29 maart 2012

internetrantsoen

Door een stevige internetstoring in huize Bewuste Eenvoud was het een tijdje erg rustig op mijn weblog. Eigenlijk was de internetloze periode niet meer dan een weekje, maar ik schrok van de effecten ervan. We hadden als gezin min of meer last van afkick-verschijnselen: niet bij mails kunnen, geen geld kunnen overmaken, niet snel iets op kunnen zoeken, niet op de hoogte blijven van het wel en wee van echte en digitale bekenden. We hadden collectief last van gevoelens van onrust en de neiging om op het werk of op school de informatieachterstand in te halen.

Het werd me pas na een paar dagen duidelijk dat hier iets grondig mis was: mijn digitale leven speelt zo'n grote rol dat ik er min of meer van afhankelijk ben geworden. Voor een deel heb ik internet om praktische redenen nodig: om te kunnen werken, voor mijn betalingen en administratie. De rest van mijn internetgebruik is puur recreatief.

Via internet zijn prikkels 24 uur per dag, 7 dagen per week beschikbaar. Je hoeft je er niet voor aan te kleden, je hoeft er de deur niet voor uit en als je zou willen hoef je geen enkel menselijk contact meer aan te gaan in het echte leven. In tegenstelling tot de tv (die andere vrijetijdsvampier) is er altijd iets leuks op te vinden en kun je op internet zelf op zoek naar anders, interessanter of spannender. De televisiezapcultuur is voor watjes; via internet heb je volledig de regie over de prikkels die je opzoekt en kun je alle filmpjes, muziek of informatie vinden die je wilt en verder zappen als je het zat bent. Al surfend rol je van de ene prikkel naar de volgende en voor je het weet is het laat.

Hoe langer ik er over nadenk hoe meer ik tot de conclusie kom dat mijn internetgebruik vaak een soort verkapte verveling is. Ik heb als ik 's avonds laat de laptop uitzet onterecht het idee dat ik met anderen heb gecommuniceerd, dat ik "bij" ben en dat ik me ontspannen heb. Maar als ik eens kritisch bijhoud wat ik nou daadwerkelijk doe op internet kom ik tot de conclusie dat al mijn niet-zakelijk gebruik grotendeels tijdverspilling is. En een tijdverspilling waar ik klaarblijkelijk zo lastig zonder kan dat ik me onrustig voel als ik er een tijdje niet bij kan. Internet maakt me overprikkeld, zonder dat ik het door heb. En kennelijk zijn deze prikkels op een bepaalde manier verslavend; je hoeft nooit de confrontatie met de stilte en daarmee de confrontatie met jezelf aan.

Vandaar dat het hier rustig is geweest: ik heb mezelf op rantsoen gezet. Of anders gezegd: ik heb een tijdje een bewust internet-vasten ingebouwd. In mijn streven om onafhankelijk te zijn past het niet om een internetverslaving te ontwikkelen. Het is niet zo dat ik in het vervolg internet helemaal afschaf (zo ernstig is het nou ook weer niet met me), maar ik probeer mijn internetgebruik te beperken tot een paar avonden per week een uurtje. Dat is net een mooie balans tussen bewust inspiratie opdoen op een paar sites die écht iets toevoegen en het verdwalen in een digitaal woud van slappe filmpjes en informatie waar ik niet naar op zoek was. Dat betekent overigens niet dat ik het bloggen opgeef. In tegendeel: voor het eerst sinds tijden heb ik de afgelopen weken een paar heuse boeken uitgelezen en daarmee zoveel inspiratie opgedaan dat ik weer voor weken genoeg stof heb om over na te denken en te schrijven!

Hoe zit dat met jullie internetgebruik? Herkennen jullie het dat je soms zomaar een avond kwijt bent? En hoe ga je in het algemeen met internetgebruik om?

17 maart 2012

tuin-evolutie

Ik woon in de stad en ben gezegend met een bescheiden tuin, een houten vlondertje aan een sloot en een dakterras. Toen ik hier precies tien jaar geleden kwam wonen was de tuin niet meer dan een zandhoop met veel puin. Omdat de kinderen nog heel klein waren besloten we een klein stukje gras aan te leggen waar ze op konden dollen en verder de boel als terras te bestraten. Naast het terras kwamen twee zeer bescheiden borders waar ik wat éénjarig spul in plantte om het op te vrolijken.



