Posts tonen met het label lezen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label lezen. Alle posts tonen

20 mei 2013

hoeveel is genoeg?

Kort geleden vertelde ik dat ik bezig was in het boek How Much is Enough. Het is een interessant maar niet erg toegankelijk boek dus het duurde even voor ik er doorheen was. De auteurs hebben me niet volledig overtuigd van hun gedachtengoed, maar me wel weer stevig over een aantal dingen aan het denken gezet.

Ik zal proberen de essentie van het boek te schetsen:
De Skidelsky's analyseren een essay van de bekende econoom Keynes waarin hij, net voor de crisis in de jaren '30, voorspelde dat we binnen een eeuw (dus ongeveer rond deze tijd) zouden genieten van "het goede leven"; een leven waarin we door technologische vooruitgang niet meer dan 15 uur zouden hoeven te werken om in onze behoeften te voorzien en onze tijd verder zouden besteden aan genieten. En hier staan we, in het jaar 2013 en er is, zeker met de huidige financiële crisis, voor velen geen uitzicht op minder werken en meer tijd besteden aan genieten. Waar is het mis gegaan?

Volgens de Skidelsky's is de voornaamste misvatting van Keynes dat er een grens zou zijn aan wat mensen willen. Ten onrechte ging hij er van uit dat er een punt zou worden bereikt waarop mensen tevreden zijn met wat ze hebben en zich vervolgens vooral zouden gaan toeleggen op genieten. De factor die hij daarbij over het hoofd ziet is het consumentisme, dat er volgens de Skidelsky's voor zorgt dat er continu nieuwe behoeften worden gecreëerd. Daardoor schuift de horizon van het "genoeg-moment" als het ware steeds maar weer naar achter. Behoeften kosten geld en dat geld verdien je niet met vrije tijd, maar met werken. En hoe meer je verdient, hoe meer het niet-werken je kost. Ja, er is in de afgelopen eeuw sprake geweest van groei (onder andere) door technologische ontwikkelingen. Maar deze is omgezet in inkomen en niet in vrije tijd.

Vervolgens pleiten de auteurs onder andere voor het terugdringen van ongelijkheid om zo de concurrentie in status terug te dringen. Zij waarschuwen voor het effect dat, als we als samenleving op deze manier doorgaan, een kleine elite ontstaat die steeds rijker wordt en de grote massa een bescheiden salaris verdient als hun bediendes, schoonmakers, nanny's, et cetera. De auteurs zijn voorstander van een actieve overheid die burgers zo'n beetje de goede richting op stuurt, die een arbeidsloos basisinkomen garandeert, een progressieve consumptiebelasting op luxegoederen invoert en een wezenlijke arbeidstijdverkorting vastlegt. Dit vanuit de gedachte dat de grote denkers uit onze geschiedenis een nauwkeurige lijst van bestanddelen voor een bevredigend leven hebben opgeleverd: gezondheid, vriendschap, veiligheid, respect, harmonie met de natuur en ontspanning.

Zoals ik al zei: ik ben niet helemaal "om" als het gaat om het gedachtengoed van de schrijvers. Zo ben ik huiverig voor een overheid die de samenleving voorschrijft hoe wij Het Goede Leven zouden moeten invullen. Ook raakte ik wat geprikkeld door het snobistische toontje over de invulling van ontspanning. Het lezen van poëzie en bestuderen van kunst staat wat mij betreft niet hoger aangeschreven dan het kijken van een voetbalwedstrijd of het lezen van de Donald Duck. Dat moet iedereen voor zichzelf uit maken.

Een paar dingen uit het boek hebben me echter wel aan het denken gezet. Wat is de zin van het nastreven van continue groei? Van groei als zodanig worden we niet gelukkiger en bovendien belast het ook het milieu zo fundamenteel dat het niet meer te herstellen is. Het nastreven van rijkdom als doel op zich in dit deel van de wereld, waar welbeschouwd al behoorlijk sprake is van overvloed, voegt voor mijn gevoel weinig toe.

