Boodschappen doen vlak voor de kerst is een ramp, maar ik word erg blij van boodschappen doen net na kerst. Onze lokale grutters doen er alles aan om zo snel mogelijk van decemberspullen af te komen, dus dit is mijn tijd om toe te slaan! De "decemberspecials" van Albert Heijn kosten op dit moment maar 1 euro, dus mijn karretje lag gisteren al snel vol met sugar snaps in honingsaus, champignonsoep-onder-een-korstje en allerlei ander lekkers. In de diepvries is alles nog tot november 2011 houdbaar en na deze kerstdagen heb ik daar weer ruimte genoeg.
Ik heb me meteen voorgenomen om mijn woensdagse weekmenu in ere te herstellen. De kerstvakantie is de periode waarin we de financiën en de huishoudelijke planning nog eens grondig tegen het licht houden en mijn conclusie was, dat er nog wel wat bewuster ingekocht kan worden. Niet zozeer om de kosten te drukken (alhoewel dat natuurlijk mooi meegenomen is), maar vooral om verspilling tegen te gaan. Het gebeurt regelmatig dat we dingen "vergeten" op te maken, waarna we het weg kunnen gooien omdat het bedorven is. Doodzonde natuurlijk. Omdat ik na de zomer een tijdje fulltime ben gaan werken is het een beetje versloft en ik wil graag de draad weer oppakken.
In 2010 bleek ons boodschappenbudget rond de 100 euro per week te liggen; inclusief schoonmaak- en verzorgingsartikelen. Op zich niet overdreven veel - zeker als je meetelt dat we veel groenten en granen biologisch kopen - maar ik denk dat er ook qua kosten nog wel een slag kan worden gemaakt. Kortom: het boodschappenregime in huize Bewuste Eenvoud wordt weer wat strakker ingericht!
Weekmenu:
Roergebakken spruitjes met knoflook, uitjes en noten en aardappelgratin
*
Gestoomde broccoli met sojasaus, gebakken uitjes en sesamzaadjes, zilvervliesrijst
en vega hamburgers
*
Linzenstoofpot met quinoa en (biologische) diepvriesgroenten
*
Volkorenspaghetti met tomaten-basilicumsaus, salade met avocado, komkommer en cashewnootjes
*
Uitgegeven aan de weekboodschappen:
Lidl: € 36,77
Albert Heijn: € 22,59
Totaal: € 59,36**
** Dit is niet maatgevend voor onze wekelijkse kosten; we zijn nog bezig om de kerstvoorraden op te maken en door de vele bezoekjes rondom kerst en oud en nieuw zijn we relatief veel van huis.
29 december 2010
24 december 2010
2010 in 750 woorden
Geïnspireerd door 750words.com bedacht ik dat het wel leuk zou zijn om op die manier terug te blikken op mijn jaar. Het idee van 750 woorden is dat je iedere dag drie pagina’s schrijft zonder teveel na te denken, te redigeren of sociaal wenselijke teksten neer te pennen. In mijn 750 woorden heb ik een tikkie vals gespeeld door af en toe stiekem te schrappen. Ik blijk nogal lang van stof. Verder heb ik geprobeerd om helemaal uit de losse pols te schrijven en dan blijken vanzelf de hoofdthema’s boven te komen. Het voelt als een meditatie en het werkt nog therapeutisch ook. Ik daag jullie uit het stokje over te nemen. Als je de uitdaging aangaat, laat dan even een reactie achter, want ik kom graag meelezen!
2010 in 750 woorden
2010 begon met een huis vol mensen. Logees uit Frankrijk en Abu Dhabi, mijn broer en schoonzus uit Chicago en veel spontane aanloop van vrienden in de nieuwjaarsnacht waren een fantastische manier om het jaar te starten. Het was het begin van onze “carrière” als Couchsurfers; het blijkt geweldig om mensen uit allerlei landen een paar dagen in je gezin mee te laten draaien. Zonder Den Haag te verlaten hebben we het gevoel prachtige reizen te hebben gemaakt.
Begin 2010 kreeg ik de kans om als organisator, facilitator en dagvoorzitter een aantal conferenties te leiden. Zo werd mijn eigen bedrijfje geboren. Het is iets wat helemaal van mij is en waar ik heerlijk mijn ei in kwijt kan. Rijk zal ik er niet van worden, maar het geeft me iedere keer weer een kick om het tot een goed einde te brengen.
Maar mijn jaar heeft ook in het teken gestaan van beperking. Na een second opinion bleek dat er een fout was gemaakt bij mijn operatie in Frankrijk de zomer daarvoor. Het verklaarde waarom mijn schouder nog steeds niet functioneerde en waarom ik zoveel pijn had. Maar het betekende ook: opnieuw opereren en van voor af aan beginnen met revalideren. Het is ook nog mijn schrijfarm, dus dat was een behoorlijke klap. Mijn schouder en arm zullen nooit meer zo worden als het ooit was, maar ik heb veel van deze periode geleerd. Dat je de tijd de tijd moet gunnen om de tijd te zijn. Dat je onvoorwaardelijk van je lijf moet houden en er goed voor moet zorgen, ondanks (of vanwege!) zijn onvolkomenheden. Dat om hulp vragen geen schande is. Inmiddels kan ik zonder enige wrok zeggen dat mijn ongeluk een zegen in vermomming is geweest.
Mijn kinderen worden groot. Ik geniet enorm van hoe ad rem ze zijn, hoe ze steeds meer gevoel voor recht en onrecht ontwikkelen. Hoe ze dingen niet meer zomaar aannemen, maar de discussie aangaan en soms met stevige, maar terechte, feedback komen. Ik constateer trots dat het prettige, betrokken mensen worden. Maar ik realiseer me ook dat een belangrijke fase van de opvoeding is aangebroken. Mijn dochter zit sinds de zomer op de middelbare school. Een verandering van formaat; haar wereld is veel groter en onveiliger geworden. Ik blijk harder nodig dan ooit, maar op een heel andere manier. Ik word geacht op afroep beschikbaar te zijn en verder vooral niet te opvallend aanwezig te zijn. Het is nog even wennen aan die nieuwe verhouding.
Financieel is 2010 een prima jaar geweest. We zijn losser geworden in het consuminderen. Vorig jaar was ik soms te recht in de leer en ontzegde ik mezelf pleziertjes of nam genoegen met minder kwaliteit om maar zo zuinig mogelijk te leven. Inmiddels begin ik hierin een balans te vinden. Ondanks het feit dat we daardoor weer meer geld zijn gaan uitgeven, zijn we er in geslaagd om de helft van ons inkomen te sparen. Dat is natuurlijk geen doel op zich, maar toch ben ik er trots op.