Maar ik werd gegrepen door het tuiniervirus en al snel bleken de twee kleine borders niet genoeg om mijn ei in kwijt te kunnen. Ieder seizoen werden stukjes gazon afgestoken om er planten in te zetten, tot ik zo’n vijf jaar geleden besloot het gazon er maar helemaal uit te halen. Stukje bij beetje stak ik vierkante lapjes gras af, keerde het om en voorzag het van een organische bovenlaag. Een seizoen ging voorbij en het volgende voorjaar had ik een prachtig, grasvrij stuk zwarte aarde.

Onder de dunne bovenste laag was echter nog steeds sprake van zilvergrijs zand en puin; prima om te bestraten (waar de meeste mensen in deze buurt voor kiezen), maar niet als vruchtbare basis voor een oase van planten. De bokashibak deed zijn intrede in ons huis. Iedere keer dat de inhoud van een goed gevulde bokashibak werd ingegraven in de tuin, verbaasde ik me dat het in een paar weken volledig transformeerde tot perfecte zwarte, vruchtbare aarde dat wemelde van de wormen. Bij het aanplanten van iedere nieuwe plant werd het gat eerst voorzien van een basislaag bokashi, dan wat aarde en dan de plant. En dat bleek in perfecte, sterke planten te resulteren.



Na het eerste seizoen bokashituinieren was het aanvankelijk dunne vruchtbare bovenlaagje van een centimeter of tien aangegroeid tot ongeveer vijfentwintig centimeter. Ieder seizoen groeide door inspoelen, wormen en aanvullen van het organisch materiaal de vruchtbare laag verder aan en verbeterde de kwaliteit en het bodemleven.

In de zomer 2008 gooiden we als gezin het roer om en besloten we van consument zoveel mogelijk te transformeren tot producent. Biologisch eten uit het seizoen stond hoog op ons verlanglijstje. Aangezien het biologische groenteabonnement behoorlijk duur was en bovendien een dorp verderop moest worden opgehaald (wat dan vaak weer met de auto gebeurde) huurde ik een stukje moestuin in de buurt. Eenmaal kennisgemaakt met hoe makkelijk én leuk het was om je eigen eten te verbouwen, begon ook de huis-tuin-en-keukentuin langzaam maar zeker te transformeren. Tussen de sierplanten kwamen steeds vaker potten met sla te staan en ook het kruidentuintje deed zijn intrede om nooit meer weg te gaan. Op de oprit kwamen kuipen met kleine maar zéér productieve fruitbomen, er kwam een koude bak om het seizoen te verlengen, er werd een framboos en een braam aangeplant.



Afgelopen zomer namen de eetbare planten voor het eerst de overhand en stond er snijbiet tussen de hosta’s, venkel naast het siergras en kronkelden de pompoenen tussen de bloemen door. Op de oprit stonden potten met diverse soorten tomaten en een grote kuip met aardappelen. Met ingang van dit jaar heb ik mijn moestuin opgezegd en ga ik alleen nog maar aan huis tuinieren. Dat betekent dat ik me bij iedere plant die de grond in gaat afvraag wat hij voor waarde kan geven aan mijn wens om te produceren in plaats van te consumeren: is hij eetbaar? Zo niet, is hij aantrekkelijk voor bijen of andere bestuivende insecten? Houdt de plant plagen bij andere, eetbare, soorten op afstand?



Op het dakterras, dat vanwege wind tamelijk onherbergzaam is, heb ik een paar weken geleden grote bakken met aardpeer neergezet die als windkering gaan dienen. Zodra deze aanslaan en de temperaturen buiten nog wat stijgen komt in de luwte daar achter een houten vierkante meter-tuin met allerhande groenten en kruiden die veel zonne-uren per dag nodig hebben.

