31 juli 2013

even weg

Jullie hadden vast al in de gaten dat het hier een stuk rustiger is dan normaal. Meestal is er sprake van omgekeerde evenredigheid: hoe rustiger het hier is, des te drukker in mijn "echte" leven. Zo ook nu. Er spelen allerlei leuke dingen, waarover ik in de loop van augustus meer zal vertellen. Voor nu houd ik het er op dat ik op een bijzondere reis ben, zowel in letterlijke als in figuurlijke zin.

Iedereen een prachtige zomer en tot snel!

Liefs, Mieb.

05 juli 2013

groeien

Het schooljaar loopt op zijn einde en de vakantie staat voor de deur. Een drukke periode die in het teken staat van afronding: niet alleen van het schooljaar, maar ook van de opdracht waar ik het afgelopen jaar met veel plezier aan gewerkt heb. Afscheid nemen is best lastig en netjes overdragen is een hoop werk.

Aan het eind van een schooljaar verwonder ik me altijd over hoe de kinderen zich hebben ontwikkeld. Mijn jongste heeft dit jaar de enorme sprong gemaakt van de basisschool naar de brugklas en is in die relatief korte tijd een heuse puber geworden. De oudste is in een jaar tijd ongelofelijk gegroeid, zowel in de lengte als in haar ontwikkeling. En wij ontwikkelen als ouders met ze mee.

Toen mijn oudste net geboren was verbaasde ik me dat ik zoiets kostbaars en kwetsbaars zonder er een diploma voor te hebben gehaald zomaar mee naar huis kreeg. Met een volle MaxiCosi kwamen we uit het ziekenhuis en het nieuwe leven kon beginnen. En vanaf dat moment begon het wikken, wegen, afwegingen maken, stelling nemen, bijstellen, overleggen, strategie bepalen. Van: nog even laten huilen of bij me houden? Via: is ze al oud genoeg voor zakgeld? Naar: welke profielkeuze is het verstandigst? En nee, we zijn geen professionele ouders; slechts welwillende amateurs. We zien ons telkens opnieuw voor dilemma's gesteld en we maken regelmatig fouten. Zij leren, maar wij leren minstens zoveel. Ik heb me vooraf nooit gerealiseerd wat een ongelofelijke spiegel het zou zijn om kinderen op te voeden. En hoe nederig het me zou maken. Want ook zonder wiebelige babyhoofdjes en roekeloze peuter-energie is het een kwetsbaar goed om te mogen begeleiden bij hun ontwikkeling tot een mooi volwassen mens.

Ieder kind is anders en van ieder kind leren we verschillende dingen. Het pad dat we met de één bewandelen is niet het pad dat voor de ander ook het beste werkt. Beide hebben hun eigen, unieke karakters, authenticiteit en behoeftes. En wij hebben het voorrecht in die bijzondere eerste levensfase die de kindertijd is met ze mee te zeilen, door de golven, langs obstakels en soms een tijd lang met de wind comfortabel in de zeilen. We praten veel en elke keer ben ik weer verbaasd en ontroerd over hun wijsheid, over wie ze aan het worden zijn.

Vooraf zag ik weleens op tegen de puberteit, in anticipatie op strijd of vijandigheid waar pubers nog weleens om bekend staan. Nu we voorzichtig met beide kinderen in die fase aan het belanden zijn besef ik: het zijn nog steeds die kostbare wezens die ik verhaaltjes voorlas, die aan mijn hand hun eerste stapjes zetten, die vol verhalen thuis kwamen na een uitstapje met school. Die mini-mensjes zitten nog steeds in dat lijf dat zo snel groeit dat ze me opeens recht in de ogen kijken. Ik heb geen last van weemoed; het was een mooie tijd, maar dat is dit ook. De jaren waarin ze bezig zijn om hun eigen afzonderlijke identiteit te vormen, los van de familie, is ook de fase waarin je soms verbluft staat om hun inzicht, humor of kennis. We zullen ongetwijfeld nog periodes met tegenwind krijgen, maar ik heb er vertrouwen in dat de humor, de gezamenlijke ritueeltjes en de wederzijdse bezorgdheid die ons zo vertrouwd zijn, ons ook in ingewikkelder tijden blijven binden.