Mijn energiebalans verdient meer aandacht. Ik merk dat ik slecht in staat ben mijn energie zo te verdelen dat ik na een dag werken genoeg over heb voor andere activiteiten. Dat betekent dat mijn gezin het vaker dan me lief is met de kruimels moet doen. Daar ga ik in 2011 beter op letten. Ik hou van mijn werk, maar het mag niet de hoofdrol spelen en dat is het de afgelopen weken stiekem wel gaan doen.
Door mijn yogaopleiding is mijn spirituele ontwikkeling in een stroomversnelling gekomen. Ik merk dat ik in staat ben over mijn eigen schouder te kijken en mijn gedachtenkronkels liefdevol te observeren. Ook heb ik geleerd dat feedback iets anders is dan kritiek en dat ik het op een constructieve manier kan gebruiken om te leren. Tijdens een stilteweekend heb ik ontdekt dat je stilte niet hoeft op te zoeken, maar dat je die altijd bij je hebt. Stilte heeft niet zozeer met geluid te maken; het blijkt een gevoel te zijn.
En dan mijn blog. Wat een heerlijke uitlaatklep om dingen van me af te schrijven en ook nog respons te krijgen van mensen die meelezen, meedenken en meevoelen. Toen ik begon had ik nooit kunnen denken dat ik ooit per dag een paar honderd lezers zou hebben. Het verrijkt mijn leven; iedere reactie voelt als een cadeautje en zet me aan het nadenken, het ontroert me of maakt me aan het lachen. Dank jullie wel voor (weer!) een mooi blogjaar en ik wens jullie en jullie geliefden prachtige dagen toe.
2010 in 750 woorden
2010 begon met een huis vol mensen. Logees uit Frankrijk en Abu Dhabi, mijn broer en schoonzus uit Chicago en veel spontane aanloop van vrienden in de nieuwjaarsnacht waren een fantastische manier om het jaar te starten. Het was het begin van onze “carrière” als Couchsurfers; het blijkt geweldig om mensen uit allerlei landen een paar dagen in je gezin mee te laten draaien. Zonder Den Haag te verlaten hebben we het gevoel prachtige reizen te hebben gemaakt.
Begin 2010 kreeg ik de kans om als organisator, facilitator en dagvoorzitter een aantal conferenties te leiden. Zo werd mijn eigen bedrijfje geboren. Het is iets wat helemaal van mij is en waar ik heerlijk mijn ei in kwijt kan. Rijk zal ik er niet van worden, maar het geeft me iedere keer weer een kick om het tot een goed einde te brengen.
Maar mijn jaar heeft ook in het teken gestaan van beperking. Na een second opinion bleek dat er een fout was gemaakt bij mijn operatie in Frankrijk de zomer daarvoor. Het verklaarde waarom mijn schouder nog steeds niet functioneerde en waarom ik zoveel pijn had. Maar het betekende ook: opnieuw opereren en van voor af aan beginnen met revalideren. Het is ook nog mijn schrijfarm, dus dat was een behoorlijke klap. Mijn schouder en arm zullen nooit meer zo worden als het ooit was, maar ik heb veel van deze periode geleerd. Dat je de tijd de tijd moet gunnen om de tijd te zijn. Dat je onvoorwaardelijk van je lijf moet houden en er goed voor moet zorgen, ondanks (of vanwege!) zijn onvolkomenheden. Dat om hulp vragen geen schande is. Inmiddels kan ik zonder enige wrok zeggen dat mijn ongeluk een zegen in vermomming is geweest.
Mijn kinderen worden groot. Ik geniet enorm van hoe ad rem ze zijn, hoe ze steeds meer gevoel voor recht en onrecht ontwikkelen. Hoe ze dingen niet meer zomaar aannemen, maar de discussie aangaan en soms met stevige, maar terechte, feedback komen. Ik constateer trots dat het prettige, betrokken mensen worden. Maar ik realiseer me ook dat een belangrijke fase van de opvoeding is aangebroken. Mijn dochter zit sinds de zomer op de middelbare school. Een verandering van formaat; haar wereld is veel groter en onveiliger geworden. Ik blijk harder nodig dan ooit, maar op een heel andere manier. Ik word geacht op afroep beschikbaar te zijn en verder vooral niet te opvallend aanwezig te zijn. Het is nog even wennen aan die nieuwe verhouding.
Financieel is 2010 een prima jaar geweest. We zijn losser geworden in het consuminderen. Vorig jaar was ik soms te recht in de leer en ontzegde ik mezelf pleziertjes of nam genoegen met minder kwaliteit om maar zo zuinig mogelijk te leven. Inmiddels begin ik hierin een balans te vinden. Ondanks het feit dat we daardoor weer meer geld zijn gaan uitgeven, zijn we er in geslaagd om de helft van ons inkomen te sparen. Dat is natuurlijk geen doel op zich, maar toch ben ik er trots op.
Mijn energiebalans verdient meer aandacht. Ik merk dat ik slecht in staat ben mijn energie zo te verdelen dat ik na een dag werken genoeg over heb voor andere activiteiten. Dat betekent dat mijn gezin het vaker dan me lief is met de kruimels moet doen. Daar ga ik in 2011 beter op letten. Ik hou van mijn werk, maar het mag niet de hoofdrol spelen en dat is het de afgelopen weken stiekem wel gaan doen.
Door mijn yogaopleiding is mijn spirituele ontwikkeling in een stroomversnelling gekomen. Ik merk dat ik in staat ben over mijn eigen schouder te kijken en mijn gedachtenkronkels liefdevol te observeren. Ook heb ik geleerd dat feedback iets anders is dan kritiek en dat ik het op een constructieve manier kan gebruiken om te leren. Tijdens een stilteweekend heb ik ontdekt dat je stilte niet hoeft op te zoeken, maar dat je die altijd bij je hebt. Stilte heeft niet zozeer met geluid te maken; het blijkt een gevoel te zijn.
En dan mijn blog. Wat een heerlijke uitlaatklep om dingen van me af te schrijven en ook nog respons te krijgen van mensen die meelezen, meedenken en meevoelen. Toen ik begon had ik nooit kunnen denken dat ik ooit per dag een paar honderd lezers zou hebben. Het verrijkt mijn leven; iedere reactie voelt als een cadeautje en zet me aan het nadenken, het ontroert me of maakt me aan het lachen. Dank jullie wel voor (weer!) een mooi blogjaar en ik wens jullie en jullie geliefden prachtige dagen toe.