Zo heeft mijn tuin zich ontwikkeld van praktische gezinstuin tot de producerende stadstuin die het inmiddels is geworden, onder het motto: hoezo ruimtegebrek? Uiteraard is het niet voldoende oppervlak om volledig onafhankelijk te worden van de groenteboer, maar in het hoogseizoen komt het zeker voor dat ik de supermarkt een aantal weken niet van binnen zie. En er is echt niets zo lekker als een roerbakschotel uit eigen tuin.

maart 2012

14 maart 2012

wormenbak

Ieder seizoen probeer ik meer te leren over composteren en over de beginselen van permacultuur (waarover later meer). Al heel lang heb ik de stille wens om een wormenbak te beginnen, maar tijd en wat andere praktische noodzakelijkheden ontbraken. De afgelopen weken ben ik ziek geweest en had ik eindelijk de tijd om me er eens verder in te verdiepen en sinds vandaag ben ik de trotse eigenaar van een heuse wormenbak.

Compost is wat mij betreft één van de grote wonderen van de natuur. Bette Midler verwoordt het theatraler:
"My whole life has been spent waiting for an epiphany, a manifestation of God's presence, the kind of transcendent, magical experience that let's you see your place in the big picture. And that is what I had with my first compost heap." In een tuin met een composthoop maak je de hele cyclus mee van aarde tot voedsel tot aarde. En wat voor aarde. Compost is in mijn beleving niet minder dan diepbruin goud. Mijn tuin en alle goed gevulde potten floreren op het kruimige goedje.

Maar in een stadstuin zoals de mijne geeft een composthoop snel overlast, dus nu ik mijn volkstuin heb opgezegd zoek ik naar andere manieren om aan het waardevolle goedje te komen. In de keuken staat al sinds jaar en dag een bokashibak, maar met een wormenbak kan ik mijn composteertechnieken nog een level verder brengen. Bovendien hebben we met een gezin van vier de bokashibak snel vol en zijn andere mogelijkheden om keukenafval te transformeren meer dan welkom. Sinds ik me bezighoud met composteren zie ik al het organische afval uit mijn omgeving als potentieel goud voor mijn tuin en kan ik het niet goed aanzien als mensen klokhuizen in een "normale" afvalbak gooien. Het is een beetje een obsessie geworden.

Een wormenbak, de naam zegt het al, is een bak met wormen waar je je keukenafval in kwijt kunt. Het zijn geen gewone regenwormen, maar de rode wormen met ringen die je vaak in composthopen vindt. Deze worden ook wel tijgerwormen genoemd. GFT-afval wordt in eerste instantie voor een deel afgebroken door micro-organismen. Zodra het half verteerd is, wordt het eetbaar voor wormen. Door het gekrioel van de wormen wordt de organische substantie lekker luchtig en de uitwerpselen van de wormen maken kruimige, vruchtbare compost. Keukenafval bestaat voor 80% uit water en zodra de bacteriën in de bak aan de slag gaan met het afval dan komt het vocht vrij. Dit sijpelt door de bak en komt onderin de wormenbak terecht als zogenaamd percolaat: een vloeibare plantenvoeding die, verdund met water in de verhouding 1 op 10, als vloeibare mest gebruikt kan worden.

De bak wordt opgestart in lagen: eerst wordt een beddinglaag aangebracht die bijvoorbeeld bestaat uit stro, houtsnippers of krantensnippers. De stukken mogen niet groter zijn dan vijf centimeter. Daar bovenop komt een laag startmateriaal met een paar honderd compostwormen en tot slot een paar handjes vers keukenafval. Vervolgens laat je de bak een paar weken met rust om de wormen de tijd te gunnen zich aan te passen aan de nieuwe omgeving. Als de wormen na een paar weken gewend zijn kunnen ze per dag hun lichaamsgewicht aan GFT verwerken en na een maand of twee kun je de eerste keer het percolaat aftappen. Het vullen van een volledige, gecomposteerde bak duurt een maand of acht.