21 juni 2013

zaad perikelen

Het is je vast niet ontgaan dat er de vorige maand "gedoe" was over nieuwe Europese regelgeving over productie van en handel in zaden. De Europese Commissie gaat de toegang tot de Europese markt reguleren via een registratie per zaadsoort. Dit brengt de nodige kosten met zich mee en maakt het daarom erg lastig voor kleinere (biologische) boeren om mee te blijven spelen. Zij worden op deze manier langzaam maar zeker in de hoek van 'hobbyboeren' gedreven en tegelijkertijd geeft het de Monsanto's en Bayers van deze wereld nog meer ruimte en macht. Dat deze bedrijven niet alleen een groot deel van de zadenmarkt in handen hebben, maar ook pesticiden, genetisch gemodificeerde zaden en groeistoffen verkopen maakt het des te zorgwekkender. Het doel van deze regelgeving is namelijk de bevordering voedselveiligheid, door middel van overheidscontrole van boerderij tot vork. Maar is dat wat wij met zijn allen willen? Voedselveiligheid nastreven door genetisch gemodificeerd materiaal en het uitroeien van plagen door middel van pesticiden?

Juist de kleinere, biologische zaadproducenten hebben biodiversiteit hoog in het vaandel staan. En, zoals de meeste hobbytuinders ieder seizoen opnieuw ondervinden: juist diversiteit en het kweken van inheemse soorten maakt dat je de grond niet uitput, dat smaak en voedingswaarde optimaal zijn en je oogst niet ten onder gaat aan ziektes en plagen. Ik maak me grote zorgen als we straks zijn overgeleverd aan het industriële aanbod dat door bestraling en genetische manipulaties "ziektevrij" is gemaakt.

Maargoed, het was niet mijn bedoeling van dit stukje een politiek pamflet te maken. Het is hooguit een (oké, behoorlijk verontrustende) inleiding om iets te vertellen over het verschil tussen oude zaadvarianten (in het Engels prachtig 'heirloom', erfstuk, genoemd), hybride zaden en GGO zaden, waarbij de afkorting staat voor genetisch gemodificeerd organisme.

Oude, oorspronkelijke zaden
Dit zijn zaden met een geschiedenis. Ze zijn regelmatig al van voor de Tweede Wereldoorlog en net als een sterk familieverhaal van generatie op generatie over gegaan. Deze zaden worden op een natuurlijke manier gewonnen: van de mooie en smakelijke oogst wordt wat zaad bewaard voor eigen gebruik en geruild tegen andere zaden. Deze zaden zijn vaak niet gepatenteerd en in principe kun je, eenmaal de gelukkige eigenaar van de zaden van diverse oude soorten, ieder jaar opnieuw zaaien, oogsten en zaad winnen voor het seizoen erna.

Hybride zaden
Deze zijn ontstaan vanaf de jaren '50, vooral met als doel om bepaalde positieve eigenschappen te combineren en de productie te intensiveren. Deze zaden zijn, als je ze in een zakje koopt, herkenbaar aan de annotatie F1 bij de naam. Hybride veredeling werkt ongeveer zo: eigenschappen van twee families worden met elkaar gekruist. Zo worden van beide de positieve eigenschappen in het nieuwe hybride zaad gecombineerd en is het bijvoorbeeld resistent tegen bepaalde ziektes en groeit het ook nog eens erg snel.

In een (industriële) omgeving waarin de omstandigheden gelijk en controleerbaar zijn is het resultaat gelijkmatig. Maar ben je, zoals ik, iemand die tuiniert in de buitenlucht dan zijn deze omstandigheden en daarmee ook het resultaat onvoorspelbaar. Het is, met andere woorden, het jaar erna niet mogelijk om opnieuw een plant te groeien met dezelfde eigenschappen. Wil je het volgende jaar hetzelfde resultaat, dan moet je terug naar de winkel om hetzelfde F1-zaad te kopen, hetgeen vanuit het perspectief van de zaadhandel natuurlijk erg prettig is.