17 december 2010
blogprobleempje
Wegens een gesneuvelde laptop is het even stil aan mijn kant. Zodra ik een andere oplossing heb meld ik me weer. Bloggen via mijn gsm blijkt namelijk toch een drempel...
11 december 2010
gadgets
Een fout die je zou kunnen maken bij het vereenvoudigen van je leven is denken dat gadgets je leven gemakkelijker maken. Tot op zekere hoogte klopt dat (als je bijvoorbeeld een wasmachine of strijkbout als gadget aanmerkt), maar vaak is die gedachte behoorlijk verraderlijk. Voor je het weet staat je huis vol spullen die geld kosten, ruimte innemen, stof vangen en maar goed zijn voor één ding. Vooral bij Tellsell zijn ze er goed in om je te laten geloven dat je leven drastisch verandert door de aanschaf van een verfspuiter, een mop met ingebouwde centrifuge of een deken met mouwen.
Ben je in het bezit van één van de onderstaande artikelen, dan loont het de moeite om eens kritisch na te denken over het verschil tussen "nice to have" en "need to have"...
De watermeloenkoeler op wielen
De geluidsdemper voor je toetsenbord
Een donut-drager met lollygat (die ook nog op slot kan)
De bananensnijder
Het vaderzadel
En wat is volgens jullie het meest nutteloze gadget dat er te koop is?
Ben je in het bezit van één van de onderstaande artikelen, dan loont het de moeite om eens kritisch na te denken over het verschil tussen "nice to have" en "need to have"...
De watermeloenkoeler op wielen
De geluidsdemper voor je toetsenbord
Een donut-drager met lollygat (die ook nog op slot kan)
De bananensnijder
Het vaderzadel
En wat is volgens jullie het meest nutteloze gadget dat er te koop is?
05 december 2010
pleidooi tegen perfectie
Ik zal het maar toegeven: ik raak tamelijk snel geïmponeerd door mensen die perfectie uitstralen.
Mensen die goed gekleed met welopgevoede kinderen in een keurig gewassen auto door de wereld bewegen. Wiens huis op elk moment van de dag spic and span is, met een verse bos bloemen op tafel en servetten die passen bij het tafelkleed. Die er ondanks een verantwoordelijke baan of intensief vrijwilligers werk in slagen iedere avond op dezelfde tijd een gezonde en smakelijke maaltijd te serveren voor het gezin. Die de kinderen vervolgens in een keurig tempo én met mes en vork opeten, waarna ze bedanken voor het heerlijke diner. Mensen die geen verjaardag vergeten en altijd een persoonlijke attentie cadeau doen.
En dan ben ik daar. Ondanks mijn streven naar perfectie is mijn huis op vrijwel elk tijdstip van de dag rommelig. Als mijn haar goed zit berust dat op louter toeval. De bos bloemen die ik drie weken geleden kreeg in verband met mijn nieuwe baan moet ik zo écht eens weg gaan gooien. Minstens één dag per week eten we een diepvriespizza of tosti's in verband met gebrekkig boodschappenmanagement. Iedere ochtend zoek ik in het halfduister twee dezelfde sokken bij elkaar in de berg schone was die ik nog niet heb opgeruimd. Met wisselend succes, blijkt vaak zodra het daglicht doorbreekt.
Toch ben ik steeds vaker blijmoedig imperfect. Van perfectie wordt je namelijk nogal obsessief en vermoeid. Het streven naar perfectie ontneemt je spontaniteit. En wat het belangrijkste is: perfectie gaat vooral om het uiterlijke plaatje en heeft geen enkel verband met wat je doet of wie je bent. Perfectie kan je er van weerhouden om je échte drijfveren te onderzoeken, want daar kom je helemaal niet aan toe als eerst je uiterlijk en je omgeving aan optimale kwaliteitsnormen moeten voldoen. Je hebt het punt perfectie namelijk nooit bereikt, de horizon verspringt steeds zodra je hem nadert.
Natuurlijk mag je best streven naar een bepaalde kwaliteit, een net huis of een goede haardag. Maar vergeet dan niet er vol overgave van te genieten. Perfectie loslaten heeft me geleerd van kerst te genieten; iets waar ik vroeger een grondige hekel aan had. Juist door de schoonheid in imperfectie te zoeken vind je acceptatie: ik ben geen perfecte moeder, maar ik moeder wel vol overgave. Ik zie er niet perfect uit, maar ik schep er plezier in om goed voor mijn lijf te zorgen. Mijn huis is rommelig, maar het is voor ons een warm bad, waarin we Leven met de hoofdletter L.
Wat ik hiermee wil zeggen is dat het leven een stuk prettiger wordt als je niet meer zoekt naar perfectie, maar naar inspiratie. Om er maar eens een quote van Leonard Cohen tegenaan te gooien:
There's a crack in everything,
That's how the light gets in
Mensen die goed gekleed met welopgevoede kinderen in een keurig gewassen auto door de wereld bewegen. Wiens huis op elk moment van de dag spic and span is, met een verse bos bloemen op tafel en servetten die passen bij het tafelkleed. Die er ondanks een verantwoordelijke baan of intensief vrijwilligers werk in slagen iedere avond op dezelfde tijd een gezonde en smakelijke maaltijd te serveren voor het gezin. Die de kinderen vervolgens in een keurig tempo én met mes en vork opeten, waarna ze bedanken voor het heerlijke diner. Mensen die geen verjaardag vergeten en altijd een persoonlijke attentie cadeau doen.
En dan ben ik daar. Ondanks mijn streven naar perfectie is mijn huis op vrijwel elk tijdstip van de dag rommelig. Als mijn haar goed zit berust dat op louter toeval. De bos bloemen die ik drie weken geleden kreeg in verband met mijn nieuwe baan moet ik zo écht eens weg gaan gooien. Minstens één dag per week eten we een diepvriespizza of tosti's in verband met gebrekkig boodschappenmanagement. Iedere ochtend zoek ik in het halfduister twee dezelfde sokken bij elkaar in de berg schone was die ik nog niet heb opgeruimd. Met wisselend succes, blijkt vaak zodra het daglicht doorbreekt.
Toch ben ik steeds vaker blijmoedig imperfect. Van perfectie wordt je namelijk nogal obsessief en vermoeid. Het streven naar perfectie ontneemt je spontaniteit. En wat het belangrijkste is: perfectie gaat vooral om het uiterlijke plaatje en heeft geen enkel verband met wat je doet of wie je bent. Perfectie kan je er van weerhouden om je échte drijfveren te onderzoeken, want daar kom je helemaal niet aan toe als eerst je uiterlijk en je omgeving aan optimale kwaliteitsnormen moeten voldoen. Je hebt het punt perfectie namelijk nooit bereikt, de horizon verspringt steeds zodra je hem nadert.