De technologische ontwikkelingen gaan door en maken dat werk- en productieprocessen nog altijd efficiënter worden en menselijk handelen steeds vaker wordt overgenomen door techniek. Als de norm echter blijft dat iedereen vijf dagen per week, acht uur per dag blijft werken dan zal er bij een gelijkblijvende beroepsbevolking altijd een reserve van werklozen blijven. Is het in die zin geen eerlijke gedachte om het werk en de inkomsten daaruit beter te spreiden? En is het eigenlijk ook niet een bijzonder vreemd concept om veertig jaar van je leven keihard te werken om vervolgens pas in de laatste jaren, als die je gegeven zijn, te beginnen met genieten? Waarom zou je dat niet veel gelijkmatiger over je gehele levensduur spreiden?

Ik besef dat werk voor veel mensen bijdraagt aan zingeving en ik ben daar zelf ook zeker niet ongevoelig voor. Als het leveren van een zinvolle bijdrage door werk wordt vervangen door een soort ledig nietsdoen dan schieten we met elkaar ons doel voorbij. Maar mijn (misschien naïeve) hoop is dat als er meer tijd beschikbaar komt, er ook meer energie en enthousiasme wordt opgebracht om zingeving te halen uit bredere, maatschappelijke bijdragen. Zo kan er bijvoorbeeld meer solidariteit met eenzamen, armen, zieken in de samenleving ontstaan, die in de huidige "druk, druk, druk"-maatschappij te vaak aan hun lot worden overgelaten, of aandacht en zorg moeten inkopen.

Ook de gedachte dat er een verzadigingspunt zou moeten ontstaan op het moment dat er sprake is van "genoeg" is wat mij betreft een zinnige. Maar hoe definieer je dat moment en hoe herken je het? Is dat zo simpel als het financieel kunnen voorzien in je primaire levensbehoeftes? De conclusie dat je genoeg hebt staat op gespannen voet met hang naar maatschappelijke status. Onze samenleving hecht aan economische productiviteit; zodra je minder productief bent tel je niet meer mee of, erger, word je als kostenpost ervaren. Kijk ik naar mijn directe omgeving dan merk ik dat er vaak met onbegrip of, erger nog, met enig medelijden wordt gekeken naar degenen die doelbewust een stapje terug nemen. Ouders die er bewust voor kiezen om thuis bij de kinderen te blijven of genoegen nemen met een kleinere baan met minder status kunnen maar zelden op instemming rekenen. De auto weg doen of niet op vakantie gaan wordt al snel uitgelegd als "dat het wel niet zo goed zal gaan". Dat daar een zee van vrije tijd en vrijheid om deze tijd naar welbelieven te besteden voor terug komt, wordt minder gezien of gewaardeerd.

Waar brengen deze overpeinzingen mij? Daar ben ik eerlijk gezegd nog niet helemaal uit. Maar mijn voorzichtige conclusie is wel dat ik het basis "genoeg-moment" al heb bereikt. De komende tijd wil ik mijn keuzes over de manier waarop ik mijn tijd verdeel tussen geld verdienen en ontspanning nog eens kritisch tegen het licht houden. Ik houd jullie op de hoogte van mijn conclusies.

mijn vergaderlocatie van afgelopen vrijdag

08 januari 2011

to e-read or not to e-read

Het is behoorlijk rustig geweest op mijn blog in de afgelopen week. Het zit namelijk zo: ik heb sinds een tijdje een e-reader. Tot voor kort stonden er alleen wat managementboeken op die ik las als ik ergens met de trein naartoe moest, dus ik kon de verleiding om de hele avond te lezen verder goed weerstaan. Tussen kerst en Oud & Nieuw heeft mijn lief er een enorme hoeveelheid e-books op gezet. Was er een tijdje geleden slechts een beperkt aantal klassiekers beschikbaar, inmiddels is het digitale boekenaanbod overweldigend. Mooie recente titels, in het Engels maar ook steeds meer in het Nederlands. Niet alleen romans, maar ook thematische boeken over tuinieren, koken, consuminderen, fotograferen, spirituele thema's, noem maar op. En met een beetje zoeken vind je op het www zelfs een behoorlijk gratis aanbod.