'GGO-'zaden
Bij genetisch gemodificeerde zaden hebben er aanpassingen plaatsgevonden op DNA-niveau, ofwel: het genetisch materiaal wordt op een manier gewijzigd die in de natuur niet voorkomt. Redenen hiervoor kunnen bijvoorbeeld zijn het uiterlijk, resistentie of voedingswaarde. Dit gebeurt pas sinds de jaren '90, maar de toepassingen zijn in een rap tempo toegenomen. Het gebruik van genetisch gemodificeerd materiaal is niet onomstreden: er is nog geen overtuigend wetenschappelijk bewijs dat het schadelijk zou zijn voor de gezondheid, maar de objectiviteit van de onderzoeken naar effecten van GGO wordt regelmatig in twijfel getrokken. In principe mag je geen zaad winnen van deze gewassen, omdat ze gepatenteerd zijn. Regelmatig zijn de zaden zodanig bewerkt dat ze überhaupt geen vruchtbaar zaad voortbrengen.

Het zou makkelijk zijn om te zeggen dat ik pertinent tegen GGO ben, maar de waarheid is dat ik het een erg lastig thema vind. Ik vermijd genetisch gemodificeerde zaden volledig door alleen biologische zaden te gebruiken. Ik ben erg tegen de macht die de grote, machtige partijen als Monsanto uitoefenen. Tegelijkertijd vind ik dat ik mijn ogen niet moet sluiten voor een groeiende wereldbevolking die ook duurzaam gevoed moet worden.

Mijn biologische groententuintje is een stukje luxe waarmee ik voor mijn gevoel bijdraag aan de gezondheid van mijn gezin en waar ik het milieu niet mee belast. Maar op mondiaal niveau is er gewoon niet genoeg ruimte om zelfs maar zo'n piepklein tuintje per gezin te onderhouden. Het vereist waarschijnlijk toch technologische oplossingen om iedereen gevoed te houden, maar of dat door middel van dat 'enge' GGO moet? Hoe denken jullie daar over?

mijn juni tuin

06 juni 2013

samenwerking

Een paar weken geleden schreef ik hier al een keer over hoe ik probeer om te gaan met goed en kwaad. Ik zou graag melden dat de discussie die toen speelde helemaal achter de rug is, maar ik zit er nog steeds midden in. Maar geen zorgen: dit wordt geen zurig of tobberig stukje. Ik realiseer me namelijk steeds vaker en steeds concreter dat deze situatie me een paar waardevolle inzichten oplevert waar ik op allerlei manieren mijn voordeel mee doe. Eén van die inzichten is dat samenwerken veel effectiever is dan concurrentie of competitie.

Ik ben opgegroeid met het idee dat competitie gezond is. Niet zo zeer vanuit mijn opvoeding, maar om me heen was er wel degelijk sprake van onderlinge vergelijking: op school wisten we feilloos wie het slimst, het mooist, het populairst, het sportiefst was. Nu zat het al nooit in mijn aard om deze gelukkigen naar de troon te steken, maar ik had wel een sluimerend gevoel dat ik die ambitie eigenlijk wel zou moeten hebben wilde ik "iets bereiken". Wat dat "iets" was had ik niet nader gedefinieerd, maar het belang van "iets bereiken" in je leven werd wel duidelijk gemaakt door boeken, televisie, ouders en leeftijdsgenoten. Tijdens mijn studie werd duidelijk dat "iets" snel dichterbij kwam als je je aansloot bij bepaalde studentenverenigingen, maar de competitieve sfeer weerhield me daarvan. De ontgroeningsrituelen kwamen afschrikwekkend over en ik concludeerde dat ik gewoon niet competitief genoeg was om "iets" te bereiken.