Natuurlijk mag je best streven naar een bepaalde kwaliteit, een net huis of een goede haardag. Maar vergeet dan niet er vol overgave van te genieten. Perfectie loslaten heeft me geleerd van kerst te genieten; iets waar ik vroeger een grondige hekel aan had. Juist door de schoonheid in imperfectie te zoeken vind je acceptatie: ik ben geen perfecte moeder, maar ik moeder wel vol overgave. Ik zie er niet perfect uit, maar ik schep er plezier in om goed voor mijn lijf te zorgen. Mijn huis is rommelig, maar het is voor ons een warm bad, waarin we Leven met de hoofdletter L.
Wat ik hiermee wil zeggen is dat het leven een stuk prettiger wordt als je niet meer zoekt naar perfectie, maar naar inspiratie. Om er maar eens een quote van Leonard Cohen tegenaan te gooien:
There's a crack in everything,
That's how the light gets in
04 december 2010
klein geluk 18
...de eerste sneeuw van dit seizoen. Een wandeling helemaal in mijn eentje op een plek waar nog geen voetstappen zijn. Behalve die van de vogels. Meer heb je soms niet nodig om 100% gelukkig te zijn.
30 november 2010
thankful not wasteful
Deze week was het Thanksgiving in de VS en op Amerikaanse blogs kom je overal de heerlijkste recepten tegen voor traditionele gerechten. Ook viel mijn oog bij een aantal blogs op de actie "be thankful, not wasteful". De centrale boodschap van deze actie is om zo min mogelijk voedsel te verspillen tijdens Thanksgiving. Nu doen wij in Nederland niet aan Thanksgiving, maar er breekt wel degelijk een tijd aan die draait om overvloed en consumeren; zowel van voedsel als van spullen.
In een gezin met kinderen is bijna niet te vermijden dat Sinterklaas of kerst voor een belangrijk deel in het teken van snoep en cadeautjes staan. Dat geeft ook niet, maar het is wel de kunst om er bewust mee om te gaan. We hebben hier thuis Sinterklaasfeesten gehad waarbij de kinderen aan het eind van de avond misselijk waren van de kruidnoten en geen zin meer hadden om de laatste cadeaus uit te pakken. Dat is toch wel een signaal dat minder ook volstaat.
Hoe vind je een goede balans tussen het vieren van de mooie dingen in het leven en het voorkomen van verspilling? Ik merk dat het bij ons thuis ieder jaar weer een beetje zoeken is, omdat de kinderen groter worden en daarmee hun beleving bij de feestdagen mee-evolueert.
Toen ze kleuters waren was daar de magie van de rituelen rondom Sinterklaas en het kerstverhaal. Later werd hun belangstelling een tijdje vooral materieel. Dat was trouwens ook de periode waarin ontevredenheid hoogtij vierde; er was altijd wel een vriendje dat meer/duurdere/exclusievere cadeautjes had gekregen. En dat is lastig uit te leggen in de nadagen van het geloof in de Goedheiligman. Sinds de kinderen deel uitmaken van het volwassenencomplot wordt Sinterklaas alleen maar leuker: ze verkneukelen zich over surprises en rake gedichten en de geheimzinnigheid draagt zeker bij aan de feestvreugde.
Bij het kerstfeest wordt meer en meer de gezelligheid, de All You Need is Love-kerstspecial en het samenzijn gewaardeerd.
Hoe proberen we bij ons thuis te bewaken dat Sinterklaas en kerst draaien om gezelligheid en niet om verspilling?
In een gezin met kinderen is bijna niet te vermijden dat Sinterklaas of kerst voor een belangrijk deel in het teken van snoep en cadeautjes staan. Dat geeft ook niet, maar het is wel de kunst om er bewust mee om te gaan. We hebben hier thuis Sinterklaasfeesten gehad waarbij de kinderen aan het eind van de avond misselijk waren van de kruidnoten en geen zin meer hadden om de laatste cadeaus uit te pakken. Dat is toch wel een signaal dat minder ook volstaat.
Hoe vind je een goede balans tussen het vieren van de mooie dingen in het leven en het voorkomen van verspilling? Ik merk dat het bij ons thuis ieder jaar weer een beetje zoeken is, omdat de kinderen groter worden en daarmee hun beleving bij de feestdagen mee-evolueert.
Toen ze kleuters waren was daar de magie van de rituelen rondom Sinterklaas en het kerstverhaal. Later werd hun belangstelling een tijdje vooral materieel. Dat was trouwens ook de periode waarin ontevredenheid hoogtij vierde; er was altijd wel een vriendje dat meer/duurdere/exclusievere cadeautjes had gekregen. En dat is lastig uit te leggen in de nadagen van het geloof in de Goedheiligman. Sinds de kinderen deel uitmaken van het volwassenencomplot wordt Sinterklaas alleen maar leuker: ze verkneukelen zich over surprises en rake gedichten en de geheimzinnigheid draagt zeker bij aan de feestvreugde.
Bij het kerstfeest wordt meer en meer de gezelligheid, de All You Need is Love-kerstspecial en het samenzijn gewaardeerd.
Hoe proberen we bij ons thuis te bewaken dat Sinterklaas en kerst draaien om gezelligheid en niet om verspilling?
- Al maanden van tevoren speuren we rommelmarkten en Marktplaats af om strategisch inkopen te doen
- We kiezen voor een paar tamelijk bescheiden cadeautjes in plaats van één groot ding. Het gevaar bij één groot ding is namelijk dat kwantiteit gevoelsmatig op het laatste moment ook een factor van belang gaat lijken ("dan kan ze maar één cadeautje uitpakken, das ook sneu...") en voor je het weet koop je naast die nieuwe fiets ook nog fietstassen, een helm en een hippe bel.
- Als er geen materiële wensen zijn dan geven we elkaar een activiteit cadeau. Een etentje, een sauna-date of een concert worden minstens zo gewaardeerd.
- Er is niks mis mee om nuttige dingen cadeau te doen. Als de kinderen uit hun pyjama, sportkleren of pantoffels zijn gegroeid vinden we Sinterklaas een prima gelegenheid om ze te vervangen. Ook een nieuwe schooldrinkbeker of etui zijn cadeaus die helemaal in de smaak vallen, ondanks dat ze eigenlijk alleen maar praktisch zijn. De kunst is om "door het jaar heen" niet meteen toe te geven aan elke wens.