Avond aan avond spendeer ik met mijn e-reader onder een dekentje op de bank of in mijn bed en ik vind het heerlijk. Over twee weken ga ik op vakantie (waarover later meer) en ik verheug me er nu al op dat ik in één klein apparaatje mijn hele bibliotheek bij me heb. De boekenverzameling heeft in het verleden menigmaal gezorgd voor net-geen-overgewicht als we met het vliegtuig reisden. Ook deze zomer nog was de meeste plaats in de kofferbak van de auto gereserveerd voor de reisbibliotheek; als we hadden moeten kiezen tussen de tent thuis laten of minder boeken mee dan was het nog een lastig dilemma geworden.

Vorige week was ik op visite bij een vriendin die sinds een paar maanden lid is van een leesclub. Haar indrukwekkende boekenkast puilde uit met prachtige oude en nieuwe boeken. Al snel ontstond de discussie over een "echt" boek, versus een digitale. Zij vond dat het gevoel van een nieuw boek en het beeld van een kast vol mooie titels niet vervangbaar is. En inderdaad: puristen zullen de voordelen van een e-reader niet op vinden wegen tegen het gevoel van letters op papier.

Maar voor mij persoonlijk is het een ideale oplossing:
  • Ik ben al een tijdje geleden begonnen om mijn enorme hoeveelheid boeken stukje bij beetje te verkopen via Bol.com en ik kan nu alle terughoudendheid laten varen. Op mijn zolder heb ik binnenkort een hele muur met kastruimte beschikbaar waar ik mee kan doen wat ik wil.
  • Mijn e-reader kan overal mee naartoe. Het neemt weinig ruimte in, het zit in een degelijk hoesje en zoals al gezegd: ook op reis kom je nooit zonder interessant leesvoer te zitten.
  • Er zijn veel gratis kwaliteits e-books beschikbaar. Even Googlen op "free" of "gratis" en "e-book" en er gaat een wereld voor je open. Een paar van mijn favoriete bloggers hebben e-books uitgegeven die gratis of voor een erg laag tarief te downloaden zijn. Het verbreedt mijn perspectief. Toevallig heb ik vandaag weer een paar interessante gratis boeken op het gebied van minimalisme en (vegetarisch) koken gevonden.
Nu lijkt het bijna een reclamespot voor een e-reader, maar laat ik vooral ook open zijn over de nadelen: ik heb een vrij goedkoop exemplaar gekocht, waarop eventuele kleurenfoto's in zwart-wit doorkomen. In het begin was het wat zoeken om de lettergrootte ideaal te krijgen (aan de andere kant: bij een papieren boek heb je het ook te doen met de aangeboden lettergrootte...). Het bladeren ontbreekt; in plaats van een bladzijde omslaan druk je bij mijn exemplaar op een knopje. Dat voelt toch anders.
Bij papieren boeken heb ik nog weleens de neiging om mooie teksten of quotes te onderstrepen. Dat kan niet bij een e-reader (althans; het is geen aanrader). En last but not least: de emotionele band die je weleens met een boek kunt voelen, ontbreekt met een e-reader.

Hoe gebruiksvriendelijk en praktisch mijn speeltje ook is, een aantal boeken wil ik gewoon op papier in mijn kast hebben staan. Boeken die veel impact op me hebben gehad of die reflecteren wie ik ben, daar wil ik geen afstand van nemen. Daar kan een elektronisch apparaat simpelweg niet tegenop.

Wat denken jullie, gaan e-readers het op termijn winnen van papier?

