet niet of anderen dit herkennen, maar op het complex waar ik de afgelopen vier jaar tuinierde heerst een duidelijke opvatting over wat "goed" en "fout" is. Netjes is goed, rommelig is fout. Ongedierte bestrijden door sprays en korrels is goed, door combinatiebeplanting of insecten desnoods handmatig verwijderen is fout. Kunstmest is goed, bokashi is fout (want onbekend). Het is voorgekomen dat een hulpvaardige buurman mijn planten spontaan bespoten had om ons een handje te helpen.

Ik merkte dat ik steeds vaker tuiniermomenten zocht waarop ik zeker wist dat er verder niemand was. Ik vertrouwde er niet meer op dat mijn oogst per definitie puur en onbespoten was. En toen ik deze zomer een vervelende opmerking kreeg omdat mijn aardperen een vierkante meter schaduw bij mijn buurman in de tuin veroorzaakten was voor mij de maat vol: ik besloot er mee te stoppen.

Maar mijn liefde voor moestuinieren is onverminderd sterk, dus dat er een goed alternatief moest komen stond direct vast. Nu heb ik het enorme geluk dat ik hier in de stad over een klein stukje tuin, een oprit voor de auto en een - ietwat onherbergzaam - dakterras beschik. Je zou toch zeggen dat op al die bij elkaar gesprokkelde stukjes voldoende ruimte moet zijn om een aardige eigen oogst te realiseren.

Vorige week heeft mijn vader flink de handen uit de mouwen gestoken en mijn kleine stukje volle grond opgeruimd en ontdaan van overbodige fratsen. Als ik nu vanaf mijn plekje aan de eettafel naar buiten kijk zie ik een prachtig lapje donkerbruine grond met wat narcissen en wat knoppen van wat over een paar weken tulpen gaan worden. En verder zie ik vooral potentie: verse knoflooktenen, knapperige erwtjes en peulen, blozende maiskolven, pompoenen en tomaten. Mijn dakterras wordt voorzien van een squarefootgarden met wat klein spul. Aardperen zorgen voor beschutting tegen de wind. In een grote rechthoekige speciekuip komen rosevalaardappeltjes te staan. Waar nu nog een sierdruif tegen een hek aan groeit komt een doornloze braam te staan. Vorig jaar hebben mijn appel- en kersenboom in speciekuip al een indrukwekkende oogst opgeleverd en dit jaar is mijn mini-boomgaard uitgebreid met een perenboom. Ik verlekker me al dagen aan verschillende zaadcatalogi en straks is het eindelijk tijd voor een ritje naar Vreeken om mijn voorraad aan te vullen.

Beschouw dit dus maar als een "voor-foto", want vanaf nu is de metamorfose van huis-tuin-en-keukentuin naar eetbare tuin gestart!


de start van mijn eetbare tuin - 25 februari 2012