- Maak zelf iets culinairs, handgemaakte zeepjes of haak een paar pannenlappen. Door mijn nieuwe baan is het er bij mij helaas bij ingeschoten, maar ik heb het wel gemist. Volgend jaar op tijd beginnen!
- Het goede doel wordt niet vergeten. Na een paar jaar een geit of een paar fruitbomen via Oxfam Novib aan de opa's en oma's cadeau te hebben gedaan geef ik mijn ouders dit jaar (niet verder lezen, pap en mam!) een adoptiekip. Zo kunnen ze in het komende jaar biologische eieren van hun eigen kip halen.
- Een mooie traditie vind ik om mijn kinderen hun jaar in foto's cadeau te doen. Het is altijd even werk, maar rond de feestdagen heb ik voor ieder een paar mooie fotobladen voor hun (losbladige) fotomap.
- Sinds een paar jaar hebben we een traditie die voorkomt dat er met kerst voedsel verspild wordt. Op derde kerstdag vieren we, na twee dagen met opa's, oma's, ooms en tantes, met zijn viertjes Kliekjesdag. De kern van het verhaal is, dat we de hele dag in pyjama doorbrengen, films kijken en de kliekjes van de kerstdagen in willekeurige volgorde opeten. We doen op die dag niet tuttig als het ontbijt bestaat uit gebakken aardappeltjes of chocoladefondue.
24 november 2010
karuna
Vorige week ben ik gestart in mijn nieuwe functie. Vol idealisme, energie en ideeën ben ik er in gesprongen en ik heb er tot nu toe nog geen spijt van gehad (zou trouwens ook niet best zijn, na acht werkdagen).
Maar in mijn eerste week ben ik ook al geconfronteerd met de keerzijde van mijn baan: het moeten aankondigen van het ontslag van een groep mensen. Vanwege grote bezuinigingen wordt een subsidie, waar deze mensen al jaren uit betaald worden, van hogerhand beëindigd. Er is straks dus geen geld meer om hun salaris te betalen. Mensen werken meestal niet voor niets in een gesubsidieerde baan; ze hebben weinig opleiding gehad en ze hebben vaak door allerlei psychische of fysieke beperkingen weinig kans op een reguliere baan. Het is, kortom, een kwetsbare groep. Ik heb er dan ook echt een paar nachten slecht van geslapen en het laat me nog steeds lastig los.
Nu realiseer ik me, dat ik in dit werk vaker beslissingen zal moeten gaan nemen die zakelijk gezien niet anders kunnen, maar die diepe consequenties kunnen hebben voor de levens van mensen. De kunst is om de balans te vinden tussen zakelijkheid enerzijds en menselijkheid anderzijds. Het is niet handig om elke keer dat ik met zo'n situatie te maken krijg (gelukkig blijven deze zeldzaam!) zelf leeg te lopen en helemaal in de piepzak te zitten. Aan de andere kant: ik kan wel een toneelstukje spelen dat het me niets doet en een gevoelloos verhaal afdraaien, maar dat is niet wie ik ben of wie ik wil zijn. Kortom: hoe bewaak je dat evenwicht?
Verschillende religies kennen het woord compassie of mededogen; niet te verwarren met medelijden. Het grote verschil tussen medelijden en mededogen is waar je jezelf plaatst in de situatie. Medelijden is een situatie van de geest die zich identificeert met wat hij ziet: je bent zo aangedaan door een bepaalde situatie dat je als het ware één wordt met wat je waarneemt. Je gaat letterlijk mee-lijden met je zieke kind, een mishandeld dier, een groep kwetsbare mensen die werkloos zal raken. Je laat je meeslepen door het leed en voelt je daardoor machteloos. Het zuigt energie weg, het maakt je zwaar en verdrietig.
Daarnaast is er compassie, in het boeddhisme heel mooi "karuna" genoemd. In het boeddhisme wordt compassie of mededogen gezien als "een mentale staat van de ontwikkelde geest". Met andere woorden: het ontstaat niet zomaar, maar je kunt jezelf er in trainen. In een staat van compassie schommel je niet emotioneel mee op de dingen die je waarneemt en waar je je mee identificeert. Compassie is eigenlijk het in elke situatie doordrongen zijn van de wens dat iedereen gelukkig en vrij van lijden kan zijn. Dat is je drijfveer te handelen, om op een liefdevolle manier te helpen of de goede woorden te vinden.
Niemand is er bij gebaat als ik uit het veld geslagen ben door medelijden. Het helpt wel als ik vanuit compassie tot actie kom, zodat ik voor iedereen aandacht heb en ondersteuning kan bieden in het zoeken naar een nieuwe baan. Er zit helaas nergens een knop die je zomaar om kunt zetten van medelijden naar compassie. Maar het bewustzijn dat de ene staat machteloos en zwaar maakt en dat de andere oproept tot liefdevolle actie is volgens mij fase 1 van mijn karunatraining.
Maar in mijn eerste week ben ik ook al geconfronteerd met de keerzijde van mijn baan: het moeten aankondigen van het ontslag van een groep mensen. Vanwege grote bezuinigingen wordt een subsidie, waar deze mensen al jaren uit betaald worden, van hogerhand beëindigd. Er is straks dus geen geld meer om hun salaris te betalen. Mensen werken meestal niet voor niets in een gesubsidieerde baan; ze hebben weinig opleiding gehad en ze hebben vaak door allerlei psychische of fysieke beperkingen weinig kans op een reguliere baan. Het is, kortom, een kwetsbare groep. Ik heb er dan ook echt een paar nachten slecht van geslapen en het laat me nog steeds lastig los.
Nu realiseer ik me, dat ik in dit werk vaker beslissingen zal moeten gaan nemen die zakelijk gezien niet anders kunnen, maar die diepe consequenties kunnen hebben voor de levens van mensen. De kunst is om de balans te vinden tussen zakelijkheid enerzijds en menselijkheid anderzijds. Het is niet handig om elke keer dat ik met zo'n situatie te maken krijg (gelukkig blijven deze zeldzaam!) zelf leeg te lopen en helemaal in de piepzak te zitten. Aan de andere kant: ik kan wel een toneelstukje spelen dat het me niets doet en een gevoelloos verhaal afdraaien, maar dat is niet wie ik ben of wie ik wil zijn. Kortom: hoe bewaak je dat evenwicht?
Verschillende religies kennen het woord compassie of mededogen; niet te verwarren met medelijden. Het grote verschil tussen medelijden en mededogen is waar je jezelf plaatst in de situatie. Medelijden is een situatie van de geest die zich identificeert met wat hij ziet: je bent zo aangedaan door een bepaalde situatie dat je als het ware één wordt met wat je waarneemt. Je gaat letterlijk mee-lijden met je zieke kind, een mishandeld dier, een groep kwetsbare mensen die werkloos zal raken. Je laat je meeslepen door het leed en voelt je daardoor machteloos. Het zuigt energie weg, het maakt je zwaar en verdrietig.