12 september 2010

terug naar de natuur

Op dit moment ben ik bezig in de Ringing Cedars serie en ik ben er nog niet helemaal uit wat ik er van vind.

Waar gaat het over? In 1995 stuit een zakenman in de Siberische wildernis op een jonge vrouw, Anastasia. Tijdens de paar dagen die hij met haar doorbrengt komt hij tot de ontdekking dat ze over een ongelofelijke wijsheid beschikt over leven in de natuur, over voeding, over menselijke interactie, over opvoeding van kinderen. Daarnaast heeft zij sterk ontwikkelde bovennatuurlijke gaven, waardoor ze op afstand mensen kan genezen en gedachten en gevoelens kan lezen.

De zakenman heeft na de ontmoeting met Anastasia zijn handel gelaten voor wat het is en zich gestort op het schrijven over zijn dialogen met de jonge vrouw. Er worden aan deze boeken allerlei mystieke eigenschappen toegedicht; mensen zeggen hun baan op na het lezen, er zijn Anastasia-communes opgericht waarin groepen mensen zelfvoorzienend gaan leven en veel mensen ervaren een gevoel van bevrijding of welbehagen tijdens het lezen. Op internet wemelt het van de Anastasia-adepten en Ringing Cedars-groepen.

Het boek zet inderdaad aan het denken. De woorden die uit Anastasia's mond zijn opgetekend zijn bijzonder en geven aan sommige thema's (familie, milieu, onze relatie met dieren) een heel nieuwe invalshoek. Maar ik moet bekennen dat ik grote moeite heb met bepaalde gebeurtenissen in het boek. De ervaringen van Anastasia met dieren komen me eerder voor als een sprookje dan als een waargebeurd feit. Ik kan me simpelweg niet voorstellen dat eekhoorns een mens noten zouden voeren of dat een mens tegen een wilde beer aan slaapt om warm te blijven. Het is Anastasia tot nu toe gelukt om in de anonimiteit te blijven, ondanks grote groepen aanhangers die de Siberische taiga uitkammen op zoek naar hun goeroe.

De overkoepelende boodschap van de boeken is er echter één die me bezighoudt. Ergens in de loop van de geschiedenis zijn we ver van de natuur afgeraakt. Dingen als geld, status en snelle kicks (een vette hap, gokken, heftige kermisattracties of gewelddadige films, vluchtige seks) werden belangrijk. En toch zijn we daar met z'n allen niet gelukkiger van geworden. De boeken geven handvatten om onze toekomst een positieve wending te geven door terug te gaan naar waar we ooit zijn losgeraakt.

Maar in hoeverre zijn we in staat om daadwerkelijk terug te keren naar de natuur? Onze hele samenleving, economie en rechtsstelsel is ingericht op eigendom, consumeren en concurrentie. Als ik het even bij mezelf houd dan weet ik dat ik een leven op zijn Anastasia's niet lang volhoud. Zonder kleding of huis om me te beschermen tegen kou en met louter eten wat ik uit de natuur bij elkaar verzamel vrees ik dat ik binnen de kortste keren bezwijk. Is onze natuur nog wel geschikt om je in terug te trekken? Is er in dit dichtbevolkte land nog wel genoeg geschikt land vrij te maken voor mensen die er met elkaar voor kiezen om zelfvoorzienend te leven?

Kortom; zijn we niet zover van onze oorsprong losgeraakt dat we niet meer in staat zijn een stap terug te maken?



P.s. Voor de liefhebber: de boeken zijn zowel te bestellen via Bol als via Amazon (zie advertentie rechts). Als je er meerdere via Amazon bestelt, is het ondanks de hogere verzendkosten goedkoper!

