Tussen de voordeur en het kippenhok, lekker warm tegen een muur, staan bakken met aardappelen, een framboos, en een perenboompje. Daarnaast heb ik op de oprit nog een grotere bak met frambozen en twee grote speciekuipen waarin een pruim en een appel groeien (niet op de foto te zien). De stokjes staan in de bakken om te voorkomen dat mijn brutale loslopende kippenkoppel de hele boel omploegt of de katten het als kattenbak gebruiken.
Tegen een zonnige muur hangt een heerlijke zoete, witte druif met een insectenhotel waar intensief gebruik van wordt gemaakt. De bijen vliegen af en aan en dichten hun kamertje in het hotel netjes af met een kleidekseltje.
Op een plekje met middagzon staat de saladbar-in-ontwikkeling in de koude bak. Ze kunnen best tegen wat kou, maar ik probeer op deze manier de slakken weg te houden bij mijn kwetsbare babyplantjes. Erachter in de border (op de foto niet te zien) staan een braam en een tayberry.
Zomaar een wild hoekje in de tuin met wat zuring, peterselie, wat ander bladspul, uien en vergeet-me-niet. Niet alles wat ik in mijn tuin heb is eetbaar. Een kwestie van goed onthouden én herkennen wat je waar neerzet.
Een ander hoekje in de tuin met een minivijver (een ingegraven rechthoekige speciekuip) om insecten en vogels te trekken. Rondom staan wat uitgebloeide narcissen, maar ook pastinaak en knoflook. Op de achtergrond nog te zien: de compostbak, gemaakt van een Ikea vuilnisbak.
Voor de compostbak staat een rode bes die al veelbelovend vol met bloemetjes hangt. Erachter nog net te zien: een oude stronk van een berk waar ik eetbare paddenstoelen op kweek.
Een totaal overzicht van mijn tuin, waar nog heel wat zanderige aarde op te zien is. Dit zal over een paar weken bijna volledig begroeid zijn (want ingezaaid met allerlei groenten en bladspul). Ik zorg wel altijd dat er wat zand zichtbaar blijft omdat daar een bepaald soort wilde bij in nestelt, en bijen zijn weer goed voor de bevruchting van mijn groenten en fruit.
Van dichterbij gefotografeerd: erwten die in wat wormcompost vanuit de koude grond zijn opgekweekt. Deze groeien over een paar weken tegen de wigwam van snoeihout aan omhoog. Het glazen potje rechts waar je net een glimps van opvangt dient als cloche die beschermt tegen slakkenvraat. Ook nog te zien de rabarber op de achtergrond die enorm hard is gegroeid in de afgelopen week en mijn hosta's die zich prachtig uitrollen en in het hoogseizoen de slakken afleiden van de planten die eigenlijk als mensenvoedsel bedoeld zijn.
Een hoekje met snijbiet dat tot diep in de herfst geplukt kan worden en steeds opnieuw aangroeit. Heerlijk om te roerbakken of als vulling van een omelet.
Een systeempje om te onthouden wat ik waar heb gezaaid. Het is een combinatie van stokjes die de contouren aangeven van een zaaibed en in het midden een beschilderde steen waar het gewas op staat geschreven. Zoals hier: meiraap.
Ik let een beetje op het microklimaat in mijn tuin, maar laat dat niet alles dicteren: in de zomer staat er drie meter hoog reuzengras aan de kopse kant van de tuin die ervoor zorgt dat de wind minder invloed heeft zodat alles minder snel uitdroogt. Op de zonnige plekken tegen de muur komen na de ijsheiligen warmteminnaars in potten, zoals tomaat, paprika en pepers. In de volle grond zaai ik in de vorm van een druppel omdat dat, zodra het volgroeid is, het meest natuurlijk over komt. Sommige combinaties van bladvormen werken heel goed en pas ik ieder jaar toe, maar mijn voornaamste vuistregel is dat wat ik het vaakst pluk, het meest in de buurt van de staptegels wordt gezaaid. Zo staat de snijbiet en de peterselie voor het grijpen, maar de pastinaak, knoflook en pompoen krijgen en plekje achteraf.
Ik hoop dat ik zo een beetje een beeld heb kunnen geven van mijn eetbare tuin. Niet dat ik de wijsheid in pacht heb, maar als een amateur als ik het kan, kan iedereen met een piepklein stukje buiten (en wat vallen en opstaan) een eigen mini-oogst verbouwen.


