Dat gevoel werd nog eens aangewakkerd toen ik eenmaal begon met werken. De high potentials lieten geen kans onbenut om te laten zien wat ze in huis hadden. Sommigen gingen zo ver dat zij en passant mogelijke concurrenten meteen een hak zetten om zo van twee kanten de eigen positie te verbeteren. Not my cup of tea; ik ben meer van het harmoniemodel en wil niet constant op mijn hoede hoeven zijn of er niemand op mijn positie loert.

Mijn gebrek aan vechtlust heb ik een tijd aangezien voor een gebrek aan ambitie. Wonder boven wonder belandde ik toch in interessante banen, alleen was ik nooit degene die gevraagd werd, in tegenstelling tot collega's die zich meer in de kijker wisten te spelen. En toen begon ik voor mezelf en was het opeens helemaal aan mij om te laten zien wie ik ben en wat ik kan. Dat voelt voor mij al snel als arrogantie en ik heb dus ook best wat moeten overwinnen om hier stappen in te zetten. Na een tijd ZZP'en (zoals dat tegenwoordig zo hip heet) ontdekte ik een paar dingen: een opdrachtgever is niet hetzelfde als een collega. En: ik mis collega's. Niet voldoende om weer een vaste dienstbetrekking aan te gaan, maar wel het delen van ervaringen, het samen continu blijven sleutelen aan verbetering en het meedenken over ingewikkelde problemen. Daar val je een opdrachtgever niet mee lastig; die betaalt om door jou te worden ontzorgd.

Zo ontstond ons bedrijfje: een netwerk voor ZZP'ers die actief zijn op ons werkterrein, die daar hetzelfde over denken en ook geloven dat één plus één drie is. Feitelijk zijn we elkaars concurrenten, maar we draaien het om en leren met en van elkaar en ontwikkelen samen mooie nieuwe dingen. Geld verdienen is niet de drijfveer, maar inspiratie, collegialiteit en plezier. Een concept dat lastig uit te leggen is aan partijen die winst als primaire doelstelling hebben.

De discussie waar we tegen wil en dank in verwikkeld zijn gaat over competitie en heeft een tijdje alle energie uit ons idealistische idee getrokken. Maar nu er wat tijd overheen gaat en we ondanks het lopende conflict met veel plezier blijven samen werken en dingen ontwikkelen, gebeurt er iets bijzonders. We krijgen van bedrijven, die ons als concurrentie zouden kunnen zien, gratis vergaderruimte aangeboden omdat ze ons initiatief charmant vinden. Andere bedrijven melden zich spontaan om te vragen hoe we met hen zouden kunnen samenwerken. En ik spreek regelmatig met "concullega's" die vragen of ons netwerk niet een keer iets wil komen vertellen. Samenwerken vanuit een gezamenlijke interesse, zonder achterliggende commerciële doelstelling, wordt niet als bedreigend gezien.

Samenwerking, als tegenhanger van concurrentie of competitie, is waardevol. Het wakkert inspiratie en creativiteit aan waardoor je samen mooie dingen kan maken. En ja, het maakt je kwetsbaarder, maar dat levert tegelijkertijd mooie en oprechte verbinding op met de mensen die gepassioneerd bezig zijn met hetzelfde thema. In die zin kan het bedrijfsleven een voorbeeld nemen aan de blogcommunity, waar we dit al jaren weten.



26 mei 2013

besparingsdiscipline

Het bestaan als ZZP'er heeft veel voordelen, maar kent ook een paar nadelen. Zo schommelen de inkomsten stevig per maand en is het in deze tijden bepaald niet vanzelfsprekend dat je snel een vervolgopdracht hebt als een klus afloopt. Ik nader nu het einde van een langere opdracht en ik ga weer voorzichtig op zoek naar een nieuwe.

Met het vooruitzicht op minder inkomen is het ook tijd om het financiële regime weer wat strakker aan te trekken. Niet dat ik op dit moment bakken met geld uitgeef, maar meer tijd aan werk kwijt zijn betekent automatisch minder tijd hebben voor aanbiedingen speuren, klussen en zelf vanaf de basis mijn eten bereiden. Nu ik weer meer tijd beschikbaar heb, bezie ik mijn uitgavenpatroon en concludeer ik dat ik nodig wat discipline in het geheel moet aanbrengen.