Daarnaast is er compassie, in het boeddhisme heel mooi "karuna" genoemd. In het boeddhisme wordt compassie of mededogen gezien als "een mentale staat van de ontwikkelde geest". Met andere woorden: het ontstaat niet zomaar, maar je kunt jezelf er in trainen. In een staat van compassie schommel je niet emotioneel mee op de dingen die je waarneemt en waar je je mee identificeert. Compassie is eigenlijk het in elke situatie doordrongen zijn van de wens dat iedereen gelukkig en vrij van lijden kan zijn. Dat is je drijfveer te handelen, om op een liefdevolle manier te helpen of de goede woorden te vinden.
Niemand is er bij gebaat als ik uit het veld geslagen ben door medelijden. Het helpt wel als ik vanuit compassie tot actie kom, zodat ik voor iedereen aandacht heb en ondersteuning kan bieden in het zoeken naar een nieuwe baan. Er zit helaas nergens een knop die je zomaar om kunt zetten van medelijden naar compassie. Maar het bewustzijn dat de ene staat machteloos en zwaar maakt en dat de andere oproept tot liefdevolle actie is volgens mij fase 1 van mijn karunatraining.
20 november 2010
financiële evolutie
Toen wij gingen samenwonen hadden we ieder ons eigen salaris en ieder onze eigen rekening. Om het huishouden op een eerlijke manier te financieren stortten we iedere maand een bedrag op de gezamenlijke huishoudrekening. Ik kan heel stoer zeggen dat dat naar rato van het inkomen ging, maar de werkelijkheid is dat we - ondanks totaal verschillende carrières - toevallig al jaren ongeveer hetzelfde verdienen.
Toen de kinderen kwamen besloten we allebei vier dagen te gaan werken. Er kwamen behoorlijk wat kosten bij aan kinderopvang, verzorging en energieverbruik, dus het was een goed moment om de financiële infrastructuur wat om te gooien. In plaats van de salarissen op de eigen rekening en een gezamenlijke huishoudpot, gingen de salarissen nu op één rekening en kregen we beiden "zakgeld".
Ik vermoed dat ik degene ben geweest die daar het meest aan moest wennen. Ik was gewend dat ik de enige was die mijn financiële gedrag kon inzien en nu voelde het erg "met de billen bloot". Elke onverantwoorde uitgave of miskoop was genadeloos door mijn lief terug te zien. Bovendien was het lastig om verrassingen voor elkaar te regelen; een etentje leek opeens een stuk minder romantisch als je de volgende dag beide kon zien wat het gekost had. Ook had ik moeite met het grijze gebied: als ik iets voor de kinderen kocht wat niet nodig maar wel érg leuk was, moest het dan van de huisrekening of van mijn eigen rekening? Met ons totaal verschillende uitgavenpatroon betekende het dat ik aan het eind van de maand steevast rood stond en niets spaarde, terwijl mijn lief iedere maand een substantieel deel van zijn maandbedrag naar zijn spaarrekening doorsluisde.
We kochten een huis, de kinderen werden groter, we gingen meer verdienen en al met al werd onze financiële huishouding - deels noodgedwongen - steeds volwassener. Vergeleken met onze "peers" gaven we niet overdreven veel geld uit - we hebben nooit veel gegeven om elektronica, luxe auto's of merkkleding. Maar ongemerkt was ons uitgavenpatroon toch één op één meegegroeid met ons salaris. En we hadden geen idee waar het geld bleef.
In de zomer van 2008 besloten we het roer om te gooien. Een belangrijke factor daarin was ons gedeelde enthousiasme over het boek Je geld of je leven van Hanneke van Veen en Rob van Eeden dat we mee hadden genomen op vakantie. Gek genoeg hadden we het boek een paar jaar eerder al eens geleend in de bibliotheek, maar toen waren onze geesten er kennelijk nog niet rijp voor. Nu raakte hun verhaal ons precies waar het pijn deed: de levensenergie die nodig was om de kost te verdienen was voor ons gevoel buitenproportioneel. Want je steekt niet alleen je gewerkte uren in je baan, maar ook je reistijd, aangepaste kleding, lapmiddelen om je huis op orde te houden, bezorgpizza's die je bestelt als je geen energie meer hebt om te koken, en noem maar op.
Ik heb toen gezocht naar een andere baan die een stuk minder betaalde, maar wel dichtbij huis was. Mijn lief heeft in dezelfde periode het aanbod dat hij had gekregen voor een nieuwe, nog drukkere baan, afgewezen. En de aankoop van een huis-in-het-bos waar we mee bezig waren hebben we afgeblazen. Wat zou er gebeuren als we gewoon eens écht gingen wonen in het huis waar we al jaren in sliepen? Wat nou als we het geld dat binnenkwam bewuster en zorgvuldiger uit zouden geven, zodat er gewoon minder van nodig was?
We werken nog steeds beide vier dagen, maar we houden van ons lagere inkomen fundamenteel meer over. We houden via Winbank (een echte aanrader!) zorgvuldig bij wat er in komt en wat er uit gaat, zodat we weten waar ons geld blijft. We gebruiken niet meer dan nodig, maar waken er sinds een paar maanden voor dat we onszelf geen plezier ontzeggen. In het begin was het vinden van een balans lastig: ik voelde me schuldig als ik teveel geld uitgaf aan eten, sociale evenementen of kadootjes. Daardoor ontnam ik mezelf plezier en werd geld uitgeven bijna een besmet iets.
Inmiddels heb ik er een iets betere modus in gevonden, alhoewel het nog steeds aandacht vergt. Veel boodschappen worden bij de Lidl gehaald, maar aan lekker brood en biologische producten geef ik graag meer uit. Waar vroeger elke sociale uitnodiging tot borrelen, eten en bioscoop zonder nadenken werd aangenomen wordt nu de afweging gemaakt: ga ik alleen omdat ik word uitgenodigd, of omdat ik mijn tijd graag op deze manier wil doorbrengen? En niet geven aan goede doelen is voor mij persoonlijk verkeerde zuinigheid.