Bokashicompost en wormcomposteren hebben een aantal overeenkomstige voordelen:
  • het neemt relatief weinig ruimte in en is daarmee geschikt voor mensen met weinig of geen buitenruimte
  • beide bakken "lusten" groente- en fruitresten, thee en koffiedik, eierschalen en verwelkte bloemen
  • je hebt geen grote hoeveelheden afval nodig om er mee te starten. Het is ook geschikt voor een éénpersoonshuishouden
  • het is eenvoudig. Als je de benodigde materialen in huis hebt én je hebt verdiept in de beginselen dan kun je zo aan de slag
  • beide bakken produceren een vloeistof als bijproduct die verdund heel goed gebruikt kan worden als plantenvoeding
Een voordeel van de wormcompost boven bokashi is dat het eindproduct er meer uitziet als gewone compost en daarmee makkelijker bruikbaar is in potten of in de tuin. Bokashi moet ergens begraven worden om nog verder tot vruchtbare aarde te vergaan (wat in de zomermaanden overigens ongelofelijk snel gaat).

Ik ben ontzettend blij met mijn 500 nieuwe huisgenoten en ik zal over een paar weken een update plaatsen over mijn ervaringen als startende wormenboerin.


10 maart 2012

bijna lente

28 februari 2012

druk bestaan, simpel leven

Regelmatig krijg ik de vraag: hoe lukt het je om je gezin, werk en sociale leven te combineren met het zo simpel mogelijk leven? Waar haal je de tijd vandaan om te tuinieren/elke dag te koken/eten te conserveren/je eigen huis schoon te houden/tweedehands te shoppen? Ik vind het lastig daar een eenduidig antwoord op te geven. Ten eerste is de manier waarop wij leven niet echt een blauwdruk of "best-practise" die zomaar overgenomen kan worden. Ten tweede is deze levenswijze voor ons zó vanzelfsprekend, dat ik er niet zo veel bij nadenk hoe ik het organiseer.

Simpel leven is een weg, geen bestemming. Bovendien heeft simpel leven niet één definitie, maar bijna zoveel definities als er mensen zijn. Waar de één ruimte ervaart door schulden af te lossen, heeft de ander baat bij het weg doen van de auto of bij het bereiden van alle maaltijden zonder toevoegingen uit pakjes of zakjes. Je kunt beginnen met je eigen brood bakken, alleen nog maar tweedehands kopen of door je huis en je agenda van zoveel mogelijk overbodige ballast te ontdoen. Iedereen maakt daarin zijn eigen keuzes en er is geen goed of fout.

Kijk ik naar mijn leven dan is dat voor een buitenstaander inderdaad hectisch: we werken beide vier dagen, hebben twee tienerkinderen, wonen in (een buitenwijk van) de stad en we hebben een tamelijk druk sociaal leven. Onze manier van eenvoudig leven is niet in beton gebeiteld; het verschilt per periode, soms per seizoen of zelfs per week. Binnen onze mogelijkheden doen we zoveel mogelijk zelf, maar als dat extra stress oplevert dan pakt die keuze ook weleens anders uit. Ik vind dat eenvoudig leven altijd te maken moet hebben met levenskwaliteit; als het een kwestie van "moeten" of juist van "niet meer mogen" wordt dan schiet het zijn doel voorbij. Eenvoudig leven mag niet bekenen dat je nooit meer een paar leuke schoenen kunt kopen, of met vriendinnen een roséetje kunt doen op een terras. De crux zit hem voor mij in het bewust maken van keuzes: als ik bewust de afweging maak om die schoenen te kopen of op het terras neer te strijken, dan geniet ik er ook voor de volle 100% van.

Afhankelijk van de levensfase waarin je verkeert zal eenvoudig leven er verschillend uit zien. Als je single bent maak je andere keuzes dan als onderdeel van een druk gezin. Ben je gepensioneerd dan heb je meer tijd om koopjes te vergelijken dan wanneer je het om je werk heen moet plannen. Woon je op het platteland dan heb je andere mogelijkheden dan in de stad, maar ook andere belemmeringen. Kortom, eenvoudig leven is nooit een "one size fits all", maar eerder maatwerk waarin je tijd, gezinssamenstelling, woonomgeving, portemonnee en persoonlijke voorkeuren altijd een rol zullen spelen. Dat neemt niet weg dat we op de weg die we ieder voor onszelf bewandelen, veel van elkaar kunnen leren en elkaar kunnen inspireren. Daarom ben ik ook zo blij dat er blogs bestaan!