In tijden van drukte is boodschappen doen in huize Bewuste Eenvoud een weinig planmatig evenement. Lees: na het werk kom ik langs de plaatselijke supermarkt en bedenk ik wat ik, in combinatie met wat ik in huis heb, nog nodig heb om te koken. Op zich niks mis mee, maar ik heb zelden goed in mijn hoofd wat we wel en niet op voorraad hebben. Dat resulteert dus nog weleens in gebrekkige recepten. Of in vergeten groenten in de slechte zin van het woord: beschimmeld. Tijd voor actie.

- Het eerste dat ik heb gedaan om de kosten wat te drukken is het biologische groentenabonnement opzeggen. In de drukke wintermaanden was het om twee redenen ideaal: in mijn tuin groeide niet zoveel in die periode én de groenten werden iedere vrijdag aan huis bezorgd, ongeacht of ik thuis was of niet. Gelukkig is het inmiddels wat verder in het seizoen, waardoor er weer van alles in mijn eigen tuin groeit en ik bovendien weer meer tijd heb om te oogsten en te bereiden.

- In tijden van drukte lijkt het woensdagse weekmenu hier in huis steeds snel te sneuvelen, terwijl dit toch een beproefd middel is om verspilling en impulsaankopen te voorkomen. Bovendien kan ik op de woensdag inkopen doen op de markt, wat behoorlijk scheelt ten opzichte van onze supermarkt. Ook niet onbelangrijk: de keuze op onze Haagse markt is enorm, dus dat nodigt uit tot koken buiten de gebaande paden.

- Als tijd schaars is, is de verleiding van de auto groot. Minder (nood)zakelijke kilometers in combinatie met meer tijd betekent dat ik de fiets weer vaker kan pakken. Een directe besparing van brandstofkosten en het milieu.

- Het is tijd om weer eens kritisch door onze abonnementen heen te gaan. Op zich hebben we geen ander abonnement op papieren tijdschriften dan op de Genoeg, maar ik heb wel wat digitale abonnementen waar inmiddels wellicht gratis alternatieven voor zijn. Een goed voorbeeld is mijn betaalde Flickr-account voor foto's, terwijl Picasa een prima gratis applicatie is.

- Met opgroeiende kinderen komt er bewust en onbewust van alles aan spullen het huis binnen dat na een tijd niet meer nodig is, niet meer past, of gewoon niet meer interessant voor ze is. Hoog tijd om een keer met een kritische blik de kamers af te speuren op overbodig geworden boeken, niet passende kleding, spellen die niet meer gebruikt worden en deze op Marktplaats te slingeren.

- Een aantal dingen om bewust mee om te gaan als ik weer meer tijd in mijn huis doorbreng: met dit koude voorjaar stoken we meer dan gebruikelijk. Sterker nog: normaal is stoken vanaf medio maart al niet meer nodig. Dikker aankleden is een kleine moeite en scheelt op de gasrekening.

- Grijs water voor de tuin is eenvoudig te vergaren in deze natte tijden en bespaart op de waterrekening. Bovendien is het water relatief zacht en daar houden mijn planten van.

- Ik wil weer wat kritischer zijn op wat er op de wasstapel belandt. De kinderen hebben nog weleens de neiging om de wasmand als eenvoudige opruimmethode te zien: kleding is sneller in de wasmand gegooid dan opgevouwen en terug in de kast gelegd. Als iets schoon is maar muf ruikt is even luchten of in een vochtige badkamer hangen vaak al genoeg.