28 maart 2010

over voedsel 1

Bij het samenstellen van ons weekmenu probeer ik zoveel mogelijk te werken met verse producten en ik gebruik zo min mogelijk dierlijke ingrediënten. In die zin vertelde het boek In Defence of Food me weinig nieuws. De centrale boodschap: Eet voedsel. Niet teveel. Voornamelijk plantaardig. Deze clou wordt al in het voorwoord weggegeven, dus je zou bijna veronderstellen dat het boek verder niet de moeite waard is. Maar het tegendeel is het geval.

Vooropgesteld: ik hou van lezen over voeding. Dat is een eerste voorwaarde om het boek van Michael Pollan maar enigszins interessant te vinden. Maar voldoe je daar aan, dan is het boek wat mij betreft een echte aanrader die behoorlijk aan het denken zet over onze Westerse voedingsgewoonten en de effecten daarvan op onze gezondheid. Ik zal hier geen uitgebreide boekbespreking houden, maar een aantal thema's die Pollan aanroert hebben mij aan het denken gezet over de manier waarop ik tegen eten en gezondheid aan kijk. Ze hebben me zelfs zodanig aan het denken gezet dat ik het waarschijnlijk niet bij één stukje ga houden.

Ondanks de toenemende kennis die we hebben over voeding en gezondheid zijn mensen er in de afgelopen vijftig jaar niet gezonder op geworden. Uiteraard speelt daarbij een grote rol dat we met zijn allen minder zijn gaan bewegen en dat we te veel voeding eten dat zo zwaar bewerkt is dat er weinig voedingswaarde meer over is.

De eyeopener die Pollan me meegeeft is dat voeding tegenwoordig zelden "holistisch" wordt bekeken, maar meer als een verzameling voedingsstoffen. Het beeld is ontstaan dat je bij wijze van spreken net zo goed wat capsules kunt slikken die je helpen aan je aanbevolen dagelijkse hoeveelheid. Of nog beter: kies de producten waar de gezonde voedingsstof aan is toegevoegd (vruchtensap met extra vitaminen en calcium, eieren met omega 3 en 6 vetzuren, gebakken in margarine met plantestorol, een mierzoet "yoghurtdrankje" met probiotica). Door niet te denken in voedsel maar in voedingsmiddelen is een menu samenstellen een chemische exercitie geworden die weinig meer van doen heeft met traditie, cultuur of gezelligheid. Of het bij elkaar verzamelen van de benodigde voedingsstoffen ook in positieve zin bijdraagt aan onze gezondheid valt sterk te betwijfelen. De cijfers over diabetes, obesitas, hart- en vaatziekten lijken het tegendeel te beweren.

Uit een aantal voorbeelden die Pollan geeft, blijkt hoe pervers de rol van de voedingsindustrie soms is bij het promoten of juist tegen houden van bepaalde wetenschappelijke bevindingen over gezonde voeding. Het meest frappante voorbeeld vond ik een onderzoek uit 1977. Een onderzoekscomité onder leiding van een senator had opdracht gekregen om de kwestie van voeding in relatie tot chronische aandoeningen te onderzoeken. Dit zou moeten leiden tot nieuwe voedingsrichtlijnen in de VS.
Eén van de belangrijkste bevindingen uit het onderzoek was, dat er een verband bestond tussen de toenemende consumptie van (vet uit) vlees en zuivel en toename van hart- en vaatziekten in de 20ste eeuw. De hoofdaanbeveling van het onderzoek was dan ook om de consumptie van rood vlees en zuivel te beperken. De Amerikaanse vee- en zuivelindustrie verklaarde het comité en de senator de oorlog. Gevolg: de senator moest zich terugtrekken en het rapport werd herschreven tot een advies om "die soorten vlees, vis en gevogelte te kiezen, die bijdragen aan het reduceren van de verzadigd vet inname".