Het is nog niet echt te zeggen hoe de volgende fases in onze financiële huishouding gaan verlopen. Ik wil over een paar jaar een keer een grote reis maken met onze kinderen. Ik zou over een tijd misschien kleiner en rustiger willen wonen, met meer ruimte om het huis (en kippen! Ik wil zó graag kippen!). Misschien willen we over een jaar of tien wel veel minder gaan werken, alhoewel ik nu nog heel veel voldoening aan mijn werk beleef. Boven alles besef ik dat we als gezin in een luxe situatie verkeren; we kunnen toe met veel minder dan wat we krijgen. En onze motivatie om zo te leven is niet omdat we bewust sparen voor een oude dag. Maar omdat we (eindelijk!) geleerd hebben om niet meer te gebruiken dan we nodig hebben en daar volop van te genieten.
Toen de kinderen kwamen besloten we allebei vier dagen te gaan werken. Er kwamen behoorlijk wat kosten bij aan kinderopvang, verzorging en energieverbruik, dus het was een goed moment om de financiële infrastructuur wat om te gooien. In plaats van de salarissen op de eigen rekening en een gezamenlijke huishoudpot, gingen de salarissen nu op één rekening en kregen we beiden "zakgeld".
Ik vermoed dat ik degene ben geweest die daar het meest aan moest wennen. Ik was gewend dat ik de enige was die mijn financiële gedrag kon inzien en nu voelde het erg "met de billen bloot". Elke onverantwoorde uitgave of miskoop was genadeloos door mijn lief terug te zien. Bovendien was het lastig om verrassingen voor elkaar te regelen; een etentje leek opeens een stuk minder romantisch als je de volgende dag beide kon zien wat het gekost had. Ook had ik moeite met het grijze gebied: als ik iets voor de kinderen kocht wat niet nodig maar wel érg leuk was, moest het dan van de huisrekening of van mijn eigen rekening? Met ons totaal verschillende uitgavenpatroon betekende het dat ik aan het eind van de maand steevast rood stond en niets spaarde, terwijl mijn lief iedere maand een substantieel deel van zijn maandbedrag naar zijn spaarrekening doorsluisde.
We kochten een huis, de kinderen werden groter, we gingen meer verdienen en al met al werd onze financiële huishouding - deels noodgedwongen - steeds volwassener. Vergeleken met onze "peers" gaven we niet overdreven veel geld uit - we hebben nooit veel gegeven om elektronica, luxe auto's of merkkleding. Maar ongemerkt was ons uitgavenpatroon toch één op één meegegroeid met ons salaris. En we hadden geen idee waar het geld bleef.
In de zomer van 2008 besloten we het roer om te gooien. Een belangrijke factor daarin was ons gedeelde enthousiasme over het boek Je geld of je leven van Hanneke van Veen en Rob van Eeden dat we mee hadden genomen op vakantie. Gek genoeg hadden we het boek een paar jaar eerder al eens geleend in de bibliotheek, maar toen waren onze geesten er kennelijk nog niet rijp voor. Nu raakte hun verhaal ons precies waar het pijn deed: de levensenergie die nodig was om de kost te verdienen was voor ons gevoel buitenproportioneel. Want je steekt niet alleen je gewerkte uren in je baan, maar ook je reistijd, aangepaste kleding, lapmiddelen om je huis op orde te houden, bezorgpizza's die je bestelt als je geen energie meer hebt om te koken, en noem maar op.
Ik heb toen gezocht naar een andere baan die een stuk minder betaalde, maar wel dichtbij huis was. Mijn lief heeft in dezelfde periode het aanbod dat hij had gekregen voor een nieuwe, nog drukkere baan, afgewezen. En de aankoop van een huis-in-het-bos waar we mee bezig waren hebben we afgeblazen. Wat zou er gebeuren als we gewoon eens écht gingen wonen in het huis waar we al jaren in sliepen? Wat nou als we het geld dat binnenkwam bewuster en zorgvuldiger uit zouden geven, zodat er gewoon minder van nodig was?
We werken nog steeds beide vier dagen, maar we houden van ons lagere inkomen fundamenteel meer over. We houden via Winbank (een echte aanrader!) zorgvuldig bij wat er in komt en wat er uit gaat, zodat we weten waar ons geld blijft. We gebruiken niet meer dan nodig, maar waken er sinds een paar maanden voor dat we onszelf geen plezier ontzeggen. In het begin was het vinden van een balans lastig: ik voelde me schuldig als ik teveel geld uitgaf aan eten, sociale evenementen of kadootjes. Daardoor ontnam ik mezelf plezier en werd geld uitgeven bijna een besmet iets.
Inmiddels heb ik er een iets betere modus in gevonden, alhoewel het nog steeds aandacht vergt. Veel boodschappen worden bij de Lidl gehaald, maar aan lekker brood en biologische producten geef ik graag meer uit. Waar vroeger elke sociale uitnodiging tot borrelen, eten en bioscoop zonder nadenken werd aangenomen wordt nu de afweging gemaakt: ga ik alleen omdat ik word uitgenodigd, of omdat ik mijn tijd graag op deze manier wil doorbrengen? En niet geven aan goede doelen is voor mij persoonlijk verkeerde zuinigheid.
Het is nog niet echt te zeggen hoe de volgende fases in onze financiële huishouding gaan verlopen. Ik wil over een paar jaar een keer een grote reis maken met onze kinderen. Ik zou over een tijd misschien kleiner en rustiger willen wonen, met meer ruimte om het huis (en kippen! Ik wil zó graag kippen!). Misschien willen we over een jaar of tien wel veel minder gaan werken, alhoewel ik nu nog heel veel voldoening aan mijn werk beleef. Boven alles besef ik dat we als gezin in een luxe situatie verkeren; we kunnen toe met veel minder dan wat we krijgen. En onze motivatie om zo te leven is niet omdat we bewust sparen voor een oude dag. Maar omdat we (eindelijk!) geleerd hebben om niet meer te gebruiken dan we nodig hebben en daar volop van te genieten.
16 november 2010
dwangmatig ontrommelen
Een tijdje terug las ik ergens een artikel dat me aan het denken heeft gezet. Het ging, kort gezegd, over redenen om te ontrommelen (ik weet niet meer wie deze term als eerste gebruikte, maar ik vind het een mooi Nederlands equivalent voor het woord decluttering).
In het stukje werd op indringende wijze een aantal achtergronden genoemd voor de opruim-religie die zich in een razend tempo onder bewuste consumenten lijkt te verspreiden. Zo werd er gesteld dat het verlangen naar weggooien en opruimen vaak een reactie is op de chaotische wereld van tegenwoordig. Weinig spullen in een geordend huis geeft een gevoel van controle. Ook werd ontrommelen vergeleken met een aflaat: door je te ontdoen van spullen los je het schuldgevoel af dat rücksichtslos consumeren - bewust of onbewust - in je heeft losgemaakt. Daarnaast kan er volgens de auteur achter het opruimen een idee zitten dat uiteindelijk alles goed komt, als je woonomgeving eenmaal netjes en op orde is.