- Ik ben nog aan het overwegen of een droogmolen voor op mijn dakterras de investering waard is. Ik hang nu mijn was aan de lijn op een warme zolder met relatief weinig ventilatie. Het blijft daardoor tamelijk lang vochtig en ruikt soms ook niet fris als het eenmaal droog is. Op warme dagen sjouw ik het staande droogrek wel naar het dakterras, maar dat is een heel gedoe door de krappe zolderdeur. Bovendien is het rek te laag om dingen als dekbedovertrekken te drogen. De kosten van een droogmolen en het feit dat het dakterras een groot deel van het jaar tamelijk onherbergzaam is doen me nog twijfelen. Als jullie suggesties hebben waar ik goed aan doe, dan hoor ik het graag. En ook andere tips om de besparingsdiscipline weer snel terug te vinden zijn van harte welkom!

plantaardige Shepherds Pie met zoete aardappel en adzukibonen
p.s. Naast Bewuste Eenvoud blog ik ook (zeer onregelmatig) hier onder het pseudoniem Pip

20 mei 2013

hoeveel is genoeg?

Kort geleden vertelde ik dat ik bezig was in het boek How Much is Enough. Het is een interessant maar niet erg toegankelijk boek dus het duurde even voor ik er doorheen was. De auteurs hebben me niet volledig overtuigd van hun gedachtengoed, maar me wel weer stevig over een aantal dingen aan het denken gezet.

Ik zal proberen de essentie van het boek te schetsen:
De Skidelsky's analyseren een essay van de bekende econoom Keynes waarin hij, net voor de crisis in de jaren '30, voorspelde dat we binnen een eeuw (dus ongeveer rond deze tijd) zouden genieten van "het goede leven"; een leven waarin we door technologische vooruitgang niet meer dan 15 uur zouden hoeven te werken om in onze behoeften te voorzien en onze tijd verder zouden besteden aan genieten. En hier staan we, in het jaar 2013 en er is, zeker met de huidige financiële crisis, voor velen geen uitzicht op minder werken en meer tijd besteden aan genieten. Waar is het mis gegaan?

Volgens de Skidelsky's is de voornaamste misvatting van Keynes dat er een grens zou zijn aan wat mensen willen. Ten onrechte ging hij er van uit dat er een punt zou worden bereikt waarop mensen tevreden zijn met wat ze hebben en zich vervolgens vooral zouden gaan toeleggen op genieten. De factor die hij daarbij over het hoofd ziet is het consumentisme, dat er volgens de Skidelsky's voor zorgt dat er continu nieuwe behoeften worden gecreëerd. Daardoor schuift de horizon van het "genoeg-moment" als het ware steeds maar weer naar achter. Behoeften kosten geld en dat geld verdien je niet met vrije tijd, maar met werken. En hoe meer je verdient, hoe meer het niet-werken je kost. Ja, er is in de afgelopen eeuw sprake geweest van groei (onder andere) door technologische ontwikkelingen. Maar deze is omgezet in inkomen en niet in vrije tijd.

Vervolgens pleiten de auteurs onder andere voor het terugdringen van ongelijkheid om zo de concurrentie in status terug te dringen. Zij waarschuwen voor het effect dat, als we als samenleving op deze manier doorgaan, een kleine elite ontstaat die steeds rijker wordt en de grote massa een bescheiden salaris verdient als hun bediendes, schoonmakers, nanny's, et cetera. De auteurs zijn voorstander van een actieve overheid die burgers zo'n beetje de goede richting op stuurt, die een arbeidsloos basisinkomen garandeert, een progressieve consumptiebelasting op luxegoederen invoert en een wezenlijke arbeidstijdverkorting vastlegt. Dit vanuit de gedachte dat de grote denkers uit onze geschiedenis een nauwkeurige lijst van bestanddelen voor een bevredigend leven hebben opgeleverd: gezondheid, vriendschap, veiligheid, respect, harmonie met de natuur en ontspanning.

Zoals ik al zei: ik ben niet helemaal "om" als het gaat om het gedachtengoed van de schrijvers. Zo ben ik huiverig voor een overheid die de samenleving voorschrijft hoe wij Het Goede Leven zouden moeten invullen. Ook raakte ik wat geprikkeld door het snobistische toontje over de invulling van ontspanning. Het lezen van poëzie en bestuderen van kunst staat wat mij betreft niet hoger aangeschreven dan het kijken van een voetbalwedstrijd of het lezen van de Donald Duck. Dat moet iedereen voor zichzelf uit maken.