Een paar dingen die mij helpen om eenvoudig te leven:

- Zorg dat je voorraden op orde zijn. Bonen, rijst, granen, kruiden, meel en een basisvoorraad diepvriesgroente en blikken met tomaten en dergelijke heb ik altijd in voldoende mate op voorraad. Zo staat niets me in de weg om zelf vanaf de basis een - vaak eenvoudige - maaltijd in elkaar te zetten. Ook van basis toiletartikelen koop ik meteen een voorraadje als er een goede aanbieding is.

- Hou je inkomsten en uitgaven nauwkeurig bij om grip te houden op je financiën. Wij gebruiken daarvoor al een paar jaar naar volle tevredenheid het gratis programma Winbank en kunnen zo precies zien hoe we er bij staan op het gebied van ons uitgavepatroon en spaartegoed. Het programma helpt ons bij het realiseren van onze ambitie om binnen nu en tien jaar financieel onafhankelijk te zijn (waarover ik binnenkort meer zal vertellen).

- Kook op voorraad in het weekend. Week en kook grotere hoeveelheden bonen in één keer. Verdeel ze direct in porties en bewaar ze in de koelkast of vries ze in. Maak grotere hoeveelheden van gerechten die je daarna ook als lunch mee naar het werk kunt nemen.

- Scheid je afval en recycle! Een kleine moeite en een grote bijdrage aan het milieu. Vraag je bij alles wat je weggooit af of het nog een functie kan dienen. Kan het gammele, roestige wasrek nog gebruikt worden om boontjes tegenop te laten klimmen in de tuin? Kan de kapotte stoel met een verfje en een ander stofje gepimpt worden voor de tienerkamer? Kan die pan met deuk en zonder handvatten nog als plantenbak dienen om een salade (cherrytomaatje, sla, bieslook) in te laten groeien?

- Houd een lijstje bij van spullen die je nodig hebt en die je mogelijk tegen komt op rommelmarkten. Denk daarbij ook vooruit aan verjaardagen, feestdagen of andere seizoenen. Door een lijstje bij te houden voorkom je het gevoel van "ik had iets nodig, maar wat ook alweer?" en het behoedt je voor impulsaankopen.

- Maak er een sport van zo min mogelijk energie te verbruiken en de water-, gas- en energierekening zo laag mogelijk te houden. Was op goedkope stroom, hang het daarna zoveel mogelijk aan de lijn te drogen (en was het niet als het niet echt nodig is!). Zet lampen uit als je niet in de betreffende ruimte bent. Zet de verwarming lager en maak er een gewoonte van met het gezin lekker op de bank onder een dekentje te kruipen. Pak wanneer maar mogelijk de fiets in plaats van de auto. Gebruik je oven efficiënt (voorverwarmen is écht niet nodig en meerdere dingen tegelijk bakken is met een beetje slim plannen geen probleem). Gebruik een ouderwets koffiezetapparaat in plaats van een Nespresso of Senseo en zet in één keer een grote pot in plaats van losse kopjes. Vang het eerste (koude) water van de douche op om later te gebruiken voor een handwasje of om de wc mee door te spoelen. Daag jezelf steeds opnieuw uit om de volgende energierekening lager te laten worden dan de vorige.

- Geniet van kleine dingen. Vrije tijd hoeft niet duur te zijn; het kan ook betekenen dat je bewust geniet van een boek lezen in het zonnetje, een rondje fietsen, een zonsondergang fotograferen, thuis koken voor vrienden. Vrije tijd hoeft niet groots en meeslepend te worden ingevuld om waardevol te zijn; aan het eind van je leven zul je je vooral de kleine, eenvoudige pareltjes herinneren die je leven de moeite waard maakten.

- Kijk goed waar je plezier in hebt: als je graag handwerkt, zeep maakt, tuiniert of repareert dan is dat een tijdsbesteding die prima binnen eenvoudig leven past. Maar leg het jezelf vooral niet op als je er een hekel aan hebt. Het spectrum van dingen die je kunt doen om je leven eenvoudiger te maken is eindeloos; pik eruit wat je past en zorg dat het je geen stress geeft, want dan schiet je je doel voorbij.