Dit had twee gevolgen die tot op de dag van vandaag doorwerken: er zal niet meer geadviseerd worden om minder van een bepaalde voedselsoort te eten uit angst dat de boodschapper in kwestie wordt gelyncht door de betreffende industrie. En onderzoekers hebben geleerd dat het veiliger was om over voedingsstoffen te spreken dan over concrete voedselsoorten. En met het uitlichten van bepaalde voedingsstoffen als "goed" (vitamines, omega-3 vetzuren) en "slecht" (verzadigde vetten, slechte koolhydraten) zijn rare diëten ontstaan die zich richten op het volledig uitsluiten van bepaalde stoffen of het vermijden van bepaalde combinaties.

Nu is het boek van een Amerikaanse auteur dat gaat over de Amerikaanse voedselindustrie, maar in hoeverre is het ook relevant voor de Nederlandse situatie? Zijn ook wij niet op weg een dik en ziekelijk volk te worden dat ietwat verknipt naar voeding kijkt?
In hoeverre zijn de adviezen die we krijgen van instanties zoals het Voedingscentrum objectief? Het is immers een door de overheid gesubsidieerde instantie; een overheid die ook de economische belangen van onze landbouw en visserij in portefeuille heeft. Waarom wordt schoolmelk bijvoorbeeld nog altijd fanatiek gesubsidieerd, terwijl bij de slogan "melk is goed voor elk" inmiddels wel wat kanttekeningen kunnen worden geplaatst? En wie controleert de gezondheidskeurmerken? Is het niet pure misleiding om chips of frituurvet als "gezonde keuze" te bestempelen? Horen dat soort logo's niet juist toebedeeld te worden aan dingen die aan bomen groeien?

In Defence of Food heeft bij mij de nodige vragen opgeroepen over hoe het hier bij ons is geregeld. En ieder antwoord dat ik vind roept weer nieuwe vragen op. Kortom, op de thema's uit In Defence of Food kan ik voorlopig nog wel even kauwen. Wordt dus vervolgd.

22 maart 2010

boeken

De meeste boeken hebben via de tweedehands afdeling van Bol.com mijn huis verlaten, maar ik koester mijn kleine inspiratie bibliotheekje. Het is een kleine verzameling van voornamelijk Engelstalige boeken dat me op het juiste spoor houdt, me telkens opnieuw stof tot nadenken geeft en een afspiegeling vormt van hoe ik gekomen ben op het punt waar ik nu sta.

Zoals ik eerder al vertelde heb ik momenteel een heerlijke stapel boeken die op me ligt te wachten om ge- of herlezen te worden. Met dank aan mijn broer die in de VS woont, heb ik een bescheiden voorraadje boeken rond de thema's eenvoudig leven, consuminderen, mindfulness en voeding verzameld. Niet omdat mijn broer vreselijk in dit soort thema's geïnteresseerd is (in tegendeel; hij neigt eerder naar het yuppige met vrijwel alles wat daarbij hoort), maar omdat er in de VS nu eenmaal meer boeken over deze onderwerpen uitkomen. Hij gunt zijn grote zus haar eigenaardigheden (en vice versa geldt dat trouwens ook), dus stuurt hij mijn vurig gewenste titels liefdevol op.

Enfin, een heerlijke stapel boeken dus, voor een deel al (een paar keer) gelezen maar door voortschrijdende gedachten over het thema staan ze opnieuw op de leeslijst. Voor een deel zijn de boeken overigens inmiddels ook in het Nederlands verschenen.

Wat gaat er de komende tijd in huize Bewuste Eenvoud gelezen worden?

In willekeurige volgorde:

- In defense of food, an eaters manifesto - Michael Pollan
- Eating animals - Jonathan Safran Foer
- Walden - Henry David Thoreau
- Wherever you go there you are - Jon Kabat - Zinn
- Voluntary simplicity - Duane Elgin
- Hooked, Buddhist writings on greed, desire and the urge to consume - Stephanie Kaza

Meestal geven boeken me een hoop stof tot nadenken. Ik zal dan ook proberen om de komende tijd af en toe een stukje te schrijven over ieder gelezen boek. Een soort Oprah's Book Club op microniveau, zeg maar.