Een paar dingen uit het boek hebben me echter wel aan het denken gezet. Wat is de zin van het nastreven van continue groei? Van groei als zodanig worden we niet gelukkiger en bovendien belast het ook het milieu zo fundamenteel dat het niet meer te herstellen is. Het nastreven van rijkdom als doel op zich in dit deel van de wereld, waar welbeschouwd al behoorlijk sprake is van overvloed, voegt voor mijn gevoel weinig toe.

De technologische ontwikkelingen gaan door en maken dat werk- en productieprocessen nog altijd efficiënter worden en menselijk handelen steeds vaker wordt overgenomen door techniek. Als de norm echter blijft dat iedereen vijf dagen per week, acht uur per dag blijft werken dan zal er bij een gelijkblijvende beroepsbevolking altijd een reserve van werklozen blijven. Is het in die zin geen eerlijke gedachte om het werk en de inkomsten daaruit beter te spreiden? En is het eigenlijk ook niet een bijzonder vreemd concept om veertig jaar van je leven keihard te werken om vervolgens pas in de laatste jaren, als die je gegeven zijn, te beginnen met genieten? Waarom zou je dat niet veel gelijkmatiger over je gehele levensduur spreiden?

Ik besef dat werk voor veel mensen bijdraagt aan zingeving en ik ben daar zelf ook zeker niet ongevoelig voor. Als het leveren van een zinvolle bijdrage door werk wordt vervangen door een soort ledig nietsdoen dan schieten we met elkaar ons doel voorbij. Maar mijn (misschien naïeve) hoop is dat als er meer tijd beschikbaar komt, er ook meer energie en enthousiasme wordt opgebracht om zingeving te halen uit bredere, maatschappelijke bijdragen. Zo kan er bijvoorbeeld meer solidariteit met eenzamen, armen, zieken in de samenleving ontstaan, die in de huidige "druk, druk, druk"-maatschappij te vaak aan hun lot worden overgelaten, of aandacht en zorg moeten inkopen.

Ook de gedachte dat er een verzadigingspunt zou moeten ontstaan op het moment dat er sprake is van "genoeg" is wat mij betreft een zinnige. Maar hoe definieer je dat moment en hoe herken je het? Is dat zo simpel als het financieel kunnen voorzien in je primaire levensbehoeftes? De conclusie dat je genoeg hebt staat op gespannen voet met hang naar maatschappelijke status. Onze samenleving hecht aan economische productiviteit; zodra je minder productief bent tel je niet meer mee of, erger, word je als kostenpost ervaren. Kijk ik naar mijn directe omgeving dan merk ik dat er vaak met onbegrip of, erger nog, met enig medelijden wordt gekeken naar degenen die doelbewust een stapje terug nemen. Ouders die er bewust voor kiezen om thuis bij de kinderen te blijven of genoegen nemen met een kleinere baan met minder status kunnen maar zelden op instemming rekenen. De auto weg doen of niet op vakantie gaan wordt al snel uitgelegd als "dat het wel niet zo goed zal gaan". Dat daar een zee van vrije tijd en vrijheid om deze tijd naar welbelieven te besteden voor terug komt, wordt minder gezien of gewaardeerd.

Waar brengen deze overpeinzingen mij? Daar ben ik eerlijk gezegd nog niet helemaal uit. Maar mijn voorzichtige conclusie is wel dat ik het basis "genoeg-moment" al heb bereikt. De komende tijd wil ik mijn keuzes over de manier waarop ik mijn tijd verdeel tussen geld verdienen en ontspanning nog eens kritisch tegen het licht houden. Ik houd jullie op de hoogte van mijn conclusies.

mijn vergaderlocatie van afgelopen vrijdag

07 mei 2013

zelf maken: plantaardige melkkefir

Sinds een paar maanden ben ik verslingerd aan de kefir. Het is een frisse, karnemelkachtige drank die vol zit met gezonde bacteriën en gisten die positief werken op je darmflora. Het verschilt van yoghurt omdat kefir fermenteert door een heel ander soort bacteriën: zogenaamde mesofiele bacteriën die groeien op kamertemperatuur. Yoghurt ontwikkelt zich op thermofiele bacteriën die op een warmhoudplaatje of in een thermosfles op een hogere temperatuur moeten worden gehouden. Bovendien bevat kefir naast goede bacteriën ook heilzame gisten en de nodige B-vitaminen.