De schrijfster van het artikel wees er op dat het - in haar ogen dwangmatig - streven naar een lege woonruimte, gevoel en sensualiteit aan een huis ontneemt. Ze daagde de lezer uit om te erkennen dat de diepere laag achter opruimen niets anders is dan angst.
In eerste instantie riep het stuk weerstand in me op. Ik vond het nogal flauw om de fundamentele keuze om met minder spullen toe te kunnen (en te willen!) af te doen als een aflaat. Ik was eigenlijk een beetje beledigd. En wat nou angst? Kom op zeg, wat heeft het wegdoen van spullen nu met angst te maken? Is het niet juist dapper om je van alle ballast te ontdoen? Maar nu ik er wat langer over nadenk merk ik dat het misschien toch iets genuanceerder ligt.
De aandrang tot spullen hamsteren en de aandrang tot spullen wegdoen zijn in feite twee kanten van dezelfde medaille. Een hamsteraar wordt onrustig bij het idee dat hij misgrijpt als hij mogelijk ooit iets nodig heeft. Als buitenstaander identificeer ik dat gevoel - dat ik bij mezelf helemaal niet herken - meteen als angst. Maar graaf ik wat dieper in mijn eigen beweegredenen, dan moet ik erkennen dat ik stiekem een raar soort bindingsangst heb. Ik voel me beperkt in mijn bewegingsruimte (letterlijk en figuurlijk) als ik teveel materiële zaken om me heen heb. En daarom ontdoe ik me het liefst van zoveel mogelijk spullen.
Wat we gemeen hebben, de hamsteraar en de ontrommelaar, is dat we onze dieper liggende angst niet zomaar aanvaarden, maar het vertalen naar bepaald gedrag. En beide vormen van gedrag hebben, als je het helemaal af pelt, met controle te maken. De hamsteraar vindt rust in het onafhankelijke idee dat hij ooit alles tot zijn beschikking zal hebben wat hij maar nodig kan hebben. De ontrommelaar vindt rust in het idee dat hij, als hij zich ooit ontdaan heeft van alle ballast, vrijheid en overzicht zal hebben.
Tot welke conclusie leidt deze overpeinzing? Voor mij leidt het tot de erkenning dat ontrommelen om het ontrommelen, hoezeer ik dat ook zou willen ontkennen, gedrag is dat voortkomt uit (irreële) angst en verlangen naar controle.
De volgende keer dat ik mezelf ietwat verwilderd met lege vuilniszakken door het huis zie dwalen op zoek naar dingen om weg te doen, hoop ik bewust een pas op de plaats te maken. Maar ontrommelen als resultaat van een bewust proces van loslaten, als een doorvoelde actie om het leven te scheppen dat ik graag voor mij en mijn gezin wil, is een ander verhaal.
De uitdaging is alleen om op tijd het verschil te herkennen.
In het stukje werd op indringende wijze een aantal achtergronden genoemd voor de opruim-religie die zich in een razend tempo onder bewuste consumenten lijkt te verspreiden. Zo werd er gesteld dat het verlangen naar weggooien en opruimen vaak een reactie is op de chaotische wereld van tegenwoordig. Weinig spullen in een geordend huis geeft een gevoel van controle. Ook werd ontrommelen vergeleken met een aflaat: door je te ontdoen van spullen los je het schuldgevoel af dat rücksichtslos consumeren - bewust of onbewust - in je heeft losgemaakt. Daarnaast kan er volgens de auteur achter het opruimen een idee zitten dat uiteindelijk alles goed komt, als je woonomgeving eenmaal netjes en op orde is.
De schrijfster van het artikel wees er op dat het - in haar ogen dwangmatig - streven naar een lege woonruimte, gevoel en sensualiteit aan een huis ontneemt. Ze daagde de lezer uit om te erkennen dat de diepere laag achter opruimen niets anders is dan angst.
In eerste instantie riep het stuk weerstand in me op. Ik vond het nogal flauw om de fundamentele keuze om met minder spullen toe te kunnen (en te willen!) af te doen als een aflaat. Ik was eigenlijk een beetje beledigd. En wat nou angst? Kom op zeg, wat heeft het wegdoen van spullen nu met angst te maken? Is het niet juist dapper om je van alle ballast te ontdoen? Maar nu ik er wat langer over nadenk merk ik dat het misschien toch iets genuanceerder ligt.
De aandrang tot spullen hamsteren en de aandrang tot spullen wegdoen zijn in feite twee kanten van dezelfde medaille. Een hamsteraar wordt onrustig bij het idee dat hij misgrijpt als hij mogelijk ooit iets nodig heeft. Als buitenstaander identificeer ik dat gevoel - dat ik bij mezelf helemaal niet herken - meteen als angst. Maar graaf ik wat dieper in mijn eigen beweegredenen, dan moet ik erkennen dat ik stiekem een raar soort bindingsangst heb. Ik voel me beperkt in mijn bewegingsruimte (letterlijk en figuurlijk) als ik teveel materiële zaken om me heen heb. En daarom ontdoe ik me het liefst van zoveel mogelijk spullen.
Wat we gemeen hebben, de hamsteraar en de ontrommelaar, is dat we onze dieper liggende angst niet zomaar aanvaarden, maar het vertalen naar bepaald gedrag. En beide vormen van gedrag hebben, als je het helemaal af pelt, met controle te maken. De hamsteraar vindt rust in het onafhankelijke idee dat hij ooit alles tot zijn beschikking zal hebben wat hij maar nodig kan hebben. De ontrommelaar vindt rust in het idee dat hij, als hij zich ooit ontdaan heeft van alle ballast, vrijheid en overzicht zal hebben.
Tot welke conclusie leidt deze overpeinzing? Voor mij leidt het tot de erkenning dat ontrommelen om het ontrommelen, hoezeer ik dat ook zou willen ontkennen, gedrag is dat voortkomt uit (irreële) angst en verlangen naar controle.
De volgende keer dat ik mezelf ietwat verwilderd met lege vuilniszakken door het huis zie dwalen op zoek naar dingen om weg te doen, hoop ik bewust een pas op de plaats te maken. Maar ontrommelen als resultaat van een bewust proces van loslaten, als een doorvoelde actie om het leven te scheppen dat ik graag voor mij en mijn gezin wil, is een ander verhaal.
De uitdaging is alleen om op tijd het verschil te herkennen.
Abonneren op:
Posts (Atom)