26 februari 2012

weekmenu

Het is weer zondag, dus tijd voor het menu voor de komende werkweek. De voorjaarsvakantie is hier net begonnen, dus het wordt een kort weekje: donderdag trek ik met zoonlief een paar dagen de bergen in. Maar dat neemt niet weg dat er in de dagen daarvoor gezond en praktisch gegeten moet worden, al was het maar om alvast wat weerstand op te bouwen voor onze sportieve prestaties!

*
Indiase dahl met bloemkoolkachumbar en chapati
*
Roerbakschotel van rode paprika en broccoli
*
Ananas-tempeh-teriyaki met zilvervliesrijst
*
Andijviestamppot met mosterdjus

25 februari 2012

eetbare tuin

De afgelopen jaren heb ik met tuinvriendin Carolien een moestuin gedeeld. De luxe van een lapje grond waar je naar hartelust kunt spitten, zaaien, wieden en oogsten is ongekend. Maar er zat voor mij ook een heel groot nadeel aan: de sociale controle door de mede-moestuiniers. Ik weet niet of anderen dit herkennen, maar op het complex waar ik de afgelopen vier jaar tuinierde heerst een duidelijke opvatting over wat "goed" en "fout" is. Netjes is goed, rommelig is fout. Ongedierte bestrijden door sprays en korrels is goed, door combinatiebeplanting of insecten desnoods handmatig verwijderen is fout. Kunstmest is goed, bokashi is fout (want onbekend). Het is voorgekomen dat een hulpvaardige buurman mijn planten spontaan bespoten had om ons een handje te helpen.

Ik merkte dat ik steeds vaker tuiniermomenten zocht waarop ik zeker wist dat er verder niemand was. Ik vertrouwde er niet meer op dat mijn oogst per definitie puur en onbespoten was. En toen ik deze zomer een vervelende opmerking kreeg omdat mijn aardperen een vierkante meter schaduw bij mijn buurman in de tuin veroorzaakten was voor mij de maat vol: ik besloot er mee te stoppen.

Maar mijn liefde voor moestuinieren is onverminderd sterk, dus dat er een goed alternatief moest komen stond direct vast. Nu heb ik het enorme geluk dat ik hier in de stad over een klein stukje tuin, een oprit voor de auto en een - ietwat onherbergzaam - dakterras beschik. Je zou toch zeggen dat op al die bij elkaar gesprokkelde stukjes voldoende ruimte moet zijn om een aardige eigen oogst te realiseren.

Vorige week heeft mijn vader flink de handen uit de mouwen gestoken en mijn kleine stukje volle grond opgeruimd en ontdaan van overbodige fratsen. Als ik nu vanaf mijn plekje aan de eettafel naar buiten kijk zie ik een prachtig lapje donkerbruine grond met wat narcissen en wat knoppen van wat over een paar weken tulpen gaan worden. En verder zie ik vooral potentie: verse knoflooktenen, knapperige erwtjes en peulen, blozende maiskolven, pompoenen en tomaten. Mijn dakterras wordt voorzien van een squarefootgarden met wat klein spul. Aardperen zorgen voor beschutting tegen de wind. In een grote rechthoekige speciekuip komen rosevalaardappeltjes te staan. Waar nu nog een sierdruif tegen een hek aan groeit komt een doornloze braam te staan. Vorig jaar hebben mijn appel- en kersenboom in speciekuip al een indrukwekkende oogst opgeleverd en dit jaar is mijn mini-boomgaard uitgebreid met een perenboom. Ik verlekker me al dagen aan verschillende zaadcatalogi en straks is het eindelijk tijd voor een ritje naar Vreeken om mijn voorraad aan te vullen.

Beschouw dit dus maar als een "voor-foto", want vanaf nu is de metamorfose van huis-tuin-en-keukentuin naar eetbare tuin gestart!


de start van mijn eetbare tuin - 25 februari 2012