Omdat ik geen dierlijke melk drink was ik benieuwd of het me zou lukken om een goed plantaardig alternatief te maken. Ik bestelde via internet een eerste portie melkkefir korrels en een plastic zeef en ging aan de slag.

Het maken van kefir is verbluffend eenvoudig: doe de kefirkorrels in een kan, voeg de melk toe en laat het ongeveer 24 uur op kamertemperatuur staan. Giet het vervolgens door een plastic zeef (let op: kefirkorrels houden niet van metaal!) in een fles et voilá: kefir. Met plantaardige melk is het eigenlijk precies hetzelfde, alleen vervang je dierlijke melk door amandel,- hazelnoot of sojamelk. Belangrijk is wel dat de plantaardige melk enige suiker bevat, want daar voedt de kefirkorrel zich mee in het fermentatieproces en deze melk bevat geen melksuikers, zoals koemelk. Ik voeg overigens geen suiker toe aan de melksoorten die ik gebruik omdat ik het maak van melk uit een pak. Als je bijvoorbeeld de plantaardige melken van Alpro gebruikt dan zit daar al voldoende suiker in. Mijn favoriet is gewone sojamelk-kefir, maar die van amandel of hazelnootmelk zijn ook lekker. Met haver- en rijstmelk heb ik nog niet geprobeerd, maar die staan wel op mijn verlanglijstje.

Ik giet de kefir na 24 tot 36 uur via de zeef in een plastic bak met schenktuit. Vervolgens giet ik het in een glazenfles met dop, zodat de zachtbruisende smaak goed behouden blijft. Je hoeft de kefirkorrels die achterblijven in de zeef niet af te spoelen; ze zijn gewoon direct weer te gebruiken voor een volgende portie.

bovenop de kefir is tijdens de fermentatie een geelachtig doorzichtig laagje ontstaan, de dikkere drap is naar beneden gezakt. Bij het zeven mengt het zich weer
 
de kefirkorrels blijven achter in de plastic zeef en zijn klaar voor een volgend gebruik
 

De kefirkorrels vermeerderen zich continue in het fermentatieproces, waardoor je makkelijk een reserveportie achter de hand kunt houden. Dat zou ik ook iedereen aanraden, voor het geval er een keer iets mis gaat (bijvoorbeeld als je ze per ongeluk door de gootsteen spoelt). Een extra portie kun je drogen of invriezen en op die manier lang bewaren. Als je op vakantie gaat kun je de korrels met een flinke hoeveelheid melk in de koelkast bewaren. Dit vertraagt het proces maar houdt de korrels wel goed gevoed. Houd er wel rekening mee dat ze, zodra ze weer in gebruik worden genomen, wat tijd nodig hebben om op gang te komen.

De echte kefir-adepten gebruiken de melk overal voor: drink het tegen maagpijn, diarree, dep een doekje met kefir op uitslag of plekken met zonnebrand, muggenbulten, noem maar op. Zelf heb ik daar nog niet zoveel ervaring mee, maar waar ik wel blij mee ben is dat ik door kefir weer nieuwe manieren heb ontdekt om plantaardige sour cream of cream cheese te maken:

Sour cream:
Hetzelfde proces als de melkkefir, maar gebruik bijvoorbeeld soja- of kokosroom in plaats van melk.

Cream cheese:
Laat melkkefir door een kaasdoek, koffiefilter of (extreem schone!) theedoek druppelen in een kom. Voeg aan de overgebleven hangop knoflook of kruiden naar wens toe. Ook geschikt voor bijvoorbeeld plantaardige tzatziki.

ik bewaar de kefir in een glazen beugelfles, maar met draaidop kan natuurlijk ook